vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/151086 / KG ZA 16-275 Vonnis in kort geding van 23 november 2016 in de zaak van
- de vereniging VERENIGING BUMA, gevestigd te Amstelveen,
- de stichting STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN, gevestigd te Hilversum, eiseressen, hierna te noemen Buma respectievelijk Sena en tezamen te noemen Buma c.s., advocaat mr. S.R.M.T. Janssen te Hoofddorp, tegen
- de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats] , mede wonende te [woonplaats] ,
- [gedaagde sub 3], wonende te [woonplaats] , mede wonende te [woonplaats] , gedaagden, hierna te noemen [gedaagden] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 20 oktober 2016 de mondelinge behandeling van 4 november 2016 het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- De vorderingen van Buma c.s. komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen zullen daarom worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende. 2.
- Aan de gevorderde dwangsommen zal per veroordeling een maximum worden verbonden van € 5.000,00 en de voorzieningenrechter zal gelet op het bepaalde in artikel 611a lid 3 Rv bepalen dat [gedaagden] de dwangsom pas verbeurt indien zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met de haar opgelegde verboden. 2.
- De in artikel 1019i lid 1 Rv bedoelde termijn voor het instellen van de hoofdzaak wordt ambtshalve vastgesteld op zes maanden na betekening van dit vonnis. 2.
- [gedaagden] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Buma c.s. worden vastgesteld op: - dagvaarding € 113,49 - griffierecht 619,00 - salaris advocaat 527,00 Totaal € 1.259,
- 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
- verbiedt [gedaagden] om in de lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het Buma-repertoire als bedoeld onder punt 1 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van heden, voor zover [gedaagden] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen; 3.
- bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het onder r.o. 3.1 bepaalde, aan Buma een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt; 3.
- verbiedt [gedaagden] om in haar lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of reproductie daarvan als bedoeld onder punt 2 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van heden, voor zover [gedaagden] daartoe geen licentie van Sena heeft verkregen; 3.
- bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het onder r.o. 3.
- bepaalde, aan Sena een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt; 3.
- veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van Buma c.s. tot op heden vastgesteld op € 1.259,49; 3.
- bepaalt ingevolge het bepaalde in artikel 1019i Rv de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden na betekening van dit vonnis; 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Sanna en in het openbaar uitgesproken op 23 november
- type:
- coll:
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.