← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2016:2980

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Groningen Zaak\rolnummer: 4406155 CV EXPL 15-11151 Vonnis d.d. 23 maart 2016 inzake de besloten vennootschap STIMS Media B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Voorburg, eiseres, hierna Stims Media B.V. te noemen, gemachtigde: mr. E.F.E. van Essen, advocaat te Apeldoorn (postbus 10421, 7301 GK), tegen de besloten vennootschap Uninu B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Groningen, gedaagde, hierna Uninu B.V. te noemen, gemachtigde: H.J. de Jonge, bij AGC Gerechtsdeurwaarders & Incasso te Zwolle (postbus 640, 8000 AP). PROCESGANG De bij vonnis van 4 november 2015 gelaste comparitie is gehouden op 11 februari

  1. Partijen en hun gemachtigden zijn ter zitting verschenen, waar zij hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen hebben gezet. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden. Nadat partijen er niet in waren geslaagd een schikking te bereiken is de behandeling gesloten en is vonnis bepaald op heden. OVERWEGINGEN 1De feiten 1.1 Als gesteld en erkend, dan wel niet (gemotiveerd) weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast. 1.2 Stims Media B.V. exploiteert in haar vennootschap een bedrijf dat zich toelegt op het produceren van promotiefilms. 1.3 Uninu B.V. is een financiële holding waar onder meer de bedrijven Uniglas, HerstelDirect en Unimeld onder vallen. Alle dochtermaatschappijen van Uninu B.V. houden zich bezig met het herstellen van schade c.q. het organiseren en coördineren van alle diensten die nodig zijn wanneer vastgoed wordt getroffen door een calamiteit. 1.4 Op vrijdagochtend 14 februari 2014 heeft [programmamanager] (hierna: [programmamanager] ), werkzaam als programmamanager en voice-over bij Stims Media B.V. telefonisch contact gezocht met [technischcomm.manager] (hierna: [technischcomm.manager] ), technisch commercieel manager bij Uninu B.V. In dit telefoongesprek is gesproken over de mogelijke deelname van Uninu B.V. aan het televisieprogramma “Alles over Wonen”, welk televisieprogramma vanaf 16 februari 2014 wekelijks te zien zal gaan zijn bij SBS
  2. 1.5 Op vrijdag 14 februari 2014 om 09.56 uur heeft [programmamanager] vervolgens een e-mailbericht verzonden aan [technischcomm.manager] . In dit e-mailbericht staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld: "Beste [technischcomm.manager] , Naar aanleiding van ons prettige telefoongesprek stuur ik je de brochure van ons nieuwe televisieprogramma "Alles over Wonen". Tevens sluit ik de thema's voor seizoen 1 bij, de Algemene voorwaarden en de tarievenlijst. De uitzending van 18 mei a.s. staat in het teken van het thema: "Ramen, deuren en kozijnen". Zoals afgesproken neem ik in de loop van volgende week nog even telefonisch contact met je op (…) (…) Hierbij een link naar de promo van ons televisieprogramma. Krijg je vast een indruk van de sfeer: http://www.youtube.com/watch?v=Jy3KjpwLVOg&list=UUwMDfsTxhiY_JEyajU6BGeA." 1.6 In de bij voornoemd e-mailbericht gevoegde brochure over het televisieprogramma "Alles over Wonen" staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld: "Alles over Wonen is een televisieprogramma dat de kijker meeneemt binnen het huis, alles buiten het huis en om het huis. De kijker informeert en adviseert bij verkoop, verhuur of financiering. Wekelijks staat een bepaalt thema centraal en zullen de presentatoren tal van zaken aan het licht brengen die van doen hebben met dit thema (…) (…) Binnen het vastgestelde thema is er ruimte voor specialisten die vertellen over hun product of dienst. Het eerste Nederlandse woonprogramma is dan ook op zoek naar ondernemers, producten en diensten die uniek zijn binnen deze thema's. U blinkt uit, dat is alles wat Alles over Wonen ook wenst!" 