vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/122057 / HA ZA 12-287 Vonnis van 4 juli 2018 in de zaak van [eiser] , wonende te [plaats] , eiser, advocaat mr. F.J. Hommersom te Utrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIVATEER YACHTS B.V., gevestigd te Uitwellingerga , gedaagde, advocaat mr. M. Dekker te Purmerend. Partijen zullen hierna [eiser] en Privateer genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 2 november 2016; het deskundigenbericht van 14 februari 2017 van de deskundigen Van der Zee en Schuijt; de conclusie na deskundigenbericht van 31 mei 2017 van de zijde van Privateer ; het deskundigenbericht van 16 november 2017 van de deskundige De Roos; de conclusie na deskundigenbericht van 3 januari 2018 van de zijde van Privateer ; de conclusie na deskundigenbericht, tevens vermeerdering/wijziging/specificatie van eis van 3 januari 2018 van de zijde van [eiser] ; de antwoordconclusie na deskundigenbericht van 14 februari 2018 van de zijde van Privateer ; de conclusie na deskundigenbericht, tevens vermeerdering/wijziging/specificatie van eis van 14 februari 2018 van de zijde van [eiser] ; de antwoordconclusie (in reactie op vermeerdering eis) van 28 februari 2018 van de zijde van Privateer . 1.2. Ten slotte is wederom vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.1. In haar tussenvonnis van 2 november 2016 heeft de rechtbank De Roos tot deskundige benoemd en aan hem de volgende vragen voorgelegd: Voldoet het schip aan de geldende CE-vereisten met betrekking tot de mogelijkheid om te lenzen? Voldoet de constructie van de kimkielen van het schip, gezien het mogelijke veiligheidsaspect, aan de geldende CE-vereisten? Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn? 2.2. De Roos heeft daarover gerapporteerd, nadat de deskundigen Van der Zee en Schuijt de rechtbank ingevolge het tussenvonnis van 6 januari 2016 en het herstelvonnis van 3 februari 2016 hadden geïnformeerd over de aan het schip verrichte herstelwerkzaamheden. 2.3. Partijen hebben alvorens werd begonnen met de herstelwerkzaamheden afspraken gemaakt ten aanzien van de uitvoering daarvan. Bij e-mailbericht van 5 juli 2016 heeft Privateer aan [eiser] het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Letzte Woche habben wir Ihr Schiff aus das Wasser genomen und auf verschiedene Weise gewichtet. Wir haben die Messungen und das Modell des Rumpfes mit einem Computerprogramm berechnet. Wir haben auch in das Modell, um Ihre eigene Aufgabe eingearbeitet. (…) Der Schwerpunkt des Schiffes befindet sich direkt hinter dem Dieseltank in dem Maschinenraum. Wir suchten nach Möglichkeiten, um das Schwerpunkt zu enderen. und/oder hinteren das Lagerkapazität (nach oben gerichtete Kraft) zu reduzieren. Das Modell und unsere engineer zeigt, dass es am besten ist, die Wassertanks zu bewegen. Technisch ist es möglich, um den Raum in die bade-Plattform dafür verwenden. Unsere vorschlage is, dass wir zwei Kunststoftanks machen, und in die badeplattform platzen. Wir denkendas wir 350-400 ltr wasser pro tank machen kunnen. Die vorste zwei Wassertanks werden dan nicht mehr gebraucht. Wir wollen den Raum zwischen den Kunststofftanks und dem Rumpf (circa 5 cm.) isolieren, Dies um die Warscheinlichkeit von Frost so klein wie möglich zu machen. In der Mitte der Badeplattform wollen wir eine Luke (wasserdicht) machen, damit das Heckstrallrudder zugänglich bleibt. Das Modell zeigt, dass mit diese Änderung das schiff besser zu trimmen ist… Wenn Sie oke sind dann wollen wir einem Praxistest mit einem losen Tank auf der Badeplattform tun. Dan wissen wir genau im Praktik wie das schif beweegt und ob wir eine gute Lösung haben. Wenn das klappt, dann brauchen wir einige Zeit um die arbeit zu machen. (…). Vielleicht ist es auch ein Möglichkeit das wir bald zusammen kommen und reden uber ein complete losung?" 2.4. Op 6 juli 2016 heeft [eiser] per e-mailbericht aan Privateer het volgende - voor zover van belang - geschreven: "danke für Ihre Information. Sie wollen einen Praxistest mit einem losen Tank auf der Badeplattform machen, hiermit bin ich einverstanden, gibt es hier schone ein Ergebnis?" 2.5. Vervolgens heeft Privateer bij e-mailbericht van 6 juli 2016 aan [eiser] het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Wir haben noch keine Ergebnisse aus der Praxis. Bisher haben wir mehrere Möglichkeiten in den Computer ausprobiert. Das Modell in den Computer zeigt, die Auswirkungen der Wassertanks in der Badeplattform: 7.4 cm wird das Schiff im Heck runter gehen. Die gibt also die Möglichkeit, um den negativen Bug trimm, zu entfernen (…)" 2.6. [eiser] heeft bij e-mailbericht van 8 juli 2016 onder meer het volgende aan Privateer geschreven: "Bitte berücksichtigen Sie bei Ihren Berechnungen folgenden Umstand: Sie wissen, daß das Boot auch in der Wintersaison genutz wird und es in dieser Zeit keine Möglichkeit gibt, Wasser nachzutanken. Unsere Erfahrungen sind, daß für diese Zeit bei sehr sparsamen Gebrauch mindestens 1200 L benötigt werden, das bedeutet selbst wenn Sie 700-800 L in der Badeplattform platzieren, die vorderen Tanks weiterhin mit benutzt werden müssten. Außerdem ist in der Badeplattform auch noch der Bleiballast untergebracht." 2.7. Op 8 juli 2016 heeft Privateer in reactie op het bericht van 8 juli 2016 van [eiser] aan hem onder meer het volgende geschreven: "Für Ihre Information: Wenn wir die Tanks im Badeplatform machen, bleibt die totale Wasserkapazität das Gleiche." 2.8. Op 12 juli 2016 heeft Privateer [eiser] onder meer het volgende geschreven: "Wir haben geprüft ob die Computermodelle mit den Wirklichkeit treffen. Das sieht alles gut aus und wir denken dass wir ein gute Lösung haben." 2.9. Bij e-mailbericht van 13 juli 2016 heeft [eiser] aan Privateer het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Bezüglich Ihrem Lösungsvorschlag, was die Schräglage des Schiffes betrifft, bitte ich vorerst unseren Sachverständigen [naam] zu kontaktieren." 2.10. Op 10 juli 2016 heeft Privateer een update van de werkzaamheden aan het schip gegeven. In haar bericht heeft zij het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Door een tweede drinkwaterpomp te plaatsen kan de eigenaar kiezen uit welke tanks hij water haalt. standaard zijn de voorste tanks dicht, echter door een afsluiter te openen wordt het systeem aan elkaar gekoppeld. De ontluchtingsslangen zijn al geplaatst. In het expertise rapport wordt nog gesproken over een waterslang/wierfilter bij de Victron lader. (genoemd punt 90) Dit is geen waterslang maar een gewapende onluchtingsslang en de wierfilters zijn geurfilters (welke door de eigenaar zijn afgekoppeld!)" 2.11. Van der Zee en Schuijt hebben met hun rapport van 14 februari 2017 de rechtbank en partijen geïnformeerd over hun bevindingen ten aanzien van de punten, zoals genoemd in overweging 2.18 van het tussenvonnis van 6 januari 2016 en overweging 3.3. van het herstelvonnis van 3 februari 2018. Zij hebben per herstelpunt een omschrijving gegeven en hebben vervolgens het resultaat bij oplevering omschreven en zich daarmee akkoord verklaard. Voor zover van belang hebben zij nog het volgende gerapporteerd: "Punt 7: Daar waar het vaartuig eerst voorover lag ligt dit thans enigszins achterover. Door twee extra watertanks in het zwemplateau in te bouwen kan er meer gewicht achter het zwaartepunt worden gebracht. De tanks zijn voorzien van een aparte tankinhoudmeter en hydrofoor. De voorste tanks, hoofdveroorzaker van de voorover ligging van het vaartuig, is nu voorzien van een afsluiter zodat de tank nog kan worden gebruikt voor extra watercapaciteit. (…) Vanwege de locatie nabij het zwaartepunt heeft de inhoud van de dieseltanks relatief weinig invloed op ligging van het schip. Met de inbouw van de achterste tank en mogelijkheid voor gebruik van de voorste tank is naar het oordeel van de deskundigen het maximaal haalbare gerealiseerd met betrekking tot de ligging van het vaartuig. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de ligging ook beïnvloed wordt door de hoeveelheid en locatie van proviand en inboedel. (…) CONCLUSIE Resumerend kan worden vastgesteld dat de punten uit het herstelvonnis met vakmanschap en met goedkeuring door ondergetekenden zijn uitgevoerd. Naar het oordeel van de deskundigen zijn bij een aantal punten het maximaal haalbare resultaat behaald. Privateer heeft de aangebrachte wijzigingen aan het vaartuig (met name betreffende punt 7) verwoord in een aanvullend boordboek. Bij de overdracht van het vaartuig zal [eiser] een uitgebreide instructie krijgen over de wijze van gebruik van deze aanpassingen. (…) Naar aanleiding van de ingediende punten en opmerkingen kan het navolgende worden opgemerkt: De opmerking "Maximaal haalbare" is niet bedoeld als een voorbehoud c.q. een onvolkomenheid maar dient gelezen te worden als een toelichting. - ligging vaartuig Bij de opmerking "het maximaal haalbare is gerealiseerd" wordt bedoeld dat dit punt correct en naar tevredenheid van ondergetekenden zijn uitgevoerd. Het vaartuig ligt nu volgens de wens van de heer [eiser] enigszins achterover daar het eerst voorover lag. Een vaartuig zal nooit geheel gelijk lastig liggen, m.b.v. de extra tanks kan er naar gelieve getrimd worden. - interieur "Maximaal haalbare" bij het herstellen van beschadigingen in het interieur; enig kleurverschil bij een dergelijk herstel zal altijd optreden. Een dergelijk kleurverschil treedt ook op bij punt 75 waar de teakhouten frame is aangepast nu zijn deze symmetrisch gemonteerd. Het optredende kleurverschil is inherent aan de wijze van herstel. - tanks in het achterschip Het spreekt voor zich dat bij het plaatsen van de extra tanks extra opslagcapaciteit is verkregen. - windscherm Betreffende punt 87 hebben de deskundigen dit als volgt omschreven: "De voor- en zijschermen zijn volledig wegklapbaar. Dit is tijdens de inspectie door Privateer gedemonstreerd." Ondanks het feit dat dit een gebruikelijke en gangbare constructie is kan niet voorbij gegaan worden aan het feit dat de panelen niet afzonderlijk wegklapbaar zijn. De opmerkingen hierover van de heer [eiser] is derhalve terecht. De overige opmerkingen nemen de deskundigen ter kennisgeving aan en/of zijn, waar nodig, in het bericht verwerkt. Het is juist dat door het inkorten van de ankerketting 1 meter korter is geworden, de deskundigen zien dit niet als een waarde / gebruiks vermindering." 