RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie: Groningen Zaak-/rekestnr.: [nummer] Machtiging tot voortzetting van de isolatie Beschikking van 1 april 2020, van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van de isolatie als bedoeld in artikel 31 lid 1 van de Wet Publieke Gezondheid ten aanzien van: [naam betrokkene] geboren op [geboortedatum en plaats] , wonende te [woonadres] thans verblijvende in [verblijfadres] hierna te noemen: betrokkene, advocaat: [naam advocaat] . 1Het procesverloop 1.
- Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank Gelderland op 30 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 27 maart 2020 door de voorzitter van de veiligheidsregio Gelderland-Zuid genomen beschikking tot isolatie van betrokkene. 1.
- In verband met de overplaatsing van betrokkene van een zorginstelling van Iriszorg, geleden in het rechtsgebied van de rechtbank Gelderland, naar het Beatrixoord te Haren (onderdeel van het Universitair Centrum Psychiatrie), afdeling Tuberculose heeft de rechtbank Gelderland onderhavige zaak doorverwezen naar deze rechtbank. Op 30 maart 2020 is daartoe ter griffie een doorverwijzingsbeschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, ontvangen. 1.
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beschikking voornoemd - de in artikel 30 Wet Publieke Gezondheid bedoelde medische en epidemiologische gegevens 1.
- In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de mondelinge behandeling van het verzoekschrift conform het landelijk geldende protocol telefonisch plaatsgevonden. 1.
- De rechtbank heeft op 1 april 2020 door middel van een conference call de volgende personen, gelijktijdig, telefonisch gehoord: - betrokkene, bijgestaan door [naam advocaat] ; - [naam longarts] , longarts, - [naam] , GGD specialist infectieziektes; - [naam] , officier van justitie. 2De beoordeling: 2.
- Uit de overgelegde stukken is gebleken dat: - betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A, als bedoeld in artikel 1 van de Wet Publieke Gezondheid, - ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte, - dit gevaar niet op andere wijze effectief kan worden afgewend, en - betrokkene niet tot vrijwillige opneming ter isolatie bereid is. 2.
- Uit de telefonische toelichting is gebleken dat betrokkene het Covid-19 virus niet (meer) bij zich draagt en derhalve geen gevaar (meer) is voor de volksgezondheid. 2.
- Gelet op het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen. 3De beslissing De rechtbank: 3.
- wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven op 1 april 2020 door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 april
- RH Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.