1.7 Door Stims Media B.V. is op 18 februari 2014 een zogenaamde deelnametoekenning aan Uninu B.V. toegezonden. Hierin staat onder andere het volgende vermeld: “Mediawettelijke bepalingen Het uitgangspunt is dat het programma op basis van redactionele onafhankelijkheid tot stand komt. De informatie over uw bedrijf zal middels een item van het door u bepaalde aantal minuten, op een natuurlijke wijze binnen het programma worden verwerkt. Dit is echter binnen de grenzen van de toepasselijke (media)wet- en regelgeving. Dit komt de betrouwbaarheid en autoriteit van uw bedrijf ten goede en ten gevolge van deze inhoudelijke keus zullen uw doelstellingen worden gerealiseerd.” 1.8 Na een verzoek tot wijziging aan de zijde van Uninu B.V. heeft Stims Media B.V. op 24 februari een tweede - gewijzigde - deelnametoekenning verzonden. Op verzoek van Uninu B.V. is in deze gewijzigde deelnametoekenning onder andere de volgende bepaling toegevoegd: "Indien er geen uitzending van de 2 geplande programma's plaatsvindt vindt restitutie plaats van het door UninU geinvesteerde bedrag." 1.9 Partijen hebben deze gewijzigde deelnametoekenning op 24 februari 2014 ondertekend en op diezelfde dag heeft Stims Media B.V. aan Uninu B.V. een factuur uitgebracht ten bedrage van € 3.018,95 ter zake van voornoemde overeenkomst. 1.10 Gedurende de periode van 18 april 2014 tot en met 23 april 2014 is er tussen partijen gecorrespondeerd over de gewenste opnamedatum voor de aflevering van “Alles over Wonen” met daarin Uninu B.V. Op 23 april 2014 heeft [medewerker eiseres 1] (hierna: [medewerker eiseres 1] ), werkzaam bij Stims Media B.V., een e-mailbericht verzonden aan Uninu B.V. In dit e-mailbericht staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld: "Geachte heer [technischcomm.manager] , Bij deze wil ik u laten weten dat de opnames voor Alles over Wonen plaats vinden op maandag 5 mei tussen 14.00 - 17.00 uur (…) Mijn collega [collega 1] neemt deze week nog contact met u op om het script door te nemen." 1.11 Op 30 april 2014 heeft [technischcomm.manager] namens Uninu B.V. een e-mailbericht verzonden aan [medewerker eiseres 2] (hierna: [medewerker eiseres 2] ) van Stims Media B.V. met daarin het door [medewerker gedaagde] (hierna: [medewerker gedaagde] ), werkzaam bij Uninu B.V., bedachte script ten behoeve van de participatie van Uninu B.V. in het televisieprogramma “Alles over Wonen”. 1.12 Bij e-mailbericht van 1 mei 2014 heeft [medewerker eiseres 2] namens Stims Media B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan [technischcomm.manager] en [medewerker gedaagde] van Uninu B.V. geschreven: "Beste [technischcomm.manager] en [naam 1] , Ik heb van jullie informatie en eigen opzet een voorlopig script gemaakt voor uw item in het programma Alles over Wonen. Graag ontvang ik hier uw akkoord/aanpassingen op." 1.13 Bij voornoemd e-mailbericht zit tevens een document gevoegd getiteld "Overige opmerkingen en bepalingen". Hierin staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld: "(…)
  3. De genoemde opnamedatum van uitzending is onder voorbehoud. Wanneer de zendgemachtigde besluit andere content, sterfgeval Koningshuis, nationale ramp, internationale ramp, storing of aanslag, uit te zenden, zijn wij als STIMS Media daar niet verantwoordelijk voor of kunnen hierin verantwoordelijk gesteld worden dan wel in gebreke worden gesteld. Directe schade ten gevolge van het niet uitzenden om bovengenoemde redenen zijn dan ook niet op STIMS Media te verhalen. Beide partijen zullen in overleg een nieuwe uitzenddatum vaststellen.
