RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/720064-17 vorderingen na voorwaardelijke veroordeling parketnummers 18/730193-14, 96/036725-15 en 18/286521-14 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 mei 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] , thans gedetineerd te P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei
(48)uur om alsnog het bedrag te betalen. Gebeurt dit niet binnen achtenveertig uur, dan gaat het formulier naar de deurwaarder toe. De persoon die regelmatig bij ons kwam tanken zonder te betalen, heeft meerdere keren dit formulier ingevuld. De laatste keer dat dit gebeurde was op zaterdag 4 februari 2017 om 16:55 uur. De persoon heeft zich toen bij ons gelegitimeerd als: [verdachte] , [geboortedatum]
- Op 4 februari 2017 heeft deze meneer van [verdachte] 43,62 liter getankt van de benzine 95 ongelood voor een bedrag van €
- Hij deed dit met een voertuig met het kenteken [nummer] . De meeste collega's zijn bekend met deze van [verdachte] , omdat hij al een keer of vier of vijf bij ons shop heeft getankt zonder te betalen. Elke keer heeft hij ook zo'n formulier ingevuld. Wij hebben niet meer de beschikking over deze formulieren, omdat wij deze aan het eind van de maand opsturen naar ons hoofdkantoor [naam] in Breda gaan. De data waarop meneer van [verdachte] zo'n formulier bij ons heeft ingevuld, en dus heeft getankt zonder te betalen zijn: 11 juni 2014, 14 juni 2014, 20 juli 2014, 1 november 2015 en 4 februari
- De collega die op 4 februari 2017 aan het werk was gesproken. Ik heb de collega die op 4 februari 2017 aan het werk was. Zij heet [getuige 4] . [getuige 4] vertelde dat meneer van [verdachte] kwam tanken en wel wilde betalen middels de pin. Hij heeft twee keer geprobeerd te pinnen, maar kreeg twee keer de code
- Dit betekent dat je niet voldoende saldo meer hebt. 'Toen [getuige 4] aan meneer van [verdachte] vroeg of er niet iemand geld kon komen brengen, gaf meneer van [verdachte] aan dat dit niet mogelijk was. Inmiddels is de achtenveertig
(48)uur waarin meneer van [verdachte] moest betalen, ruim voorbij. Hij is nog niet bij ons langs geweest om te betalen en dus hebben wij de deurwaarder ingeschakeld. Bewezenverklaring De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: hij in de periode van 4 februari 2017 tot en met 14 februari 2017, op na te noemen plaatsen, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van benzine, met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, door met een auto, naar na te noemen benzinestations te gaan en daar telkens een hoeveelheid benzine in de door verdachte bestuurde/meegenomen auto te tanken en vervolgens bij een medewerker van dat tankstation te melden dat hij niet direct kan betalen, en na de belofte om binnen korte tijd terug te komen om alsnog te betalen, dan wel na het het invullen van een schuldbekentenis en/of het tonen van een identiteitsbewijs, het tankstation te verlaten, immers heeft verdachte - op 14 februari 2017, te Sneek, in de gemeente Sneek, bij een tankstation aan de [straatnaam] , een hoeveelheid benzine getankt, toebehorende aan [bedrijf 1] en - op 9 februari 2017, te Havelte, in de gemeente Westerveld, bij een tankstation aan de [straatnaam] een hoeveelheid benzine getankt, toebehorende aan [slachtoffer 1] en - op 11 februari 2017, te Bolsward, bij een benzinestation aan de [straatnaam] , een hoeveelheid benzine getankt, toebehorende aan [slachtoffer 2] en - op 10 februari 2017, te Almelo, bij een tankstation aan de [straatnaam] , een hoeveelheid benzine getankt, toebehorende aan [bedrijf 2] en - op 4 februari 2017, te Steenwijk, bij een tankstation aan de [straatnaam] , een hoeveelheid benzine getankt, toebehorende aan [bedrijf 3] , terwijl betaling door of vanwege verdachte telkens achterwege is gebleven. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het primair bewezen verklaarde levert op: Een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren. Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van het voorarrest. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft gemotiveerd bepleit om de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage van Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 20 maart 2017, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende een periode van elf dagen schuldig gemaakt aan flessentrekkerij, door op verschillende plaatsen te tanken zonder voor de benzine ter plaatse of nadien zoals afgesproken met een medewerker van het desbetreffende tankstation, te betalen. Door zijn handelen heeft verdachte een aantal bedrijven en personen financiële schade en overlast toegebracht en heeft hij misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het handelsverkeer noodzakelijk is. De reclassering heeft in haar rapport aangegeven dat verdachte bekend staat als zeer actieve veelpleger en zij de kans op recidive hoog inschat. Verdachte stond reeds onder toezicht en heeft zich aan geen enkele voorwaarde gehouden. Recentelijk zijn twee straffen ten uitvoer gelegd. Het betreft een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en een gevangenisstraf voor de duur van één maand. Een en ander wordt overigens ondersteund door het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie. De reclassering heeft voorts aangegeven dat er op alle leefgebieden problemen worden gesignaleerd. Gelet op de huidige veelplegerstatus en het niet nakomen van eerdere gestelde voorwaarden en recentelijke tenuitvoerleggingen, ziet de reclassering op dit moment geen mogelijkheden tot gedragsinterventies. De reclassering heeft geadviseerd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor het plegen van een eenvoudige diefstal, zijnde de diefstal van een fiets of winkeldiefstal. Bij frequente recidive is een gevangenisstraf voor de duur van één maand het uitgangspunt. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden en zal dan ook aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden opleggen. Inbeslaggenomen goederen De rechtbank acht het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de Kia Sephia vatbaar voor verbeurdverklaring nu het feit met dit voorwerp is begaan en deze toebehoort aan verdachte. Benadeelde partijen De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
- [bedrijf 1] , tot een bedrag van € 47,48 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
- [slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 73,19 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen gevorderd met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunt van de verdediging Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven de schade te willen vergoeden. De raadsvrouw heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de vorderingen. Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partijen de gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het primair bewezen verklaarde. De vorderingen, waarvan de hoogte niet door of namens verdachte zijn betwist, zullen daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Nu vast staat dat verdachte tot de hiervoor genoemde bedragen aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling Parketnummer 18/730193-14 Bij onherroepelijk geworden vonnis van 10 juni 2016, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 25 juni
- Parketnummer 96/036725-15 Bij onherroepelijk geworden vonnis van 13 januari 2016, gewezen door de politierechter in de rechtbank Overijssel te Zwolle, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 januari
- Parketnummer 18/286521-14 Bij onherroepelijk geworden vonnis van 3 april 2015, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 17 april
- Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft bij de schriftelijke vorderingen van 4 mei 2017, 8 mei 2017 en 8 mei 20167 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormelde vonnissen voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen. De officier van justitie heeft ter terechtzitting bij deze vorderingen gepersisteerd. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft ter terechtzitting gemotiveerd bepleit om de proeftijden te verlengen van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen. Oordeel van de rechtbank Het hiervoor bewezen verklaarde feit is door verdachte begaan voor het einde van de drie genoemde proeftijden. De rechtbank is van oordeel dat, nu veroordeelde de in voormelde vonnissen gestelde algemene voorwaarden niet heeft nageleefd, in beginsel tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraffen. De rechtbank ziet in tegenstelling tot de raadsvrouw op grond van hetgeen op de terechtzitting is behandeld -in het bijzonder het reclasseringsadvies en de justitiële documentatie van verdachte- geen termen aanwezig thans te volstaan met verlenging van de proeftijden, nu de voorwaardelijke straffen en het in een andere zaak aan hem opgelegd reclasseringstoezicht hem er niet van hebben weerhouden om het bewezenverklaarde feit te plegen. De rechtbank zal dan ook de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnissen van 10 juni 2016, 13 januari 2016 en 3 april 2015 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f en 326a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. Uitspraak De rechtbank Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Verklaart verbeurd de in beslag genomen auto van het merk Kia, model Sephia, kleur rood met het kenteken [nummer] . Wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 47,48 (zegge: zevenenveertig euro en achtenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 1] te betalen een bedrag van € 47,48 (zegge: zevenenveertig euro en achtenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 73,19 (zegge: drieënzeventig euro en negentien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 februari
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 73,19 (zegge: drieënzeventig euro en negentien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/730193-14: Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 10 juni 2016, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 96/036725-15: Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Overijsel, locatie Zwolle d.d. 13 januari 2016, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken. Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/286521-14: Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 3 april 2015, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. F. Sieders, rechters, bijgestaan door mr. E. de Vries-Haitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 mei
- Mr. Sieders is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.