← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2017:1836

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen parketnummer 18/930176-16 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 mei 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats/land], wonende te [straatnaam], [woonplaats]. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 mei

  1. De verdachte is verschenen. Het onderzoek heeft plaats gevonden met bijstand van een tolk in het Farsi, nu verdachte heeft aangegeven de Nederlandse taal onvoldoende te beheersen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke. Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 4 februari 2016 te [pleegplaats] en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft hij - twee bustickets aangeschaft voor en/of verstrekt aan voornoemde personen en/of (vervolgens) - voornoemde personen begeleid tijdens een busreis van Meppen (Duitsland) naar Emmen, althans naar Nederland. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer1] en [slachtoffer2] op heeft gehaald vanuit Meppen en dat hij bustickets voor hen heeft gekocht, terwijl hij wist dat de toegang tot Nederland van beide personen wederrechtelijk is. Het standpunt van verdachte Verdachte heeft ter terechtzitting de in de tenlastelegging genoemde gedraging bekend. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank volstaat ten aanzien van het bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
  2. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 mei 2017;
  3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding van de Koninklijke Marechaussee d.d. 4 februari 2016, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier met nummer PL27NN/16-001766 d.d. 27 mei 2016, inhoudende de relatering van verbalisant. Bewezenverklaring De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat: hij op 4 februari 2016 in Nederland en in Duitsland, [slachtoffer1] en [slachtoffer2] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, immers heeft hij twee bustickets aangeschaft voor en verstrekt aan voornoemde personen en (vervolgens) voornoemde personen begeleid tijdens een busreis van Meppen (Duitsland) naar Emmen. De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde De rechtbank is van oordeel dat het bewezen verklaarde niet als misdrijf is strafbaar gesteld. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. De steller van de tenlastelegging heeft bedoeld aan verdachte mensensmokkel, strafbaar gesteld in artikel 197a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, ten laste te leggen, doch het hiervoor vereiste bestanddeel, te weten “terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is” ontbreekt in de tenlastelegging en is mitsdien ook niet bewezen verklaard. Nu, gelet op het voorgaande, het bewezenverklaarde niet kan leiden tot kwalificatie van enig strafbaar feit, dient verdachte van alle rechtsvervolging te worden ontslagen. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: De rechtbank: Verklaart het ten laste gelegde bewezen. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde feit niet strafbaar. Ontslaat verdachte met betrekking tot dat feit van alle rechtsvervolging. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Depping, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. J.N.M. Blom, rechters, bijgestaan door mr. W. Braaksma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 mei
  4. Mr. J.N.M. Blom is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.