beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Meervoudige wrakingskamer Zittingsplaats Groningen zaaknummer / rekestnummer: C/18/165729 / PR RK 16-120 Beslissing van 14 maart 2016 op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. 1De procedure Bij brief van 8 maart 2015 heeft verzoeker het verzoek tot wraking ingediend van mr. W.J.A.M. Dijkers, die de procedure met zaaknummer C/18/157159 / HA ZA 15-123 behandelt.
- Beoordeling 2.
- Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.
- Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend. 2.
- Uit de wet (artikel 36 Rv en artikel 37 Rv) volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen. 2.
- De rechtbank overweegt dat aan het verzoek tot wraking van de rechtbank en/of mr. Dijkers voornoemd, geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag zijn gelegd waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid. Voor zover wel feiten zijn gesteld, hebben deze betrekking op andere rechters dan mr. Dijkers en op andere procedures dan die waarin verzoeker het wrakingsverzoek heeft ingediend. Verzoeker zal dan ook aanstonds als kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan daarom achterwege blijven. 2.
- Omdat door verzoeker het middel van wraking lichtvaardig, want zonder enige grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter belast met de behandeling van deze zaak van klager niet in behandeling wordt genomen. 2.
- Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. 3
- De beslissing De rechtbank - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van mr. W.J.A.M. Dijkers in de procedure, met zaaknummer C/18/157159 / HA ZA 15-123, niet in behandeling wordt genomen. Deze beslissing is gegeven door mr. M. Griffioen, voorzitter, mr. B.R. Tromp en mr. S. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 14 maart
- js