RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 17/4441 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 14 februari 2019 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Procesverloop Verweerder heeft met dagtekening 9 mei 2017 een informatiebeschikking genomen met betrekking tot de op te leggen aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2013. Bij uitspraak op bezwaar van 10 november 2017 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2019. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, bijgestaan door [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam] . De zaak is ter zitting gezamenlijk behandeld met eiseres’ zaak met het zaaknummer 18/3800. Overwegingen Feiten 1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. 1.1. Eiseres heeft haar aangifte IB/PVV voor het jaar 2013 op 30 april 2015 bij verweerder ingediend. In deze aangifte heeft eiseres de aankoopprijs van het pand aan de [a-straat #] te [plaats B] (het pand) opgenomen bij de grondslag ter bepaling van haar inkomen uit sparen en beleggen. 1.2. Deze bij 1.1 bedoelde aangifte is tezamen met de aangifte IB/PVV voor het jaar 2013 van eiseres’ echtgenoot [Y] ( [Y] ) namens verweerder in behandeling genomen door [ambtenaar R] ( [ambtenaar R] ). In verband met de behandeling van deze aangiften heeft [ambtenaar R] met dagtekening 2 februari 2016 een brief gestuurd aan administratiekantoor [naam kantoor] . In deze brief zijn vragen gesteld met betrekking tot het gebruikelijk loon, privégebruik auto, bronbelasting en voorkoming van dubbele belasting in verband met buitenlands vastgoed. Na beantwoording van deze brief door de heer [F] ( [F] ) heeft mevrouw [ambtenaar R] met dagtekening 7 april 2016 een nadere vragenbrief gestuurd, die [F] bij brief van 28 april 2016 heeft geantwoord. Hierbij heeft hij nadere informatie verstrekt over een managementovereenkomst met [naam] . Verder heeft nadere afstemming plaatsgevonden over het gebruikelijk loon en de bronbelasting. 1.3. Op 8 juli 2016 heeft er een bespreking plaatsgevonden, waarbij aanwezig waren [F] , [Y] , [G] en [ambtenaar R] . Naar aanleiding van deze bespreking heeft [ambtenaar R] een brief met dagtekening 18 juli 2016 aan Administratiekantoor [naam kantoor] gestuurd. Onder het kopje “2. Resultaat uit overige werkzaamheden mevrouw [eiseres]” deelt mevrouw [ambtenaar R] het volgende mee: “Aan het eind van de bespreking hebben wij kort gesproken over De [a-straat #] te [plaats B] . De heer [Y] heeft aangegeven dat het pand is aangeschaft met de intentie om het te verbouwen tot appartementen. Hetgeen de heer [Y] tijdens de bespreking heeft verteld, heeft mij aanleiding gegeven tot nader onderzoek. Mogelijk is het pand ten onrechte opgenomen in box 3, omdat het zou kunnen kwalificeren als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1. Om dit nader te kunnen beoordelen, verzoek ik u mij de volgende gegevens te verstrekken, onderbouwd aan de hand van relevante documenten: - - Wie heeft de bouwvergunning aangevraagd? - - Wie heeft de aannemer geselecteerd? - - Wie heeft de vergunningen aangevraagd? - - Wie heeft de contracten met de aannemer/bouwvakkers onderhouden? - - Wie heeft toezicht gehouden op de werkzaamheden? - - Overzicht van de kosten (architect, vergunning, verbouwing etc.); - - Welke werkzaamheden hebben de heer en mevrouw [Y] verricht? - - Op welke datum is de verbouwing gestart? - - Op welke datum is het opgeleverd? - - Hoeveel appartementen zijn er ontstaan? - - Is het pand gesplitst in appartementsrechten? Zo ja, dan ontvang ik graag de akte. Zo nee, waarom niet? - - Op welke data zijn de huurcontracten ingegaan? - - Wie onderhoudt het contact met de huurders? - - Welke werkzaamheden worden er nog verricht, sinds het pand is opgeleverd en verhuurd? - - Waarom is volgens u (in de periode tot aan de verhuur) geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden, daaronder begrepen het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat, zoals het uitponden van onroerende zaken?”. 1.4. Bij brief van 30 augustus 2016 deelt [F] in antwoord op de bij 1.3 vermelde vragen het volgende mee: “ROW, a. Bouwvergunning door [Bouwadviesbedrijf] aangevraagd b. [Bouwadviesbedrijf] heeft de aannemer geselecteerd c. [Bouwadviesbedrijf] heeft de vergunningen aangevraagd zie punt a hiervoor d. [Bouwadviesbedrijf] heeft alles begeleid e. [Bouwadviesbedrijf] heeft toezicht gehouden op hetgeen f. Fam [Y] heeft geen werkzaamheden in deze verricht g. Verbouwing zal in 2012/2013 zijn gestart h. Oplevering eind 2014/begin 2015 i. 14 appartementen zijn ontstaan j. Er is geen akte van splitsing nodig omdat het eigendom van 1 eigenaar is. k. November 2014 tot februari 2015 zijn de huurcontracten ingegaan l. [naam] Makelaardij onderhoud verder alle zaken met en namens de huurders m. Er worden geen werkzaamheden door cliënten verricht n. Het gaat hier om normaal vermogensbeheer, mede gelet op het feit dat cliënten het voltallig werk heeft uitbesteed en zelf geen werkzaamheden verricht voor dit pand.”. [F] heeft bij zijn brief geen documenten gevoegd en ook geen overzicht van de kosten opgesteld. 1.5. Bij brief van 16 februari 2017 deelt [ambtenaar P] , werkzaam als controlemedewerker bij verweerder, aan eiseres mee dat hij aan haar een aantal vragen wil stellen met betrekking tot de verbouw van het pand. [ambtenaar P] wil graag vaststellen of eiseres het pand terecht heeft aangemerkt als een vermogensbestanddeel (box 3). [ambtenaar P] verzoekt eiseres om binnen veertien dagen na dagtekening van de brief contact met hem op te nemen voor het plannen van een afspraak. [ambtenaar P] deelt verder mee: “Doel van de bespreking is het verkrijgen van een nader beeld van het pand, en de daaraan uitgevoerde werkzaamheden, aan de [a-straat #] te [plaats B] . Ik stel het in dit kader op prijs om het pand te mogen bezichtigen. Verder verzoek ik u voorafgaand aan de bespreking de volgende informatie (digitaal) te verstrekken: Alle facturen inzake de aan het pand verrichtte werkzaamheden. Bouwtekeningen en taxatierapporten van het pand voor zowel de oude als de nieuwe situatie.”. 1.6. [ambtenaar P] heeft na een telefonisch verzoek van eiseres’ gemachtigde uitstel verleend tot 15 maart 2017 voor de beantwoording van de gestelde vragen. Op die datum deelt de gemachtigde per e-mail mee dat de informatie wordt verzameld en nog niet volledig beschikbaar is. Zij hoopt [ambtenaar P] uiterlijk over twee weken nader te berichten. [ambtenaar P] laat de gemachtigde telefonisch weten dat hij dit uitstel verleend. Daarbij vraagt hij om een bezichtiging te plannen. De gemachtigde geeft aan dat zij op dit laatste zal terugkomen. 1.7. Bij brief van 31 maart 2017 deelt eiseres’ gemachtigde aan [ambtenaar P] onder meer het volgende mee: “Cliente meende dat deze kwestie reeds was afgewikkeld door uw voorganger mevrouw [ambtenaar R] . Zij heeft namelijk eerder (2 februari 2016) een uitvoerige vragenbrief daarover gezonden aan administratiekantoor [naam kantoor] . Dit kantoor heeft haar vragen beantwoord. Samengevat volgt uit die informatie dat cliënte de verbouwingswerkzaamheden aan het pand alsook de verhuur volledig heeft uitbesteed.” (…) “Cliënte is slechts zijdelings betrokken bij haar beleggingsobject omdat alle werkzaamheden die daarmee samenhangen volledig zijn uitbesteed. Zij is louter financier en belegger in het pand en wenst dat ook zo te houden de komende jaren. Voor haar staat vast dat er over de kwalificatie van deze belegging voor de heffing van inkomstenbelasting (box 3) geen discussie kan bestaan. Gegeven die feiten en omstandigheden, het eerdere onderzoek en de daarbij verstrekte informatie ontgaat het cliënte welk relevant belang de inspecteur (nog) heeft bij een bespreking en/of een bezoek aan het pand. Met het oog op de privacy van de huurders is het overigens maar de vraag of zij de inspecteur (en de door hem aangewezen deskundigen) toegang dient en kan verlenen. Vanzelfsprekend ben ik namens cliënte bereid om voor zoveel nodig met u overleg te voeren zodat haar belastingaangifte 2013 snel kan worden afgewikkeld.”. 1.8. Bij brief van 5 april 2017, gericht aan eiseres, sommeert [ambtenaar P] op grond van de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) eiseres om vóór 20 april 2017 de gevraagde informatie te verstrekken en een afspraak te maken voor een bespreking en bezichtiging van het pand. Hierbij deelt [ambtenaar P] mee dat, als eiseres niet aan dit verzoek voldoet, hij genoodzaakt is om een informatiebeschikking uit te reiken. Hierop volgt een e-mailwisseling tussen eiseres’ gemachtigde en [ambtenaar P] over de machtiging van eiseres’ gemachtigde. 1.9. Bij e-mailbericht van 19 april 2017 wijst eiseres’ gemachtigde [ambtenaar P] erop dat zij het aanbod heeft gedaan constructief overleg te voeren. [ambtenaar P] reageert hierop telefonisch, waarna de gemachtigde van eiseres aangeeft alsnog bij eiseres te informeren naar de bereidheid de gevraagde informatie te leveren. 1.10. Bij brief van 26 april 2017, gericht aan [ambtenaar P] , beschrijft eiseres’ gemachtigde in chronologische volgorde de contacten, zoals die in haar optiek hebben plaatsgevonden met de Belastingdienst inzake eiseres’ aangifte IB/PVV voor het jaar 2013. Eiseres’ gemachtigde besluit haar brief met: “ Gelet op haar gemotiveerde en constructieve opstelling en diametrale werkwijze van de inspecteur onder meer voor wat betreft (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.