RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie: Groningen Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Zaak-/rekestnr.: C/18/171097 / FA RK 16-3011 Beschikking van 24 oktober 2016, van de rechtbank Noord-Nederland naar aanleiding van het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van: [naam 1] , geboren op [geboortedatum] wonende te [plaats] , thans verblijvende in de kliniek van Lentis Groningen, hierna te noemen: betrokkene. Procesverloop De burgemeester van de gemeente [plaats] heeft bij beschikking van 20 oktober 2016 een last tot inbewaringstelling afgegeven. Deze beschikking is, evenals de geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21 van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet Bopz) overgelegd. Op 21 oktober 2016 heeft de officier van justitie het verzoek ingediend. De rechtbank heeft op 24 oktober 2016 de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door mr. L.G. Mellens-Schrage, - mw. [naam 2] , psychiater. Beoordeling Uit de stukken blijkt dat de psychiater die de geneeskundige verklaring heeft opgemaakt, betrokkene niet persoonlijk heeft gezien. Zijn verklaring is opgesteld enkel op basis van informatie van derden. Betrokkene weigerde de psychiater de toegang tot haar woning en deed de deur voor hem dicht. Volgens de jurisprudentie inzake het opstellen van een geneeskundige verklaring in verband met het afgeven van een last tot inbewaringstelling moet de betrokkene door een psychiater zijn gezien, die op basis van zijn onderzoek de geneeskundige verklaring opstelt. Wanneer een arts, niet psychiater de geneeskundige verklaring opstelt moet volgens vaste jurisprudentie de betrokkene zo snel mogelijk na de feitelijke vrijheidsbeneming alsnog door een onafhankelijk psychiater worden gezien. Een redelijke toepassing van de wettelijke bepalingen inzake de geneeskundige verklaring in het kader van de inbewaringstelling en de uitleg daarvan in de jurisprudentie brengt met zich mee dat, wanneer de psychiater de verklaring heeft opgesteld zonder betrokkene met dat doel zelf te hebben onderzocht, een dergelijk onderzoek alsnog dient plaats te vinden zo spoedig mogelijk na op vrijheidsbeneming. Dat is in deze zaak niet gebeurd waardoor de geneeskundige verklaring niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Reeds om die reden zal het verzoek worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: wijst af het verzoek tot verlening van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Deze beschikking is gegeven te Groningen door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier. (fn: RH) Tegen deze beschikking staat geen gewoon rechtsmiddel open.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.