← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2015:6146

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen Parketnummer: 18/190691-13 vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 03 november 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [woonadres] . Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 20 oktober 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. P. Keijzer, advocaat te Emmen. De tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op of omstreeks 11 mei 2013 te [pleegplaats] aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken jukbeen en/of uitgevallen gelaatszenuw en/of contourverandering rechter gelaatshelft), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met kracht en/of hard tegen de kaak, althans het hoofd heeft geschopt en/of getrapt; ( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 11 mei 2013 te [pleegplaats] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straatnaam] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit - het duwen/trekken aan en/of het geven van een (harde) schop en/of een trap tegen het hoofd, althans het lichaam van [slachtoffer 1] (terwijl [slachtoffer 1] op de grond ligt) en/of - het bij/om de nek vastpakken van en/of tegen de grond werken en/of duwen/trekken aan en/of het geven van een of meer trappen en/of schoppen op/tegen het hoofd, althans het lichaam van [slachtoffer 2] ; Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie mr. A. Hertogs acht hetgeen primair en subsidiair is tenlastegelegd niet bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak De verdachte dient van het primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank onvoldoende wettig bewijs aanwezig acht voor een veroordeling. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, en mrs. C.P. van Gastel en J.G. de Bock, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 03 november 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.