← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2020:1579

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Assen zaak-/rolnummer: 8088171 \ CV EXPL 19-6570 Verstekvonnis van de kantonrechter van 7 april 2020 in de zaak van de naamloze vennootschap UNIGARANT N.V., mede handelende onder de naam ANWB Verzekeren, gevestigd te 's-Gravenhage, eisende partij, gemachtigde: De Klerk Vis Niekus Gerechtsdeurwaarders en Incasso, tegen [gedaagde] wonende te [adres] gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend. 1Procesverloop 1.

  1. De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd om de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 308,58, te vermeerderen met wettelijke rente, incasso- en proceskosten. 1.
  2. Op 28 januari 2020 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd. 1.
  3. Nadat eisende partij een uitstel heeft verzocht en verkregen voor de zitting van 25 februari 2020 heeft zij ter zitting van 10 maart 2020 een akte houdende specificatie van de vordering overgelegd. 2Motivering 2.
  4. De kantonrechter heeft in haar tussenvonnis overwogen dat de door de eisende partij uitgebrachte dagvaarding onvoldoende informatie verschaft en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 21 Rv. De kantonrechter heeft de eisende partij bevolen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het landelijke informatieformulier. Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat de eisende partij in ieder geval stukken diende te overleggen waaruit blijkt dat en op welke manier een overeenkomst met gedaagde partij tot stand is gekomen. Indien eisende partij een beroep doet op een algemene voorwaarde, diende eisende partij de algemene voorwaarden te overleggen en toe te lichten waarom het beding waarop een beroep wordt gedaan niet oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13 oneerlijke bedingen. Indien sprake is van een koop op afstand diende eisende partij stukken te overleggen waaruit blijkt dat zij aan haar informatieverplichtingen van artikel 6:230m BW heeft voldaan. Daarnaast diende eisende partij de facturen te overleggen. 2.
  5. De eisende partij heeft het landelijke informatieformulier ingevuld, producties overgelegd en haar vordering bij akte nader toegelicht. Eisende partij heeft de verzekeringspolis overgelegd en toegelicht dat er op 5 september 2018 online een ANWB Autoverzekering met polisnummer [xx] tot stand is gekomen voor een [motorvoertuig] met kenteken [kenteken] Gedaagde diende € 300,96 per jaar (€ 25,08 per maand) en eenmalig € 9,68 aan poliskosten te betalen (gebaseerd op een no-claimkorting van 80%). Naar de kantonrechter uit de stukken opmaakt, is er op enig moment gebleken dat er een no-claimkorting van 45% berekend zou moeten worden, waardoor de jaarpremie € 759,60 werd en maandelijks € 63,30 betaald diende te worden door gedaagde. De dekking van de verzekering is ingetrokken per 24 december
  6. Daarnaast heeft eisende partij uiteengezet op welke wijze zij heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen van artikel 6:230m BW. Eisende partij doet geen beroep op een bepaling in de algemene voorwaarden. Daarnaast heeft zij toegelicht dat er geen rentes of boetes zijn opgenomen in de gevorderde hoofdsom. 2.
  7. De kantonrechter constateert dat het polisnummer van de autoverzekering overeenkomt met één van de twee polisnummers die eisende partij in de dagvaarding aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eisende partij thans aan de hand van producties 5 en 6 voldoende informatie verschaft om vast te kunnen stellen dat gedaagde partij een bedrag van € 203,04 verschuldigd is inzake polisnummer
  8. De grondslag van het resterende bedrag van € 105,54, is niet duidelijk geworden, nu eisende partij geen andere polisbladen heeft overgelegd en ook niet op een andere wijze inzichtelijk heeft gemaakt waarom gedaagde partij dit bedrag moet betalen. De incassokosten zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 48,40 van nu dit behoort bij een hoofdsom van € 203,
  9. De wettelijke rente zal worden toegewezen over € 203,04 vanaf de (laatste) vervaldatum, zijnde 26 oktober 2018; de voor die datum gevorderde rente ad € 5,56 zal pro rata worden toegewezen. Het meerdere zal worden afgewezen omdat dit de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voor komt. 2.
  10. Gedaagde zal als grotendeels in het ongelijkgestelde partij de proceskosten moeten dragen. 3Beslissing De kantonrechter: 3.
  11. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen € 255,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 203,04 vanaf 26 oktober 2018 tot aan de dag van volledige betaling; 3.
  12. veroordeelt gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van eisende partij begroot op € 103,06 aan dagvaardingskosten, € 121,00 aan vast recht en € 36,00 aan salaris gemachtigde; 3.
  13. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  14. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 7 april
  15. typ/conc: 36330/TG coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.