RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Assen zaak-/rolnummer: 5605621 OV VERZ 16-39 Beschikking van de kantonrechter van 14 november 2017 op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007 in de zaak van: 1 [verzoekster] 2. [verzoeker] wonende te [woonplaats] , hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers verzoekende partij, gemachtigden: mr. I.G.B. Maertzdorff & M.A.P. Duinkerke (EU-Claim B.V.) tegen AEGEAN AIRLINES S.A. hierna samen te noemen: Aegean, gevestigd te Kifissia, Griekenland, verwerende partij, gemachtigde: mr. J.J. Croon. 1De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - het vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening) met bijlage, van de passagiers, ingekomen ter griffie op 23 december 2016; - het antwoordformulier C van bijlage 1 van de Verordening van Aegean met bijlage, ingekomen ter griffie op 27 maart 2017; - de conclusie van repliek van de passagiers van 1 mei 2017; - de conclusie van dupliek van Aegean van 30 juni 2017; 2De vaststaande feiten 2.1. De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties. 2.2. Tussen Aegean en G.S. Charter Aviation Services Limited (hierna: G.S. Charter) gevestigd in Cyprus bestond een charterovereenkomst, eruit bestaande dat Aegean aan G.S. Charter - tegen betaling van een chartersom - een overeengekomen bepaalde capaciteit aan vliegtuigstoelen ter beschikking stelde die G.S. Charter vervolgens weer doorverkocht aan derden, waaronder aan reisorganisator Hellas Travel B.V. (hierna: Hellas ) gevestigd te Geleen. 2.3. De passagiers hebben (samen met drie andere personen) op 23 maart 2015 voor een totaalbedrag van € 2.531,00 een reis geboekt bij Hellas naar Griekenland, onder reserveringsnummer 400. Zij hebben van het te betalen bedrag in eerste instantie een bedrag van € 1.665,00 voldaan. Bij factuur van 26 juni 2015 (met factuurnummer 20439) heeft Hellas de passagiers het nog resterende bedrag van € 866,00 in rekening gebracht. Op deze factuur staan - naast de persoonlijke gegevens van de passagiers - onder meer de volgende gegevens vermeld: "REISONDERDELEN personen Vlucht GRQ-CFU A3 4443 09:45-15:15, Economy class 17-07-2015 1,2,3,4,5 Transfer Perama-Corfu Airport (Kerkyra) 17-07-2015 1,2,3,4,5 App. Fouxia Appartementen en Studios te Perama 3-kamerappartementent 17-07-2015 - 24-07-2017 1,2,3,4,5 type A4, Logies Transfer Corfu Airport (Kerkyra)-Perama 24-07-2015 1,2,3,4,5 Vlucht CFU-GRQ A3 4442 07:10-09:00, Economy class 24-07-2015 1,2,3,4,5". 2.4. De passagiers hebben E-Tickets van Aegean ontvangen voor bovengenoemde vluchten op 17 en 24 juli 2015 met vluchtnummers A3 4443 en A3 4442. Op deze E-Tickets staat Hellas als charterer vermeld. 2.5. Op 13 juli 2015 heeft Hellas haar klanten - waaronder de passagiers - een brief gezonden waarin zij heeft medegedeeld dat (onder meer) bovengenoemde vluchten geannuleerd werden. In deze brief staat onder meer het volgende vermeld: "Helaas moeten wij u mededelen, dat wij genoodzaakt zijn geworden om alle vluchten van en naar Corfu/Griekenland te annuleren. De redenen hiervoor zijn gelegen in stilstand in boekingen en annuleringen ten gevolge van de onduidelijkheden en onzekerheden over de status van Griekenland in de laatste maanden. Het plotselinge akkoord met Griekenland van heden is in ieder geval te laat en verwachten wij geen verbeteringen in de boekingen. Afgelopen dagen hebben wij in samenspraak met onze advocaat intensief overleg gevoerd met de feitelijke vervoerder - Aegean Airlines- om tot een aanvaardbare oplossing te komen en behoeve van onze passagiers/cliënten. Helaas heeft het overleg geen positief resultaat opgeleverd, waardoor wij dus genoodzaakt zijn geworden om de vluchten te annuleren. Wij betreuren dit ten zeerste. (…)". In een e-mail van 14 juli 2015 heeft de gemachtigde van Hellas aan de passagiers is bovenstaande bevestigd en is verder onder meer het volgende medegedeeld: "De aanhoudende negatieve berichten over Griekenland hebben echter geleid tot een drastische daling van de