2.12. De Roos heeft op 15 december 2016 een technisch onderzoek op het vaartuig en op de aanwezige documenten uitgevoerd. In zijn rapport van 16 november 2017 heeft De Roos geconcludeerd dat het schip met betrekking tot de mogelijkheid om te lenzen en ten aanzien van de constructie van de kimkielen voldoet aan de geldende CE-vereisten. Voor zover van belang heeft De Roos nog het volgende geschreven: "Tijdens de beoordeling hebben we geen verklaring van overeenstemming gezien. Wel het certificaat maar in principe moet er voor een volledige CE markering ook een verklaring van overeenstemming zijn die door de Privateer getekend moet zijn. (…) Antwoord op van Hommerson advocatuur (…): De correcte en getekende documenten moeten aanwezig zijn. Op dit punt wijkt men af van de eisen uit de richtlijn pleziervaartuigen. (…) Conclusie Het vaartuig voldoet aan de minimale eisen voor de Richtlijn pleziervaartuigen en daarmee is de CE markering terecht aangebracht. Niet alle documenten konden gecontroleerd worden. Het is nodig om nog te controleren of deze allemaal correct zijn opgemaakt en met elkaar in overeenstemming zijn. Antwoord op van Hommerson advocatuur (…): De richtlijn pleziervaartuigen gaat uit van minimale wettelijke vereisten er is geen manier om verder te meten en aan te tonen in hoeverre het vaartuig beter en slechter is als een ander vaartuig. Wel staat vast dat het vaartuig ruim aan de minimale vereisten voldoet." 2.13. In een e-mailbericht van 19 december 2017 heeft Van der Zee aan Hommersom het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Uit het uitvoerige overleg vandaag met de heer [eiser] blijkt dat hij nog steeds zeer ontevreden is met de oplossing voor de ligging van het vaartuig. Het vaartuig ligt volgens [eiser] veel dieper dan voorheen waardoor de uitlaat nu onder de waterlijn uitkomt. Zoals omschreven in het deskundigen bericht: "Punt 7: Daar waar het vaartuig eerst voorover lag ligt dit thans enigszins achterover. Door twee extra watertanks in het zwemplateau in te bouwen kan er meer gewicht achter het zwaartepunt worden gebracht. De tanks zijn voorzien van een aparte tankinhoudmeter en hydrofoor. De voorste tank, hoofdveroorzaker van de voorover ligging van het vaartuig) is nu voorzien van een afsluiter zodat de tank nog kan worden gebruikt voor extra watercapaciteit en om vaartuig desgewenst te trimmen." Echter, volgens de heer [eiser] is deze oplossing deels niet goed uitgevoerd. De voorste tank, die af te sluiten zou zijn met een afsluiter, kan volgens [eiser] nog steeds via de stuurboord wingtank vollopen. Met andere woorden; de bakboord wingtank is voorzien van een afsluiter waarmee de verbinding met de voorste tank kan worden afgesloten. Een dergelijke afsluiter zou echter ontbreken aan de stuurboordzijde waardoor de stuurboord wingtank nog steeds een open verbinding heeft met de voorste tank. Indien dit correct is dan zou dat kunnen betekenen dat de oplossing inderdaad maar deels is uitgevoerd en dient er nog een afsluiter geplaatst te worden tussen de stuurboord wingtank en de voorste tank. (…). Het is dan ook niet geheel duidelijk of [eiser] alles wel goed heeft begrepen ten aanzien van de veranderingen aan boord. Te meer omdat de situatie door ons is getest met diverse tankinhouden en er toen, naar ons oordeel, wel een positief resultaat was ten aanzien van de ligging. Privateer zou hier meer duidelijkheid in moeten kunnen geven. Echter, indien het verhaal van [eiser] klopt dan kan de voorste tank dus niet geheel worden afgesloten en zal dan inderdaad zorgen voor een extra inzinking terwijl dit niet zo was bedoeld. Daarnaast gaf [eiser] aan er nog steeds van overtuigd te zijn dat er extra ballast in het achterschip is aangebracht hetgeen geen onderdeel uit heeft gemaakt van de afgesproken oplossing voor de ligging. Sterker, dit is door mij indertijd met klem afgewezen. Privateer zou ook deze vraag moeten kunnen beantwoorden." 2.14. Bij e-mailbericht van 22 december 2017 heeft de heer [werknemer gedaagde] , werkzaam bij Privateer , het volgende - voor zover van belang - aan de gemachtigde van [eiser] geschreven: "Via onze advocate ontvingen wij uw bericht, inhoudende een email van de heer van der Zee met een verzoek om informatie. Daar er sprake is van een soort van tegenstelling in de berichtgeving, onderschrijven we de zienswijze van de heer van der Zee dat het best wel mogelijk is dat de heer [eiser] niet alle veranderingen aan boord (goed) heeft begrepen. De tegenstelling in de berichtgeving bestaat eruit, dat naar veronderstelling van de heer [eiser] de voorste watertank via de stuurboord wingtank nog vol kan lopen en dat naar het gevoel van de heer [eiser] het schip achter dieper ligt. (achterover) Als de voorste watertank vol zit, al dan niet door het overlopen, dan zijn we weer bij de oude situatie en zou het schip voorover moeten liggen. Het komt ons voor dat de beschreven situatie, van het achteroverliggen, cq. achter dieper liggen de situatie is waarbij de watertanks in het zwemplateau (achter) vol zijn en de watertanks voor leeg zijn. (dus geen overloop vanuit de wingtanks). Ondanks uw weinig verheffende proza aangaande directe communicatie zullen wij - geheel onverplicht en alleen om [eiser] tegemoet te komen - in het nieuwe jaar rechtstreeks telefonisch dan wel via email contact opnemen met de heer [eiser] en trachten de heer [eiser] het gebruik van de twee drinkwatersystemen uit te leggen. Dit eventueel middels het vullen van de watertanks en hiermede de stelling aangaande de afsluiter(
