RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden Parketnummer: 17/015431-92 Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 30 juni 2020 op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling in de zaak tegen [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats], thans verblijvende [instelling], hierna te noemen: veroordeelde. Procesverloop De officier van justitie heeft op 17 mei 2020 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van veroordeelde zal verlengen met twee jaren. De behandeling heeft plaatsgevonden op 30 juni 2020, waarbij aanwezig waren veroordeelde via een directe telefonische geluidsverbinding, diens raadsman mr. J. Anker, de officier van justitie mr. P. van der Vliet, en de heer H.J. van de Kerkhof als deskundige via een directe beeld- en geluidsverbinding. De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder het door het (plaatsvervangend) hoofd van de [instelling] ondertekende verlengingsadvies d.d. 24 april 2020, alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van veroordeelde. De rechtbank heeft voorts gelet op de adviezen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv), opgemaakt door H.T.J. Boerboom, psychiater, en P.A.E.M.T. Cremers, GZ-psycholoog, beiden niet verbonden aan de instelling waar veroordeelde wordt verpleegd. Motivering De opgelegde terbeschikkingstelling Bij arrest van 3 november 1992 heeft het gerechtshof te Leeuwarden veroordeelde ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege wegens diefstal met braak, met inklimming en met bedreiging. De terbeschikkingstelling is aangevangen op 18 november 1992 en laatstelijk op 18 juli 2018 verlengd met twee jaren. Het advies van de instelling In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In het verlengingsadvies is – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende aangegeven. Veroordeelde is een thans 48-jarige man. Tijdens de lopende tbs-maatregel is hij veroordeeld voor een poging tot verkrachting van een vrouwelijke reclasseringswerker. Veroordeelde is gediagnosticeerd met een aantal aangeboren handicaps, waarbij gesproken kan worden van een complexe en elkaar versterkende psychiatrische problematiek. Er is sprake van een autismespectrumstoornis die zorgt voor problemen in de sociale interacties, doordat veroordeelde zich niet in kan leven in een ander en veelal zaken belicht vanuit zijn perspectief. Daarnaast is sprake van een verstandelijke beperking (zwakbegaafdheid), waarbij wordt gezien dat veroordeelde snel het overzicht verliest als zaken niet direct duidelijk zijn. Verder is er seksuele problematiek, die door middel van libidoremmende medicatie onder controle wordt gehouden. Veroordeelde krijgt ook medicatie tegen onrust in zijn hoofd. Door de geringe sociaal-emotionele en cognitieve vaardigheden is veroordeelde nauwelijks in staat complexe en/of nieuwe situaties het hoofd te bieden. Het ziektebesef en –inzicht zijn zeer beperkt, hetgeen hem sterk afhankelijk maakt van zijn omgeving. Veroordeelde heeft grote behoefte aan een duidelijke voorgestructureerde omgeving met intensieve begeleiding. Wanneer situaties onoverzichtelijk worden en hij onvoldoende steun krijgt, isoleert hij zichzelf en creëert hij zijn eigen (fantasie)wereld, waarin wraakgevoelens, gevoelens van niet begrepen zijn en ook agressieve seksuele gedachten de overhand kunnen krijgen. Veroordeelde kan hierbij snel seksueel overprikkeld raken. Dit wordt versterkt op het moment dat hij zich meer gaat isoleren en seksuele dwanggedachten toenemen. De laatste jaren is er meer rust en stabiliteit gekomen in zijn toestandsbeeld. Er is een werkbare behandelrelatie ontstaan, waarbinnen veroordeelde met name spanningen en frustraties deelt met zijn mentoren. Hij gedijt bij de duidelijke, voorspelbare structuur en begeleiding die hij krijgt en de interventies die worden uitgezet. Behandeling heeft geen verandering gebracht in het recidiverisico, mede vanwege het ontbrekend ziektebesef en -inzicht. Voor een adequaat risicomanagement is veroordeelde afhankelijk van zijn omgeving; dat wordt derhalve extern vorm gegeven. De inschatting is dat het risico op toekomstig gewelddadig gedrag hoog is wanneer het tbs-kader zou komen te vervallen. Behandeling heeft in het verleden geen verandering gebracht in het recidiverisico. Dit maakt dat de behandeling geënt is op stabiel functioneren en voorkoming van incidenten, waarbij een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven voor veroordeelde wordt nagestreefd. Hiervoor is een intensief extern risicomanagement noodzakelijk dat zeker de komende twee jaar enkel nog mogelijk is in de huidige kliniek. Geadviseerd is de verlenging van de tbs-maatregel met twee jaren. De deskundige H.J. van de Kerkhof, behandelcoördinator/GZ-psycholoog van de kliniek, heeft ter zitting - zakelijk weergegeven - het advies als volgt bevestigd en toegelicht: Recentelijk is de LFPZ (long stay) status van veroordeelde verlengd. Iedereen is het eens dat de huidige kliniek de beste verblijfplaats voor veroordeelde is. Veroordeelde wil graag nog één keer verhuizen naar een nieuw te bouwen kliniek, waar hij vervolgens levenslange ondersteuning kan krijgen. De verwachting is dat de nieuwe kliniek vanaf de zomer 2021 aanmeldingen in behandeling neemt voor de opening in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.