beschikking RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Assen zaaknummer / rekestnummer: C/19/125238 / HA RK 18/71 Beschikking van 8 juli 2019 op het verzoek van [verzoeker] , die woont in [woonplaats] , verzoeker,hierna: [verzoeker] , advocaat mr. O.M.M. Philips, die kantoor houdt in Haren,inzake de nalatenschap van[naam 1] (hierna: erflater),geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , overleden op [datum] te [plaats] ,laatst wonende te [postcode] [plaats] , [adres] . 1De procedure1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit:- het verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie op 14 december 2018;- de brief van 24 januari 2019 van de rechtbank met een verzoek om een nadere toelichting te geven op het verzoek;- de brief van 1 maart 2019 van de rechtbank met een verzoek om op de brief van 24 januari 2019 te antwoorden;- de brief van 8 maart 2019 van mr. Philips waarin hij onder andere meedeelt dat de verzochte stukken op korte termijn zullen worden nagezonden;- de brief van 7 mei 2019 van mr. Philips met de aanvullende stukken. 1.
- De griffier heeft mr. Philips bij brief van 13 mei 2019 gevraagd of hij binnen twee weken willen laten weten of verzoeker hij wenst te worden gehoord op het verzoekschrift. De griffier heeft daarbij meegedeeld dat als dat niet het geval is, hij niet hoeft te reageren en dat dan op basis van de stukken een beslissing wordt genomen. Mr. Philips heeft niet meer gereageerd op deze brief. 2De feiten 2.
- Uit de verklaring van erfrecht blijkt dat het door erflater opgemaakte testament geen rechtsgevolg heeft omdat de in het testament genoemde erfgenaam voor erflater is overleden. Daarom is de enige zoon van erflater, [naam 2] , de enige erfgenaam. 2.
- [naam 2] heeft, zo blijkt uit de akte van beneficiaire aanvaarding, de nalatenschap beneficiair aanvaard. Ook heeft hij [verzoeker] gevolmachtigd om hem te vertegenwoordigen ter zake van de vereffening van de nalatenschap. 2.
- Het vermogen van erflater stond onder bewind van bewindvoerder [naam 3] B.V. 2.
- De schulden overtreffen de baten. 3
- Het verzoek3.
- [verzoeker] verzoekt om in de nalatenschap van erflater als vereffenaar te worden benoemd. Hij stelt daartoe, samengevat weergegeven, dat hij er als bewaarder van het dossier en als schuldeiser belang bij heeft om een vereffenaar te laten benoemen. Desgevraagd heeft [verzoeker] toegelicht dat hij als notaris diverse werkzaamheden heeft verricht in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap, welke werkzaamheden vooralsnog onbetaald zijn gelaten. [verzoeker] stelt dat hieruit een rechtstreeks belang volgt bij het verzoek tot benoeming van een vereffenaar. Daarbij komt dat als geen vereffenaar wordt benoemd, het niet tot afwikkeling van de nalatenschap zal komen. 4
- De beoordeling4.
- De in art. 4:206 BW genoemde personen, voor zover bekend, zijn gehoord althans behoorlijk opgeroepen. 4.
- In artikel 4:203, eerste lid aanhef en onder b, BW is bepaald, voor zover hier van belang, dat de rechtbank na aanvaarding van een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving op verzoek van een belanghebbende of van het openbaar ministerie een vereffenaar kan benoemen wanneer hij die met het beheer der nalatenschap is belast in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet, daartoe ongeschikt is of niet voldoet aan een last tot zekerheidsstelling, wanneer de schulden der nalatenschap de baten blijken te overtreffen of wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat deze vereffend is. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] als belanghebbende is aan te merken. De rechtbank zoekt in dat verband aansluiting bij Asser/Perrick 6b, nr. 457: "Een belanghebbende kan onder meer zijn een schuldeiser van de nalatenschap en een schuldeiser van een erfgenaam. In art. 4:206 lid 5 BW, dat ziet op het ontslag van een vereffenaar, komt ‘belanghebbende’ niet voor en wordt uitsluitend een schuldeiser van de nalatenschap en niet een schuldeiser van een erfgenaam genoemd. Ook een schuldeiser van een erfgenaam kan belang hebben bij de benoeming van een nieuwe vereffenaar in plaats van een door de rechtbank benoemde vereffenaar". 4.
- [verzoeker] is niet zelf als schuldeiser van de nalatenschap aan te merken omdat gesteld noch gebleken is dat hij bij leven van erflater werkzaamheden voor erflater heeft verricht die onbetaald zijn gebleven. Wel is hij schuldeiser van een erfgenaam. De enige erfgenaam heeft [verzoeker] namelijk opdracht gegeven de nalatenschap af te wikkelen en heeft hem daarvoor gevolmachtigd. Dat betekent dat de erfgenaam in hoedanigheid van opdrachtgever als schuldenaar van [verzoeker] is aan te merken. Omdat [verzoeker] stelt dat de werkzaamheden onbetaald zijn gebleven, heeft [verzoeker] er belang bij om als vereffenaar benoemd te worden en zo toch voor de al door hem uitgevoerde werkzaamheden betaald te worden. 4.
- De rechtbank stelt vast dat in deze nalatenschap de schulden de baten overtreffen. Volgens het overzicht van [verzoeker] bedraagt het saldo € 1.369,57 terwijl de schulden € 7.743,71 bedragen. Aan de voorwaarden van artikel 4:203, aanhef en onder b, BW, is daarmee voldaan. 4.
- De rechtbank zal [verzoeker] , conform het verzoek en gelet op zijn bereidverklaring, benoemen tot vereffenaar. 4.
- Het verzoek om uit oogpunt van kostenbesparing de te benoemen vereffenaar te ontheffen van de publicatieplicht en om te bepalen dat de af te geven beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op internet, wordt afgewezen. Sinds de wetswijziging van 1 september 2016 kan worden volstaan met bekendmaking in de digitale Staatscourant en daaraan zijn geen kosten verbonden. 5De beslissing De rechtbank: benoemt [verzoeker] , notaris te [woonplaats] , tot vereffenaar in de nalatenschap van [naam 1] voornoemd, draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven, draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant, verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, wijst af het overige verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Venema-Dietvorst en in het openbaar uitgesproken op 8 juli
- type: CvdD coll: