RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen Parketnummer: 18/190695-13 vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 03 november 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [land] ) op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 20 oktober 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.W. Knottenbelt, advocaat te Assen. De tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op of omstreeks 11 mei 2013 te [pleegplaats] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit - het duwen/trekken aan en/of het geven van een (harde) schop en/of een trap tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt) en/of - het bij/om de nek vastpakken van en/of tegen de grond werken en/of duwen/trekken aan en/of het geven van een of meer trappen en/of schoppen op/tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] ; art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie mr. A. Hertogs acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 180 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, onder aftrek van voorarrest. Zij verzoekt de rechtbank voorts om de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe te wijzen tot een bedrag van 4.575,93 euro onder de bepaling dat verdachte en de medeverdachte daarvoor hoofdelijk aansprakelijk zijn en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Bewijsmotivering De rechtbank baseert haar beslissing dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die hierna in samenvattende vorm worden weergegeven en die voorkomen in de in de voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen. - een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Op vrijdag 10 mei 2013 ben ik met vrienden op stap geweest in [pleegplaats] . We zijn naar [locatie 1] gegaan. Daarna zijn we bij [locatie 2] een broodje gaan halen. Toen we naar buiten liepen zag ik wel twee jongens voor [locatie 1] staan. Deze jongens liepen met ons mee naar [locatie 2] , dit viel mij op. Ik kende ze niet. [persoon 1] kende een van de jongens wel. Ik heb me er verder niet mee bemoeid. Toen ik buiten kwam (na het broodje) zag ik dat er wel aardig wat mensen buiten stonden, deze mensen waren ook wel erg aanwezig. Op het moment dat ik mijn broodje op had hoorde ik iemand roepen 'kankerlijer'. Daarna hoorde ik iets over iemand zijn moeder. Ik had echt niet in de gaten dat er echt ruzie was. Ik zag toen dat een kameraad van mij met iemand aan het duwen was. Ik heb geprobeerd om hem weg te trekken en hierna herinner ik mij niks meer. Ik werd wakker in het ziekenhuis. Ik was in elkaar geslagen. Ik had een dik rechteroog en veel pijn aan mijn hoofd. In het ziekenhuis vertelden ze mij dat ik mijn jukbeen op 3 plaatsen gebroken had en dat er ook een breuk in mijn kaak zat. Ik moest naar Zwolle, daar ben ik geopereerd op 11 mei 2013. - een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], inhoudende kort en zakelijk weergegeven: Ze begonnen tegenover [persoon 2] over kanker en specifiek over mijn moeder. Ik zei daar wat van op een normale manier. Ik was in gesprek met een getinte jongen met een sikje. Mijn broer [persoon 2] werd beetgepakt door een persoon en ik zag twee personen er om heen staan. Ik ben erheen gelopen en heb de jongen die mijn broer vast had beetgepakt en achterover naar de grond getrokken. Ik viel en op de grond hebben we liggen worstelen. Toen ik op de grond lag werd ik geslagen en geschopt. Ik heb niet gezien door wie, ik had mijn handen ter bescherming om mijn hoofd. Ik probeerde op te staan, de jongen bleef schoppen tegen mijn lichaam. Ik deed mijn armen uit elkaar ten teken dat ik niets meer zou doen. Mijn broer trok toen die jongen van mij af. - een proces-verbaal inhoudende de verklaring van de getuige [persoon 3], kort en zakelijk weergegeven: Die [verdachte] die begon met duwen. Hij duwde denk ik [slachtoffer 2] , of [persoon 2] . Toen werd er geslagen. Ik zag dat [slachtoffer 2] twee mensen tegenover zich had staan. Ik zag dat hij een klap kreeg en dat hij daarna versuft was. Eerst gaf de ene persoon [slachtoffer 2] een klap en daarna de ander. Ik heb een van de jongens bij [slachtoffer 2] weg gehaald. [verdachte] gaf [slachtoffer 2] vervolgens een tweetal trappen op zijn hoofd. [slachtoffer 2] lag op de grond met zijn armen wijd. De jongen lag op dat moment bovenop hem met de arm om zijn nek. Dat was het moment dat [verdachte] de trappen uitdeelde. Hij trapte met de punt van zijn schoen met het rechterbeen, twee keer. [slachtoffer 2] werd bovenop zijn hoofd geraakt, een beetje achter. Op het moment dat ze door hadden dat het