RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/730083-15 beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 18 juni 2021 op een vordering tot machtiging gijzeling ex artikel 6:6:25 lid 1 onder b Wetboek van Strafvordering in de zaak van [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats], niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen, thans wonende te [woonplaats], [straatnaam], hierna te noemen veroordeelde. Procesverloop De officier van justitie heeft 20 september 2020 schriftelijk gevorderd dat aan de officier van justitie machtiging wordt verleend tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling voor de duur van 540 dagen in verband met het niet voldoen aan een betalingsverplichting ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De vordering is op 4 juni 2021 behandeld door de meervoudige strafkamer. Veroordeelde en zijn raadsman mr. W. Hendrickx zijn ter terechtzitting verschenen. Het openbaar ministerie werd vertegenwoordigd door mr. L. Lübbers. Motivering Vordering officier van justitie De officier van justitie heeft in haar schriftelijke vordering het volgende aangevoerd. Veroordeelde heeft zich, doordat hij geen bekende woon- of verblijfplaats meer heeft, onvindbaar gemaakt voor de incasso van de opgelegde ontnemingsmaatregel. Aangezien veroordeelde niet aangeschreven kon worden op een vaste woon- en/of verblijfplaats kon het CJIB het reguliere incassotraject niet voortzetten. Veroordeelde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is om aan de betalingsverplichting te voldoen. Op grond van het voorgaande kan worden gesteld dat veroordeelde geen medewerking wenst te verlenen tot betaling van de opgelegde maatregel en er dus sprake is van betalingsonwil. De openstaande vordering bedraagt € 80.509,93, waartoe een machtiging gijzeling wordt gevorderd indien veroordeelde na aanhouding niet tot volledige betaling overgaat. De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij haar vordering. Standpunt verdediging De raadsman heeft ter zitting aangegeven dat het bepalen van gijzeling op dit moment geen enkel doel dient en de vordering om die reden afgewezen dient te worden. Oordeel rechtbank De meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden heeft veroordeelde bij beslissing van 14 mei 2018 veroordeeld tot betaling van een geldbedrag van € 87.635,92 aan de staat ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel. In het arrest is geen gijzeling bepaald. De maatregel is onherroepelijk geworden op 1 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.