RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/730155-14 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 april 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter van 3 april 2015 en het onderzoek op de terechtzitting van de meervoudige kamer van 28 maart 2017. Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. N.C. Reehuis, advocaat te Amsterdam, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 17 oktober 2013 te of bij Wijnjewoude, in elk geval in de gemeente Opsterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand van benzinetankstation van het bedrijf [bedrijfsnaam] , gevestigd aan of bij de [straatnaam] heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid pakjes sigaretten en/of shag, althans een (grote) hoeveelheid rookwaar, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf Benzinetankstation [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 17 oktober 2013 te Wijnjewoude, in elk geval in de gemeente Opsterland, en/of te Haulerwijk, in elk geval in de gemeente Ooststellingwerf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid pakjes sigaretten en/of shag, althans een (grote) hoeveelheid rookwaar, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (grote) hoeveelheid pakjes sigaretten en/of shag, althans (grote) hoeveelheid rookwaar, wist(
- en)of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; 2. hij in of omstreeks 4 mei 2013 tot en met 17 oktober 2013 te Wijnjewoude, in elk geval in de gemeente Opsterland, en/of te Amstelveen en/of te Drachten nen/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto, van het merk Audi (type Quattro Rs3) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto, van het merk Audi (type Quattro Rs3) wist(
- en)of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 4 mei 2013, althans in het jaar 2013, te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen)auto, van het merk Audi (type Quattro Rs3), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; 3. hij in of omstreeks de periode omvattende de de dagen 16 oktober 2013 en 17 oktober 2013 te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meerdere kentekenpla(a)t(
- en)(voorzien van het kenteken [nummer] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 16 oktober 2013 en 17 oktober 2013 te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland en/of te Wijnjewoude, in elk geval in de gemeente Opsterland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere kentekenpla(a)t(
- en)(voorzien van het kenteken [nummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenpla(a)t(
- en)wist(
- en)of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde kan worden bewezen en heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden geëist. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de aangetroffen sporen van verdachte en de medeverdachten zijn aan te merken als dadersporen. Nu verdachte geen aannemelijke alternatieve verklaring heeft gegeven voor de aangetroffen sporen en zichzelf evenmin een alibi heeft verschaft is er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat verdachte de feiten met de medeverdachten heeft gepleegd. De officier van justitie heeft gewezen op de combinatie van sporen van verdachte en de twee medeverdachten, waarbij van verdachte onder meer sporen op een oortje van een walkietalkie die zich in de Volkswagen Polo bevond, zijn aangetroffen. Gelet op de korte tijdspanne tussen de inbraak en de diefstal van de kentekenplaten kan het niet anders dan dat de inbrekers ook de kentekenplaten hebben weggenomen. Bij deze feiten is voorts sprake geweest van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking. De onder 3 ten laste gelegde heling van de Audi kan eveneens worden bewezen, aangezien verdachten het gestolen voertuig aanwezig hadden en hierover de beschikkingsmacht hadden, aldus de officier van justitie. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Hiertoe heeft zij naar voren gebracht dat het aangetroffen DNA-materiaal een mengprofiel betreft dat is aangetroffen op een los voorwerp dat niet afkomstig is van de inbraak en waarvan evenmin vaststaat dat het een rol heeft gespeeld bij de inbraak. Voorts is er geen enkel ander bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de hem tenlastegelegde feiten. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat van verdachte enkel DNA-materiaal is aangetroffen op een oortje van een walkietalkie. Dit goed bevond zich in de Volkswagen Polo, waarin de rookwaar afkomstig van een kort tevoren gepleegde inbraak is aangetroffen. Van verdachte zijn geen sporen op of nabij de buit of op inbrekerswerktuigen gevonden. Nu er voorts geen ander bewijs is dat verdachte in verband brengt met de hem ten laste gelegde feiten, is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden voor de betrokkenheid van verdachte bij de hem ten laste gelegde feiten. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het hem onder1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.B. de Wit en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. A. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 april 2017.