  4. Het item dat wij op televisie uitzenden moet voldoen aan de Media Wettelijke Bepalingen (…)" 1.14 Uninu B.V. heeft naar aanleiding van voornoemd e-mailbericht aan Stims Media B.V. laten weten bezwaar te hebben tegen het script zoals door haar voorgesteld. Bij e-mailbericht van 2 mei 2014 heeft [medewerker eiseres 3] (hierna: [medewerker eiseres 3] ) namens Stims Media B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan Uninu B.V. geschreven: "Geachte heer [technischcomm.manager] en heer [medewerker gedaagde] , (…) Allereerst betreur ik dat e.e.a. niet bij u is overgekomen zoals door ons bedoeld. Wij willen u echter natuurlijk wel graag in ons programma en daarom doe ik het volgende voorstel; Aanstaande maandag komen wij, zoals overeengekomen, de opnames maken voor een item van 2 minuten. Alles uiteraard binnen de regels die de Mediawet ons biedt. Daarnaast stellen wij u achter de camera 4 commerciële vragen, welke wij voor u zullen afmonteren in een 2 minuten commercieel item. Dit item ontvangt u kosteloos en kunt u naar eigen inzicht inzetten ter promotie van uw bedrijf." 1.15 Bij e-mailbericht van 2 mei 2014 heeft [technischcomm.manager] namens Uninu B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan Stims Media B.V. geschreven: "Geachte heer [medewerker eiseres 3] , Bij deze onze reactie van gistermiddag, wij blijven bij ons standpunt. Goedemiddag [naam 2] , Gezien de deadline voor de opname wordt het allemaal veel te kort dag (…) Wij hadden graag een mooi item gemaakt over onze organisatie samen met stims. Door de te late en onvolledige communicatie van stims is dit niet mogelijk. Aangezien wij geen exposure krijgen wat ons wel is toegezegd stoppen wij met dit project. De mediawet is ons niet toegelicht. Wij betreuren het dat wij tijd en kosten hebben gemaakt in deze." 1.16 Bij e-mailbericht van 2 mei 2014 heeft [medewerker eiseres 3] namens Stims Media B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan Uninu B.V. geschreven: "Het spijt me te moeten lezen dat u bij uw standpunt blijft, temeer daar wij mijns inziens een meer dan redelijk voorstel hebben gedaan. Feit is echter alleen dat de afspraken zoals deze in de deelnametoekenning zijn vastgelegd, blijven bestaan (…) Indien u onverhoopt besluit om nog steeds niet accoord te gaan, dan zullen wij maandag geen opnames komen maken, maar betekent het wel onze vordering op uw bedrijf blijft bestaan." 1.17 Bij e-mailbericht van 2 mei 2014 heeft [technischcomm.manager] namens Uninu B.V. het volgende – voor zover hier van belang – aan Stims Media B.V. geschreven: “(...) Ook het contact inzake het script hebben wij zelf tot stand moeten brengen daar er van uw zijde geen enkele actie is genomen. Er is pas donderdagmiddag 1 mei, rest nog 1 werkdag voor de opnames contact met ons opgenomen ondanks herhaalde verzoeken van onze zijde (...) Wij hebben aanzienlijke kosten gemaakt ter voorbereiding van de opnames. Nadat op een veel te laat moment bleek dat wij nauwelijks inspraak hebben in de presentatie van ons bedrijf hebben wij de voorbereidingen stopgezet (...) De opmerking van uw medewerkers dat wij gewoon opnames kunnen maken en daarna wel zien welke beelden gebruikt kunnen worden is voor ons geen afdoende verzekering dat wij in beeld komen zoals door de heer [programmamanager] in het verkoop gesprek is aangegeven. De aanbieding was een commercieel item waarin onze organisatie duidelijk naar voren zou komen, u noemt het zelfs een campagne. Wat wij krijgen is een interview waarin nauwelijks sprake is van promotie van ons bedrijf in beeld en woord.” 