← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2016:5674

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/740014-15 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 20 december 2016 op een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , thans verblijvende te [verblijfplaats] . Procesverloop De officier van justitie heeft d.d. 8 december 2016 schriftelijk gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van 90 dagen jeugddetentie waarvan -bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank op 26 februari 2016 gewezen tegen de veroordeelde- bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, onder de in dat vonnis vermelde algemene en bijzondere voorwaarden. De rechter-commissaris in strafzaken van deze rechtbank heeft op 28 november 2016 de voorlopige tenuitvoerlegging van voornoemde jeugddetentie bevolen. De behandeling van voornoemde vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 20 december

  1. Hierbij waren aanwezig, de veroordeelde, zijn raadsman mr. P.R. Logemann, veroordeeldes ouders, mevrouw M.J. Kroese namens de Raad voor de Kinderbescherming, de heer J. Wolfard namens het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid en [naam gezinsvoogd], de gezinsvoogd van veroordeelde. Motivering Uit de stukken blijkt dat de bij voormeld vonnis vastgestelde proeftijd is aangevangen op 12 maart
  2. De veroordeelde heeft, blijkens het schrijven van het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, gedateerd 28 november 2016, de bij voornoemd vonnis opgelegde bijzondere voorwaarde niet nageleefd. Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie op dit moment opportuun is. In dat kader heeft de rechtbank acht geslagen op het navolgende. Mevrouw Kroese heeft ter terechtzitting aangegeven dat veroordeelde op 21 december 2016 gesloten geplaatst kan worden in de Wilster. Zij heeft namens de Raad geadviseerd deze civielrechtelijke gesloten plaatsing voorrang te geven boven de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Voor veroordeelde is behandeling met betrekking tot zijn psychische problematiek en gokverslaving van belang. Deze behandeling kan hij tijdens de jeugddetentie niet krijgen, maar wel in het kader van de gesloten plaatsing in de Wilster. Ter terechtzitting is gebleken dat de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman, de heer J. Wolfard, [naam gezinsvoogd] en de ouders van veroordeelde achter het advies van de Raad staan. De officier van justitie heeft ter terechtzitting haar vordering aangepast, in die zin dat de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie gedeeltelijk ten uitvoer zou moeten worden gelegd, te weten voor 23 dagen, zodat verdachte op 21 december 2016 gesloten kan worden geplaatst in de Wilster en daar vervolgens kan worden behandeld. Op 20 december 2016 is door de meervoudige kamer van deze rechtbank een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 21 december 2016 tot 18 mei
  3. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en de strekking van de in het vonnis vermelde algemene en bijzondere voorwaarden alsmede de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, thans de behandeling van de veroordeelde in het civiele kader van groter belang moet worden geacht dan tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde sanctie. Gezien het vorenstaande zal de rechtbank de mondelinge vordering van de officier van justitie toewijzen en de gedeeltelijke ten uitvoerlegging van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie gelasten, te weten 23 dagen. De rechtbank heeft gelet op artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de jeugddetentie, te weten 23 dagen, waarvan, bij vonnis van deze rechtbank d.d. 26 februari 2016 tegen de veroordeelde gewezen, bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden ten uitvoer gelegd. Deze beslissing is gegeven door mr. L.G. Wijma, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. N.A. Vlietstra en mr. S.T. Kooistra, kinderrechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.