- s)te testen. (…). In eerste instantie zullen wij dit via email met technische uitleg doen. In het voorjaar als het schip weer met water getankt kan worden kunnen wij de verschillende situaties met het water-vullen langslopen." 2.15. [eiser] heeft Privateer bij brief van 28 december 2017 medegedeeld dat zij nog steeds in gebreke is en toerekenbaar tekort schiet ten aanzien van de drinkwatertanks en de CE-documentatie. 2.16. In een e-mailbericht van 3 januari 2018 heeft de gemachtigde van Privateer aan de gemachtigde van [eiser] het volgende - voor zover van belang - medegedeeld: "Het door cliënte rechtstreeks aan u verzonden bericht van 22 december 2017 is kennelijk door u verkeerd begrepen. U doet op basis van dit bericht in ieder geval een aantal onjuiste aannames. In het bericht wordt door cliënte geenszins erkend dat er een mogelijkheid bestaat dat de afsluiter zou ontbreken. Cliënte heeft enkel opmerkingen gemaakt over het gebruik en eventuele nadere uitleg hierover. Ook wordt door u aangenomen dat er door cliënte geen technische documentatie zou zijn opgemaakt. Dit is wel degelijk gedaan, met de experts doorgenomen en aan uw cliënt overhandigd. Ik verwijs u hiervoor naar uw cliënt. Dit is overigens ook terug te vinden in de rapportage van de heren Van der Zee en Schuijt. Ook is niet juist dat er, bij de uitvoering van de werkzaamheden, extra ballast is aangebracht. De reeds aanwezige ballast is door cliënte benut. Ook dit is in overleg met de deskundigen gedaan, waarna hun goedkeuring is gevolgd. Ook nu is er van enig tekortschieten aan de zijde van cliënte geen sprake." Reactie [eiser] op rapporten 2.17. [eiser] heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht - samengevat - ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt gesteld dat Privateer niet aan al haar verplichtingen heeft voldaan. Volgens [eiser] is Privateer de tussen hen gemaakte afspraak om afzonderlijk wegklapbare ramen en de afspraak om een luik te maken om de toegang tot de hekschroef en de inhoudsmeter te vergemakkelijken, niet nagekomen. Verder bestaat er nog steeds een kleurverschil met betrekking tot de toegangsdeur naar de stuurhut en ligt het schip nog steeds niet waterpas. Door de plaatsing van de watertanks in het zwemplateau is het schip dieper dan voorheen in het water komen te liggen, waardoor de uitlaat onder de waterlijn komt. Verder loopt de voorste watertank nog steeds via de stuurboord wingtank vol, omdat de afsluiter daarvoor ontbreekt. Ten aanzien van het rapport van De Roos heeft [eiser] gesteld dat het weinig technisch diepgaand is en dat daaruit blijkt dat Privateer haar verplichtingen jegens hem niet is nagekomen door het ontbreken van de wettelijk voorgeschreven verklaring van overeenstemming. Met betrekking tot de gebreken die [eiser] zelf heeft verholpen, heeft [eiser] gesteld dat de kosten daarvan voor rekening van Privateer dienen te komen, omdat vaststaat dat Privateer ten aanzien van deze punten toerekenbaar tekort is geschoten. [eiser] heeft de rechtbank daarbij verzocht aansluiting te zoeken bij de door de deskundigen Van der Zee en Schuijt in hun rapport van 23 mei 2014 genoemde herstelkosten. 2.18. In zijn antwoordconclusie na deskundigenbericht heeft [eiser] aangevoerd dat Privateer de CE-documentatie en de documentatie aangaande de ballasttanks en de manier van trimmen niet aan hem heeft overgelegd. Verder heeft [eiser] aangevoerd dat er ten onrechte extra ballast in het achterschip is aangebracht. [eiser] heeft tot slot zijn eis uitgebreid door te vragen Privateer , op straffe van een dwangsom, te verplichten hem adequaat schriftelijk een instructie te verschaffen over hoe hij het trimsysteem met de diverse tanks moet gebruiken. Reactie Privateer op rapporten 2.19. Privateer heeft in haar conclusie na deskundigenbericht - samengevat - ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt gesteld dat Privateer met het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden volgens de deskundigen aan haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst jegens [eiser] heeft voldaan en dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen. Volgens Privateer is van verzuim geen sprake geweest, omdat zij steeds bereid is geweest eventueel noodzakelijk herstel te doen, maar daartoe nu pas in de gelegenheid is gesteld. Van een ontbinding van de overeenkomst dan wel een vermindering van de koopprijs kan dan ook geen sprake zijn. Ten aanzien van het rapport van De Roos heeft Privateer gesteld dat hieruit volgt dat het schip voldoet aan de vigerende CE-normen en dat er van een gebrek geen sprake is. Ten aanzien van de verklaring van overeenstemming heeft Privateer gesteld dat zij deze bij aflevering van het schip aan [eiser] heeft meegegeven en dat daarin wordt bevestigd dat het schip voldoet aan de betreffende Europese richtlijn. Voorts heeft Privateer aangevoerd dat het technisch dossier van het schip zich ten tijde van de keuring op het vaartuig bevond. 