1.18 Bij e-mailbericht van 2 mei 2014 heeft [medewerker eiseres 1] namens Stims Media B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan Uninu B.V. geschreven: “Beste [technischcomm.manager] , Ik betreur onderstaande mailwisseling ten zeerste. Allereerst heb ik mijn excuses aangeboden voor het feit dat we niet direct contact hebben opgenomen over de invulling van het script, maar we waren nog steeds meer dan op tijd (...) Zoals eerder door mijn collega [collega 2] gecommuniceerd proberen wij wel degelijk tot een oplossing te komen (...) Deze oplossing wordt helaas tot onze verbazing verworpen (...) Wij zijn dus niet van mening dat we tekortgeschoten zijn.” 1.19 Bij e-mailbericht van 5 mei 2014 heeft [producent creatief directeur] (hierna: [producent creatief directeur]), producent creatief directeur bij Stims Media B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan Uninu B.V. geschreven: “Geachte heer [technischcomm.manager] , Uit zoveel dingen en zaken bestaat het gevoel dat u om financiële redenen niet meer wenst mee te doen (...) Waarom heeft u niet gewoon aangegeven dat er een financieel probleem is ontstaan door het afhaken van een van uw participanten? (...) Het script is door jullie zelf geschreven. Dit ook op verzoek van jullie. Wij hebben een meer dan nette oplossing aangeboden door jullie een commerciële film aan te bieden. Ook het item verplaatsen naar een andere uitzenddag waardoor er meer ruimte ontstond voor de opname, hebben jullie verworpen (...) Het is dan ook volledig uw keuze om de overeenkomst te beëindigen. Ik ga daarmee niet accoord. Zeker niet omdat u ook zomaar de algemene voorwaarden verwerpt en stelt niet op de hoogte te zijn van de mediawet (...)” 1.20 Bij e-mailbericht van 5 mei 2014 heeft [technischcomm.manager] namens Uninu B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan Stims Media B.V. geschreven: “(...) De heer [programmamanager] heeft ons bij de verkoop een mooi commercieel verhaal voorgespiegeld, namelijk een commerciële exposure op TV, door jullie verder aangeduid als “campagne”, dat uiteindelijk niet door jullie waargemaakt kan worden. Jullie kunnen niet voldoen aan de gewekte verwachtingen en kunnen dus niet volgens de aanvankelijke overeenkomst leveren, blijkt nu (...) Wij concluderen dat jullie belang is een algemeen informatief woonprogamma neer te zetten, zonder voldoende recht te doen aan de ons beloofde royale commerciële campagne, hetgeen ons enige belang is (...) Wij voelen ons misleid (...)” 1.21 Bij e-mailbericht van 5 mei 2014 heeft [producent creatief directeur] namens Stims Media B.V. het volgende - voor zover hier van belang - aan Uninu B.V. geschreven: “(...) U had kunnen zien in onze afleveringen die al vanaf medio februari worden uitgezonden, wat de invulling van onze items zijn. Ik heb u niet gehoord in de periode tussen ondertekening en de dag van vrijdag inzake de inhoud van de items die reeds zijn uitgezonden (...)” 1.22 Opnames bij Uninu B.V. hebben nimmer plaatsgevonden. Uninu B.V. is niet in het televisieprogramma “Alles over Wonen” verschenen. 1.23 De door Stims Media B.V. aan Uninu B.V. verzonden factuur is door Uninu B.V. tot op heden ontbetaald gelaten. 2De vordering 2.1 Stims Media B.V. vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om Uninu B.V. te veroordelen tot: A) betaling aan Stims Media B.V. van de somma van € 3.018,95 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 22 mei 2014, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; B) betaling van de buitengerechtelijke incassokosten zoals verschuldigd op grond van artikel 6:96 lid 4 BW en het Besluit Vergoeding Buitengerechtelijke Incassokosten 2012, berekend over de hoofdsom ad € 3.018,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; C) betaling van de kosten van het geding, de kosten van de deurwaarder daaronder begrepen, te vermeerderen met de nakosten ten bedrage van € 131,00 zonder betekening in conventie of reconventie, € 205,00 zonder betekening in conventie en reconventie tezamen, en verhoogd met € 68,00 in geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de proceskosten en nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. 3Het standpunt van Stims Media B.V. 3.1 Stims Media B.V. legt - naast de vaststaande feiten - het volgende aan haar vordering ten grondslag. 3.2 Omdat Uninu B.V. in gebreke is gebleven met de betaling van een bedrag van € 3.018,95, hebben Stims Media B.V. en haar incassogemachtigde haar meerdere malen gesommeerd om de onderhavige vordering te voldoen. Dit heeft echter niet tot enige betaling aan de zijde van Uninu B.V. geleid. 3.3 Stims Media B.V. maakt tevens aanspraak op rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. 