beschikking RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaakgegevens : C/17/144643 / FJ RK 15-1008 datum uitspraak: 11 november 2015 beschikking bekrachtiging schriftelijke aanwijzing in de zaak van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, hierna te noemen de GI (Gecertificeerde Instelling), gevestigd te Leeuwarden. betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] , [naam] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 8 oktober 2015, ingekomen bij de griffie op 12 oktober 2015 - de brief van de GI van 15 oktober 2015, met als bijlage het eindverslag van het Kenniscentrum Kind en Echtscheiding. Op 22 oktober 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - mr. H. Siesling-Vellinga, advocaat van de moeder, - de vader, - een vertegenwoordigster van de GI. Opgeroepen en niet verschenen zijn: - de moeder. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. Bij beschikking van 4 november 2015 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 7 november 2016. De GI heeft op 8 september 2015 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is opgenomen dat [minderjarige] in de oneven weekenden naar de vader gaat van vrijdag 14.00 uur tot zondag 18.00 uur en zijn aanwijzingen opgenomen over het halen en brengen van [minderjarige] , het meegeven van kleding en de wijze van overdracht. Voorts regelt de aanwijzing waar [minderjarige] haar verjaardag viert, de communicatie en uitwisseling van informatie tussen de ouders met betrekking tot [minderjarige] , belcontacten, het opstellen van een jaarplanning door de moeder en het laten verlopen van de contacten met de school via de moeder. Het verzoek De GI heeft bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing verzocht. Tevens wordt verzocht een dwangsom op te leggen van € 250,00 voor iedere keer dat de ouder met gezag de aanwijzing niet naleeft en wordt verzocht de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het standpunt van de belanghebbenden De GI heeft aangevoerd dat de ouders bij het Kenniscentrum Kind en Echtscheiding afspraken hebben gemaakt over onder meer de omgang tussen [minderjarige] en de vader. De moeder heeft deze afspraken niet willen ondertekenen, maar wilde er wel uitvoering aan gaan geven. Om een goede omgangsregeling te doen slagen is het essentieel dat ouders zich aan de door hen gemaakte en in de aanwijzing opgenomen afspraken houden. De omgangsmomenten tussen de vader (en zijn gezin) en [minderjarige] zijn opbouwend positief verlopen. [minderjarige] heeft van 11 op 12 september 2015 bij de vader overnacht. Op 14 september 2015 heeft de moeder met [minderjarige] de huisarts bezocht omdat zij last had van haar plassertje en de moeder lichamelijke signalen had gezien die vermoedens deden oproepen van misbruik. De huisarts heeft geconstateerd dat het oude beurse plekken waren en dat er geen opvallende zaken waren te vinden. Moeder was hierdoor weer gerust gesteld. Moeder heeft niet gehandeld conform de schriftelijke aanwijzing, nu hierin staat dat de ouders onderling de zorgen over de veiligheid van [minderjarige] dienen te bespreken en indien dit niet lukt de ouder de GI informeert. De twee daarop volgende omgangsweekenden zijn niet doorgegaan. De eerste heeft de GI afgeblazen, omdat de moeder door vakantie [minderjarige] wilde laten ophalen door haar ouders. De vader vreesde escalaties met zijn familie die bij hem thuis was vanwege de verjaardag van de stiefmoeder. Het daarop volgende weekend heeft geen omgang plaatsgevonden vanwege de zorgen die de vader had over mogelijke beschuldigingen na het door de moeder geïnitieerde bezoek aan de huisarts. De vader heeft aangevoerd dat de omgang voor hem heel belangrijk is. De moeder houdt zich niet aan de afspraken met betrekking tot het halen en brengen. Hij vreest escalaties indien de ouders van de moeder [minderjarige] ophalen. Volgens de vader mag moeder alleen haar ouders inschakelen in uitzonderlijke gevallen, zoals overlijden/ziekenhuisbezoek. De moeder doet er alles aan om [minderjarige] bij hem weg te houden. De vader stelt daartoe dat de moeder aangifte heeft gedaan tegen zijn nieuwe partner en nu suggereert dat [minderjarige] tijdens het omgangsweekend seksueel is misbruikt. Namens de moeder is aangevoerd dat de moeder zich niet gehoord voelt door de GI. [minderjarige] is op 12 september 2015 thuisgekomen met duidelijke kenmerken van mishandeling. Moeder maakt zich oprecht zorgen om [minderjarige] haar veiligheid. Zij beseft nu goed dat zij beter eerst contact had kunnen leggen met de GI. De moeder is bereid om de omgangsregeling, zoals weergegeven in de schriftelijke aanwijzing, na te komen. Zij heeft hiervoor niet willen tekenen, omdat zij eerst wil kijken of de regeling werkt. Moeder ervaart dat er weinig rekening wordt gehouden met haar werk bij de planning van de omgang. De moeder verzoekt om geen dwangsom op te leggen, nu zij zich wil houden aan de afgesproken omgang. Indien moeder een dwangsom zou moeten betalen ondervindt [minderjarige] hiervan ook de (financiële) gevolgen. Moeder vreest dat zij mogelijk een dwangsom moet betalen indien zij iets wil overleggen en geen contact krijgt met de gezinsvoogd. Doordat de gezinsvoogd maar twee dagen per week werkt, is het lastig om zaken met haar te bespreken. Indien de omgang niet kan plaatsvinden zoals afgesproken dan zal moeder alternatieven aanbieden. De eerstvolgende omgang valt in de herfstvakantie waardoor de vader [minderjarige] niet zoals afgesproken uit school kan halen. De moeder heeft de vader al een alternatief aangeboden. De beoordeling De kinderrechter overweegt dat de GI ter uitvoering van haar taak op grond van artikel 1:263 van het Burgerlijk Wetboek (BW), eerste en tweede lid, dwingende schriftelijke aanwijzingen kan geven aan de gezag dragende ouder betreffende de opvoeding en verzorging van minderjarigen en dat de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.