← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2021:3269

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden Parketnummer: 18/750016-20 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 juli 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in de P.I. Rotterdam, locatie Hoogvliet. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het inhoudelijke onderzoek ter terechtzitting van 27 mei 2021, 28 mei 2021, 1 juni 2021, 9 juni 2021 en 15 juli

  1. De strafzaak tegen de verdachte is eerder behandeld op de zittingen van 2 juni 2020, 24 augustus 2020, 19 oktober 2020, 12 januari 2021, 12 maart 2021 en 1 april
  2. Verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.A.S. Jansen, advocaat te Apeldoorn. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door (onder meer) mr. G. Wilbrink. Tenlastelegging De officieren van justitie verdenken de verdachte ervan dat hij betrokken is geweest bij strafbare feiten en hebben deze verdenkingen beschreven in de tenlastelegging. De verdenking komt er, na nadere omschrijving van de tenlastelegging d.d. 19 oktober 2020, samengevat op neer dat de verdachte: Feit 1: in de periode van 1 juni 2018 tot en met 27 februari 2020 in diverse plaatsen in Nederland, samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] en/of een of meer andere personen, als leider en/of oprichter en/of bestuurder, heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van de volgende misdrijven: - internationale wapenhandel; - wapenhandel; - wapenbezit; - fraude; - geweldsdelicten; - mensenhandel; Feit 2: in de periode van 3 september 2018 tot en met 27 februari 2020 in diverse plaatsen in Nederland en/of Kroatië en/of Servië en/of Bosnië en/of Duitsland en/of België, samen met anderen, - wapens, munitie, explosieven en handgranaten uit Kroatië en/of Servië en/of Bosnië en/of Duitsland heeft ingevoerd in Nederland - wapens, munitie, explosieven en handgranaten heeft uitgevoerd naar België, te weten Genk, Zwijndrecht en Antwerpen; Feit 3: in de periode van 3 september 2018 tot en met 27 februari 2020 in diverse plaatsen in Nederland, samen met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het verhandelen van wapens, munitie en explosieven; Feit 4: in de periode van 3 september 2018 toe en met 27 februari 2020 in diverse plaatsen in Nederland, samen met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het overdragen van wapens, munitie en explosieven; Feit 5: op 27 februari 2020 in Oosterwolde en/of Drachten, samen met anderen, wapens en munitie voorhanden heeft gehad; Feit 6: op 20 augustus 2018 te Appelscha, samen met een ander, [slachtoffer 1] heeft mishandeld en bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling; Feit 7: op 19 oktober 2018 te Fochteloo, een bijl door het voorraam van een woning te gooien bij [slachtoffer 2] : primair: poging doodslag subsidiair: poging zware mishandeling meer subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht Feit 8: in de periode van 1 juni 2018 tot en met 27 februari 2020 in diverse plaatsen in Nederland, samen met anderen, de Rabobank en/of ABN AMRO heeft opgelicht door op naam van [bedrijfsnaam 1] en [bedrijfsnaam 2] valse incassobatches in te dienen; Feit 9: in de periode van 1 juni 2018 tot en met 12 augustus 2019 in diverse plaatsen in Nederland, ten aanzien van [medeverdachte 12] zich, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan verschillende vormen van mensenhandel; Feit 10: in de periode van 11 oktober 2018 tot en met 5 november 2019 in diverse plaatsen in Nederland, ten aanzien van [medeverdachte 7] zich, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan verschillende vormen van mensenhandel. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 bij dit vonnis. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren wegens na te noemen vormverzuimen. Subsidiair heeft de raadsman bewijsuitsluiting bepleit. De verdediging heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat zij onvoldoende voorbereidingstijd heeft gehad, want zij heeft nog niet alle geluidsfragmenten uit kunnen luisteren. Daarbij komt dat er structureel fouten zijn gemaakt in de uitwerking van tap- en ovc-gesprekken. Door de selectie van de uitgewerkte geluidsfragmenten ontstaat tunnelvisie. Zelfs na het aanvullend proces-verbaal staan er nog steeds fouten in de uitwerkingen van tap- en ovc-gesprekken. De voor de eerdere zittingen gevoerde schriftelijke verweren moeten op dit punt worden gezien als herhaald. De verdediging heeft voorts bepleit dat de TCI-informatie niet betrouwbaar is, waardoor de bijzondere opsporingsmiddelen (telefoontaps en opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC)) onrechtmatig is geschied. De politie wist dat de TCI-informatie onbetrouwbaar en onjuist was, maar toch is die informatie gebruikt voor het aanvragen van bijzondere opsporingsmiddelen. De rechter-commissaris is daardoor bewust misleid. Daarnaast is gesteld dat een aantal BOB-verzoeken ontbreekt in het dossier. Blijkens de recente Prokuratuur-uitspraak van het Hof van Justitie had voorafgaand aan het opvragen van historische telefoon- en locatiegegevens een onafhankelijke rechterlijke toetsing moeten plaatsvinden, maar die ontbreekt. Daarnaast is niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor pseudokopen ex artikel 126i lid 2 Sv. Het bevel dient immers schriftelijk te zijn; er was geen dringende noodzaak om te volstaan met een mondeling bevel ex artikel 126g lid 6 Sv. De volledige chatsessie met de pseudokopers ontbreekt, nu het verzoek tot overlegging daarvan is afgewezen. Daarom kan ook niet gecontroleerd kan worden of sprake is van uitlokking. Voorts is een schriftelijk bevel te laat gegeven. Het niet horen van de door de rechter-commissaris toegewezen Belgische getuigen en het afwijzen van meerdere getuigen vormen een belemmering van de verdediging. Bij gebrek aan ‘equality of arms’ is geen sprake van een eerlijk proces. Het standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie achten zich wel ontvankelijk in de vervolging. Zij betwisten dat bij de uitwerking van geluidsfragmenten een valse voorstelling van zaken is gegeven. De door verdachte schriftelijk ingediende verweren zijn onderzocht, waarna een uitvoerig aanvullend proces-verbaal is opgesteld. Hieruit blijkt al dat aanvankelijke fouten niet opzettelijk door de politie zijn begaan. De TCI-informatie moet beoordeeld worden naar de stand van dat moment (ex-tunc). Dat deze later onjuist zou blijken of het eindresultaat anders is, doet hieraan niet af. Ten aanzien van het Prokuratuur-verweer stellen de officieren van justitie dat inderdaad sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Achteraf is door deze uitspraak gebleken dat de Nederlandse wet niet in overeenstemming is met het Europese recht. Er kan worden volstaan met vaststelling van het vormverzuim, omdat achteraf beredeneerd de rechter-commissaris toestemming zou hebben gegeven voor het opvragen van verkeersgegevens. Er is immers ook toestemming gegeven voor nog ingrijpendere opsporingsmiddelen. Ten aanzien van de pseudokopen is geen sprake van een vormverzuim nu is voldaan aan alle wettelijke vereisten. Bij het horen van Belgische getuigen is de Nederlandse rechter-commissaris afhankelijk van de Belgische voorschriften over het horen van getuigen. Het uitgangspunt is dat de Belgische rechter handelt conform het vertrouwensbeginsel. Door vooraf navraag te doen of de getuigen willen verklaren, conform Belgisch gebruik, is het Nederlandse recht niet geschonden. Een en ander is duidelijk geverbaliseerd, zodat geen sprake is van een vormverzuim of schade in het voeren van de verdediging. Het oordeel van de rechtbank * uitwerking van geluidsfragmenten De rechtbank heeft bij tussenbeslissing van 18 maart 2021 geoordeeld dat incidenteel zaken zijn misgegaan in de vastlegging van de tap- en