beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen Meervoudige wrakingskamer Zaaknummer / rekestnummer: C/18/l66500 / PR RK 16-158 Datum beslissing: 21 april 2016 Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van [A] kantoorhoudende te [plaatsnaam], verzoeker, in persoon procederende. 1Het procesverloop 1.1 [A] heeft bij brief van 18 april 2016 mr. P. Molema als rechter in deze rechtbank in de zaak met nummer C/18/166071/PR RK 16-136 gewraakt. 1.2 Bij e-mailbericht van 18 april 2016 heeft mr. Molema kenbaar gemaakt dat hij niet in het wrakingsverzoek berust. 1.3 Op 21 april 2016 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld door mr. P.J. Duinkerken, voorzitter, en mrs. A.M.A.M. Kager en M.A.B. Faber-Siermann, leden. 1.4 [A] is ter zitting verschenen n heeft het woord gevoerd aan de hand van een door hem overgelegde pleitnota. Mr. Molema is met kennisgeving niet ter zitting verschenen. 1.5 Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat deze beslissing vandaag wordt uitgesproken. 2Het standpunt van [A] 2.1 legt - zakelijk weergegeven - aan het verzoek ten grondslag dat uitgangspunt is dat de behandeling van een verzoek tot het leggen van conservatoir beslag met de nodige voortvarendheid ter hand moet worden genomen. De behandeling van zijn verzoek laat onevenredig lang op zich wachten, terwijl hij er een zwaarwegend belang bij heeft dat zijn verzoek met spoed wordt behandeld en afgehandeld. Het ontbreken van de nodige voortvarendheid brengt met zich dat er sprake is van vooringenomenheid van de behandelend rechter. Voorts is er strijd met hoor en wederhoor omdat hij niet is gehoord en evenmin is geïnformeerd over een - niet nader gemotiveerd en onderbouwd - uitstelverzoek van de verwerende partij dat daags voor de zitting is ingediend en werd gehonoreerd. Ook dat tekent de vooringenomenheid en bevoordeling door de rechter van de schuldenaar. 3Het standpunt van mr. Molema 3.1 Mr. Molema voert, samengevat weergegeven en voor zover voor de beoordeling van belang, aan dat het bij verzoeken als de onderhavige uitgangspunt is dat de verwerende partij wordt gehoord alvorens op het verzoek wordt beslist. Het verzoek zou op maandag 18 april 2016 worden behandeld. De verwerende partij heeft op vrijdag 15 april 2016 verzocht om de behandeling uit te stellen. Dit verzoek heeft mr. Molema op maandagochtend 18 april 2016, enkele uren voor aanvang van de zitting, bereikt. Omdat mr. Molema - overeenkomstig de aanbevelingen uit de beslagsyllabus - beide partijen wenste te horen, heeft hij besloten het uitstelverzoek te honoreren. Hij heeft de griffer aan [A] laten mededelen dat de zitting zou worden uitgesteld en dat een nieuwe behandeling binnen enkele dagen, op 22 april 2016 zou plaatsvinden. Mr. Molema stelt zich op het standpunt dat de enkele omstandigheid dat hij een eenzijdig verzoek tot uitstel heeft ingewilligd, geen schijn van partijdigheid oplevert. 4De beoordeling 4.1 De wrakingskamer overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 36 Rv en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria. 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.