RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/830437-16 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 oktober 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 september 2018 en 8 oktober 2018. Verdachte is niet verschenen. Op 14 september is wel verschenen mr. L.A.A. Ongenae, advocaat te Eelde, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 21 december 2015, te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (van) een voorwerp, te weten 2500 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte voor het ten laste gelegde te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uur, te vervangen door 30 dagen hechtenis indien de werkstraf niet (naar behoren) wordt uitgevoerd, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte zijn bankpas en bankrekening tegen een beloning ter beschikking heeft gesteld aan een ander zonder zich afdoende te (laten) informeren over het doel hiervan. Gelet op de feitelijke gang van zaken is er naar de mening van de officier van justitie sprake van voorwaardelijke opzet gericht op het witwassen van een geldbedrag. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niets wist van de acquisitiefraude. Verdachte heeft enkel zijn bankpas ter beschikking gesteld. Dit betekent dat verdachte niet wist of moest vermoeden dat er gelden afkomstig uit misdrijf op zijn bankrekening zouden worden gestort. Oordeel van de rechtbank Inleiding Deze zaak is een onderdeel van het resultaat van het onderzoek Chryseis, een onderzoek naar grootschalige acquisitiefraude gepleegd binnen heel Nederland. Aanleiding voor dit onderzoek waren de onderzoeken Archird en Eudora, waarbij laatstgenoemde ook was gericht op acquisitiefraude en waarin verdachte [medeverdachte] , de hoofdverdachte in het onderzoek Chryseis, in beeld kwam bij de politie. Het onderzoek heeft zich vervolgens gericht op de activiteiten van deze hoofdverdachte op het gebied van acquisitiefraude. Het dossier bevat meer dan vijftig aangiftes uit het hele land (en een aangifte uit België) van (pogingen tot) oplichting. Aangevers verklaren dat zij zijn gebeld door een man die hen onder valse voorwendselen heeft bewogen tot het overboeken van geld via internetbankieren. Uit de aangiftes blijkt dat de man in veel gevallen een soortgelijke werkwijze hanteerde en aan de aangevers een vergelijkbaar verhaal vertelde. Hij nam daarbij een valse naam en hoedanigheid aan om het vertrouwen van de aangevers te winnen. Veel aangevers hebben op instructie van de man tijdens de telefoongesprekken duizenden euro’s overgeboekt. In enkele gevallen wist de bank te voorkomen dat het geld in handen van de dader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.