ovc-geluidsfragmenten, en dat de verdediging hierop terecht heeft gewezen. De rechtbank heeft echter niet geconstateerd dat de politie structureel fouten heeft gemaakt bij de schriftelijke uitwerking van de geluidsfragmenten, laat staan dat dit opzettelijk zou zijn gedaan. Voor zover het verweer ziet op een algehele vooringenomenheid van politie en het openbaar ministerie, overweegt de rechtbank dat de samenstelling van het dossier in beginsel is voorbehouden aan het openbaar ministerie. Bij opname van een zo groot aantal gesprekken is het ondoenlijk – en ook niet nodig – om alle gesprekken woordelijk uit te verwerken. De beslissing om uitsluitend relevant geachte gesprekken uit te werken, valt daarom te billijken. De verdediging heeft ook tal van uitgewerkte gesprekken aangehaald die in haar visie ontlastend zijn; alleen al daarom kan de rechtbank de verdediging niet volgen in haar stelling dat deze werkwijze is ingegeven door tunnelvisie. De verdediging heeft de beschikking gekregen over alle geluidsfragmenten. Door de verdediging is daarvan gebruik gemaakt om nader onderzoek te vragen, hetgeen een omvangrijk aanvullend proces-verbaal heeft opgeleverd met verbeteringen van door de politie geconstateerde omissies dan wel gebreken. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de werkwijze ten aanzien van de tap- en ovc-geluidsfragmenten in het Ultegra onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest, en dat op dit punt geen sprake is van enig vormverzuim. * TCI-informatie Het onderzoek Ultegra is op 3 september 2018 gestart naar aanleiding van processen-verbaal van het TCI (Team Criminele Inlichtingen). In november 2017 komt via een informant de navolgende tip binnen: “Een man uit Friesland, gebruik makend van een donkerkleurige VW transporter met daarin hondenbenches, is regelmatig in het bezit van grote hoeveelheden zware vuurwapens en munitie. De man laat de vuurwapens uit Tsjechië komen en probeert ze te verhandelen in Nederland.” In het tweede kwartaal van 2018 is deze tip binnengekomen: “ [verdachte] dealt in heroïne en cocaïne. [verdachte] laat dit doen door een man uit Appelscha bijgenaamd Lucky”. In het tweede kwartaal van 2018 komt de volgende informatie binnen: “ [naam ] uit Emmen wil samen met [verdachte] en zijn getatoeëerde vriend een ripdeal plegen.” In november 2018 volgt informatie over medeverdachte [medeverdachte 1] : “ [medeverdachte 1] uit Groningen handelt in vuurwapens. Hij haalt deze vuurwapens zelf op uit Joegoslavië en verkoopt ze in Nederland.” Voorts blijkt uit de politiesystemen dat verdachte vanaf 2013 regelmatig in verband is gebracht met vuurwapens. Er is meermalen een vuurwapen bij hem in beslag genomen. De eerste periode van het onderzoek is gebruikt om verdachte en [medeverdachte 1] en hun contacten in kaart te brengen. Het startpunt is de TCI-informatie, de aangifte van [slachtoffer 1] van 20 augustus 2018 tegen verdachte en [medeverdachte 1] inzake mishandeling en bedreiging, en een aangifte van [slachtoffer 2] van 19 oktober
  3. De rechtbank acht deze door het TCI aan de politie verstrekte informatie voldoende concreet en specifiek om de verdachte als zodanig aan te merken en het onderzoek Ultegra te starten. Dat in één geval tijd is verstreken (vanaf november 2017) voordat tot het onderzoek is overgegaan, maakt de informatie niet onbruikbaar. De rechtbank ziet niet in dat de rechter-commissaris hierdoor bewust door de politie zou zijn misleid. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. * ontbrekende BOB-verzoeken De rechtbank heeft geconstateerd dat de raadsman voorafgaand aan de inhoudelijke zitting niet heeft verzocht om verstrekking van de volgens hem ontbrekende BOB-verzoeken. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van enig onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek, nu door het niet-opvragen niet is gebleken van onherstelbaarheid. Daarnaast is de rechtbank op geen enkele wijze gebleken van feiten en omstandigheden waaruit afgeleid zou kunnen worden dat de rechter-commissaris op onjuiste gronden heeft bewilligd in de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden. * uitspraak Prokuratuur Uit de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 maart 2021 in de zaak Prokuratuur (ECLI:EU:C:2021:152) volgt – kort gezegd – dat voor het opvragen van historische verkeersgegevens een voorafgaande onafhankelijke rechterlijke toetsing nodig is. De historische verkeersgegevens zijn in dit geval echter opgevraagd op last van de officier van justitie overeenkomstig het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, aangezien toen nog niet voorzienbaar was dat het Unierecht hieraan in de weg zou staan. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek ex artikel 359a Sv. De rechtbank overweegt dat aannemelijk is dat de rechter-commissaris, indien haar was verzocht deze vorderingen vooraf te toetsen, deze zou hebben toegewezen. De rechter-commissaris had immers ook al toestemming gegeven voor verdergaande opsporingsmiddelen. Het eventuele nadeel van de schending, veroorzaakt door het vormverzuim, is dus zeer beperkt. De rechtbank volstaat daarom met de constatering dat sprake is van een vormverzuim, zonder daaraan enig rechtsgevolg te verbinden. * mondeling bevel tot pseudokopen De beide pseudokopen zijn telkens voorafgegaan van een mondeling bevel door een officier van justitie, waarna het bevel binnen drie dagen op schrift is gesteld. De verdediging heeft betwist dat is voldaan aan de vereisten van de artikelen 126i jo. 126g lid 6 Sv, omdat haars inziens geen dringende noodzaak bestond tot het geven van een mondeling bevel. Ten aanzien van de eerste pseudokoop van 20 januari 2020 overweegt de rechtbank dat volgens pagina 2637 (ordner 36) de pseudokopers op 17 januari 2020 kennelijk via Telegram de koopovereenkomst hadden gesloten, en hadden afgesproken dat de wapens op 20 januari 2020 zouden worden geleverd. In het dossier is niet gemotiveerd waarom een dringende noodzaak bestond tot het geven van het mondelinge bevel van 20 januari
  4. Naar het de rechtbank voorkomt, boden de tussenliggende dagen gelegenheid om een aanvraag-proces-verbaal op te maken, waarna een schriftelijk bevel kon worden gegeven. De rechtbank beschouwt dit als een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek ex artikel 359a Sv. Het schriftelijk bevel is wel binnen drie dagen na het mondeling bevel opgemaakt, namelijk op 21 januari 2020, zodat aan het vereiste van controleerbaarheid geen afbreuk is gedaan. Beoordeeld dient te worden wat de gevolgen van dit onherstelbare vormverzuim dienen te zijn. De rechtbank oordeelt als volgt. De pseudokopers wisten uit hun chatgesprek op Telegram dat de verkoper een lange-afstandswapen met patronen zou leveren, en dat hij stelde ook raketwerpers, AK 47’s en handgranaten te kunnen leveren. De verkoper meldde zelfs dat hij daarvan iedere maand tussen de 30 en 100 exemplaren had, die hij binnen een week kwijt was. Deze feiten en omstandigheden rechtvaardigden zonder meer de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen; geen enkele officier van justitie zou hoeven twijfelen over de vraag of wel voldaan werd aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank stelt voorts vast dat de pseudokoop is uitgevoerd binnen de grenzen van het schriftelijk bevel van 21 januari