gemaakte boekingen en annuleringen van de bestaande boekingen waardoor de geprognosticeerde bezettingsgraden voor de vluchten helaas niet gehaald werden. Het gevolg hiervan is dat de verliezen die gemaakt werden met de initiële (aanloop) vluchten niet gecompenseerd konden worden. Cliënte was niet meer instaat om de overeengekomen vaste (vlucht) prijs aan Aegean Airlines te voldoen. Afgelopen dagen is er intensief overleg gevoerd tussen de vervoerder - Aegean Airlines - en cliënte om een passende oplossing te vinden voor de ontstane problemen. Helaas heeft het overleg niet tot het gewenste resultaat geleid. Aegean Airlines wenste en wenst betaling van de overeengekomen vaste (vlucht) prijs. Door tegenvallende boekingen is cliënte niet in staat om de overeengekomen vaste (vlucht) prijs aan Aegean Airlines te betalen. Als gevolg van het vorenstaande heeft Aegean Airlines besloten om de vluchten vanaf 17 juli aanstaande niet meer uit te voeren. Aegean Airlines zal 17 juli aanstaande wel de passagiers die zich in Corfu bevinden repatriëren maar geen passagiers meer meenemen vanuit Nederland. Cliënte heeft ons kantoor opdracht gegeven om de mogelijkheden te onderzoeken om de door haar betaalde deposito voor de vluchten van de vervoerder terug te krijgen zodat de passagiers die een ticket hebben geboekt hun geld terug kunnen ontvangen. Wij verwachten op korte termijn geen snelle resultaten en vragen daarom uw geduld hiervoor.(…)". 2.6. Vanaf 29 juli 2015 hebben de gemachtigden van de passagiers Aegean aangeschreven tot betaling van compensatie op grond van "de Verordening (EG) nr. 261/2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten" (hierna: Verordening 261/2004). Aegean heeft hieraan geen gevolg gegeven en de vordering van de passagiers bij brief van 20 oktober 2015 van de hand gewezen. 2.7. Op 3 augustus 2016 is Hellas in staat van faillissement verklaard. 3De vordering en het verweer 3.1. De passagiers vorderen betaling van een bedrag aan hoofdsom van € 1.100,00 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 juli 2015 tot aan de dag van volledige betaling, buitengerechtelijke incassokosten van € 181,50 en een vergoeding van proceskosten, nakosten daarbij inbegrepen. De passagiers leggen - samengevat - aan hun vordering ten grondslag dat Aegean wegens annulering van hun vlucht op 17 juli 2015 op grond van de Verordening 261/2004 en jurisprudentie van onder meer het Europese Hof van Justitie aan hun een financiële compensatie (ad € 800,00 in totaal) verschuldigd is. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van Verordening 261/2004; de annulering van de vlucht vindt zijn grondslag in een commerciële keuze van Aegean. Daarnaast vorderen zij een vergoeding van de tickets (ad € 300,00), primair op grond van Verordening 261/2004 en subsidiair op het verdrag van Montreál dat - zoals zij stellen - eveneens van toepassing is op al het internationale luchtvervoer en op grond waarvan een vervoerder aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit de vertraging in het luchtvervoer van passagiers, bagage of goederen. De passagiers benadrukken dat Verordening 261/2004 gericht is op waarborging van een hoog beschermingsniveau van luchtvaartpassagiers en verwijzen daarbij ook naar het doel en de werkingssfeer van deze Verordening 261/2004 en Europese jurisprudentie omtrent de geldigheid en toepasbaarheid van die verordening. De passagiers stellen verder dat nu de kantonrechter reeds een beschikking heeft gegeven over de vlucht in kwestie in een andere zaak en Aegean kennelijk van mening was dat een verweer niet op zijn plek was, uit het gelijkheidsbeginsel volgt dat ook de passagiers recht hebben op compensatie van hun schade. Omdat Aegean ondanks aanmaning niet tot betaling is overgegaan, stellen de passagiers dat Aegean naast de door hen gevorderde hoofdsom ook de wettelijke rente over de hoofdsom verschuldigd is alsmede door hen gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. 