beschikking RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Groningen zaakgegevens : C/18/165211 / JE RK 16-136 datum uitspraak: 10 maart 2016 beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Groningen. betreffende [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te Smallingerland, hierna te noemen [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam 1] , hierna te noemen de moeder, wonende te De Wilp. De kinderrechter merkt als informant aan: [naam 2] , hierna te noemen de vader, wonende te De Wilp. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 17 februari 2016, ingekomen bij de griffie op 18 februari 2016; - een faxbrief van de raadsman van de man van 4 maart 2016, ingekomen bij de griffie op 4 maart 2016; - een brief van de Raad van 22 februari 2016, ingekomen bij de griffie op 23 februari 2016; - een faxbrief van mr. U. van Ophoven, namens mr. Kamp-Wiggers, van 24 februari 2016, ingekomen bij de griffie op 24 februari 2016. Op 1 maart 2016 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, bijgestaan door mr. C. Kamp-Wiggers, - de vader, bijgestaan door mr. P.T. Huisman, - mevrouw [naam 3] , namens de Raad, - mevrouw. [naam 4] , namens Jeugdbescherming Noord, hierna te noemen de GI, De feiten Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [de minderjarige] woont bij de moeder. Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Standpunt van de Raad [de minderjarige] groeit op in een omgeving waarin veel zorgen zijn over de spanningen en de strijd in de communicatie tussen de ouders. De ouders bieden [de minderjarige] onvoldoende stabiliteit, bescherming en veiligheid. Er is meerdere malen sprake geweest van huiselijk geweld (duwen, trekken, vastpakken) waar [de minderjarige] direct dan wel indirect mee wordt geconfronteerd. De vader en de moeder denken anders over hun relatie en zenden hierin ook verwarrende signalen naar elkaar. De ouders zoeken elkaar op, trekken elkaar aan, botsen vervolgens en stoten elkaar weer af. De ouders zijn onvoldoende in staat om consequent weerstand aan elkaar te bieden en afstand van elkaar te nemen. Hierdoor wordt [de minderjarige] steeds weer in een onveilige situatie gebracht en is er sprake van een terugkerend patroon van voor hem onveilige incidenten. Doordat ouders in een klein dorp wonen, zijn er veel derden betrokken in de strijd. Dit komt niet ten goede aan het contact tussen ouders. Beide ouders kampen met persoonlijke problematiek waaraan zij individueel zullen moeten werken. Bij de moeder is ADHD vastgesteld, ze heeft moeite met het verwerken van prikkels en kan impulsief reageren. Door gebruik van medicatie is dit sterk verminderd. De moeder heeft moeite met het aangeven van grenzen en heeft een laag gevoel van eigenwaarde. De vader heeft een IQ van 58. Hij is beïnvloedbaar en naïef en heeft moeite overzicht te houden. Er is in principe een goed contact met de hulpverleningen. Vader heeft op dit moment nog verplichte begeleiding vanuit de reclassering. De moeder heeft begeleiding van maatschappelijk werk, maar wil daar mee stoppen. Dat maakt de situatie minder stabiel. Daarnaast is het de ouders ondanks de huidige hulpverlening niet gelukt om tot structurele verbeteringen ter komen. De ouders zijn onvoldoende in staat om samen de juiste keuzes te maken voor [de minderjarige] en het contact tussen hen zodanig vorm te geven dat er niet langer sprake is van conflicten en spanningen tussen hen. De indruk bestaat dat de hulpverleners moeite hebben onpartijdig te blijven in de strijd tussen de ouders waardoor het organiseren van een zorgoverleg niet langer bijdraagt aan een oplossing van de problemen. Het is in vrijwillig kader dan ook niet langer mogelijk om goede afspraken te maken en de belangen van [de minderjarige] voorop te stellen, waardoor betrokkenheid van hulpverlening in een gedwongen kader thans noodzakelijk is om de ontwikkelingsbedreiging af te wenden. Ter onderbouwing van en in aanvulling op het rapport van de Raad is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De