← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2020:4555

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden Parketnummer: 18-203805-20 Vonnis van de meervoudige kamer, Noordelijke Fraudekamer, voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 december 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , wonende [geboorteplaats] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 december 2020. Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. R.P. Eefting, advocaat te Assen, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Klooster. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 20 september 2018 tot en met 4 oktober 2018, althans in 2018, in de gemeente Groningen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer hierna te noemen persoon/personen heeft bewogen tot afgifte van een of meer hierna te noemen geldbedragen (in verband met na te noemen besteld(

  1. e)goed(eren), te weten: - [slachtoffer 1] , 107 euro (voor een Airfryer), en/of - [slachtoffer 2] , 85 euro (voor een Airfryer), en/of - [slachtoffer 3] , 270,40 euro (voor een Playstation), en/of - [slachtoffer 4] , 200 euro (voor concertkaarten), in elk geval een of meer persoon/personen heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld of enig goed, immers heeft die [medeverdachte] (telkens) tezamen en in vereniging met haar medeverdachte(n), althans alleen, met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – -zich voorgedaan als aanbieder en/of verkoper van bovengenoemde goederen op de internetsite www.marktplaats.nl, en/of - op die internetsite en/of in e-mailberichten gebruik gemaakt van een of meer valse namen, namelijk Stella L en/of Stemar en/of Keulen 334 en/of Stefanie en/of Loraina en/of Cheyen en/of Kylie en/of [verdachte] en/of Abosenna en/of Dorinda en/of [valse naam 1] en/of [valse naam 2] en/of [valse naam 3] , en/of - daarbij gebruik gemaakt van een of meer (bijpassende) valse e-mailadressen, te weten [mailadres 1] en/of [mailadres 2] en/of door Marktplaats gegenereerde e-mailadressen, en/of - ( aldus) op marktplaats en/of via e-mail de indruk gewekt dat die [medeverdachte] bovengenoemde goederen in het bezit had en/of kon leveren of ter beschikking had, en/of - voornoemde persoon/personen voorgehouden of beloofd bovengenoemde goederen te leveren na betaling en/of overschrijving op het rekeningnummer [rekeningnummer 1] en/of [rekeningnummer 2] en/of [rekeningnummer 3] en/of [rekeningnummer 4] en/of [rekeningnummer 5] en/of [rekeningnummer 6] en/of NL71INGB0702530069, en/of - ( aldus) zich voorgedaan als bonafide verkoper, waardoor bovengenoemde persoon/personen (telkens) werd(
  2. en)bewogen tot bovenomschreven afgifte(n), bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door (telkens) opzettelijk -die [medeverdachte] toe te staan dat een of meer van dat/die (door benadeelde(n)) over te maken geldbedrag(
  3. en)(telkens) op verdachtes bankrekeningnummer kon(den) worden gestort, en/of -(tevens) met die [medeverdachte] af te spreken dat een of meer van dat/die (door benadeelde(n)) over te maken of overgemaakte/afgegeven geldbedrag(
  4. en)(telkens) door verdachte en/of die [medeverdachte] (deels) zou/kon worden doorgestort en/of opgenomen en/of afgegeven, althans aan die [medeverdachte] een of meer bankrekening(
  5. en)(op naam van verdachte of een ander dan die [medeverdachte] ) ter beschikking te stellen. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling van verdachte gevorderd van het ten laste gelegde. Uit de aangiftes en de bekennende verklaring van verdachte blijkt dat zij zich als medeplichtige schuldig heeft gemaakt aan de oplichtingen op de wijze zoals ten laste gelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank volstaat ten aanzien van het bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Uit de aangiftes van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], het proces-verbaal, de verklaring van [medeverdachte] en de bekennende verklaring van verdachte blijkt genoegzaam dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals hierna is bewezenverklaard. Bewezenverklaring De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: [medeverdachte] in de periode van 20 september 2018 tot en met 26 september 2018, in de gemeente Groningen en/of elders in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, hierna te noemen personen heeft bewogen tot afgifte van hierna te noemen geldbedragen (in verband met na te noemen bestelde goederen), te weten: - [slachtoffer 1] , 107 euro (voor een Airfryer), en - [slachtoffer 2] , 85 euro (voor een Airfryer), en - [slachtoffer 3] , 270,40 euro (voor een Playstation), en - [slachtoffer 4] , 200 euro (voor