RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/850081-15 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 1 juli 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans verblijvende in [naam PI] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2016. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.C. Westerling-Diderich. Tenlastelegging Aan verdachte is, na aanvulling als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat: 1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 2 mei 2015 tot en met 9 oktober 2015 in de gemeente(
(7x)€ 9.576,00 ◦ 6 telefoonrecorders € 2 .328,00 ◦ crisisondersteuning ISP € 38.200,00 ◦ vervanging security manager € 18.454,00 € 68.558,00 De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard, nu dat deel van de vordering geen rechtstreeks verband houdt met de bewezen verklaarde feiten dan wel onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank zal niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van dat deel van de schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. Anders dan de raadsman heeft gesteld, is naar het oordeel van de rechtbank ook aan Fair Play Centers B.V. door het onder 1 bewezen verklaarde rechtstreeks schade toegebracht. Eén van de casino’s van Fair Play Centers B.V. bevindt zich in de [naam stadion] , waar ook een vestiging van Jumbo is gevestigd. Op 6 juni 2015 is, nadat er was gedreigd dat in deze vestiging van Jumbo een bom zou afgaan, ook dit casino ontruimd. Als gevolg van deze ontruiming zijn de gevorderde kosten ontstaan. De rechtbank acht de vordering van € 18.230,55, te vermeerderen met de wettelijke rente, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 45, 57, 157 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: Verklaart het onder 1, 2 , 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Gelast de teruggave van de in beslag genomen goederen aan verdachte -nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden- te weten: - 1 zwarte paraplu; - 2 sleutels; - 1 zwarte jas. (ten aanzien van alle feiten) Wijst de vordering van de benadeelde partij Jumbo Supermarkten B.V. toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 72.207,00 (zegge: tweeënzeventigduizend tweehonderd zeven euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.281,00 vanaf 31 mei 2015, over € 2 .368,00 vanaf 7 juni 2015 en over € 68.558,00 vanaf 9 oktober
- Bepaalt dat de benadeelde partij Jumbo Supermarkten B.V. voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Jumbo Supermarkten B.V., te betalen een bedrag van € 72.207,00 (zegge: tweeënzeventigduizend tweehonderd zeven euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.281,00 vanaf 31 mei 2015, over € 2 .368,00 vanaf 7 juni 2015 en over € 68.558,00 vanaf 9 oktober 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 359 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Jumbo Supermarkten B.V., daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen. (ten aanzien van feit 1) Wijst de vordering van de benadeelde partij Fair Play Centers B.V. toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 18.230,55 (zegge: achttienduizend tweehonderd dertig euro en vijfenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Fair Play Centers B.V., te betalen een bedrag van € 18.230,55 (zegge: achttienduizend tweehonderd dertig euro en vijfenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 126 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Fair Play Centers B.V., daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Stuiver, voorzitter, mr. F. de Jong en mr. M. Haisma, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juli
- zie pagina 830 van het dossier zie voor SIN proces-verbaal d.d. 19 november 2015, opgenomen op pagina 126 e.v. van het FO dossier zie proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 22 juli 2015, opgenomen op pag. 84 e.v. van het FO dossier proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2015, opgenomen op pagina 323 e.v. van het dossier de ter terechtzitting voorgedragen en overgelegde pleitnota proces-verbaal van verhoor B.N. [getuige 2] d.d. 10 oktober 2015, opgenomen op pagina 2010 e.v. van het dossier en proces-verbaal van verhoor J.J.G. [verdachte] d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 2102 e.v. van het dossier