← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2015:6353

vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Zittingsplaats Groningen zaaknummer / rolnummer: C/18/157417 / KG ZA 15-168 Vonnis in kort geding van 17 juli 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TT PLAZA TECHNOLOGY B.V., gevestigd te Assen, eiseres, advocaat mr. E.P. Pandelitschka te Amsterdam, tegen

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TCE GOFOUR B.V., gevestigd te Stadskanaal,
  2. [gedaagde sub 2], wonende te Stadskanaal, gedaagden, advocaat mr. G. Benes te Assen. Partijen zullen hierna TT Plaza Technology en TCE en [gedaagde sub 2] genoemd worden. 1De procedure 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties; de door TCE en [gedaagde sub 2] overgelegde producties; de mondelinge behandeling gehouden op 7 juli 2015, alwaar zijn verschenen: voor TT Plaza Technology: [bestuurder 1] en [bestuurder 2] met mr. Pandelitschka voornoemd, voor TCE en [gedaagde sub 2]: [gedaagde sub 2] met mr. Benes voornoemd en zijn kantoorgenoot mr. P. van Mombergen, de pleitnota van TT Plaza Technology, de pleitnota van TCE en [gedaagde sub 2]. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. TT Plaza Technology is een 100% dochter van TT Plaza Holding B.V. (hierna: “TT Plaza Holding”). Beide vennootschappen maken onderdeel uit van het in de directe nabijheid van het TT circuit te Assen te vestigen TT Plaza. TT Plaza Holding is opgericht door Gimo Holding B.V., [besloten vennootschap 1] en [besloten vennootschap 2]. Deze drie vennootschappen houden ieder 33,3% van de aandelen in TT Plaza Holding B.V. en zijn alle drie bestuurder van TT Plaza Holding. 2.
  6. [gedaagde sub 2] is enig aandeelhouder van Gimo Holding B.V. TCE is een 100% dochter van Gimo Holding B.V. TCE werkt aan de ontwikkeling van een Bio Product Processor. Hiermee kan van bepaalde afvalstoffen het biodiesel APPO worden geproduceerd. 2.
  7. TT Plaza Technology heeft zich ten doel gesteld om de toepassing van APPO te realiseren in auto’s, vrachtauto’s, het openbaar vervoer en in de landbouw. In het kader hiervan heeft de provincie Drenthe een Drentse Greendeal subsidie (hierna: “Greendeal”) van € 149.000,- aan TT Plaza Technology ter beschikking gesteld. Op 24 juli 2014 heeft de provincie Drenthe in als voorschot een bedrag van € 119.200,- op de rekening van TT Plaza Technology gestort. 2.
  8. De administratie, boekhouding en bankzaken van TT Plaza Technology werden verzorgd door [gedaagde sub 2]. Hij beschikte over de bankpas en over volledige inzage in de in- en uitgaven van TT Plaza Technology. 2.
  9. [gedaagde sub 2] heeft in 2014 verschillende bedragen overgemaakt van de rekening van TT Plaza Technology naar de rekening van TCE. In totaal heeft hij € 105.925,- naar TCE overgeboekt. 2.
  10. Op 3 februari 2015 hebben de [besloten vennootschap 1] en [besloten vennootschap 2] [gedaagde sub 2] aangesproken over voornoemde transacties. Vervolgens zijn TCE en [gedaagde sub 2], onder meer bij schrijven van 15 mei 2015, gesommeerd om tot terugbetaling van voornoemd bedrag over te gaan. Hieraan TCE en [gedaagde sub 2] geen gehoor gegeven. 3Het geschil 3.
  11. TT Plaza Technology vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, TCE en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des als de één betalende de ander zal zijn gekweten, te veroordelen om aan TT Plaza Technology te voldoen een bedrag van € 105.925,- te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 mei 2015, alsmede hen te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.834,25 en tevens TCE en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, althans een ieder voor zich, gezamenlijk te veroordelen in de volledige kosten van deze procedure, waaronder begrepen de kosten van de beslaglegging. 3.
  12. TCE en [gedaagde sub 2] voeren verweer. 3.
  13. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
  14. De beoordeling 4.
  15. TT Plaza Technology heeft aan haar vordering jegens TCE ten grondslag gelegd dat TCE gelden heeft ontvangen zonder rechtsgrond en dat daarmee sprake is van een onverschuldigde betaling, dan wel dat TCE daarmee ongerechtvaardigd is verrijkt. Daarnaast is het onder zich houden van de gelden volgens TT Plaza Technology een onrechtmatige daad jegens haar. Ten aanzien van de vordering jegens [gedaagde sub 2] heeft TT Plaza Technology gesteld dat [gedaagde sub 2] in zijn hoedanigheid van bestuurder van TT Plaza Technology ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, ten gevolge waarvan hij jegens TT Plaza Technology aansprakelijk is ex artikel 2:9 BW, welke aansprakelijkheid ex artikel 2:11 BW ook op hem in privé rust. 4.