  5. De rechtbank komt tot het oordeel dat de verdediging door het verzuim niet in enig rechtens te respecteren belang is geschaad, zodat kan worden volstaan met de constatering dat dit vormverzuim heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de tweede pseudokoop van 27 februari 2020 overweegt de rechtbank dat de officier van justitie het schriftelijk bevel tot pseudokoop heeft getekend op 26 februari 2020, derhalve voorafgaand aan de pseudokoop. Hoewel ook hier de dringende noodzaak tot het geven van een mondeling bevel niet is gemotiveerd, is het schriftelijk bevel gegeven vóórdat de pseudokoop plaatsvond. Daarmee is niet alleen voldaan aan het vereiste van controleerbaarheid, maar heeft de officier van justitie de proportionaliteit en subsidiariteit ook voorafgaand aan de pseudokoop schriftelijk getoetst. Dit brengt rechtbank tot het oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. * de Belgische getuigen De Nederlandse rechter-commissaris heeft bij beslissing van 23 december 2020 beslist dat de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] op verzoek van de verdediging in België worden gehoord. De rechtbank begrijpt het verweer van de raadsman aldus dat het ziet op deze ‘Belgische getuigen’. Nadat de Belgische onderzoeksrechter het rechtshulpverzoek om deze getuigen te horen in beginsel had gehonoreerd, heeft de onderzoeksrechter per e-mail van 15 februari 2021 gemotiveerd dat de getuigen bij nader inzien niet worden gehoord: “Het is in het Belgische bestel een beslissing van de onderzoeksrechter om tot dwanguitvoering van een getuigenverhoor over te laten gaan. In de praktijk wordt dit, wanneer betrokkenen vooraf hebben aangeven geen medewerking te zullen verlenen of niet ingaan op een uitnodiging tot verhoor, slechts ten zeerste uitzonderlijk toegepast. Mijn ambt is van oordeel dat het aanwenden van het middel van de dwanguitvoering, inclusief gebruik van fysieke dwang, in het licht van de regels van de Belgische procedure niet proportioneel in verhouding staat tot het te verwachten onderzoeksresultaat in deze zaak. Overeenkomstig mijn beoordelingsbevoegdheid ter zake, zal mijn ambt niet overgaan tot dwanguitvoering ten overstaan van deze getuigen.” Zoals de Nederlandse rechter-commissaris terecht opmerkte, “bestaat er voor haar geen ruimte om te protesteren tegen deze gang van zaken”. De rechtbank overweegt dat in geval van een internationaal rechtshulpverzoek de aanvragende autoriteiten vanwege het souvereiniteitsbeginsel afhankelijk zijn van de buitenlandse autoriteiten die het verzoek uitvoeren. Deze buitenlandse autoriteiten doen dat in beginsel altijd overeenkomstig hun eigen strafvorderlijke procedures. Uit de motivering van de Belgische onderzoeksrechter blijkt dat een redelijke inspanning is gedaan om de getuigen te horen, en dat vervolgens een billijke afweging is gemaakt om daarvan later af te zien. De aanvragende Nederlandse rechterlijke autoriteiten hebben zich hierbij aan te passen omdat internationale rechtshulprelaties steeds berusten op wederzijds respect voor elkaars rechtssfeer. Voor zover de verdediging meent dat zij door het afwijzen van deze onderzoekswensen door de rechtbank geen effectief verweer heeft kunnen voeren, overweegt de rechtbank als volgt. De Belgische getuigen hebben geen belastende verklaringen over verdachte afgelegd, op grond waarvan de verdediging in staat moet zijn gesteld om hen te horen. Kortom: er is geen specifiek belang aan te wijzen waarom de Belgische getuigen in de zaak tegen verdachte zouden moeten worden gehoord. De rechter-commissaris heeft ruimhartig getuigenverzoeken toegewezen, waarbij de raadslieden in het onderzoek Ultegra konden aansluiten bij de in andere zaken toegewezen getuigenverhoren. De rechtbank ziet daarom niet in - ook niet op basis van de (post-)Keskin-jurisprudentie - dat verdachte is beperkt in zijn recht op een eerlijk proces of is geschaad in zijn verdediging, zodat in zoverre geen sprake is van enig vormverzuim. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officieren van justitie Algemeen De officieren van justitie merken [medeverdachte 2] aan als gebruiker van de telefoon van het merk BQ Aquarius. Deze telefoon lag immers ontgrendeld in de Volkswagen T-ROC, waarin [medeverdachte 2] is aangehouden. Ook de inhoud van de gesprekken op de BQ Aquarius wijst uit dat [medeverdachte 2] de gebruiker was. De officieren van justitie merken verdachte aan als gebruiker van het Telegram-account [naam ] (verder ook: [naam ] ); zij schrijven alle gesprekken via het account [naam ] aan verdachte toe. Ook na uitgebreid politieonderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor het gebruik van het account [naam ] door [naam ] . De verklaring van verdachte over de onbekende “ [naam ] ” die dit account zou hebben gebruikt, komen te laat en zijn ongeloofwaardig. Uit het dossier blijkt daar niets van. Feit 1 – crimineel samenwerkingsverband De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd voor het leiden van een criminele organisatie die het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Dit volgt onder meer uit het hebben van een uitvalsbasis (de woning aan het Jardingapad en later de Kringloopwinkel), het dagelijks contact tussen de deelnemers, de afgeschermde communicatiemiddelen, de interne regels en hiërarchie, en de centrale coördinatie. Er is geen sprake van een legale onderneming; de Kringloopwinkel is slechts gebruikt als dekmantel. Het oogmerk was de wapenhandel in allerlei varianten, fraude, geweld, uitbuiting en toekomstige misdrijven. Uit de telefoons van verdachte en [medeverdachte 2] blijkt van actieve acquisitie voor de wapen- en drugshandel en fraude. Verdachte is initiatiefnemer van alle strafbare feiten; hij stuurde deze aan. Feit 2 – invoer van wapens uit Kroatië & uitvoer naar België De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd voor het invoeren in Nederland van handgranaten, explosieven en vuurwapens vanuit Kroatië. Voorafgaand aan de eerste reis naar Kroatië had medeverdachte [medeverdachte 11] contact met [naam ] , wonend in Kroatië, over de aankoop van wapens. Op foto’s in de telefoon van [medeverdachte 11] staat [medeverdachte 1] afgebeeld, met handgranaten en een geweer. Dezelfde foto’s zijn op de telefoon van verdachte aangetroffen. [medeverdachte 12] heeft, naar eigen zeggen in opdracht van verdachte, geld overgemaakt aan [medeverdachte 11] en [medeverdachte 1] . Uit vergelijkend onderzoek blijkt dat de handgranaten en vuurwapens op de foto’s uit Kroatië overeenkomen met de foto’s van handgranaten en vuurwapens gemaakt in Smilde. [medeverdachte 11] is ook met [naam ] uit Kroatië in contact gekomen over de aankoop van wapens. Dat leidt tot een tweede reis naar Kroatië vanaf 15 oktober 2018 door [medeverdachte 11] , [medeverdachte 1] en verdachte. Ook hieruit blijkt van wetenschap van en opzet bij verdachte als medepleger. *Onderdeel Genk De officieren van justitie vorderen veroordeling voor het medeplegen van export van wapens, explosieven en munitie naar Genk (België). Op 24 december 2018 zijn [medeverdachte 12] en [medeverdachte 1] naar Genk gereden. Voorafgaand bezochten zij de ‘stash’ in de loods aan de Rouaanstraat te Groningen; zij zijn doorgereden naar de woning van verdachte aan het [adres] in Oosterwolde (verder ook: het Jardingapad). Ook blijkt dat verdachte op 25 december 2018 informeert hoe lang [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] nog moeten rijden. De verklaring van [medeverdachte 12] is betrouwbaar en vindt ondersteuning in overige bewijsmiddelen. De rol van verdachte was sturend; zo heeft [medeverdachte 3] de ontstekers gemaakt op verzoek van verdachte. *Onderdeel Zwijndrecht De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd in de vorm van medeplegen. Op 20 april 2019 zijn wapens en munitie aangetroffen in Zwijndrecht. Op die voorwerpen is niet alleen DNA van verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] aangetroffen, maar deze voorwerpen zijn ook op andere manieren – via foto’s in de telefoon van verdachte, plastic zakken, telefoongegevens en de verklaring van [medeverdachte 3] – in verband gebracht met de criminele organisatie. Voorts blijkt dat er meerdere ritten naar België zijn gemaakt. *Onderdeel Trammezandlei De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd in de vorm van medeplegen. Aan de Trammezandlei is een pistool aangetroffen met DNA van [medeverdachte 1] . Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] altijd in opdracht van verdachte werkt. *Onderdeel Cadixstraat De officieren van justitie vorderen veroordeling in de vorm van medeplegen. Uit het dossier blijkt allereerst dat [medeverdachte 3] tijdontstekers heeft gemaakt op verzoek van verdachte. [naam ] is een contact van verdachte en staat in verdaches telefoon als ‘Patatteke”. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] zijn op 4 juni 2019 naar [naam ] aan de [adres] te Antwerpen gereisd. In hun afgeluisterde gesprek wordt evident gesproken over deze tijdontstekers en bijbehorende explosieven. Feit 3, 4 en 5 – handel in, overdracht van en bezit van wapens in Nederland *Onderdeel [naam ] Gelet op de berichten en telefooncontacten achten de officieren van justitie bewezen dat verdachte op 15 oktober 2018 wapens aan [naam ] heeft overgedragen (feit 4). Zij menen ook dat verdachte daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt. *Onderdeel [naam ] De officieren van justitie vorderen veroordeling voor het verhandelen, overdragen en bezitten van het kogelgeweer. Uit geluidsfragmenten en verklaringen blijkt dat verdachte heeft bemiddeld bij de levering van het wapen met munitie. [medeverdachte 7] heeft als chauffeur gereden. Het wapen is opgehaald bij de loods aan de Rouaanstraat, en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 12] hebben ermee geschoten. Daarna is het wapen door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] afgeleverd aan [naam ] . *Onderdeel Soesterberg. De officieren van justitie achten het medeplegen van het verhandelen, overdragen en bezitten van explosieven bewezen. Uit afgeluisterde gesprekken, observaties, het DNA van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] , de vingerafdrukken van verdachte, de baken- en telefoongegevens en de verklaring van [medeverdachte 3] blijkt dat [medeverdachte 3] in opdracht van verdachte een telefoon heeft omgebouwd tot ontsteker. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] hebben die telefoon eerst bij [medeverdachte 3] afgeleverd en hebben deze telefoon - na de ombouw - met de explosieven in Soesterberg afgeleverd. *Onderdeel Pseudokoop I De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd voor het incident ‘pseudokoop I’. Uit Telegram-chats blijkt dat verdachte de koopovereenkomst met de pseudokopers heeft gesloten. Uit het proces-verbaal van de pseudokopers, de camerabeelden, WhatsApp-berichten tussen verdachte en [medeverdachte 4] , en telecomgegevens blijkt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] het vuurwapen met munitie bij het Van der Valk hotel hebben afgeleverd aan de pseudokopers. Op de telefoon van verdachte is een foto gevonden van de bankbiljetten waarmee de pseudokopers hebben betaald. Bovendien zijn die bankbiljetten aangetroffen in de kluis van de Kringloopwinkel. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, en dus van medeplegen. *Onderdeel Amersfoort. De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd voor het incident ‘Amersfoort’ in diverse varianten. Via Telegram sluiten verdachte en ‘Luciano Pavarotti’ ( [naam ] ) een koopovereenkomst voor een Uzi en een pistool. Op 24 februari 2020 rijdt [medeverdachte 2] met verdachte naar Amersfoort. Daar volgt een ontmoeting waarbij [naam ] de wapens aan verdachte overhandigt. [naam ] herkent verdachte als de persoon achter het account [naam ] . Volgens [naam ] was er nog een getinte man bij verdachte. Chats tussen [medeverdachte 2] en “NEEFI”, bewijzen dat [medeverdachte 2] zojuist een Uzi heeft gekocht, dus het is aannemelijk dat hij de getinte man was. Voorts blijkt dat [medeverdachte 1] de wapens naar Oosterwolde heeft gebracht. Het medeplegen van deze feiten achten de officieren bewezen. *Onderdeel Pseudokoop II en Opel Combo De officieren van justitie vorderen veroordeling voor de incidentdossiers ‘pseudokoop II’ en ‘Opel Combo’. Uit Telegram-chats blijkt dat verdachte de koopovereenkomst met de pseudokopers heeft gesloten. [medeverdachte 2] is op 27 februari 2020 in de middag in de Kringloopwinkel en bekijkt met [medeverdachte 1] zeven binnengekomen wapens. Verdachte inspecteert met [medeverdachte 1] de binnengekomen wapens en geeft opdracht waar die wapens heen moeten. Er zijn twee wapens geleverd voor de pseudokoop, [medeverdachte 2] heeft één wapen meegenomen naar zijn woning, de overige wapens zijn aangetroffen in de Opel Combo. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat voor alle varianten sprake is van medeplegen. *Onderdeel Jardingapad. De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd voor de bij verdachte aangetroffen wapens. Gelet op de context, zijn wetenschap omtrent de wapens, en het aantreffen van DNA van verdachte en [medeverdachte 1] op de wapens, is de ontkenning van verdachte ongeloofwaardig. Feit
  6. De officieren van justitie achten het medeplegen van de mishandeling en bedreiging bewezen. De aangifte van [slachtoffer 1] vindt ondersteuning in de getuigenverklaringen en camerabeelden. Feit
  7. De officieren van justitie hebben vrijspraak gevorderd van poging tot doodslag wegens het ontbreken van de aanmerkelijke kans op de dood. Zij vorderen veroordeling van de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Uit de verklaringen van aangever en zijn zoon en het aantreffen van DNA van verdachte blijkt dat verdachte een bijl bij aangever door de ruit heeft gegooid. Hierdoor is de aanmerkelijke kans ontstaan dat aangever zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Feit
  8. De officieren van justitie vragen veroordeling voor het medeplegen van oplichting van de Rabobank en ABN AMRO. Uit het dossier blijkt dat verdachte anderen instrueert over het opzetten van een lege BV voor fraude. De aangifte van de Rabobank vindt ondersteuning in de bekennende, en voor verdachte belastende, verklaring van [medeverdachte 12] . De oplichting van ABN AMRO via [bedrijfsnaam 2] verloopt op dezelfde manier, waarbij telkens verdachte op de achtergrond instrueert. Ook uit chats op de telefoon van verdachte blijkt dat hij actief is op dit gebied. Feit 9 en 10 De officieren van justitie hebben veroordeling gevorderd voor uitbuiting van zowel [medeverdachte 12] als van [medeverdachte 7] . Beiden bevonden zich in een kwetsbare positie en hun is economisch voordeel in het vooruitzicht gesteld. Zij hebben langdurig activiteiten voor de criminele organisatie en in het huishouden verricht, zonder dat zij daarvoor betaald kregen. Verder is het tegen hen gebruikte geweld vernederend en grensoverschrijdend. Er is aldus een uitbuitingssituatie; verdachte en [medeverdachte 1] hebben hierbij gebruikt gemaakt van dwangmiddelen. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] wisten van de persoonlijke problemen van [medeverdachte 12] en [medeverdachte 7] en dus van hun kwetsbare positie. Het standpunt van de verdediging Algemeen De raadsman heeft bepleit dat verdachte niet als enige gebruiker van de iPhone X kan worden aangemerkt. De politie heeft te summier onderzoek gedaan naar de stelling dat [naam ] en [naam ] gebruik maakten van het [naam ] -account op Telegram. Uit de inhoud van de chats blijkt evident dat verdachte die niet heeft gestuurd; onder meer heeft hij geen Servische moeder en is hij nooit gesignaleerd bij een loods. De chats kunnen daarom niet enkel aan verdachte worden toegeschreven. De politie had meer onderzoek moeten doen naar de rol van [naam ] , maar vanwege tunnelvisie is dat verzuimd. Feit 1 – criminele organisatie De raadsman heeft vrijspraak bepleit, want het bewijs ontbreekt voor de drie belangrijkste onderdelen van het feit, te weten organisatie, oogmerk en deelname. Er is geen samenwerkingsverband met enige structuur of bestendigheid; het gaat om niets meer dan een vriendengroep. Bij de woning van verdachte was het een komen en gaan vanwege onder andere het logeren van vrienden en het lenen van auto’s. Daarnaast heeft verdachte legale handel vanuit huis, maar ook vanuit de Kringloophal. Dat duidt nog niet op een samenwerkingsverband. Hieruit betrok verdachte ook een regulier inkomen. Er was geen hiërarchie of structuur, tenzij het ging over een van de bedrijven van verdachte. [medeverdachte 12] werkte voor verdachte en hij stuurde [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] aan, wat ook blijkt uit tap- en ovc-gesprekken. Uit niets blijkt dat verdachte leiding gaf; hij blijkt van vrijwel niets op de hoogte. De verbale uitlatingen van verdachte zijn voor hem een manier om met spanning om te gaan. De verklaring van [medeverdachte 5] moet gezien worden als stoerdoenerij. Bovendien noemt [medeverdachte 5] de naam van verdachte niet, zodat dit voor verdachte niet belastend is. Feit 2 – invoer van wapens uit Kroatië & uitvoer naar België *Onderdeel invoer uit Kroatië De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de invoer van wapens, handgranaten en een explosief uit Kroatië, aangezien verdachte het feit ontkent en er onvoldoende bewijs is voor het medeplegen met anderen. [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] proberen de schuld bij anderen te leggen. Dat [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] contact met elkaar hadden en geld aan elkaar overmaakten via Western Union, kan verdachte niet verweten worden. Er zijn alternatieve scenario’s voor de gefotografeerde voorwerpen in Smilde, gelet op de connecties van [naam ] in de wapenhandel. Ook kan niet worden uitgesloten dat de voorwerpen pas in Smilde zijn gekocht. *Onderdeel uitvoer naar België De raadsman heeft vrijspraak bepleit, gelet op de ontkenning van verdachte. Verdachte stelt dat hij legale beveiligingswerkzaamheden deed in België, maar de politie heeft dit bewust uit het dossier gehouden. Alternatieve scenario’s zijn zeer aannemelijk, nu [naam ] en [medeverdachte 1] eigen handel hadden waar verdachte geen weet van had. Uit de verklaringen van [medeverdachte 3] kan niet worden afgeleid dat hij ontstekers heeft gemaakt op verzoek van verdachte, omdat uit de taps blijkt dat [medeverdachte 3] voor [medeverdachte 1] en [naam ] werkte. De raadsman heeft bepleit de ANPR- en peilbakengegevens van de Audi met kenteken [kenteken] op te vragen voor de datum van 28 oktober
  9. Feit 3, 4 en 5 – handel in, overdracht van en bezit van wapens in Nederland *Onderdeel [naam ] De raadsman heeft vrijspraak bepleit, nu niet blijkt dat ‘ijzer’ codetaal zou zijn voor wapens. Ook blijkt niets van een levering; er zijn geen wapens aangetroffen. Na de verklaring van verdachte heeft de politie gefraudeerd door een extra tapgesprek in te voegen, waarbij het telefoonnummer van ijzerwerker [naam ] is gewijzigd in dat van [naam ] . Hierdoor heeft de politie bewust een verkeerd beeld opgeroepen over ‘ijzer’. *Onderdeel [naam ] De raadsman heeft bepleit dat verdachte enkel heeft bemiddeld voor [medeverdachte 12] . Het aan [naam ] geleverde wapen was eigendom van [medeverdachte 12] , die het had gekocht van [medeverdachte 11] . *Onderdeel Soesterberg De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Van betrokkenheid van verdachte blijkt niets nu uit de verklaring van [medeverdachte 3] niet volgt dat hij de ontstekers op verzoek van verdachte maakte. *Onderdeel Amersfoort De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Het tijdverloop tussen de berichten bevestigt dat verdachte telkens moest wachten met antwoorden tot hij instructies van [naam ] had gekregen. Ook blijkt niet dat [naam ] echte vuurwapens in de zin van de Wwm heeft geleverd. Verdachte heeft de tas met wapens niet gezien en heeft deze direct overgedragen aan [naam ] . *Onderdeel Opel Combo De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het voorhanden hebben van wapens in de Opel Combo, gelet op de ontkenning van verdachte. Verdachte maakte geen gebruik van deze auto. Hij kon en hoefde niet te weten wat zich in die auto bevond. *Onderdeel wapenbezit aan het Jardingapad De raadsman heeft vrijspraak bepleit, gelet op de ontkenning van verdachte. De wapens zijn buiten zijn medeweten door [naam ] verstopt bij de woning van verdachte. Dat [naam ] toen paranoïde was, wordt bevestigd door [naam ] en in tapgesprekken tussen [naam ] en zijn moeder. Feit 6 De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de mishandeling en de bedreiging. Ten aanzien van de mishandeling was sprake van noodweer, omdat aangever verdachte eerst heeft bedreigd met een mes. Verder is geen vuurwapen getoond. Van medeplegen kan geen sprake zijn, aangezien [medeverdachte 1] enkel aangever en verdachte uit elkaar heeft willen houden. Feit 7 De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Verdachte ontkent het feit en stelt dat [medeverdachte 12] het heeft gepleegd. Uit TA012, sessie 2374, blijkt dat [medeverdachte 12] heeft bekend en dat hij daderinformatie heeft. Subsidiair bepleit de raadsman vrijspraak omdat elk opzet, ook in voorwaardelijke zin, ontbreekt. Er is ook geen sprake van een aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het meer subsidiaire, te weten bedreiging, heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Feit 8 De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat niet blijkt van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 12] . Uit vele tap- en OVC gesprekken blijkt evident dat [medeverdachte 12] op eigen initiatief heeft gehandeld. [medeverdachte 12] zit ook achter de fraude met [bedrijfsnaam 2] . Verdachte heeft enkel informatie gegeven aan [medeverdachte 12] over hoe een BV opgericht kan worden. Feit 9 en 10 De raadsman heeft vrijspraak bepleit van beide feiten. Onder vrienden is het gebruikelijk om een steentje bij te dragen in het huishouden als onderdak en eten wordt aangeboden. Verder werd met elkaar omgegaan als vrienden; hun ruige omgangsvormen komen ook voort uit het nadoen van reality-tv, zoals Jackass. Dat blijkt duidelijk uit de afgeluisterde gesprekken. Het oordeel van de rechtbank Algemeen De rechtbank buigt zich allereerst over de vraag wie gebruik maakten van het Telegram-account [naam ] ( [naam ] ) en de telefoon BQ Aquarius, omdat deze vaststellingen voor het vervolg niet gemist kunnen worden. De gebruiker van het account [naam ] Op 27 februari 2020 is [verdachte] aangehouden voor zijn woning aan het [adres] te Oosterwolde. Gezien is dat hij een telefoon weggooide; naar later blijkt een iPhone X. Uit onderzoek blijkt dat deze iPhone X door [verdachte] is gebruikt vanaf 10 oktober 2017 tot en met zijn aanhouding. Het Apple-ID omvat het mailadres [e-mailadres] , gelinkt aan het bedrijf [bedrijfsnaam 3] dat door [verdachte] is opgericht. De geregistreerde eigenaar van de iPhone X is “ [naam ] ”. [verdachte] heeft een tatoeage op zijn arm met een Italiaanse tekst, afgekort [naam ] . Het IMEI-nummer van de iPhone is enkel gebruikt in combinatie met het bij [verdachte] in gebruik zijnde telefoonnummer + [telefoonnummer] . Op de iPhone X zijn twee Telegram-accounts aangetroffen, te weten [naam ] en [naam ] . Van de circa 301 chatberichten tussen januari 2020 en 27 februari 2020 gaan er 39 specifiek over wapenhandel. Voornamelijk het account [naam ] blijkt wapens, munitie en explosieven aan te bieden. De gebruiker van account [naam ] blijkt hiervan gedegen kennis te hebben. In de chats wordt regelmatig gezegd dat het aanpassen van wapens en het maken van ontstekers en dempers in eigen beheer wordt gedaan door een wapenmaker van defensie. In meerdere chats beschrijft de gebruiker de modus operandi van de import van wapens; hij heeft ook een vaste exportlijn naar België. Ook het WhatsApp-account op deze iPhone is geregistreerd onder de naam [naam ] ; dit account toont de profielfoto van [verdachte] die