← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2017:3544

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen zaaknummer: 174764 / PR RK 17-96 beslissing van de meervoudige kamer van 14 april 2017 op het verzoek van [A], te [woonplaats], verzoekster (gemachtigde: [naam]), tot wraking van mr. P.G. Wijtsma, rechter. Procesverloop Bij brief van 13 maart 2017 heeft verzoekster een verzoek ingediend tot wraking van mr. P.G. Wijtsma, rechter in de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank, in de procedure met zaaknummer LEE 16/4063 (hoofdzaak), waarbij verzoekster als partij is betrokken. Bij brief van 17 maart 2017 heeft de rechter medegedeeld niet in de wraking te berusten. Het verzoek is ter zitting van 6 april 2017 door de wrakingskamer behandeld. Verzoekster is niet verschenen. De rechter is niet verschenen. Namens het Centrum Indicatiestelling Zorg (andere partij in de hoofdzaak) zijn [naam] en [naam] verschenen. Overwegingen

  1. De rechtbank begrijpt het verzoek zodanig dat het door of namens [A] is ingediend. Het is immers zo dat alleen een procespartij een wrakingsverzoek kan indienen.
  2. Ingevolge art. 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
  3. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 november 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BU5252) stelt de rechtbank voorop dat als maatstaf heeft te gelden dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen. 4.
  4. In de brief van 13 maart 2017 stelt verzoekster onder punt 1 dat de rechter partijdig is te noemen en verwijst naar punt 3 voor de exacte details. 4.
  5. Punt 3 van de brief luidt als volgt: “Beeldvorming a. Mr. P.G. Wytsma werkt mee aan beeldvorming. i. [A] is door hem beschadigd en gebadineerd. Momenteel is zij niet beschikbaar o.a. i.v.m. medische redenen. Toch gebruikt hij haar willens en wetens. Uit alle correspondentie blijkt dit duidelijk. Zij heeft nota genomen om haar zelf te beschermen. ii. Procedures die willens en wetens niet gevolgd zijn. Dit is duidelijk een persoonlijk opvatting. Ook de teamvoorzitter van de sectie heeft een duidelijke beeldvorming. Het getuigt niet van objectiviteit dat de klachten over geen goede geregelde vertegenwoordiging niet opgepakt worden en kwesties met de verzekeringsmaatschappijen niet worden opgepakt. iii. Weigert behandelende arts/specialist te volgen en correcte diagnostiek. iv. Staat verspreiding en opname in stukken naar derden van privacy gevoelige informatie toe”. 4.
  6. De rechtbank overweegt dat verzoekster kennelijk betoogt dat de rechter bijdraagt aan de vorming van een negatieve beeld van haar. In algemene bewoordingen geeft eiseres een beschrijving van de gestelde beeldvorming. Eiseres noemt echter geen concrete feiten of omstandigheden waarbij de rechter betrokken zou zijn geweest. Dit klemt te meer nu verzoekster niet ter zitting is verschenen om een toelichting te geven. Het voorgaande betekent dat verzoekster geen omstandigheden naar voren heeft gebracht aan de hand waarvan de rechtbank kan beoordelen of partijdigheid zich voordoet.
  7. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat zich bijzondere omstandigheden voordoen om te veronderstellen dat de rechter partijdig is in de procedure LEE 16/
  8. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af; bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer LEE 16/4063) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking; beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster, aan de rechter en aan het Centrum Indicatiestelling Zorg. Aldus gegeven door mrs. P.J. Duinkerken, voorzitter, L. Mulder en S. Dijkstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Hulst als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april
  9. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.