RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie: Groningen Zaaknummer / rekestnummer: C/18/198968 / FA RK 20-1230 Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 27 mei 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 1942, wonende aan de [adres 1] te Veendam, thans verblijvende bij [accommodatie] te Groningen, hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. J.G. Brands, kantoorhoudende te Groningen. 1Het procesverloop 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de officier van justitie, ingekomen bij de griffie op 25 mei
- 1.
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Veendam d.d. 20 mei 2020; - de medische verklaring d.d. 20 mei 2020; - een episode journaal uit Khonraad; - een verklaring van niet voorkomen in het curatele- en bewindregister; - politiegegevens als bedoeld in de Wet Politiegegevens. 1.
- In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de rechtbank besloten om de betrokkenen conform het landelijk geldende protocol telefonisch te horen. 1.3.
- Het telefonisch horen heeft plaatsgevonden op 27 mei
- De rechtbank heeft door middel van een conference call de volgende personen telefonisch gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de heer [naam] , psychiater/zorgverantwoordelijke. 1.
- De officier van justitie heeft op voorhand aangegeven niet op de mondelinge behandeling te zullen verschijnen en is door de rechtbank niet telefonisch gehoord. 1.
- De wet schrijft voor dat de rechter op het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel niet beslist dan nadat betrokkene ten aanzien waarvan de machtiging wordt verzocht, is gehoord, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen. 1.
- De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Ten tijde van de zitting liep betrokkene op de gang van de afdeling en heeft aan zijn ter plaatse zijnde advocaat aangegeven dat hij liever verder wandelt dan in gesprek te gaan met de rechter. De rechter heeft daarop besloten om de mondelinge behandeling zonder het bijzijn van betrokkene voort te zetten. 2Het verzoek 2.
- De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen en stelt voor om onderstaande vormen van verplichte zorg op te nemen om het ernstig nadeel weg te nemen: - toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - opnemen in een accommodatie. 3De beoordeling 3.
- Ter zitting is door de psychiater aangegeven dat de dementie de voorliggende stoornis is. Het gedrag van betrokkene vloeit daaruit voort. De reden dat ervoor gekozen is een crisismaatregel te vragen en geen inbewaringstelling op basis van de Wet zorg en dwang (Wzd) is erin gelegen dat er wel een opnamemogelijkheid was in een Wvggz geregistreerde accommodatie en niet in een Wzd geregistreerde accommodatie. Dat kan echter geen reden zijn om op basis van een afgeleide stoornis betrokkene te brengen onder de werking van de Wvggz. 3.
- De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat betrokkene niet lijdt aan een psychische stoornis in de zin van de Wvggz, maar aan een stoornis die valt onder dit begrip in de Wzd. Dat maakt dat het verzoek reeds om die reden niet voor toewijzing vatbaar is. 4De beslissing De rechtbank: 4.
- wijst af het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel. Deze beschikking is op 27 mei 2020 mondeling gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door M. Rozendal, de griffier, en op 27 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.