← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2018:2489

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 18/127 en 18/128 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2018 in de zaak tussen [eiseres] , (gemachtigde: [gemachtigde] ), [eiser] , te [woonplaats] , eisers en het college van burgemeester en wethouders van Vlagtwedde, verweerder. Procesverloop Eisers hebben op 1 januari 2018 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun zelfstandig verzoek van 30 september

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  3. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.
  4. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, kan het beroepschrift worden ingediend zodra: a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
  5. Naar het oordeel van de rechtbank is, anders dan eisers hebben gesteld, geen sprake van het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank overweegt hiertoe dat eisers in hun beroepschriften hebben aangevoerd dat verweerder in een bezwaarprocedure in het kader van een terugvorderingsbesluit geen aandacht heeft besteed aan hun aanvullende gronden ingediend op 30 september
  6. Volgens eisers behoren deze gronden die onbehandeld zijn gebleven ingevolge artikel 79 van de Participatiewet (Pw) als een zelfstandig verzoek beschouwd te worden. Bij brief van 11 december 2017 hebben eisers verweerder in gebreke gesteld. Bij het beroep van 1 januari 2018 hebben eisers gesteld dat recht is op een dwangsom.
  7. Uit de dossierstukken maakt de rechtbank op dat eisers bij mailbericht van 30 september 2017 aanvullende gronden van bezwaar hebben ingediend. Uit de dossierstukken (mailbericht van eiser van 14 oktober 2017) kan ook worden opgemaakt dat verweerder een beslissing op bezwaar heeft genomen. Dit betekent dat tegen die beslissing op bezwaar beroep als rechtsmiddel openstaat. In het kader van dat beroep kunnen eisers aanvoeren dat verweerder geen of onvoldoende acht heeft geslagen op hun gronden van bezwaar. De aanvullende gronden van bezwaar kunnen niet worden aangemerkt als een zelfstandig verzoek van eisers een besluit te nemen. De aanvullende gronden van eisers van 30 september 2017 zal de rechtbank daarom aanmerken als beroepen tegen die beslissing op bezwaar.
  8. De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Nu er geen sprake is van beroepen niet tijdig beslissen op een aanvraag heeft verweerder ook geen dwangsom verbeurd. De aanvullende gronden van 30 september 2017 zal de rechtbank als beroepschrift in behandeling nemen. Eisers zullen in de gelegenheid worden gesteld om de beslissing op het bezwaarschrift (het bestreden besluit) naar de rechtbank te sturen.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank - verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Wentholt, rechter, in aanwezigheid van P.W. Karsowidjojo, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart
  10. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.