2.20. In haar antwoordconclusie na deskundigenbericht heeft Privateer bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging dan wel vermeerdering van eis. [eiser] heeft, aldus Privateer , niet aangegeven welke vordering zij op haar heeft en heeft nagelaten een deugdelijke onderbouwing te geven. Ten aanzien van de ligging van het schip heeft Privateer gesteld dat de uitgevoerde oplossing in overleg met partijen en deskundigen tot stand is gekomen, dat het schip na uitvoering van de werkzaamheden is getest en dat de deskundigen het schip op dit punt hebben geaccordeerd. Privateer heeft betwist dat afzonderlijk wegklapbare ramen zijn overeengekomen, dat een luik ontbreekt en dat dit als herstelpunt is aangemerkt. Dat er nog sprake is van kleurverschil met betrekking tot de toegangsdeur naar de stuurhut kan niet worden voorkomen bij herstelwerkzaamheden, aldus Privateer . Uit het rapport van De Roos volgt volgens Privateer dat zij aan al haar verplichtingen jegens [eiser] heeft voldaan, dat het schip voldoet aan de CE-wetgeving en dat zij de juiste documentatie bij het schip heeft geleverd. Verder heeft Privateer betwist dat zij, met uitzondering van de punten 6 en 15, gehouden is tot vergoeding van de kosten voor de overige door [eiser] zelf herstelde gebreken. Volgens Privateer heeft de rechtbank eerder overwogen dat niet gebleken is dat zij (geheel) onwillig zou zijn geweest om gebreken te herstellen en is zij eerst na vaststelling van de gebreken door de deskundigen daartoe in de gelegenheid gesteld. Van een toerekenbare tekortkoming is, aldus Privateer , geen sprake. Verder heeft Privateer in dit verband gesteld dat een onderbouwing voor de gemaakte kosten ontbreekt en dat het rapport van 23 mei 2014 van Van der Zee en Schuijt daarvoor niet kan worden gebruikt. 2.21. In de antwoordconclusie (in reactie op de vermeerdering van eis) heeft Privateer aangevoerd dat de vermeerdering van eis moet worden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Er heeft al een comparitie plaatsgevonden, er zijn deskundigenberichten ingediend en er zijn meerdere aktes en conclusies gewisseld. Voor zover de eisvermeerdering wordt toegewezen, heeft Privateer gesteld dat zij aan haar verplichtingen jegens [eiser] heeft voldaan, dat de uitgevoerde herstelwerkzaamheden door de deskundigen akkoord zijn bevonden en dat zij geen extra ballast heeft aangebracht. Tot slot heeft Privateer aangevoerd dat zij de CE-documentatie aan [eiser] heeft overhandigd en dat [eiser] niet heeft gereageerd op haar aanbod om een nadere toelichting te geven. Eiswijzigingen 2.22. [eiser] heeft zijn eis op een aantal punten gewijzigd en vermeerderd. Het gaat hierbij in het bijzonder om de vordering tot veroordeling van Privateer in de kosten ter zake van het maken van een luik om de toegang tot de hekschroef en de inhoudsmeter te vergemakkelijken, de vordering tot veroordeling van Privateer in de kosten vanwege het laten beoordelen van gebreken aan de tanks, het vaststellen van de extra ballast in het achterschip en de kosten van het herstel daarvan en de vordering tot veroordeling van Privateer in de kosten van Van der Zee, die eveneens als partijdeskundige voor [eiser] heeft opgetreden. Verder heeft [eiser] zijn eis vermeerderd met zijn vordering tot verplichting van Privateer - op straffe van een dwangsom - hem schriftelijk te informeren over het gebruik van het trimsysteem met de diverse tanks. 2.23. Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.9 in het tussenvonnis van 13 april 2016 en gezien de bezwaren van Privateer is de rechtbank van oordeel dat deze eiswijzigingen in strijd zijn met de eisen van een goede procesorde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] zijn eis in een te laat stadium gewijzigd door pas na 5,5 jaar procederen en nadat er diverse deskundigenrapporten, conclusies en aktes in het geding zijn gebracht zijn eis te wijzigen. Het toestaan van deze eisvermeerderingen zou tot een onredelijke vertraging van het geding en tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging leiden. Privateer heeft haar verweer immers gebaseerd op de aanvankelijke vorderingen van [eiser] . Gelet op het voorgaande laat de rechtbank deze eisvermeerderingen dan ook buiten beschouwing. CE-documentatie 2.24. De rechtbank laat eveneens de stellingen van [eiser] ter zake van de CE-documentatie en de verklaring van overeenstemming buiten beschouwing. Naast het feit dat de CE-documentatie en bedoelde verklaring niet eerder dan naar aanleiding van het rapport van De Roos voor [eiser] een punt zijn geworden en deze punten geen onderdeel uitmaakten van de vastgestelde gebreken die Privateer diende te herstellen en waarover de deskundigen zich moesten uitlaten, vormt het al dan niet aanwezig zijn van deze documentatie en de verklaring - partijen verschillen hierover van mening - naar het oordeel van de rechtbank geen gebrek dat aan het normale gebruik van het schip in de weg staat dan wel kán staan. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverwegingen 2.15 en 2.18 in haar tussenvonnis van 6 januari 2016, waarin zij heeft bepaald dat Privateer naast de gebreken die aan het normale gebruik in de weg staan eveneens de gebreken die aan het normale gebruik in de weg kúnnen staan, dient te herstellen. Naar het oordeel van de rechtbank is de lijst met gebreken, zoals opgenomen in de bij tussenvonnis van 3 februari 2016 gewijzigde rechtsoverweging 2.18, voor Privateer en de deskundigen het uitgangspunt geweest voor haar herstelwerkzaamheden respectievelijk hun beoordeling en valt het punt ter zake van de CE-documentatie daarbuiten. Nu De Roos bovendien in zijn rapport heeft geconcludeerd dat het schip "ruim aan de minimale vereisten voldoet", is van een gebrek geen sprake. Rapport De Roos 2.25. Uit de omschrijvingen en foto's in het rapport van De Roos is de rechtbank gebleken dat hij technisch onderzoek op het schip heeft gedaan en dat hij daarnaast de aanwezige documenten heeft bestudeerd en in zijn beoordeling heeft betrokken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het rapport van De Roos terzijde te schuiven, omdat dit - zoals door [eiser] gesteld - technisch weinig diepgaand is. De rechtbank neemt de conclusie van de deskundige De Roos over en maakt deze tot de hare, nu het deskundigenrapport naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd en met stukken onderbouwd, innerlijk consistent en concludent is. Rapport Van der Zee en Schuijt 2.26. Ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt overweegt de rechtbank als volgt. Van der Zee en Schuijt hebben aan de hand van de door de rechtbank vastgestelde lijst van gebreken onderzoek gedaan. Zij hebben per herstelpunt een omschrijving gegeven, het resultaat bij oplevering omschreven en zich daarmee akkoord verklaard. [eiser] is in reactie op het deskundigenrapport van Van der Zee en Schuijt bij conclusie na deskundigenbericht ingegaan op enkele van de herstelpunten. De rechtbank zal hierna alleen ingaan op de nog ter discussie staande punten. Voor het overige gaat de rechtbank ervan uit dat [eiser] zich kan vinden in het rapport van Van der Zee en Schuijt. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen Van der Zee en Schuijt voor zover deze zien op de 'overige punten' over en maakt deze tot de hare, nu de deskundigenrapporten naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd en met stukken onderbouwd, innerlijk consistent en concludent zijn. Kleurverschil 2.27. Ten aanzien van het kleurverschil met betrekking tot de toegangsdeur naar de stuurhut overweegt de rechtbank het volgende. Blijkens het rapport van de deskundigen is het raam in de deur vernieuwd en is de deur geheel teruggeschuurd en een aantal malen gelakt. Dat dit tot een kleurverschil leidt met de omgeving, waarin de deur is geplaatst, is een gevolg van de herstelwerkzaamheden. Volgens de deskundigen is dit optredende kleurverschil inherent aan de wijze van herstel. Naar het oordeel van de rechtbank is het kleurverschil onvermijdelijk en is van een gebrek dat aan het normale gebruik in de weg staat of kan staan, dan ook geen sprake. Wegklapbare ramen 2.28. Ten aanzien van de wegklapbare ramen overweegt de rechtbank als volgt. [eiser] heeft in dit verband verwezen naar de tussen partijen gesloten koopovereenkomst, waarin het volgende is bepaald: "Zwei mall BB und SB Klapvenster (Frontscheibe)" Volgens [eiser] volgt hieruit dat partijen zijn overeengekomen dat de ramen afzonderlijk wegklapbaar zijn. De rechtbank kan [eiser] hierin niet volgen. Uit de omschrijving in de koopovereenkomst kan naar het oordeel van de rechtbank enkel worden afgeleid dat een zowel aan bakboord- als aan stuurboordzijde wegklapbaar raam is overeengekomen, maar niet dat deze afzonderlijk wegklapbaar zijn. De rechtbank volgt de deskundigen dan ook niet in hun standpunt dat de opmerkingen van [eiser] hierover terecht zijn. De ramen zijn blijkens het rapport van Van der Zee en Schuijt wel volledig wegklapbaar en daarmee heeft Privateer voldaan aan hetgeen is overeengekomen. De rechtbank gaat, gelet op het voorgaande, dan ook voorbij aan de stelling van [eiser] dat Privateer op dit punt niet aan haar verplichting zou hebben voldaan. Ligging van het schip 2.29. Met betrekking tot de ligging van het schip overweegt de rechtbank het volgende. Uit de overgelegde stukken is de rechtbank gebleken dat Privateer op 5 juli 2016 aan [eiser] een onderbouwd voorstel heeft gedaan ter zake van de aanpassing van de ligging van het schip en dat partijen vervolgens met elkaar per mail de details hebben besproken. In hun rapport van 14 februari 2017 hebben Van der Zee en Schuijt ten aanzien van de ligging van het schip geconcludeerd dat dit punt correct en naar tevredenheid van de deskundigen is uitgevoerd en dat door de herstelwerkzaamheden het maximaal haalbare is gerealiseerd. 