vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/149683 / KG ZA 16-200 Vonnis in kort geding van 24 augustus 2016 in de zaak van 1 [eiser 1] wonende te [woonplaats] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EEWAL LEEUWARDEN ONROEREND GOED, gevestigd te Leeuwarden, eisers, advocaat mr. T.E. Heslinga te Leeuwarden, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. C.S. Huizinga te Leeuwarden. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling d.d. 9 augustus 2016, ten behoeve waarvan [gedaagde] producties in het geding heeft gebracht en waarbij de advocaat van [gedaagde] het standpunt van zijn cliënt heeft toegelicht aan de hand van een pleitnota de brieven van beide advocaten d.d. 16 augustus 2016 met betrekking tot de termijn waarbinnen nutsvoorzieningen kunnen worden aangelegd, welke brieven conform de ter zitting gemaakte afspraken na afloop van de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht. 1.2. Vervolgens is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eisers] (als koper) heeft in 2014 een koopovereenkomst gesloten met [gedaagde] (als verkoper). De tekst van de schriftelijke koopovereenkomst d.d. 14 januari 2014 luidt (voor zover van belang): Verkoper verkoopt aan koper, die van verkoper koopt: Het flatgebouw gelegen aan de [adres] , kadastraal perceel nog uit te meten maar groot ca. 890 m2. (…..) BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN Koper, of diens opvolger, verplicht zich het verkochte op een manier te verbouwen die passend is in het gehele park met recreatiewoningen. Daarnaast mag het gebruik van het verkochte niet conflicteren met het recreatieve gebruik van de naast- en achterliggende recreatiewoningen. (…..) Het ge- en verkochte zal hierna worden aangeduid als het flatgebouw. 2.2. [eisers] heeft op 1 mei 2015 aan de medewerkers verbonden aan het kantoor van mr. S. de Valk, notaris te Hurdegaryp, een volmacht gegeven, waarvan de tekst luidt (voor zover van belang): speciaal om (mede) voor en namens ondergetekende te aanvaarden, (…..) het navolgende registergoed: Het flatgebouw met opstallen erf, tuin en verdere aan- en toebehoren, staande en gelegen aan de [adres] , uitmakende een op het terrein aangeduid gedeelte ter grootte van ongeveer acht are en negentig centiare van het perceel kadastraal bekend gemeente Balk, [nummer] ; (…..) de koopsom tegen kwijting te betalen, lasten te verrekenen, de ter voorschreven zake nodige akten en stukken te doen opmaken, te verlijden en te tekenen, woonplaats te kiezen en verder al datgene te verrichten wat de gemachtigde raadzaam zal oordelen, een en ander met macht van substitutie. 2.3. Bij voormelde volmacht was de akte van levering gevoegd, welke [eisers] met het verlenen van de volmacht heeft goedgekeurd. In artikel 5 lid 12 van die akte staat vermeld dat de verkoper bij het aangaan van de koopovereenkomst heeft gegarandeerd dat: het verkochte heden rechtstreeks is aangesloten op de openbare leidingen voor water, energie en riool en dat het verkochte aansluiting heeft op het kabeltelevisienet en rechtmatige en onbeperkte uitgang op de openbare weg op de wijze als ter plaatse blijkt. 2.4. Op 6 mei 2015 om 16.40 uur is door notaris mr. De Valk de akte van levering verleden met betrekking tot het flatgebouw c.a. De tekst van deze akte wijkt af van de tekst van de in rechtsoverweging 2.3. genoemde en door [eisers] goedgekeurde akte van levering, in die zin dat aan het slot van 'bijzondere lasten en beperkingen' is toegevoegd: Tevens wordt verwezen naar een akte van levering, vandaag verleden voor meester Alle Jan Nicolai, notaris te Balk, gemeente De Friese Meren, waarbij door verkoper werd verkocht en geleverd de villa " [naam] ", met ondergrond, erf, parkeerterrein, tuin en verder aan- en toebehoren, plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend gemeente Balk, [nummer] (deels), in welke akte woordelijk staat vermeld: VESTIGING KWALITATIEVE VERPLICHTING Verkoper en koper komen bij deze overeen ten aanzien van het bij verkoper in eigendom blijvende gedeelte van het perceel gemeente Balk, [nummer] , alsmede de percelen gemeente Balk, [nummer] te vestigen een beding met kwalitatieve werking als bedoeld in artikel 6:252 BW van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende dat: 1. Verkoper verbindt zich jegens koper ten aanzien van het bij verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van perceel gemeente Balk, [nummer] , alsmede de percelen gemeente Balk, [nummer] , hierna te noemen "het perceel", te dulden dat: a. in de woningen, flat en/of omliggende objecten geen opvang van asielzoekers of andere vorm van opvang in de ruimste zin des woord zal plaatsvinden; b. in de woningen, flat en/of omliggende objecten geen verslavingszorg en/of andere vorm van speciale zorg in de ruimste zin des woords zal plaatsvinden; c. in de woningen, flat en/of omliggende objecten geen bewoning door (gast)arbeiders zal plaatsvinden; d. in de woningen, flat en/of omliggende objecten