poseert met een automatisch wapen. Aanvankelijk heeft [verdachte] gesteld dat dit Telegram-account [naam ] in gebruik was bij [naam ] , die op die momenten gebruik maakte van deze iPhone van [verdachte] . De politie heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar dit verweer, maar heeft dit niet kunnen staven. Vast staat dat [naam ] op 31 januari 2020 is overleden. Uit onderzoek blijkt dat deze iPhone X in de maand januari 2020 niet in Leeuwarden, de woonplaats van [naam ] , is geweest. De telefoon van [naam ] is enkel op 9 januari 2020 in Oosterwolde geweest, maar uit taps blijkt dat hij die dag enkel contact heeft gehad met verdachte. Op camerabeelden van het Jardingapad en de Kringloopwinkel is [naam ] op 9 januari 2020 omstreeks 19.21 uur niet te zien. Met een tweetal voorbeelden heeft de politie voor 21 en 24 januari 2020 vastgesteld dat [naam ] niet het Telegram-account [naam ] heeft gebruikt. Later wijst [verdachte] naar ene “ [naam ] ” (fonetisch). Deze “ [naam ] ” zou het account [naam ] hebben beheerd en dwingende instructies hebben gegeven, die [verdachte] opvolgde uit angst. [verdachte] heeft pas in een laat stadium deze “ [naam ] ” geïntroduceerd. Het had op zijn weg gelegen hierover eerder te verklaren, zodat onderzoek naar “ [naam ] ” mogelijk was geweest. Diens aanwezigheid had dan wellicht uit camerabeelden kunnen blijken. Ook de chats en afgeluisterde gesprekken geven de rechtbank geen reden te denken dat [verdachte] in opdracht van een ander heeft gehandeld. Zo blijkt uit het ovc-gesprek in de Kringloopwinkel op 27 februari 2020 dat juist [verdachte] degene is die instrueert en nadrukkelijk stelt dat hij de CZ al heeft verkocht. Van aanwezigheid of instructies van een “ [naam ] ” blijkt op dat moment niets. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] , inhoudend dat een ander het account beheerde, dan ook ongeloofwaardig. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] de gebruiker is van het Telegram-account [naam ] op zijn iPhone X. De rechtbank zal alle aangetroffen chats op dit account daarom toeschrijven aan [verdachte] . De gebruiker van de telefoon BQ Aquarius Op 27 februari 2020 rijdt [medeverdachte 2] als bestuurder alleen in een VW T-ROC in Drachten. Hij is daar aangehouden. Bij de aanhouding is in die auto een ontgrendelde telefoon BQ Aquarius aangetroffen. Dat de telefoon ontgrendeld was terwijl alleen [medeverdachte 2] zich in de auto bevond, acht de rechtbank een zeer sterke indicatie dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van deze telefoon. In de BQ Aquarius zijn chatgesprekken aangetroffen. Op 22 februari 2020 benoemt de gebruiker van de BQ Aquarius tegenover “NEEFI” dat zijn maat een shotgun ophaalt. Onderdelen van deze chat komen terug in het gesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de Kringloopwinkel. Later op 22 februari 2020 zegt de gebruiker van de BQ Aquarius tegen NEEFI dat hij en zijn “yoego compa” denken dat een informant bij hen is binnengekomen. Verder zegt de gebruiker dat hij een zaak heeft met een Hollandse compagnon. Deze Hollandse compagnon konden ze nooit pakken voor BV shit en wapenhandel. De rechtbank leidt hieruit af dat de gebruiker van BQ Aquarius met ‘Hollandse compagnon’ kennelijk verdachte bedoelt, want verdachte en [medeverdachte 2] zijn aandeelhouders in de Kringloopwinkel voor 51% respectievelijk 49%. Met ‘yoego compa’ zal [medeverdachte 1] zijn bedoeld. Op 26 februari 2020 zegt de gebruiker van de BQ Aquarius: “ben weg, moest spoed naar Swalmen”. Swalmen behoort tot de gemeente Roermond. Het bij [medeverdachte 2] in gebruik zijnde telefoonnummer [telefoonnummer] was die dag blijkens zendmastgegevens in Roermond. Uit een chat van 26 februari 2020 blijkt dat de gebruiker van de BQ Aquarius met een ander buiten de stad is, en dat daar een ‘stille’ rondloopt. Dit spoort met observaties van de politie, die inhouden dat [medeverdachte 2] met verdachte in Rotterdam is wanneer een lid van het observatieteam (OT) twee keer bij hen voorbij loopt. Verdachte is daarop een stuk achter dit OT-lid aangelopen. Op 27 februari 2020 omstreeks 10.48 uur zegt de gebruiker van de BQ Aquarius: “ben net pas thuis. Was met mijn compa in club Duitsland”. Ook meldt hij dat een wapen kan worden opgehaald in Marum. De rechtbank overweegt dat verdachte zegt dat hij die nacht met [medeverdachte 2] naar Duitsland is geweest, en dat [medeverdachte 2] in Marum woont. Ook is meermalen een ontmoeting afgesproken tussen de gebruiker van de BQ Aquarius en de gebruikers “KINDREVOLVER” en “NEEFI” in Marum. De ontmoeting met “KINDREVOLVER” op 27-2-2020 omstreeks 20.20 uur in de Merelstraat te Marum komt dan overeen met de locatie van de VW T-ROC, in gebruik bij [medeverdachte 2] . De rechtbank constateert dat [medeverdachte 2] geen verklaring heeft willen afleggen over het gebruik van de BQ Aquarius en de inhoud van de chatberichten. Een aannemelijk en controleerbaar alternatief scenario is uitgebleven. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 2] de gebruiker is van de BQ Aquarius, en zal zij de chats uit die telefoon aan [medeverdachte 2] toeschrijven. Feit 2 – invoer van wapens vanuit Kroatië . Eerste reis naar Kroatië [medeverdachte 1] maakt van 15 mei 2018 tot en met 23 juli 2018 gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit historische gegevens van dit telefoonnummer blijkt dat de telefoon van [medeverdachte 1] vanaf [geboortedatum] 2018 een mast aanstraalt in Smilde, de verblijfplaats van verdachte. Ook blijkt dat [medeverdachte 1] op 8 juli 2018 voor het eerst telefonisch contact heeft met [medeverdachte 11] via diens telefoonnummer [telefoonnummer] . De telefoon van [medeverdachte 11] straalt vanaf 15 september 2018 ook vrijwel dagelijks aan in Smilde. Uit SMS-chats, aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte 11] , blijkt dat [medeverdachte 11] vanaf 4 september 2018 contact heeft met [naam ] , die in Kroatië woont. Op 6 september 2018 schrijft [naam ] aan [medeverdachte 11] : “Er is één … halfautomaat lang 9 … geweldig ding”. [medeverdachte 11] antwoordt: “Maar ik heb 10 stuks nodig, maar alles is welkom, hoeveel geld”. [naam ] stelt dat nader contact zal volgen, maar dat hij dit alvast heeft voor 300 euro, en genoeg munitie. [medeverdachte 11] heeft meer nodig en dringt aan dat dit te weinig is. [naam ] antwoordt dat [medeverdachte 11] geduld moet hebben en dat het opgelost kan worden. [medeverdachte 11] reageert: “Ik weet alles 5 heb ik echter vervoer en ik dat het meteen onderweg opgelost kon worden.” Op 7 september 2018 meldt [naam ] : “Dit is geregeld … wanneer het jou uitkomt, dat is hier. 500 €”. Vanaf 21 september 2018 reizen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] via Duitsland naar Valpovo in Kroatië. Op 23 september 2018 vraagt [medeverdachte 11] : “Zien we elkaar vandaag”, waarop [naam ] bevestigend antwoordt. Op 25 en 27 september 2018 maakt [medeverdachte 11] foto’s in Kroatië (Sag). Deze foto’s zijn aangetroffen op zijn telefoon. Een van de foto’s toont een witte ronde tafel met 28 handgranaten, een groen blok met nummer 8826 en twee leren tasjes. Deze foto is ook op de telefoon van verdachte aangetroffen. Een andere foto toont een witte emmer met handgranaten in granaatkokers. [medeverdachte 11] heeft verklaard dat deze foto’s bij [naam ] zijn gemaakt en dat er naar schatting 20 tot 25 handgranaten in een emmer zaten. Volgens [medeverdachte 11] heeft [naam ] granaten op tafel gelegd om deze aan [medeverdachte 1] te laten zien. [medeverdachte 11] verklaart dat [medeverdachte 1] geweren wilde kopen en dat zijn collega [naam ] ook nog granaten had. Er zijn ook nog drie andere foto’s op de telefoon van [medeverdachte 11] aangetroffen. Foto 8 (of 3; date last modified: 26-9-2018) toont [medeverdachte 1] met 2 handgranaten. Foto’s 9 (of 4, date last modified: 27-9-2018) en 10 (of 5, date last modified: 27-9-2018) tonen [medeverdachte 1] met een shotgun.