2.30. Omdat Privateer goed onderbouwd en in overleg met [eiser] tot de onderhavige oplossing is gekomen en de deskundigen daaraan hun goedkeuring hebben gegeven, is de rechtbank van oordeel dat Privateer haar verplichtingen op dit punt is nagekomen. De rechtbank overweegt in dit kader dat [eiser] blijkens de e-mailberichten van 19 december 2017 en 22 december 2017 van Van der Zee respectievelijk Privateer (rechtsoverwegingen 2.13 en 2.14) eerst nadat hij bijna een jaar met het schip heeft gevaren opnieuw zijn beklag heeft gedaan over de ligging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] daarmee in de gegeven omstandigheden niet binnen bekwame tijd geklaagd. Voorts overweegt de rechtbank in dit verband dat [eiser] weliswaar heeft gesteld dat een afsluiter voor de voorste tank zou ontbreken, maar dat hij zijn stelling op dit punt - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - niet heeft onderbouwd door bijvoorbeeld overlegging van foto's. De rechtbank passeert deze stelling dan ook als onvoldoende onderbouwd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat Privateer op dit punt aan haar verplichtingen heeft voldaan. Zelf uitgevoerde werkzaamheden 2.31. In haar tussenvonnis van 6 januari 2016 heeft de rechtbank geoordeeld dat de door [eiser] gemaakte kosten ter zake van de punten 6 (doorvaarthoogte) en 15 (voetrail) door Privateer dienen te worden vergoed. Gelet op de door de rechtbank ingezette lijn ten aanzien van deze punten, zal de rechtbank eveneens ten aanzien van de punten 18 (roest in naden binnenzijden luikhoofden), 31 (olielekkage bij koelwaterpomp en midden onder de motor), 35 (buitendouche), 37 (lekken uitlaat motor), 41 (lekkende slangaansluitingen bij de warmtewisselaar hoofdmotor), 44 (losse bedrading koelcompressor), 53 (aftappen drinkwaterleidingen) en 62 (kastdeurtjes dekhuis) bepalen dat Privateer de gemaakte kosten aan [eiser] dient te vergoeden. Vervolgens komt de rechtbank toe aan de beantwoording van de vraag welke vergoeding Privateer aan [eiser] dient te betalen. 2.32. Ten aanzien van punt 15 overweegt de rechtbank allereerst dat de deskundigen Van der Zee en Schuijt hierbij geen bedrag aan kosten hebben genoemd en dat haar van een onderbouwing van de gemaakte kosten door [eiser] evenmin is gebleken. Gelet hierop stelt de rechtbank de kosten met betrekking tot punt 15 (voetrail) op nihil. 2.33. [eiser] heeft met betrekking tot punt 6 gesteld dat de herstelkosten € 3.285,23 hebben bedragen. De deskundigen Van der Zee en Schuijt hebben dit bedrag eveneens genoemd in hun rapport van 15 september 2014 en hebben daarbij de kanttekening gemaakt dat uit de facturen, die als bijlagen 2a, 2b en 2c bij genoemd rapport zijn opgenomen, moeilijk kan worden achterhaald hoe de kosten zijn opgebouwd. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de facturen niet duidelijk welke van de daarin genoemde posten verband houden met het herstel van de doorvaarthoogte, zodat de rechtbank deze facturen buiten beschouwing laat. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om ten aanzien van punt 6, alsmede de overige hierboven genoemde punten aansluiting te zoeken bij het als bijlage 5a van genoemd deskundigenrapport opgenomen overzicht. De deskundigen hebben daarin per post een minimaal en een maximaal bedrag aan herstelkosten genoemd. Dat sprake is geweest van gebreken en dat met het herstel daarvan kosten zijn gemoeid, staat vast. Omdat [eiser] het meerdere niet heeft aangetoond, zal de rechtbank uitgaan van het minimale bedrag per post. Dat betekent dat Privateer ter zake van deze punten zal worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 3.700,00. De rechtbank verwijst op dit punt naar hetgeen hierna onder rechtsoverweging 2.39 wordt overwogen en beslist. Overige door [eiser] gemaakte kosten - schadevergoeding 2.34. [eiser] heeft bij dagvaarding een bedrag van € 48.754,55 aan schadevergoeding gevorderd. Daarnaast heeft hij een nog nader te bepalen bedrag aan schadevergoeding gevorderd. Met betrekking tot het bedrag van € 48.754,55 heeft [eiser] verwezen naar door hem als productie 10 bij de dagvaarding overgelegde facturen. [eiser] heeft echter niet onderbouwd waarom deze kosten voor vergoeding in aanmerking dienen te komen. Zo bevinden zich onder productie 10 facturen die betrekking hebben op vertaalkosten, ligplaatskosten, hotelkosten en kosten vanwege het vernieuwen van een peilstok, een 50-urenbeurt van de motor, een gastrekveer en (onderdelen van) een schroef. [eiser] heeft - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - nagelaten te onderbouwen of en in hoeverre deze facturen verband houden met de onderhavige zaak. 2.35. Voorts heeft [eiser] diverse facturen overgelegd van de door hem ingeschakelde deskundigen, de heer P. Brunsmann en Van der Zee. Ook ten aanzien van deze facturen geldt dat [eiser] - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - niet heeft onderbouwd waarom hij die deskundigen heeft ingeschakeld en in hoeverre deze facturen betrekking hebben op de geschilpunten in de onderhavige zaak. Daar komt bij dat [eiser] redelijkerwijs had kunnen verwachten dat de rechtbank in dezen tot benoeming van een (of meer) deskundige(