concertkaarten), immers heeft die [medeverdachte] telkens met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – -zich voorgedaan als aanbieder en/of verkoper van bovengenoemde goederen op de internetsite www.marktplaats.nl, en - op die internetsite en/of in e-mailberichten gebruik gemaakt van een of meer valse namen, namelijk Cheyen en/of Kylie, en - ( aldus) op marktplaats en/of via e-mail de indruk gewekt dat die [medeverdachte] bovengenoemde goederen in het bezit had en/of kon leveren of ter beschikking had, en - voornoemde persoon/personen voorgehouden of beloofd bovengenoemde goederen te leveren na betaling en/of overschrijving op het rekeningnummer [rekeningnummer 6] , en - aldus zich voorgedaan als bonafide verkoper, waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar (telkens) opzettelijk middelen heeft verschaft door (telkens) opzettelijk -die [medeverdachte] toe te staan dat die door benadeelden over te maken geldbedragen (telkens) op verdachtes bankrekeningnummer konden worden gestort. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Medeplichtigheid aan oplichting, meermalen gepleegd. Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het feit wordt veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zij niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld. Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. Verdachte heeft zich in de periode van 20 tot en met 26 september 2018 schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan (Marktplaats)oplichting. Zij heeft ten behoeve van deze oplichting door de medeverdachte haar bankrekeningnummer ter beschikking gesteld. De medeverdachte heeft met behulp van die gegevens vier mensen opgelicht door de schijn te wekken goederen of concertkaarten te verkopen en deze vervolgens na betaling niet te leveren. Door haar handelen heeft verdachte er niet alleen aan bijgedragen dat de gedupeerden financieel benadeeld werden en hun vertrouwen misbruikt werd, maar ook schade berokkend aan het vertrouwen van diegenen die via internet te goeder trouw aankopen willen doen. Verdachte heeft zich uitsluitend laten leiden door persoonlijk financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor de gedupeerden. De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel justitiële documentatie van 10 november 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld. De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het reclasseringsadvies van 24 november 2020, opgesteld door J. Bakker, reclasseringswerker van Reclassering Nederland te Leeuwarden. Geconcludeerd is dat verdachte haar financiële problemen wilde oplossen door haar bankrekening ter beschikking te stellen. Hierbij heeft zij mede door emotionele problemen impulsief gehandeld. Verdachte heeft haar leven thans goed op orde; zij heeft huisvesting, een laag maar stabiel inkomen, zorg voor twee kinderen en positieve sociale contacten. Verdachte heeft geen pro-criminele houding en er zijn geen problemen met betrekking tot middelengebruik. Door een vechtscheiding en het overlijden van haar vader heeft verdachte een moeilijke periode doorgemaakt, maar zij heeft haar leven op een positieve manier opgepakt en heeft realistische toekomstplannen. Er is probleembesef en zelfinzicht. Verdachte lijkt prima in staat om haar problemen zelfstandig op te lossen en hulp te vragen indien nodig. Verdachte stelt zich coöperatief en meewerkend op. Reclasseringstoezicht is niet geïndiceerd omdat verdachte geen hulpvraag heeft en er geen problemen op leefgebieden worden gesignaleerd. In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank het tijdsverloop in deze zaak meegewogen (hoewel geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM). Niet blijkt dat verdachte zich na deze feiten wederom schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 30 uur als door de officier van justitie is geëist passend en geboden. De rechtbank zal deze echter geheel voorwaardelijk opleggen om verdachte er in de toekomst van te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: Een taakstraf voor de duur van 30 uren. Bepaalt dat deze taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt voorts dat, indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 15 dagen zal worden toegepast, indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. G.W.G. Wijnands en mr. R.B. Maring, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2020. Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier genaamd NN2R019055 “HANGZHOU”, doorgenummerd 1 tot en met 327. Pagina’s 184 e.v. Pagina’s 193 e.v. Pagina’s 199 e.v. Pagina’s 203 e.v. Pagina 63. Pagina 37. Pagina’s 67 en 68.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.