RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 19/2514, LEE 19/2563 en LEE 19/2718 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2020 in de zaak tussen LEE 19/2514: [eisers 1] , te Leeuwarden, eisers LEE 19/2563: [eisers 2] , te Leeuwarden, eisers (gemachtigde: E. Wiarda) LEE 19/2718: [eiser 3] , te Leeuwarden, eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, verweerder (gemachtigde: H. Helbig). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Rendant, te Leeuwarden (gemachtigde: D. van Dijk-Attema). Procesverloop Bij besluit van 5 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan Stichting Rendant (vergunninghouder) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een nieuw appartementengebouw met 123 appartementen op de locatie Aldlânspark 2 t/m 256 te Leeuwarden (nabij locatie Aldlânstate Hempenserweg 2). Eisers hebben door middel van drie afzonderlijke beroepschriften beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft per afzonderlijk beroepschrift een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2020, waarbij de zaken gevoegd zijn behandeld. Eisers zijn verschenen, in persoon en/of bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door S. Molema. Vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Overwegingen Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een nieuw appartementengebouw met 123 appartementen op de locatie Aldlânspark 2 t/m 256 te Leeuwarden. Het bouwplan ziet op appartementen voor senioren op dezelfde locatie als de huidige serviceflat Aldlânstate (230 woningen), tussen het bestaande gebouw en het Van Harinxmakanaal. Daarbij is op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vergunning verleend voor het bouwen buiten het bouwvlak en voor het bouwen van een gebouw (deels) op gronden met de bestemming “Groen”. De bestaande serviceflat blijft in gebruik tijdens de bouw van de nieuwbouw. Ruimtelijke onderbouwing Eisers stellen zich op het standpunt dat bij de beoordeling had moeten worden uitgegaan van een uitbreiding van de bebouwing met een gebouw van 123 appartementen. De sloop en eventuele herinrichting van het vrijkomende terrein maken geen deel uit van de omgevingsvergunning. Daarnaast blijven, als wel gesloopt wordt, de bebouwingsmogelijkheden binnen het bouwvlak behouden. De ruimtelijke onderbouwing ontbeert daarom een goede motivering, wat in strijd is met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder stelt zich op het standpunt dat de hele planvorming is gericht op nieuwbouw en vervolgens sloop. Zonder sloop van het bestaande gebouw is de inrichting van het terrein en het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen niet mogelijk. Gelet op de planvorming en de intenties van de initiatiefnemers is het niet aannemelijk dat de in beroep voorgestelde situatie zich zal kunnen voordoen. Als de rechtbank van oordeel is dat in de vergunning onvoldoende is gewaarborgd dat het bestaande gebouw na realisatie van de nieuwbouw wordt gesloopt, zou bij de uitspraak hierin alsnog kunnen worden voorzien door een voorwaarde aan de vergunning te koppelen dat binnen 1 jaar na het gereed melden van de nieuwbouw het oude gebouw dient te worden gesloopt en dat deze locatie vervolgens onbebouwd dient te blijven. De rechtbank overweegt dat verweerder bevoegd is om op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, mits de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en mits de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij zijn besluitvorming is uitgegaan van de intentie van vergunninghouder om de bestaande bebouwing te slopen en om het huidige bouwvlak vervolgens niet opnieuw te bebouwen. Verweerder heeft in de omgevingsvergunning echter niet de verplichting opgenomen om de bestaande bebouwing te slopen na realisatie van het onderhavige bouwplan. Verweerder heeft daarin ook niet de verplichting opgenomen om de locatie van de bestaande bebouwing na de sloop van de huidige bebouwing onbebouwd te laten. Evenmin heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen of besloten tot wijziging van het bestemmingsplan om nieuwe bebouwing binnen het bestaande bouwvlak onmogelijk te maken. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening als de bestaande bebouwing wordt gesloopt en de bestaande bebouwingsmogelijkheden binnen het huidige bouwvlak vervolgens niet opnieuw worden benut.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.