3.4 Anders dan Uninu B.V. stelt Stims Media B.V. zich op het standpunt dat er geen sprake is van rechtsverwerking. Voorts betwist zij dat de op verzoek van Uninu B.V. in de deelnametoekenning opgenomen bepaling (zie r.o. 1.8) uitgelegd dient te worden zoals door Uninu B.V. gesteld. Voornoemde bepaling ziet volgens Stims Media B.V. op de situatie waarin de gemaakte opnames wegens onvoorziene omstandigheden, zoals bijvoorbeeld het overlijden van een lid van het koningshuis, niet op de geplande datum en tijd kunnen worden uitgezonden. Van een dergelijke situatie is thans geenszins sprake. Ook het beroep op dwaling dient volgens Stims Media B.V. te worden verworpen, nu Uninu B.V. conform het bepaalde in de tussen partijen gesloten deelnameovereenkomst gepresenteerd zou worden in het televisieprogramma “Alles over Wonen”. In voornoemde deelnameovereenkomst staat duidelijk vermeld dat Stims Media B.V. gebonden is aan de mediawettelijke bepalingen, hetgeen met zich meebrengt dat zij Uninu B.V. enkel op natuurlijke wijze kan presenteren binnen het televisieprogramma. Dat Uninu B.V. andere verwachtingen had van het ter zake te maken item, doet niet af aan de tussen partijen gemaakte afspraken conform de deelnameovereenkomst. Bovendien had Uninu B.V. zich, alvorens voornoemde overeenkomst te tekenen, zelf kunnen verdiepen in de wijze waarop het programma werd ingevuld en wat hierbij de mogelijkheden, dan wel beperkingen waren, door voorgaande afleveringen te bekijken. De stelling van Uninu B.V. dat Stims Media B.V. haar verkeerde inlichtingen heeft verstrekt, dan wel verzuimd heeft haar op enig moment uit de droom te helpen, is onvoldoende onderbouwd. 4Het standpunt van Uninu B.V. 4.1 Uninu B.V. concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Stims Media B.V. in haar vordering, dan wel tot ontzegging van die vordering, met veroordeling van Stims Media B.V. in de kosten van dit geding en voert daartoe kort gezegd het volgende aan. 4.2 Uninu B.V. stelt zich allereerst op het standpunt dat Stims Media B.V. haar rechten heeft verwerkt door zich te gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Van belang is daarbij dat Stims Media B.V. Uninu B.V. bij exploot van 24 februari 2015 in rechte heeft betrokken, deze dagvaarding vervolgens niet heeft aangebracht, niets meer van zich heeft laten horen en vervolgens (meer dan een half jaar later) een tweede exploot van dagvaarding doet betekenen. Deze gedragingen/dit nalaten van Stims Media B.V. hebben bij Uninu B.V. het vertrouwen gewekt dat Stims Media B.V. haar rechten niet meer geldend zou maken. Aldus kan Stims Media B.V. in redelijkheid geen beroep meer doen op het door haar ingeroepen recht. 4.3 Voorts beroept Uninu B.V. zich op de volgende bepaling, welke op haar verzoek is opgenomen in de gewijzigde deelnametoekenning: "Indien er geen uitzending van de 2 geplande programma's plaatsvindt vindt restitutie plaats van het door UninU geïnvesteerde bedrag." Nu Uninu B.V. niet in het televisieprogramma "Alles over Wonen" is verschenen, is zij derhalve niets aan Stims Media B.V. verschuldigd. 4.4 Verder voert Uninu B.V. aan dat de overeenkomst onder invloed van dwaling is gesloten en derhalve, op grond van het bepaalde in artikel 6:228 lid 1 sub a en b BW, vernietigbaar is. Zo zijn voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst onjuiste inlichtingen verstrekt door [programmamanager] van Stims Media B.V. Uninu B.V. werd een commerciële campagne beloofd. Haar bedrijven zouden – met royale vermeldingen van logo’s en namen – gepresenteerd worden op televisie. Door deze toezeggingen is Uninu B.V. compleet verkeerd ingelicht. Voorts stelt Uninu B.V. dat er een mededelingsplicht rustte op Stims Media B.V. Stims Media B.V. had haar van meet af aan moeten informeren over de aard en de inhoud van het programma “Alles over Wonen” en zij had de door Uninu B.V. in de tussen partijen gevoerde telefoongesprekken uitesproken verwachtingen moeten bijstellen. Deze mededelingsplicht weegt zwaarder dan de onderzoeksplicht van Uninu B.V. 5De beoordeling 5.1 Allereerst is tussen partijen in debat het antwoord op de vraag of Stims Media B.V. haar rechten heeft verwerkt door een op een eerder