← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2016:5208

vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/151086 / KG ZA 16-275 Vonnis in kort geding van 23 november 2016 in de zaak van

  1. de vereniging VERENIGING BUMA, gevestigd te Amstelveen,
  2. de stichting STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN, gevestigd te Hilversum, eiseressen, hierna te noemen Buma respectievelijk Sena en tezamen te noemen Buma c.s., advocaat mr. S.R.M.T. Janssen te Hoofddorp, tegen
  3. de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] gevestigd te [vestigingsplaats] ,
  4. [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats] , mede wonende te [woonplaats] ,
  5. [gedaagde sub 3], wonende te [woonplaats] , mede wonende te [woonplaats] , gedaagden, hierna te noemen [gedaagden] , niet verschenen. 1De procedure 1.
  6. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 20 oktober 2016 de mondelinge behandeling van 4 november 2016 het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek. 1.
  7. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  8. De vorderingen van Buma c.s. komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen zullen daarom worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende. 2.
  9. Aan de gevorderde dwangsommen zal per veroordeling een maximum worden verbonden van € 5.000,00 en de voorzieningenrechter zal gelet op het bepaalde in artikel 611a lid 3 Rv bepalen dat [gedaagden] de dwangsom pas verbeurt indien zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met de haar opgelegde verboden. 2.
  10. De in artikel 1019i lid 1 Rv bedoelde termijn voor het instellen van de hoofdzaak wordt ambtshalve vastgesteld op zes maanden na betekening van dit vonnis. 2.
  11. [gedaagden] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Buma c.s. worden vastgesteld op: - dagvaarding € 113,49 - griffierecht 619,00 - salaris advocaat 527,00 Totaal € 1.259,
  12. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  13. verbiedt [gedaagden] om in de lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het Buma-repertoire als bedoeld onder punt 1 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van heden, voor zover [gedaagden] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen; 3.
  14. bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het onder r.o. 3.1 bepaalde, aan Buma een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt; 3.
  15. verbiedt [gedaagden] om in haar lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of reproductie daarvan als bedoeld onder punt 2 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van heden, voor zover [gedaagden] daartoe geen licentie van Sena heeft verkregen; 3.
  16. bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het onder r.o. 3.
  17. bepaalde, aan Sena een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt; 3.
  18. veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van Buma c.s. tot op heden vastgesteld op € 1.259,49; 3.
  19. bepaalt ingevolge het bepaalde in artikel 1019i Rv de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden na betekening van dit vonnis; 3.
  20. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  21. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Sanna en in het openbaar uitgesproken op 23 november
  22. type:
  23. coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.