beschikking RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaakgegevens : C/17/174054 / FJ RK 20-730 datum uitspraak: 27 juli 2020 beschikking machtiging uithuisplaatsing in de zaak van Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling, gevestigd te Leeuwarden, betreffende [naam] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] , [naam] , hierna te noemen de stiefmoeder, wonende te [woonplaats] . 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: - het verzoek met bijlagen van de GI van 23 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 23 juli
- 1.
- Op 27 juli 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Ter zitting is verschenen mevrouw [naam] namens de GI. [minderjarige] en zijn vader zijn niet verschenen, hoewel wel behoorlijk opgeroepen. 2De feiten 2.
- Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader. 2.
- [minderjarige] woont bij de vader en de stiefmoeder. 2.
- Bij beschikking van 16 juli 2020 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 22 mei
- 3Het verzoek 3.
- De GI heeft de uithuisplaatsing van [minderjarige] verzocht met ingang van 1 augustus 2020 tot uiterlijk 10 augustus 2020 bij opa vaderszijde. 3.
- De GI heeft aangevoerd dat [minderjarige] in de vakantie één week (van 1 augustus 2020 tot uiterlijk 10 augustus 2020) bij de opa zal logeren. Het verblijf bij de opa kan de vakantie van [minderjarige] doorbreken en tevens de thuissituatie tijdelijk ontlasten. Het verblijf bij opa is niet aan te merken als een netwerkplaatsing en is uitsluitend bedoeld voor verblijf op de camping bij opa en bij opa thuis. Aangezien er sprake is van een ondertoezichtstelling, vindt de GI het van belang dat de plek van [minderjarige] bij opa juridisch gedekt is nu dit verblijf van langere duur is. 4De beoordeling 4.
- Op basis van de overgelegde stukken en het hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht overweegt de kinderrechter als volgt. Artikel 1:265b lid 1 BW bepaalt onder meer dat de kinderrechter de GI kan machtigen een minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. 4.
- De kinderrechter overweegt dat in het onderhavige geval de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verzocht voor verblijf bij de opa op de camping dan wel bij de opa thuis. De gezaghebbende vader stemt hiermee in. De plaatsing geschiedt eenmalig gedurende tien dagen in de zomervakantie, namelijk van 1 augustus 2020 tot uiterlijk 10 augustus
- De uithuisplaatsing heeft tot doel het doorbreken van de zomervakantie van [minderjarige] en tevens het tijdelijk ontlasten van de thuissituatie. Na de genoemde periode bij de opa zal [minderjarige] terugkeren naar zijn vader en stiefmoeder, waar hij ook op dit moment woont. 4.
- De kinderrechter komt tot het oordeel dat voor onderhavig verzoek de ratio voor rechterlijke toetsing ontbreekt. Het systeem van regelgeving met betrekking tot de uithuisplaatsing is er naar het oordeel van de kinderrechter niet op gericht tijdelijk, gedurende een eenmalige korte periode, de minderjarige onder de invloedssfeer van een derde te brengen in het kader van een logeerpartij. Een verblijf van tien dagen kan niet aangemerkt worden als een langdurig verblijf. De minderjarige wordt ook niet onttrokken aan (de zorg van) zijn verzorgers nu er in casu geen sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid met betrekking tot opvoeden en verzorgen met deze opa. Uithuisplaatsing in het belang van de verzorging en opvoeding is derhalve niet aan de orde. 4.
- Het bovenstaande betekent dat de minderjarige wel kan gaan logeren bij zijn opa. Daar is dus alleen geen machtiging van de kinderrechter voor nodig. De beslissing De kinderrechter: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. G.J. Baken, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 juli
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 juli
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden. fn: 864