geen horeca zal plaatsvinden. Bij overtreding van deze kwalitatieve verplichting, wordt door de overtreder ten behoeve van zijn tegenpartij een boete verbeurd van éénhonderd duizend euro (€ 100.000,00) voor iedere overtreding, alsmede een boete van vijf duizend euro (€ 5.000,00) voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, te betalen binnen veertien dagen na daartoe strekkende aanmaning door de tegenpartij, met dien verstande dat nimmer enige uitdrukkelijke ingebrekestelling zal zijn vereist en onverminderd het recht van de bedoelde tegenpartij op vergoeding van de eventueel meer geleden schade en onverminderd het recht van de bedoelde tegenpartij om tegelijk nakoming van de boete én van de betreffende verplichting te verlangen. 2. De onder 1 omschreven verplichtingen zullen overgaan op al degenen die het perceel zullen verkrijgen, hetzij onder algemene titel, hetzij onder bijzondere titel. 3. Degenen die van de rechthebbende tot het perceel een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen zijn eveneens aan de onder 1 omschreven verplichtingen gebonden. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID Verkoper en koper zijn voorts blijkens voormelde overeenkomst overeengekomen en vestigen ter uitvoering daarvan, ten behoeve van het verkochte, het heersende erf, en ten laste van het bij verkoper in eigendom blijvende gedeelte van het perceel gemeente Balk, [nummer] , het dienende erf, een erfdienstbaarheid om in verband met bevoorrading van de keuken langs de oprit naar de keuken te komen van- en te gaan naar de Leise Leane; voormelde erfdienstbaarheid wordt gevestigd onder de navolgende bepalingen: - bedoelde oprit zal niet mogen worden verlegd, tenzij de eigenaren van het heersende en het dienende erf bij notariële akte anders overeenkomen; - op bedoeld oprit zal zich niets mogen bevinden, hetgeen de uitoefening van de erfdienstbaarheid zou kunnen belemmeren of verhinderen; - de uitoefening van de erfdienstbaarheid moet op de voor het dienende erf minst bezwarende wijze geschieden; - de erfdienstbaarheid zal ongewijzigd blijven voortbestaan, ook al mocht het heersende erf worden bebouwd, gesplitst of van aard of bestemming worden veranderd, ongeacht de daardoor veroorzaakte verzwaring; - de kosten van deugdelijk onderhoud van bedoelde oprit komen voor rekening van verkoper, voormelde zojuist gevestigde erfdienstbaarheid wordt door koper aangenomen. 2.5. De akte van levering van het flatgebouw is ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers op 8 mei 2015. 2.6. De vorenbedoelde akte van levering verleden voor mr. A.J. Nicolai, notaris te Balk, (rechtsoverweging 2.4.) betreft de levering van de villa ' [naam] ' (hierna te noemen de villa) door [gedaagde] aan de besloten vennootschap JBMG B.V. (hierna te noemen JBMG), gevestigd te Balk, welke villa JBMG in 2015 van [gedaagde] heeft gekocht. Deze akte is verleden op 6 mei 2015 te 18.30 uur en ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers op 7 mei 2015. De (hellende) op- en afrit, die toegang geeft tot het souterrain van het flatgebouw en tot de kelder van de villa is daarbij geleverd aan JBMG. Deze (hellende) op- en afrit zal hierna worden aangeduid als 'de oprit'. 2.7. De kadastrale grens tussen de door [gedaagde] aan [eisers] respectievelijk JBMG verkochte percelen is voorlopig ingemeten maar nog niet vastgesteld. 2.8. Het flatgebouw is niet aangesloten op alle nutsvoorzieningen. 3Het geschil 3.1. [eisers] vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad: 1. [gedaagde] te gebieden uiterlijk twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis haar verplichtingen uit de overeenkomst met betrekking tot de koop van het pand aan de [adres] na te komen inhoudende: a. [gedaagde] te veroordelen tot volledige medewerking aan de juridische onbeperkte levering door [gedaagde] aan [eisers] van het pand aan de [adres] conform de akte zoals gehecht aan de volmacht van 1 mei 2015, dat wil zeggen exclusief de extra opgenomen bepalingen ter zake de kwalitatieve verplichting en de erfdienstbaarheid; b. [gedaagde] te veroordelen tot levering van de (gehele dan wel gedeeltelijke) oprit aan de westzijde van het pand aan de [adres] conform de tussen partijen gemaakte afspraken, opdat [eisers] zijn pand kan betreden; c. [gedaagde] te veroordelen tot levering van de nutsvoorzieningen en plaatsing van de meters, conform de tussen partijen gemaakte afspraken en conform hetgeen is opgenomen in de akte van levering zoals gehecht aan de volmacht van 1 mei 2015; 2. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,00, voor elke dag of dagdeel daarvan dat [gedaagde] niet voldoet aan het gevorderde onder sub 1, met een maximum van € 50.000,-, danwel een in goede justitie nader te bepalen dwangsom en maximum; 3. [gedaagde] te veroordelen tot de kosten van onderhavig kort geding alsmede de nakosten daarvan. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] in zijn vordering, althans tot afwijzing daarvan, met hoofdelijke veroordeling van [eisers] in de kosten van het geding, zulks met de bepaling dat over die proceskostenveroordeling de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van de vijftiende dag na de datum van het te dezen te wijzen vonnis, en met verklaring dat deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad is. 3.3. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling spoedeisend belang 4.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eisers] een voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, nu uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat [eisers] op diverse manieren hinder ondervindt van de voor hem onduidelijke (juridische) situatie ten aanzien van de oprit (en daarmee de toegankelijkheid van de hoofdingang), de erfdienstbaarheid en de kwalitatieve verplichting en de (ontbrekende) nutsvoorzieningen in het flatgebouw. [eisers] heeft er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter belang bij dat er op korte termijn een of meerdere voorzieningen worden getroffen, teneinde voormelde onduidelijkheden op te heffen, te meer nu [eisers] (die handelt in onroerend goed) het flatgebouw wenst te verkopen. de oprit 4.2. [eisers] stelt dat [gedaagde] de oprit aan hem heeft verkocht maar niet heeft geleverd. De oprit is onderdeel van het verkochte, te weten het flatgebouw met opstallen, erf, tuin en verdere aan- en toebehoren. Volgens [eisers] is door [gedaagde] ook erkend dat hij de oprit aan [eisers] heeft verkocht. Voorts stelt [eisers] dat hij er op mocht vertrouwen dat de oprit tot het gekochte behoorde, nu hij alleen via de oprit het souterrain en de hoofdingang kan betreden. Door het niet leveren van de oprit kan [eisers] de hoofdingang van het flatgebouw en de ingang van het souterrain niet gebruiken, zodat er sprake is van non-conformiteit. 4.3. [gedaagde] betwist dat de oprit behoort tot hetgeen [eisers] heeft gekocht. [gedaagde] verwijst daartoe enerzijds naar de functie en de ligging van de oprit en anderzijds naar de contractstukken en de akte van levering. De oprit is, zo voert [gedaagde] aan, geen oprit maar een verbindingsweg die tussen de villa en het flatgebouw door loopt. Aan de ene kant van de verbindingsweg bevindt zich een deur die toegang geeft tot de kelders van het flatgebouw en recht daar tegenover bevindt zich een doorgang naar de keuken van de villa. Voorts betwist [gedaagde] dat de door [eisers] gestelde toegang de hoofdingang van het flatgebouw zou betreffen en dat het flatgebouw niet bereikbaar zou zijn. Daarnaast verwijst [gedaagde] naar de tekst van de koopovereenkomst en de akte van levering. Een redelijke uitleg van 'het flatgebouw met opstallen, erf tuin en verdere aan- en toebehoren' kan volgens [gedaagde] , afgezet tegen de situatie ter plaatse, niet tot de conclusie leiden dat daarmee tevens wordt gedoeld op de verbindingsweg. Tot slot voert [gedaagde] aan dat de notariële akte van levering dwingend bewijs oplevert, niet alleen ten aanzien van de vraag wat is geleverd, maar ook ten aanzien van hetgeen partijen hebben verklaard te hebben verkocht respectievelijk gekocht. Blijken de kadastrale tekening, die onderdeel uitmaakt van de akte, waarop het verkochte en geleverde perceel gearceerd is weergegeven, maakt de oprit geen deel uit van het aan [eisers] verkochte en geleverde, aldus [gedaagde] . 4.4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De notariële akte van levering levert weliswaar tussen partijen dwingend bewijs op van hetgeen zij zijn overeengekomen, maar daar staat tegenbewijs van open en naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eisers] de bewijskracht van de inhoud van de akte van levering op dit punt voldoende ontzenuwd, nu het tegenbewijs reeds in de processtukken besloten ligt. De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat door [eisers] een tweetal foto's van de oprit in het geding is gebracht. Gezien de situatie zoals die uit die foto's blijkt, ligt het naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voor de hand ervan uit te gaan dat de oprit behoort bij het flatgebouw. Hiertoe is het volgende redengevend. De oprit ligt aan de kant van het flatgebouw en er bevindt zich een (afscheidend) hekwerk langs de oprit aan de zijde van de villa. Het laagste gedeelte van de oprit geeft ook duidelijk toegang tot het souterrain van het flatgebouw. Uitsluitend ter hoogte van de kelder van de (keuken van) de villa is er een (relatief smalle) doorgang vanaf de oprit naar de villa. Visueel behoort de oprit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook tot het flatgebouw. Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat, gelijk [eisers] heeft aangevoerd, het flatgebouw in de huidige situatie niet bereikbaar is via de als zodanig (her)kenbare en daartoe bestemde hoofdingang (dat wil zeggen de ingang waarvan de daarvoor gelegen (brede) trap zichtbaar is op een van de door [eisers] in het geding gebrachte foto'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.