  16. TCE betwist dat sprake is van onverschuldigde betalingen, ongerechtvaardigde verrijking, dan wel onrechtmatig handelen. Zij stelt de overgeboekte bedragen te hebben gebruik ten behoeve van het APPO-project en derhalve mede ten behoeve van TT Plaza Technology. [gedaagde sub 2] stelt dat hij toestemming had om de gelden te storten naar TCE ten behoeve van de ontwikkeling van de Bio Product Processor. 4.
  17. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de voorzieningenrechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. 4.
  18. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft TT Plaza Technology voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Niet dan wel onvoldoende weersproken is dat TT Plaza Technology het voorschot op de Greendeal waarvan [gedaagde sub 2] bedragen naar TCE heef overgeboekt nodig heeft om de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend uit te voeren. Daarnaast heeft zij - hetgeen onvoldoende weersproken is - aangegeven dat zij de bedragen die in het kader van de subsidie worden uitgekeerd nauwkeurig dient te verantwoorden, op straffe van restitutie van de subsidie, welke verantwoording nu niet deugdelijk kan worden afgelegd. 4.
  19. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde sub 2] erkend dat hij de overgeboekte gelden heeft gebruikt voor een ander doel dan het APPO-project, namelijk voor de ontwikkeling van de Bio Product Processor. Hij stelt dat hij hiervoor toestemming had van [besloten vennootschap 1]. Door [besloten vennootschap 1] wordt dit ten stelligste ontkend. Ook zijn geen stukken overgelegd waaruit opgemaakt kan worden deze toestemming gegeven is. Op voorhand kan er dan ook niet vanuit worden gegaan dat [besloten vennootschap 1] instemde met de overboeking van de subsidiegelden ten behoeve van de ontwikkeling van de Bio Product Processor. 4.
  20. Voorts is niet betwist dat er nog geen definitieve verdeelsleutel is vastgesteld voor de verdeling van de subsidie over de verschillende deelnemers aan het APPO-project. Het is dan ook nog niet duidelijk, in ieder geval niet definitief, welk deel van de subsidie aan TCE toekomt. 4.
  21. Gelet op een en ander is naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter het bedrag van € 105.925,00 zonder titel overgeboekt naar TCE en dient dit bedrag door TCE te worden terugbetaald. Dat TCE, wanneer aan de voorwaarden is voldaan, alsnog aanspraak heeft op een deel van de Greendeal, doet hieraan niet af. Ter zitting heeft TT Plaza Technology uiteengezet dat de subsidiegelden pas verdeeld kunnen worden wanneer een projectleider is aangesteld die nauwlettend toeziet op de naleving van de voorwaarden waaronder de Greendeal is verleend, mede in verband met het risico dat de subsidie wordt ingetrokken wanneer geen juiste verantwoording plaatsvindt. In dit licht is het naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter geraden dat de aan TCE overgeboekte bedragen eerst worden terugbetaald, alvorens tot een definitieve verdeling van de subsidiegelden wordt overgegaan. De vordering jegens TCE komt dan ook voor toewijzing in aanmerking. 4.
  22. Zowel uit de stukken als uit de verklaringen van [gedaagde sub 2] ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde sub 2] willens en wetens subsidiegelden heeft overgeboekt naar TCE voor een ander doel dan waar deze voor bestemd zijn en dat hij niet bereid is deze geleden terug te betalen. Naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter vervult [gedaagde sub 2] hiermee zijn taak als (indirect) (mede-) bestuurder van TT Plaza Technology onbehoorlijk en handelt hij zodoende onrechtmatig jegens TT Plaza Technology. Vooruitlopend op een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure kan [gedaagde sub 2] dan ook naast TCE aansprakelijk worden gehouden voor de terugbetaling van de onttrokken gelden. Hiermee is ook de vordering jegens [gedaagde sub 2] toewijsbaar. 4.
  23. TT Plaza Technology heeft gesteld buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt en ter zake daarvan een bedrag gevorderd. Zij heeft die kosten niet gespecificeerd terwijl evenmin is gebleken dat de gestelde verrichtingen meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De daarop betrekking hebbende kosten moeten, nu een geding is gevolgd, worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De voorzieningenrechter zal de betreffende vordering dan ook afwijzen. 4.
  24. TT Plaza Technology vordert TCE te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 783,98 voor verschotten en € 816,00 voor salaris advocaat. 4.
  25. TCE zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van TT Plaza Technology worden begroot op: - dagvaarding € 84,26 - griffierecht 3.864,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal € 4.764,26 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  26. veroordeelt TCE en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan TT Plaza Technology te betalen een bedrag van € 105.925,00 vermeerderd met de wettelijke rente hierover als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van 22 mei 2015 tot de dag van volledige betaling, 5.
  27. veroordeelt TCE en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.599,98, 5.
  28. veroordeelt TCE hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van TT Plaza Technology tot op heden begroot op € 4.764,26, 5.
  29. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  30. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Oostdijk en in het openbaar uitgesproken op 17 juli
  31. type: fms coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.