← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2019:1838

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/030177-00 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 30 april 2019 op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling in de zaak tegen [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats], thans verblijvende in de FPC dr. S. van Mesdag te Groningen. Procesverloop De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaren. De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2019, waarbij aanwezig waren de raadsman van veroordeelde, mr. A. Ytsma, advocaat te Haarlem, de officier van justitie en M. Meulenbeek, klinisch psycholoog in opleiding, als deskundige. Veroordeelde is op 12 april 2019, bijgestaan door zijn raadsman mr. A. Ytsma, gehoord in de dr. Van Mesdagkliniek door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor, welk proces-verbaal aan het dossier is toegevoegd. De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het (plaatsvervangend) hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies d.d. 18 februari 2019 van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd, alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde. Motivering De opgelegde terbeschikkingstelling Bij vonnis van 1 maart 2001 heeft de rechtbank Groningen veroordeelde wegens:

  1. Doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf straffeloosheid, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren en
  2. Doodslag ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De terbeschikkingstelling is aangevangen op 26 april 2005 en laatstelijk op 3 mei 2017 verlengd met twee jaar. Het advies van de instelling In het voormeld verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven: Veroordeelde is een 48-jarige gemiddeld intelligente man bij wie sprake is van ernstige cluster B persoonlijkheidsproblematiek, een hoge mate van psychopathie en verslavingsproblematiek. Vanuit een kindertijd waarin affectief-pedagogische verwaarlozing, regelmatige fysieke mishandeling en uithuisplaatsingen voorop stonden, heeft veroordeelde zich ontwikkeld tot een man die de buitenwereld als vijandig en bedreigend ervaart, hetgeen hem voortdurend angst en spanningen oplevert. Het ontbreekt veroordeelde aan vaardigheden om onlustgevoelens adequaat te reguleren, anders dan door middelengebruik of door verbaal en/of fysiek agressief te worden. Gedurende zijn levensloop is een patroon zichtbaar van enerzijds het explosief en impulsief agressief uit ageren van angst en achterdocht naar zijn omgeving, zoals blijkt uit de vechtpartijen en hanteringsproblemen gedurende de vele detenties. Anderzijds is er sprake van het bevredigen van zijn eigen behoeften vanuit een opportunistische component, onder andere naar voren komend in de vele vermogensdelicten die veroordeelde heeft gepleegd om in zijn verslaving en levensonderhoud te voorzien. De bepaling welke invloed deze mechanismen hebben op de totstandkoming van beide indexdelicten blijft hypothetisch, omdat onderzoek naar de delictdynamiek bij veroordeelde tot op heden niet mogelijk is gebleken. Veroordeelde voldoet aan de criteria van de borderline persoonlijkheidsstoornis, namelijk instabiele intermenselijke relaties, impulsiviteit, affectlabiliteit, inadequate intense woede en moeite deze boosheid te beheersen, voorbijgaande aan stress gebonden paranoia en gebrekkige realiteitstoetsing. Tevens is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, waarbij overtredingen van de wet, oneerlijkheid, impulsiviteit, prikkelbaarheid en het ontbreken van spijtgevoelens het meest in het oog springen. Hiernaast kan gesproken worden van narcistische kenmerken, tot uiting komend in een behoefte aan aandacht en bevestiging, het gevoel bijzondere rechten te hebben en een gebrek aan empathie. De in een vorige kliniek afgenomen PCLR toont tevens een zeer hoge mate van psychopathie aan. Op dit moment is het TBS-kader het belangrijkste aspect van het risicomanagement. Bij veroordeelde is bovendien voortdurend toezicht nodig om destabiliserende factoren zodanig onder controle te houden dat het recidiverisico gemanaged kan worden; elke verruiming van vrijheden of onduidelijkheid over afspraken leidt tot ruimtezoekend of grensoverschrijdend gedrag. In juni/juli 2018 werd, gezien de dreigende uitspraken die veroordeelde heeft gedaan, het noodzakelijk bevonden en besloten een EVBG-status voor veroordeelde aan te vragen en veroordeelde op de Zeer Intensieve en Specialistische Zorgafdeling (ZISZ) te plaatsen. Recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging: hoog Recidiverisico in geval van beëindiging toezicht of maatregel: hoog De deskundige Meulenbeek heeft het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in: We zetten ten aanzien van veroordeelde in op beheersing. Er is elke keer beveiliging aanwezig in de contacten met veroordeelde. De reden dat wij zo fors inzetten zijn de uitlatingen van veroordeelde met betrekking tot zijn overgang naar de longstay. Het feitelijk contact met veroordeelde bestaat alleen uit een sociaal contact. Veroordeelde weigert nog steeds iedere medewerking aan zijn behandeling. Er heeft een intakegesprek plaatsgevonden omtrent welke longstay-plek voor hem geschikt is. Op grond van dit gesprek zal veroordeelde waarschijnlijk eerst in Vught worden geplaatst om van daaruit, mocht zijn verblijf in Vught positief verlopen, naar de kliniek in Zeeland te gaan. Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren. Het standpunt van de raadsman De raadsman heeft verzocht om de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Sinds 1 januari 2019 is er een nieuw beleidskader Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg van kracht. In het kader van dit nieuwe beleidskader vindt er in 2020 een zogenaamde 15+ zorgconferentie plaats waarbij deskundigen de casus van veroordeelde bespreken. Gekeken wordt of er nog enig perspectief is voor veroordeelde. Door verlenging van een jaar kan er dan, met inachtneming van de resultaten van die zorgconferentie, een zogenaamde nulmeting ontstaan, waarbij wordt bekeken welke mogelijkheden er nog voor veroordeelde zijn. Het oordeel van de rechtbank Op grond van de inhoud van voormeld advies en de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. De terbeschikkingstelling van veroordeelde is in 2005 aangevangen. Sindsdien zijn er geen resultaten geboekt, nu veroordeelde iedere medewerking aan zijn behandeling weigert. Ook al zou veroordeelde zijn medewerking verlenen aan een behandeling, dan nog valt niet te verwachten dat op korte termijn sprake zal zijn van de mogelijkheden tot resocialisatie of voorwaardelijke beëindiging van de ter beschikkingstelling. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling dan ook, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met twee jaren verlengen. De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van veroordeelde met twee jaren. Deze beslissing is gegeven door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 april
  3. Mr. Jansen en mr. Van Capelle zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.