- n)zou overgaan. 2.36. Met betrekking tot de door [eiser] bij productie 10 overgelegde facturen van zijn advocaat geldt naar het oordeel van de rechtbank eveneens dat een nadere onderbouwing ontbreekt. Omdat [eiser] ten aanzien van alle facturen - na de gemotiveerde betwisting daarvan door Privateer - heeft nagelaten een nadere onderbouwing te geven, ziet de rechtbank geen aanleiding om [eiser] in de gelegenheid te stellen bewijs bij te brengen. De rechtbank zal de vordering van [eiser] tot veroordeling van Privateer tot betaling van een schadevergoeding ten bedrage van € 48.754,55 dan ook afwijzen. 2.37. Dat [eiser] anderszins schade heeft geleden, is de rechtbank onvoldoende gebleken. [eiser] heeft enkel gesteld dat hij onder meer kosten heeft gemaakt voor het overvaren van het schip naar Privateer , maar heeft - na de gemotiveerde betwisting daarvan door Privateer - nagelaten een nadere onderbouwing te geven. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering van [eiser] tot veroordeling van Privateer tot betaling van een schadevergoeding ter zake van alle aan [eiser] opgekomen schade, nader op te maken bij staat, afwijzen. Conclusie 2.38. [eiser] heeft bij dagvaarding primair gevorderd dat de rechtbank de tussen partijen gesloten overeenkomst gedeeltelijk ontbindt, in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag. Subsidiair heeft [eiser] bij dagvaarding gevorderd dat de rechtbank de gevolgen van de overeenkomst wijzigt, in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag. 2.39. De rechtbank overweegt ten aanzien van deze vorderingen als volgt. In artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De rechtbank ziet gelet op de door Privateer en [eiser] inmiddels verrichte herstelwerkzaamheden en het daardoor ontbreken van een belang aan de zijde van [eiser] geen aanleiding om de overeenkomst nu nog gedeeltelijk te ontbinden. De rechtbank zal die vordering dan ook afwijzen. De rechtbank zal de subsidiair gevorderde wijziging van de overeenkomst wel toewijzen, gelet op de door [eiser] zelf uitgevoerde herstelwerkzaamheden en de kosten die daarmee volgens de deskundige Van der Zee en Schuijt gemoeid zijn. Dit betekent dat de rechtbank de gevolgen van de overeenkomst tussen partijen wijzigt in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 3.700,00 en dat de rechtbank Privateer veroordeelt tot betaling van dit bedrag aan [eiser] . Deskundigenkosten 2.40. De deskundigen Van der Zee en Schuijt hebben een bedrag van € 8.905,61 (inclusief BTW) gedeclareerd voor de door hen uitgebrachte rapporten van 23 mei 2014 en 15 september 2014. Het voorschot was destijds bepaald op een bedrag van € 6.750,00. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar brief van 1 december 2014, waarin partijen is verzocht een aanvullend bedrag van € 1.077,80 te voldoen. Voor de in 2016 aan hen verstrekte opdracht is het voorschot voor het nadere onderzoek door Van der Zee en Schuijt bepaald op een bedrag van € 5.000,00, zijnde 2 x € 2.500,00 voor elke deskundige. Ter zake van hun rapport van 14 februari 2017 hebben de deskundigen Van der Zee en Schuijt bij factuur van 14 februari 2017 respectievelijk 25 februari 2017 ieder een bedrag van € 2.500,00 (inclusief BTW), derhalve in totaal een bedrag van € 5.000,00 (inclusief BTW), gedeclareerd. Het voorschot van De Roos is bepaald op een bedrag van € 2.625,00 (exclusief BTW; € 3.176,25 inclusief BTW). De Roos heeft dit bedrag op 29 december 2016 gedeclareerd. Partijen hebben ieder bij helfte deze bedragen voldaan. 2.41. In rechtsoverweging 2.5 van haar tussenvonnis van 18 december 2013 heeft de rechtbank overwogen dat het deskundigenonderzoek in rechte als het ware als een voortzetting van het onderzoek van Van der Zee en Schuijt buiten rechte kan worden beschouwd en dat zij het tegen die achtergrond redelijk acht dat beide partijen ieder de helft van het voorschot voldoen. Gelet hierop acht de rechtbank het redelijk dat [eiser] en Privateer beiden de helft van de kosten met betrekking tot de rapporten van 23 mei 2014 en 15 september 2014 dragen. 2.42. De rechtbank ziet daartoe eveneens aanleiding ten aanzien van de kosten met betrekking tot het rapport van Van der Zee en Schuijt van 14 februari 2017 en het rapport van De Roos van 16 november 2017. Deze rapporten zijn een uitvloeisel van de eerdere rapporten van Van der Zee en Schuijt, zoals de rechtbank onder meer in haar tussenvonnis van 2 november 2016 (rechtsoverweging 2.6) heeft overwogen. 2.43. De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de deskundigenkosten tussen partijen compenseren. Proceskosten 2.44. De rechtbank overweegt in dit verband dat vaststaat dat het schip diverse gebreken had en dat partijen ten aanzien van de gebreken en de vorderingen over en weer in het gelijk zijn gesteld. Voorts weegt de rechtbank mee dat partijen - door de langdurige discussie tussen hen - er beiden aan hebben bijgedragen dat pas in deze procedure tot herstel daarvan is gekomen (daargelaten de gebreken die door [eiser] zelf zijn hersteld). De rechtbank ziet in deze omstandigheden van het geval aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren. 3De beslissing De rechtbank 3.1. wijzigt de gevolgen van de overeenkomst tussen [eiser] en Privateer , in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 3.700,00; 3.2. veroordeelt Privateer tot betaling aan [eiser] van het bedrag van € 3.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 september 2012; 3.3. compenseert de deskundigenkosten en de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Giltay en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2018 in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Ambachtsheer. type: coll: 613.