RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen parketnummer 18/930286-16 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 juli 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonadres]. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 27 februari 2018 en 3 juli
(2x), is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd en dient daarom niet-ontvankelijk verklaard te worden. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14d, 36f en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. Uitspraak De rechtbank Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (schade auto) toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari
- Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige in de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, mr. R. Depping en mr. J.N.M. Blom, rechters, bijgestaan door J.H. van Scharrenburg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli
- Mr. J.N.M. Blom is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. zie foto 3 pagina 2 van de bijlage zie foto 4 pagina 2 van de bijlage zie foto 5 pagina 3 van de bijlage zie foto 6 pagina 3 van de bijlage zie aanvullend proces-verbaal bevindingen parkeerplaats d.d. 30 maart 2017 en als los document gevoegd bij voornoemd dossier