3.2. Aegean concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de passagiers tot betaling van de proceskosten inclusief nakosten. Met een verwijzing naar artikel 3 lid 6 van Verordening 261/2004 betwist Aegean primair de toepasselijkheid van deze verordening in deze zaak. Naar stelling van Aegean is het financieel onvermogen van Hellas de reden geweest om de vlucht van de passagiers te annuleren en staat zij hier buiten. Aegean wijst er daarbij op dat Hellas geen contractuele wederpartij van haar is en het ook niet Aegean is geweest die de vlucht heeft geannuleerd, maar Hellas. Volgens Aegean valt zij slechts aan te merken als de uitvoerende luchtvaarmaatschappij, is Hellas geen door haar “erkende agent” en zijn de passagiers daarmee niet in het bezit van een bevestigde boeking (of ticket) in de zin van artikel 3 lid 2 van de Verordening. Er is verder ook geen bewijs dat de boeking door Aegean is aanvaard en geregistreerd als bedoeld in artikel 2 sub g van de Verordening 261/2004. Subsidiair voert Aegean aan dat zij niet aansprakelijk is voor restitutie van hetgeen de passagiers voor hun vluchten aan Hellas hebben betaald en stelt zij dat de passagiers zich daarvoor op grond van artikel 5 lid 1 jo 8 lid 1 sub a en lid 2 van de Verordening 261/2004, richtlijn 90/143 EEG en de implementatie daarvan in artikel 7:504 lid 3 BW alsmede op grond van het systeem van de Nederlandse wet tot hun contractuele wederpartij, Hellas, moeten wenden bij wie - naar stelling van Aegean - de tekortkoming ligt. Aegean betwist dat deze tekortkoming aan haar zou kunnen worden toegerekend. Met ook een verwijzing naar het doel en de achtergrond van de Verordening 261/2004 concludeert Aegean dat nu zij de vlucht niet heeft geannuleerd, hoe dan ook geen recht op compensatie jegens haar bestaat. Aegean betwist ten slotte de door de passagiers gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn. 3.3. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 4De beoordeling bevoegdheid 4.1. De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering - alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend - op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 2.000,-, zijnde de geldende financiële grens ten tijde van de datum van indiening van de vordering en behoudens de in artikel 2 van de Verordening genoemde uitzonderingen. De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt. Nu verder vast staat dat Eelde de plaats van vertrek en aankomst voor de passagiers was, is de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen ook de relatief bevoegde rechter en derhalve bevoegd om van de vordering kennis te nemen. het geschil toepasselijkheid Verordening 261/2004 4.2. Kern van het geschil is de vraag of de passagiers wegens annulering van hun vlucht op 17 juli 2015 aanspraak bij Aegean kunnen maken op een vergoeding wegens financiële compensatie en terugbetaling van hun tickets op grond van de artikelen 7 en 5 jo 8 van de Verordening 261/2004. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende. 4.3. De kantonrechter stelt voorop dat Verordening 261/2004 autonoom moet worden uitgelegd. De bedoeling van Verordening 261/2004 is om een hoge en effectieve mate van bescherming van de rechten van passagiers te realiseren. In dat kader is geabstraheerd van contractuele verhoudingen: passagiers die in het bezit zijn van een bevestigde boeking voor een vlucht kunnen ingeval die vlucht wordt geannuleerd die luchtvaartmaatschappij die deze zou uitvoeren aanspreken, ongeacht of zij daarmee rechtstreeks een overeenkomst zijn aangegaan. De luchtvaarmaatschappij kan in voorkomende gevallen vervolgens verhaal zoeken bij de reisorganisatie. Uit productie 1 bij het vorderingsformulier blijkt dat Aegean de passagiers E-tickets heeft verstrekt waarop het tijdstip van vertrek en het betreffende vluchtnummer is vermeld. Het betoog van Aegean dat zij niet in het bezit zijn van een door haar of een door haar erkende touroperator aanvaarde en geregistreerde boeking als bedoeld in artikel 2 (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.