moment aan Uninu B.V. betekende dagvaarding uiteindelijk niet aan te brengen bij de kantonrechter. Rechtsverwerking is aan orde wanneer iemand door zijn eigen gedragingen een hem toekomend recht (of een hem toekomende bevoegdheid) verspeelt; dat onder omstandigheden deze consequentie aan gedragingen kan worden verbonden vloeit voort uit de redelijkheid en billijkheid, in het bijzonder de beperkende werking daarvan (art. 6:248 BW). Alleen tijdsverloop brengt nog geen rechtsverwerking met zich mee; de Hoge Raad heeft beslist dat rechtsverwerking de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden vereist als gevolg waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de ander zijn aanspraken niet (meer) geldend zal maken, hetzij de wederpartij in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld als de ander zijn aanspraken alsnog geldend zou maken (HR 29 september 1995, NJ 1996, 89). Naar het oordeel van de kantonrechter brengt het enkele feit dat Stims Media B.V. een op een eerder moment aan Uninu B.V. betekende dagvaarding niet bij de kantonrechter heeft aangebracht niet met zich mee dat Uninu B.V. er op grond daarvan gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Stims Media B.V. haar aanspraken op een later moment niet meer geldend zou maken. Dit beroep van Uninu B.V. faalt derhalve. 5.2 Voorts twisten partijen over de vraag hoe de - op verzoek van Uninu B.V. - in de deelnametoekenning opgenomen bepaling, te weten: "Indien er geen uitzending van de 2 geplande programma's plaatsvindt vindt restitutie plaats van het door UninU geinvesteerde bedrag." dient te worden uitgelegd. 5.3 Met betrekking tot de wijze van uitleg van deze in de deelnametoekenning opgenomen bepaling stelt de kantonrechter voorop dat zowel Stims Media B.V. als Uninu B.V. als professionele partijen dienen te worden aangemerkt. Daarnaast staat weliswaar vast dat de deelnametoekenning grotendeels door Stims Media B.V. is opgesteld, maar dit neemt niet weg dat voorafgaande aan het ondertekenen van deze deelnametoekenning en daarmee aan het sluiten van de overeenkomst er uitgebreid overleg tussen partijen heeft plaatsgevonden en dat de thans in debat zijnde bepaling op verzoek van Uninu B.V. aan deze deelnametoekenning is toegevoegd. Deze bepaling heeft [technischcomm.manager] samen met de directrice van Uninu B.V. opgesteld. 5.4 Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen dient de bepaling naar het oordeel van de kantonrechter te worden uitgelegd aan de hand van de maatstaf die is te lezen in het door de Hoge Raad op 5 april 2013 gewezen arrest inzake Lundiform/Mexx (LJN: BY8101). 5.5 De Hoge Raad heeft daarbij geoordeeld dat aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen in een overeenkomst grote betekenis toekomt voor zover het gaat om een commerciële overeenkomst, gesloten tussen professioneel opererende partijen die over de inhoud van de overeenkomst hebben onderhandeld, terwijl de overeenkomst ertoe strekt de wederzijdse verplichtingen nauwkeurig vast te leggen. Maar ook indien bij de uitleg van een overeenkomst groot gewicht toekomt aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen, kunnen de overige omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. Beslissend blijft de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De genoemde vrijheid van de rechter om als uitgangspunt groot gewicht toe te kennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de omstreden woorden van de overeenkomst, stelt de rechter in staat om, vooralsnog zonder een inhoudelijke beoordeling van de stellingen van partijen, te komen tot een voorshands gegeven oordeel aangaande de uitleg van de overeenkomst. Vervolgens zal de rechter evenwel dienen te beoordelen of de partij die een andere uitleg van de overeenkomst verdedigt, voldoende heeft gesteld om tot bewijs dan wel tegenbewijs te worden toegelaten. 5.6 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dient de taalkundige uitleg van de in geschil zijnde bepaling derhalve centraal te worden gesteld. Voorshands is de kantonrechter dan ook van oordeel dat voornoemde bepaling geen ruimte biedt voor de uitleg zoals aangevoerd door Uninu B.V. Gelet op voormelde voorshandse bewezenverklaring ligt thans de vraag voor of Uninu B.V., de partij die een andere uitleg van de overeenkomst verdedigt, voldoende heeft gesteld om tot bewijs dan wel tegenbewijs te worden toegelaten. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend. Dit beroep van Uninu B.V. faalt derhalve eveneens. 5.7 Tot slot is tussen partijen in geschil of Uninu B.V. zich met recht kan beroepen op dwaling. Uninu B.V. stelt dat zij verschoonbaar heeft gedwaald - kort gezegd - omdat ze de overeenkomst nooit zou hebben gesloten als zij geweten had dat haar bedrijf nauwelijks 'exposure' zou krijgen in het televisieprogramma "Alles over Wonen". De kantonrechter overweegt als volgt. 5.8 Voor dwaling is vereist dat het – in dit geval Uninu B.V. - aan een juiste voorstelling van zaken heeft ontbroken en dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten. Voorts is vereist dat zich één van de drie in artikel 6:228 lid 1 BW genoemde gevallen voordoet, te weten - kort gezegd - a) de wederpartij heeft een onjuiste inlichting gegeven, b) de wederpartij heeft een mededelingsplicht geschonden, of c) er is sprake van wederzijdse dwaling. Het tweede lid bepaalt dat vernietiging niet kan worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend een toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven. Blijkens haar stellingen beroept Uninu B.V. zich op artikel 6:228 lid 1 sub a en b BW. 5.9 De kantonrechter is van oordeel dat Uninu B.V. onvoldoende heeft gesteld om in rechte als vaststaand aan te nemen dat de door Uninu B.V. gestelde telefonische inlichtingen daadwerkelijk door Stims Media B.V. zijn verstrekt en dat dientengevolge sprake is van dwaling. Onvoldoende gebleken is bovendien dat hetgeen door Stims Media B.V. voor het overige te kennen is gegeven verder gaat dan het in algemene bewoordingen aanprijzen van de deelname aan het televisieprogramma. Evenmin heeft Uninu B.V. naar het oordeel van de kantonrechter aannemelijk gemaakt dat Stims Media B.V. haar mededelingsplicht heeft geschonden door de door Uninu B.V. in de tussen partijen gevoerde telefoongesprekken uitgesproken verwachtingen niet bij te stellen. 5.10 Het voorgaande brengt mee dat het beroep van Uninu B.V. op dwaling niet kan slagen. De door Uninu op grond van dwaling gevorderde vernietiging van de overeenkomst is dan ook niet toewijsbaar. 5.11 Bovenstaande overwegingen leiden ertoe dat de hoofdsom zal worden toegewezen. Omdat Uninu B.V. met de betaling daarvan in verzuim is geraakt, zal de gevorderde rente eveneens worden toegewezen. 5.12 De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. Niet is gebleken dat door Stims Media B.V. en/of haar incassogemachtigde werkzaamheden zijn verricht die betrekking hebben op meer dan het voorbereiden van de onderhavige procedure. 5.13 Uninu B.V. zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De meegevorderde nakosten zijn eveneens toewijsbaar. Deze nakosten deze zullen worden begroot op het tarief van een half punt gemachtigdensalaris. Omdat er sprake moet zijn van een redelijke termijn voor betaling, is de ingangsdatum veertien dagen na de betekening van dit vonnis. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt Uninu B.V. om tegen kwijting aan Stims Media B.V. te betalen € 3.018,95 vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover te rekenen vanaf 22 mei 2014 tot de dag der algehele voldoening; veroordeelt Uninu B.V. in de kosten van het geding, aan de zijde van Stims Media B.V. tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 466,00 aan griffierecht, € 77,84 aan explootkosten en € 350,00 voor salaris van de gemachtigde te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn voldaan; veroordeelt Uninu B.V. in de nakosten, die worden begroot op een bedrag van € 87,50 te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn voldaan;; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het anders of meer gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann, kantonrechter, en op 23 maart 2016 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier. typ: LvdW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.