zorgen die er zijn richten zich op de wijze waarop de ouders met elkaar omgaan en hun onderlinge relatie, die gekenmerkt wordt door veel strijd en fysiek en verbaal geweld. Zij laten een patroon zien van elkaar aantrekken en afstoten, waarbij moeder onvoldoende weerbaar lijkt te zijn en vader snel boos is en agressief kan worden. Er zijn overigens geen zorgen over [de minderjarige] zelf of over de opvoeding door moeder. Er is al lange tijd hulp ingezet, maar dit heeft tot op heden onvoldoende opgeleverd. Het is belangrijk dat de ouders de bestaande patronen doorbreken en anders met elkaar leren omgaan in het belang van hun zoon. In dat kader acht de Raad het zorgelijk dat de vader ter zitting aangeeft niet mee te willen werken aan de hulpverlening. Daarnaast vraagt de Raad zich af wat er gebeurt wanneer de vader de volgende stap zal zetten in de omgang, terwijl ouders nog helemaal niet hebben nagedacht over hoe in de toekomst invulling moet worden gegeven aan de omgang. Een ondertoezichtstelling heeft wel degelijk toegevoegde waarde, waarbij de ouders deze maatregel niet moeten zien als een straf, maar als een kans om te proberen te voorkomen dat [de minderjarige] in een spanningsveld tussen de ouders terecht komt en in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Vader is overigens op een later moment opnieuw getest, waaruit naar voren kwam dat hij een IQ heeft van 68. Het standpunt van de belanghebbende Standpunt van de moeder De moeder is het niet eens met de verzochte ondertoezichtstelling. De grond voor een ondertoezichtstelling ontbreekt. De Raad baseert het verzoek op de wijze waarop de ouders met elkaar omgaan en dat dit niet in het belang van [de minderjarige] zou zijn. Zorgen over [de minderjarige] zelf en moeder als opvoerder zijn er niet. Echter nu de ouders momenteel goed met elkaar omgaan, de rust is weergekeerd en van spanningen en/of fysiek en verbaal geweld geen sprake meer is, ontbreekt een grond voor de ondertoezichtstelling. Kortom er is sprake van een achterhaalde situatie en een ondertoezichtstelling is dan ook overbodig. Verder kan er ook in het vrijwillig kader aan de door de Raad gestelde doelen worden gewerkt en daarbij komt dat dit al gebeurt. Zo is moeder onder behandeling bij Interpsy. Voorts merkt moeder op dat de relatie tussen haar en vader weer redelijk is; zij denkt nog na over het voortzetten van de relatie. Verder vindt zij dat de omgang tussen vader en [de minderjarige] goed verloopt. Er is geen vaste regeling, maar het lukt ouders om dit in onderling overleg te regelen. Moeder heeft nog niet nagedacht over hoe de omgang er in de toekomst uit moet komen te zien. Er is op dit moment geen sprake meer van de situatie zoals die wordt geschetst in het rapport van de Raad. Moeder ontkent overigens dat [de minderjarige] ooit getuige is geweest van geweld tussen de ouders. Het standpunt van de informant Standpunt van de vader Allereerst verzoekt vader te worden aangemerkt als belanghebbende. Vader stelt dat er sprake is van family life tussen hem en [de minderjarige] en dat hij derhalve op grond van artikel 8 van het EVRM dient te worden aangemerkt als belanghebbende. Tevens verwijst vader in dat kader naar een uitspraak van het Hof Leeuwarden waarin een enkel biologische ouder niet aan de kant kan worden gezet. Vader staat niet achter de verzochte ondertoezichtstelling. Hij sluit zich in dat kader aan bij het standpunt van de moeder en neemt deze over. Een ondertoezichtstelling heeft geen meerwaarde. In aanvulling hierop stelt vader dat hij niet mee zal werken aan de hulpverlening. De beoordeling Belanghebbende of informant De vader verzoekt hem aan te merken als belanghebbende. De kinderrechter is van oordeel dat hij als informant kan worden aangemerkt. De kinderrechter overweegt hiertoe het volgende. Op grond van artikel 2.3 van het procesreglementen Familie- en Jeugdrecht rechtbank (pagina 105) gelden als belanghebbenden: de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.