niet goed ging met [slachtoffer 1] en de ambulance werd gebeld, zijn er een paar in de auto gestapt. Ik heb niet gezien wat er met [slachtoffer 1] is gebeurd. Ik zag hem wel op de grond liggen, helemaal dizzy. Er kwam bloed uit zijn mond. - een proces-verbaal inhoudende de verklaring van de getuige [persoon 2], kort en zakelijk weergegeven: Op een gegeven moment werd er naar ons geschreeuwd. Het waren jongens uit [plaats] . Ik heb op facebook gekeken en daar stond ene [verdachte] (fonetisch) op. Ik heb daar gekeken omdat [persoon 1] die naam wist en toen hebben we direct gekeken wie dat was. Ze waren met 6 of 7. Mijn broertje kwam er bij staan, [slachtoffer 2] . Op dat moment werd ik vast gegrepen bij mijn keel. Mijn broertje greep de jongen met twee handen bij zijn strot en gooide de jongen op de grond en [slachtoffer 2] viel bovenop de jongen. Ondertussen werd er aan mij getrokken en werd er geschopt. [verdachte] hoorde ik schreeuwen we gaan los, we gaan los. [slachtoffer 1] kwam op een gegeven moment naar buiten. Ik hoorde dat hij tegen de jongens zei dat ze op moesten houden. Toen brak de hel al los. Ik heb de eerste klap niet gezien die [slachtoffer 1] heeft gekregen. Ik zag hem op een gegeven moment op de grond liggen en ik zag dat hij geschopt werd. Hij lag met zijn hoofd op de grond en leek niet meer bij te zijn. Ik weet niet door wie hij werd geschopt. Ik was op dat moment aan het proberen om de andere jongens van mij af te krijgen. [slachtoffer 2] lag toen nog op de grond met een van de groep uit [plaats] boven op zich. [slachtoffer 2] werd getrapt op zijn hoofd. Ik zag dit gebeuren. Ik zag dat [verdachte] degene was die [slachtoffer 2] tegen zijn hoofd schopte. [slachtoffer 2] kon niks doen omdat er iemand boven hem lag en die had hem vast. [verdachte] schopte met zijn rechtervoet. - de verklaring van de [medeverdachte] afgelegd bij de rechter-commissaris op 03 juli 2015, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik was op de avond van 10 mei 2013 op een feestje in [plaats] . In het midden van de nacht was het feestje afgelopen en zijn we met zijn allen [plaats] ingegaan. Op een gegeven moment wilden een aantal mensen van ons een broodje gaan halen in [pleegplaats] . We zijn toen met mijn auto naar [pleegplaats] gereden. [persoon 4] en [verdachte] , [persoon 5] , [persoon 6] en [persoon 7] zaten bij mij in de auto. We zijn naar de [locatie 2] gegaan. Bij [locatie 2] is een vechtpartij ontstaan waarbij ikzelf ook betrokken ben geraakt. Er is door ons allemaal gemept. Op een gegeven moment heb ik één van die andere jongens ten val zien komen. Ik heb die jongen niet geschopt. Ik heb hem mogelijk wel geslagen en het zou kunnen dat hij daardoor op de grond is terecht gekomen. Ik heb [verdachte] zien slaan en zien schoppen. - de verklaring van de verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris op 18 juni 2015, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik had op de avond van 10 mei 2013 een feestje in [plaats] . Na het feestje zijn we [plaats] in gegaan. Op een zeker moment wilden we een broodje halen in [pleegplaats] . We zijn met de auto van [persoon 8] gegaan. In [pleegplaats] zijn we naar de [locatie 2] gegaan. Bij de [locatie 2] ontmoette ik [persoon 1] . Zij was met meerdere jongens uit [pleegplaats] . Er is een vechtpartij ontstaan tussen de jongens uit [pleegplaats] en mijn vrienden uit [plaats] . Na het gebeuren zijn we er samen vandoor gegaan. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij slechts geprobeerd heeft te bemiddelen en te sussen. De rechtbank hecht geen geloof aan deze verklaring van verdachte. Niet alleen heeft verdachte in zijn eerste verklaringen gelogen en ontkend dat hij bij het gebeuren aanwezig was, ook wordt hij door meerdere getuigen genoemd als actief betrokken bij het geweld. De rechtbank is op grond van bovenstaande bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte een actieve rol heeft gehad en dus een significante bijdrage heeft geleverd aan het tot stand komen van het geweld richting aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte had zich op het moment dat de ruzie ontstond kunnen distantiëren van het geweld. Verdachte heeft dit niet gedaan maar heeft zich samen met anderen in het gevecht begeven. Reeds hieruit blijkt dat verdachte op een nauwe en bewuste wijze heeft samengewerkt met anderen en daarmee staat tevens vast dat sprake is van medeplegen. Verdachte is derhalve ook voor die daden die niet feitelijk door hemzelf, maar die door (een van) zijn medeverdachten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.