← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2016:2382

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/740046-15 ter berechting gevoegde parketnummers 18/740049-15 en 18/147884-15 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 februari 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 februari 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. Schoo, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.A. van der Vliet. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. ​ hij op of omstreeks 9 augustus 2015 te Drachten, (in elk geval) in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand (gelegen aan of bij [adres] ) heeft weggenomen meerdere pakjes shag en/of meerdere pakjes sigaretten en/of meerdere blikjes Red Bull, in elk geval rookwaar en/of frisdrank, dan wel enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (voornoemde) goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; ​ hij op of omstreeks 27 juni 2015 te Burgum, (in elk geval) in de gemeente Tytsjerksteradiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand (gelegen aan of bij [adres] ) weg te nemen sigaretten/rookwaar, en/of/althans enig(

  1. e)(andere) goed(eren) van verdachtes en/of verdachtes mededader(
  2. s)gading, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen sigaretten/rookwaar, en/of/althans enig(
  3. e)(andere) goed(eren) van verdachtes en/of verdachtes mededader(
  4. s)gading onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader, althans alleen, een raam/ruit van het winkelpand van de [bedrijf 1] (met een steen) vernield en/of is hij, verdachte, en/of zijn mededader door de ontstane opening het winkelpand binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ​ hij op of omstreeks 28 juni 2015 te [plaats] , (in elk geval) in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan of bij de [adres] ) heeft weggenomen (enkele flesjes) frisdrank en/of (zakken) snoep (en/of drop), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen voornoemde goede(ren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 4. ( ( ter berechting gevoegd parketnummer 18/740049-15) hij op of omstreeks 24 augustus 2015 te Drachten, (in elk geval) in gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (twee pakjes) sigaretten (Pall Mall), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; 5. ( ( ter berechting gevoegd parketnummer 18/147884-15) hij op of omstreeks 21 juli 2015 te Drachten, (in elk geval) in gemeente Smallingerland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles dropshot, in elk geval drank/enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (het winkelbedrijf) [bedrijf 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde kan worden bewezen. Het standpunt van de verdediging De raadsman van verdachte heeft eveneens aangevoerd dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, nu verdachte deze feiten volledig heeft bekend. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 1., 2., 3., 4. en 5. hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 februari 2016; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 12 augustus 2015, opgenomen op de pagina's 32 en 33 van het dossier met nummer PL0100-2015231239, d.d. 27 oktober 2015, inhoudende de verklaring van [naam 1] ; 3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 27 juni 2015, opgenomen op pagina 20 van het hiervoor onder 2. genoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 2] ; 4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 12 augustus 2015, opgenomen op pagina 28 van het hiervoor onder 2. genoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 3] ; 5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 24 augustus 2015, opgenomen op pagina 14 van het dossier met nummer PL0100-2015247598, d.d. 29 september 2015, inhoudende de verklaring van [naam 4] ; 6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 21 juli 2015, opgenomen op de pagina's 4 en 5 van het dossier met nummer PL0100-2015211589, d.d. 6 oktober 2015, inhoudende de verklaring van [naam 5] . Bewezenverklaring De rechtbank acht het onder 1., 2., 3., 4., en 5. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat: 1. hij op 9 augustus 2015 te Drachten in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand, gelegen aan [adres] , heeft weggenomen meerdere pakjes shag en meerdere pakjes sigaretten en meerdere blikjes Red Bull, toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijf 1] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming en die weg te nemen voornoemde goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking; 2. hij op 27 juni 2015 te Burgum in de gemeente Tytsjerksteradiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand, gelegen aan [adres] , weg te nemen sigaretten/rookwaar, toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijf 1] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en inklimming, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader, een raam/ruit van het winkelpand van de [bedrijf 1] met een steen vernield en is hij, verdachte, door de ontstane opening het winkelpand binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij op 28 juni 2015 te [plaats] in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen enkele flesjes frisdrank en zakken snoep en drop, toebehorende aan [naam 3] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming; 4. hij op 24 augustus 2015 te Drachten in gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee pakjes sigaretten van het merk Pall Mall, toebehorende aan [bedrijf 1] ; 5. hij op 21 juli 2015 te Drachten in gemeente Smallingerland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles dropshot, toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf 3] . De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking; poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming; diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming; diefstal; diefstal. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige schulduitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van het voorarrest. Alsmede heeft de officier van justitie gevorderd oplegging van de extra algemene voorwaarde van meewerken aan het toezicht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij voornoemde stichting en een drugs- en alcoholverbod, met de verplichting mee te werken aan de controles hierop. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd voornoemde stichting de opdracht te geven toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden en opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis. Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de psychologische rapportage opgemaakt op 31 december 2015, het advies van de Raad voor de Kinderbescherming opgemaakt op 1 februari 2016, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van twee bedrijfsinbraken, een poging daartoe en twee winkeldiefstallen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de bedrijfsinbraken en de poging daartoe heeft gepleegd, omdat hij en zijn medeverdachte geen shag meer hadden. Bij de inbraak bij de [bedrijf 1] in Drachten hebben ze echter zoveel rookwaar meegenomen dat ze deze konden verkopen. Het motief van verdachte voor de winkeldiefstal bij de [bedrijf 1] was ook dat hij geen shag meer had. De fles drank heeft hij bij de Albert Heijn gestolen, omdat hij geen geld had deze te betalen. Het is een feit van algemene bekendheid dat inbraken gevoelens van onrust en onveiligheid voor de maatschappij met zich meebrengt. Verdachte en zijn medeverdachte hebben (forse) materiële schade en overlast veroorzaakt voor de slachtoffers, doordat ze met geweld de ruiten vernielden waarna ze de panden konden betreden. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen enkele rekening heeft gehouden met hetgeen dit voor de slachtoffers betekent. De rechtbank is van oordeel dat voor ernstige feiten als de onderhavige voor een minderjarige een jeugddetentie het uitgangspunt dient te zijn. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. Uit de stukken blijkt wel dat hij eerder een HALT-afdoening heeft gehad voor een winkeldiefstal. De rechtbank beschouwt verdachte echter als first-offender. Door de psycholoog is onderzoek naar de persoon van verdachte verricht. Hij heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid, een sociale emotionele ontwikkelingsachterstand en een oppositioneel opstandige gedragsstoornis waardoor er een sterke drang is naar directe behoeftebevrediging en een nog niet voldoende ontwikkeld geweten. Omdat deze omstandigheden van invloed zijn geweest op het gedrag van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde adviseert hij verdachte de feiten enigszins verminderd toe te rekenen. De rechtbank kan zich verenigen met deze conclusie en zal de feiten verdachte in verminderde mate toerekenen. De psycholoog heeft voorts geadviseerd verdachte jeugdreclasseringstoezicht op te leggen. Het inzetten van intensieve ondersteuning en begeleiding in combinatie met streng toezicht moet voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt, aldus de psycholoog. Door de Raad voor de Kinderbescherming is gerapporteerd dat het PEL-traject een positieve wending in het gedrag van verdachte heeft gebracht. Verdachte zal echter de komende periode nog veel hulp en ondersteuning nodig hebben om deze positieve ontwikkelingen vast te houden. De Raad onderschrijft derhalve het advies van de psycholoog en adviseert verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met algemene en bijzondere voorwaarden, waarbij het van belang is dat de William Schrikker Stichting, gelet op verdachtes beperkingen, het toezicht heeft en verdachte begeleidt. De Raad acht het voorts van belang dat verdachte een drugs- en alcoholverbod, met controle hierop, krijgt opgelegd. Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke jeugddetentie van 161 dagen met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Om het gevaar voor recidive te beperken zal de rechtbank de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de Raad, opleggen. Door de raadsman is bepleit om de bijzondere voorwaarde van het alcohol- en drugsverbod zodanig te formuleren dat het voor verdachte mogelijk is om tijdens de proeftijd in overleg met de reclasseringsinstelling zo nu en dan een biertje te drinken. De rechtbank zal derhalve de voorwaarde zodanig opleggen dat het ter beoordeling van de William Schrikker Stichting is voor welke termijn het verbod tijdens de proeftijd dient te gelden. Benadeelde partij [bedrijf 1] Bv. heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging Door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsman is bepleit dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon die de vordering namens de benadeelde partij heeft ingediend hiertoe bevoegd dan wel gemachtigd is. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat het voorgeschreven formulier door [naam 6] is ondertekend. Bij de stukken bevindt zich geen uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat [naam 6] bevoegd is om namens de benadeelde partij handelingen te verrichten. Tevens blijkt uit de stukken niet dat [naam 6] hiervoor door de benadeelde is gemachtigd. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren. Schadevergoedingsmaatregel Vordering van de officier van justitie Door de officier van justitie is gevorderd om ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk op te leggen voor een bedrag van 3.102,80, waarbij de vervangende jeugddetentie op nihil wordt gesteld. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich verzet tegen het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel en heeft de hoogte van de schade weersproken. Volgens de raadsman worden de kosten voor het vervangen van het raamkozijn ten onrechte gevorderd. Door verdachte is aangevoerd dat het slachtoffer de ruit voor een ander soort ruit heeft vervangen, waardoor de kosten mogelijk hoger zijn geworden. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat een schadevergoedingsmaatregel zonder toewijzing van een vordering van een benadeelde partij in de regel enkel wordt opgelegd in die gevallen waarin de hoogte van de schade boven iedere twijfel is verheven. De rechtbank zal in dit geval geen schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de hoogte van de schade niet zondermeer kan worden vastgesteld. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: Verklaart het onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: Een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen. Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 161 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht. Stelt als algemene voorwaarden: dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht uitgevoerd door de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSjbjr) en als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. Stelt als bijzondere voorwaarden: 1. dat de veroordeelde zich binnen veertien dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSjbjr), telefoonnummer 088 - 5260000, en dat hij zich daarna gedurende de proeftijd zal blijven melden zo lang en zo frequent als deze stichting dat noodzakelijk acht; 2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, althans voor zolang voornoemde stichting het nodig acht, zal onthouden van het gebruik van drugs en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek. Draagt voornoemde stichting op toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Benadeelde partij Bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 1] Bv. in haar vordering niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme en mr. G.C. Koelman, kinderrechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 februari 2016. w.g. Brinksma VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT Lootsma-Oude Nijeweme de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, Koelman locatie Leeuwarden, Zandstra-Alkema

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.