[medeverdachte 11] heeft verklaard dat hij die foto’s ook heeft gemaakt bij [naam ] in Sag, Kroatië. Deze drie foto’s zijn ook via WhatsApp naar [medeverdachte 1] gestuurd. Op 28 september 2018 heeft [medeverdachte 12] € 1.445,00 overgemaakt aan [medeverdachte 11] . Ook op 2 oktober 2018 heeft [medeverdachte 12] geld overgemaakt, te weten € 665,00 aan [medeverdachte 11] en € 755,00 aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 12] heeft verklaard dat hij deze geldbedragen telkens in opdracht van verdachte via Western Union heeft overgemaakt. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] blijkt dat zij vanaf 6 oktober 2018 gezamenlijk terugreizen. Op 7 oktober 2018 zijn zij weer in Nederland. Op 8 oktober 2018 zijn met het toestel van verdachte foto’s gemaakt in Smilde. De foto’s van [medeverdachte 11] uit Kroatië zijn vergeleken met de foto’s van verdachte uit Smilde. Op foto’s 1 en 6 staat een vrijwel identiek aantal handgranaten (28 versus 29 stuks), een identiek groen blok met opschrift 8826 en dezelfde lederen etuis met daarin handgranaten. Op foto’s 4, 5 en 7 staat een identiek vuurwapen. Op foto’s 3 – [medeverdachte 1] met handgranaat – en 8 staat een foto van dezelfde handgranaat. [medeverdachte 11] herkent op de foto’s uit de telefoon van verdachte dezelfde wapens die hij heeft gefotografeerd in Kroatië. Na vergelijking van de foto’s concludeert de politie dat er de volgende overeenkomsten zijn: - 8 groene ronde handgranaten, waarvan de leesbare nummers op de veiligheidslepels overeenkomen, namelijk 2 x het nummer 8946 en 1 x het nummer 8830; - 1 groene ronde handgranaat met een soort draaidop; - 3 goud- of koperkleurige handgranaten; - 1 groen blok met daarop het nummer 8826; - 16 zwarte handgranaten in Smilde versus 17 zwarte handgranaten in Kroatië; - twee lederen hoesjes. Een zelfde groen blok met nummer 8826 is op 27 februari 2020 bij doorzoeking aangetroffen in de loods aan de Rouaanstraat in Groningen. Dit is een explosief, dat 500 gram TNT bevat en valt onder artikel 2, lid 1, categorie II onder 7 van de WWM. Op 25 november 2018 zijn foto’s gemaakt in Smilde, waarop onder andere [medeverdachte 12] te zien is met een wapen. [medeverdachte 11] heeft verklaard dat hij dit wapen heeft gezien toen hij in oktober in Smilde terugkwam en dat hij deze foto heeft gemaakt. [medeverdachte 12] had nog nooit een wapen in handen gehad, waarop [medeverdachte 1] zei dat hij [medeverdachte 12] zou leren omgaan met een wapen. Vervolg: de tweede reis naar Kroatië Op 23 september 2018 is [medeverdachte 11] nog in Kroatië met [medeverdachte 1] . Hij heeft dan ook contact met ene [naam ] . [medeverdachte 11] vraagt [naam ] op 27 september 2018 om [naam ] te bellen. [naam ] zegt op 29 september 2018: “Ik heb hem net gesproken. Ondanks zijn goede wil, kan hij niet vóór maandag of dinsdag terugkomen. Maximum is 15 stuks, Russische originele TT. Per stuk 70 euro. Als je wil, kan ik dat nu met hem regelen en jij brengt mij morgen in de loop van de dag het geld (…)”. [medeverdachte 11] antwoordt: “Als dat mogelijk is 7 Beretta 9 m., en 8 TT (…) Als dat niet kan, dan TT 15 stuks”. Uit nadere berichten blijkt dat zij een overeenkomst sluiten. De rechtbank begrijpt uit deze samenhang, in het licht van dit dossier, dat met “Russische originele TT” een Russische pistool Tokarev TT-30 of TT-33 is bedoeld en met “Beretta 9 m” een Italiaans handwapen van het merk Beretta, kaliber 9 mm. Op 15 oktober 2018 vertrekt [medeverdachte 11] met verdachte en met [medeverdachte 1] naar Kroatië. Op 16 oktober 2018 heeft [medeverdachte 11] weer contact met [naam ] . Op 17 oktober 2018 omstreeks 14.00 uur straalt de telefoon van [medeverdachte 11] weer aan in Smilde. Uit de inhoud van de berichten tussen [medeverdachte 11] en [naam ] in combinatie met het storten van geld (€ 966,65) van [naam ] aan [medeverdachte 12] op 17 oktober 2018 via Western Union, volgt dat er kennelijk is betaald voor wapens, die niet zijn geleverd. [medeverdachte 11] heeft vooraf ook de naam van [medeverdachte 12] aan [naam ] doorgegeven. Op 18 oktober 2018 heeft [medeverdachte 11] weer contact met [naam ] . [medeverdachte 11] wil foto’s van “datgene”. Op 19 oktober 2018 zegt [naam ] : “Bij datgene wat ik heb gefotografeerd geeft hij nog 4kg explo… En dat is in totaal 1000€ … en datgene wat wordt uitgeschoven eenmalig en één emmer mun. voor dat grote dat ik heb gefotografeerd is 400€ … en de foto’s van die andere krijg je over een paar dagen … ze hebben mij nog niet gebeld. De rechtbank begrijpt uit deze samenhang, in het licht van dit dossier, dat met “explo” explosieven is bedoeld, met “mun.” munitie en met “datgene wat wordt uitgeschoven eenmalig” een eenmalig uitschuifbare raketlanceerbuis van het type LAW of soortgelijk. Op 26 november 2018 stuurt verdachte een WhatsApp-bericht aan [medeverdachte 11] , inhoudend dat [medeverdachte 11] nu voor hem werkt. Uit de berichten blijkt dat [medeverdachte 11] en [medeverdachte 1] dan onderweg zijn. Op 2 en 3 december 2018 maakt [medeverdachte 12] via Western Union bedragen van € 56,00 en € 216,00 over aan [medeverdachte 11] in Sag. [medeverdachte 12] heeft verklaard dat hij de bedragen heeft betaald in opdracht van verdachte. Verdachte beheerde het geld, en ook ontvangen geld moest [medeverdachte 12] afdragen aan verdachte. Vanaf 19 december 2018 vraagt verdachte aan [medeverdachte 11] wanneer hij terugkomt. Volgens verdachte bellen de Belgen elke dag en heeft hij gezichtsverlies geleden. Kennelijk reageert [medeverdachte 11] pas op 4 januari
  10. Hij is op 9 januari 2019 weer in Smilde en gaat op 10 januari 2019 naar België met [medeverdachte 1] en [naam ]. Op 1 februari 2018 zegt verdachte weer dat het hem te lang duurt. Op 5 februari 2019 meldt [medeverdachte 11] dat hij geen geld heeft om te onderhandelen. Verdachte antwoordt dat hij [medeverdachte 11] 180 gr. heeft gegeven, dat hij [medeverdachte 11] vertrouwde en dat hij nu niks heeft. Hun laatste contact is op 19 februari
  11. [medeverdachte 11] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 1] , die toen in Smilde woonde, naar zijn collega [naam ] is gereisd in Kroatië. [naam ] woont in Sag. [medeverdachte 1] is in gesprek gegaan om wapens te kopen. [naam ] had 20 tot 25 handgranaten in een witte emmer. [naam ] stalde deze uit op een tafel om aan [medeverdachte 1] te laten zien. In opdracht van verdachte heeft [medeverdachte 12] het geld aan [medeverdachte 1] overgemaakt. De correspondentie tussen [medeverdachte 11] en [naam ] is gevoerd in opdracht van [medeverdachte 1] ; [medeverdachte 1] had daarover weer contact met verdachte. Uit de voornoemde bewijsmiddelen blijkt evident dat [medeverdachte 11] met [medeverdachte 1] en verdachte heeft samengewerkt om 29 handgranaten, een groen blok van 500 gram TNT en twee automatische vuurwapens vanuit Kroatië naar Nederland te brengen. [medeverdachte 11] had al ruim vóór de eerste reis contact met [naam ] over de aankoop van wapens. Hij heeft [medeverdachte 1] en [naam ] met elkaar in contact gebracht. [medeverdachte 11] is twee keer met [medeverdachte 1] naar Kroatië gereisd om te bemiddelen bij de aankoop van wapens. Ook tijdens hun verblijf in Kroatië onderhield [medeverdachte 11] nauw contact met [naam ] en [naam ] , met het oog op de aankoop van wapens. [medeverdachte 11] heeft zowel in Kroatië als in Smilde dezelfde partij handgranaten en vuurwapens gezien. [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] hebben beiden verklaard dat verdachte de geldverstrekker was voor de Western Union-betalingen. [medeverdachte 11] heeft verklaard over een hiërarchie tussen [medeverdachte 1] en verdachte, hetgeen overeenkomt met het bericht van verdachte aan [medeverdachte 11] . Bij de tweede reis ging verdachte ook zelf mee. Uit het dossier blijkt niet of [medeverdachte 1] of [medeverdachte 11] de handgranaten, het explosief en de vuurwapens naar Nederland heeft vervoerd, maar - gelet op de bewijsmiddelen - is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] om de wapens, munitie en explosieven aan te kopen. [medeverdachte 1] en verdachte wonen of verblijven in Nederland, en ook [medeverdachte 11] verbleef al geruime tijd in Smilde. Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] wisten daarom dat hun inspanningen zouden leiden tot invoer van de aangekochte wapens in Nederland, en zij hebben daarop naar het oordeel van de rechtbank ook het opzet gehad. Dat niet blijkt hoe de wapens daadwerkelijk in Nederland zijn gekomen, doet aan dit oordeel niet af. De rechtbank acht daarom feit 2 wettig en overtuigend bewezen ten aanzien van het medeplegen van de invoer vanuit Kroatië in Nederland van 29 handgranaten, een groen blok van 500 gram TNT en twee automatische vuurwapens. Feit 2 – uitvoer van wapens naar België *Onderdeel Genk De broers [getuige 3] houden zich volgens de Belgische politie bezig met drugshandel. Op 13 januari 2020 zijn hun woningen aan de [adres] te Genk (België) doorzocht. In de garage van [adres] zijn aangetroffen: 1) een raketwerper, type RBR M
  12. Er staan foto’s van soortgelijke raketwerpers op de telefoon van verdachte, maar er is geen directe link naar het onderzoek Ultegra. 2) een zwarte stoffen zak met een schijnbaar militair geweer van onbekend merk, type en kaliber, vermoedelijk Heckler & Koch. 3) een zwarte sporttas met een machinepistool, een doos patronen van type .233 Remington en een plastic tas. Een zelfde doos munitie is afgebeeld op een foto in de telefoon van verdachte. De diepvrieszak met munitie is van hetzelfde merk (Toppits, 1 liter, safe loc) als de diepvrieszak met munitie die is aangetroffen in de Kringloopwinkel. 4) een pot met de springstof pentriet, twee detonators en een tijdschakelaar. Pentriet valt naar Belgisch recht onder dezelfde categorie springstoffen als dynamiet. De detonators zijn gemodificeerde commerciële verbindingsstukken voor knalkoord (detonating cord relay connectors). Een detonator is een explosief ontstekingsmiddel dat zorgt voor een schokgolf om springstof te laten ontploffen. De ontstekers vallen naar Belgisch recht onder Klasse B, munitie, 1e categorie: slagpijpjes en gelijkgestelde voorwerpen. De tijdschakelaar (Time-Power Unit of TPU) bestaat uit een aan/uit-schakelaar, een microcontroller met tijdprogrammering van 3 minuten, en een batterijvoeding. Deze voorwerpen kunnen tot een explosief gecombineerd worden. Ritten naar Genk Uit peilbakengegevens blijkt dat de Audi A4 ( [kenteken] ) op 24 december 2018 omstreeks 14.36 uur stopt aan de Rouaanstraat te Groningen. Omstreeks 18.07 uur vertrekt de auto van het Jardingapad en verplaatst zich naar Genk. Daar staat de auto tussen 21.18 en 21.55 uur aan de [adres] . Vervolgens rijdt de auto terug naar Nederland. Verdachte belt op 25 december 2018 om 00.28 uur en 01.47 uur met [medeverdachte 12] om te vragen hoe ver zij zijn. Het antwoord van [medeverdachte 12] strookt telkens met de gegevens van het peilbaken. De telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] reizen mee met dit peilbaken. De auto keert op 25 december 2018 om 02.02 uur terug aan het Jardingapad. Op 30 december 2018 rijdt deze auto weer naar Genk en staat tussen 18.20 en 19.01 uur stil aan de [adres] . Het telefoonnummer van [medeverdachte 1] volgt het peilbaken van de auto. Op 3 januari 2019 maakt een door [medeverdachte 1] gehuurde Renault Traffic weer een rit naar Genk. Uit het dossier blijkt voorts dat [medeverdachte 1] naar België is gereden op 28 december 2018, 30 december 2018, 28 januari 2019, 25 februari 2019, 23 maart 2019, 2 april 2019, 11 april 2019, vermoedelijk 20 april 2019, 14 mei 2019, 29 en 30 mei 2019, 3 en 4 juni 2019, 16 augustus 2019 en 14 september
  13. Verklaringen verdachten [medeverdachte 12] heeft - samengevat - verklaard dat hij met [medeverdachte 1] naar Genk is gereden. Zij reden bij aankomst bij de woning met een u-bocht over de oprit naar de garage beneden. De beschrijving door [medeverdachte 12] komt overeen met de woning aan de [adres] . [medeverdachte 1] gaf in de garage een donkergekleurde sporttas met zakken Dorito chips aan een man. Toen [medeverdachte 1] tegen de tas tikte, hoorde [medeverdachte 12] een kling-kling geluid. [medeverdachte 1] kwam na een kwartier terug zonder tas. Daarna reden zij terug naar Nederland. [medeverdachte 3] heeft - samengevat- verklaard dat hij de in Genk aangetroffen ontstekers en het TPU-kastje heeft gemaakt. Hij herkent de uitstekende draadjes, de tape en het krimpkousje. De onderdelen werden aangeleverd door verdachte of [medeverdachte 1] . Op verzoek van verdachte heeft [medeverdachte 3] afstandsbedieningen gemaakt voor explosieven. Dit was globaal in de zomer van
  14. Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] op 24 december 2018 in Genk een tas hebben afgeleverd aan de [adres] . Wat er in die tas zat, is echter niet komen vast te staan. [medeverdachte 1] heeft daarna nog een aantal ritten gemaakt naar België, waarbij in elk geval op 30 december 2018 de woning aan de [adres] is aangedaan. De ten laste gelegde voorwerpen zijn pas aangetroffen op 13 januari 2020, meer dan één jaar later. Van de raketwerper, de vuurwapens en het pentriet is geen verband aangetoond met enige verdachte in het onderzoek Ultegra. Mede gelet op het tijdsverloop zal de rechtbank verdachte dus vrijspreken voor zover het gaat om deze goederen. De munitie in de Remington-doos en in de Toppits-diepvrieszak kunnen verband houden met de groep rond verdachte, maar gelet op de algemene verkrijgbaarheid van deze artikelen acht de rechtbank dit verband te onbepaald. DNA-sporen of dactyloscopische sporen ontbreken. Ook van deze voorwerpen zal de rechtbank verdachte dus vrijspreken. De twee ontstekers en de tijdschakelaar hebben een concrete link met medeverdachte [medeverdachte 3] , die immers heeft bekend deze goederen te hebben gemaakt voor verdachte en/of [medeverdachte 1] . Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat in elk geval [medeverdachte 1] ook na 24 december 2018 nog een of meer bezoeken heeft gebracht aan de Kuilenstraat, zodat niet uitgesloten kan worden dat de ontstekers en tijdschakelaar daar eerst ná 24 december 2018 zijn afgeleverd. De rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan de verklaringen van [medeverdachte 12] en [medeverdachte 3] . Zij hebben immers deels ook belastend over zichzelf verklaard. Het initiatief voor het maken van deze ontstekers en tijdschakelaar komt van verdachte, als opdrachtgever. Het is dan ook evident dat hij als medepleger aangemerkt kan worden. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger, in nauwe en bewuste samenwerking met anderen, de twee ontstekers en TPU vanuit Nederland naar Genk heeft laten vervoeren. *Onderdeel Zwijndrecht Op 20 april 2019 krijgt de politie melding dat [getuige 2] , wonend aan de [adres] te Zwijndrecht (België), een kogel door haar voet heeft gekregen. Zij is de vriendin van [getuige 1] , wonend aan de Trammezandlei in Antwerpen (België). Haar woning is doorzocht waarbij onder meer de volgende voorwerpen zijn aangetroffen: 8 handgranaten 4 vuurwapens met munitie en laders 1 kg explosief 2 GSM-telefoons met connectoren t.b.v. ontstekers kogelwerende vesten. Ad 1) Handgranaten In een reiskoffer treft de politie een plastic tas aan van de Poiesz-supermarkt met daarin vijf handgranaten in groene granaatkokers. De politie heeft deze handgranaten vergeleken met de foto’s van handgranaten op de iPhone X van verdachte. De foto’s, gemaakt op 8 oktober 2018 in Smilde (Nederland), vertonen overeenkomsten met de in Zwijndrecht aangetroffen handgranaten, als volgt: - 1 stuks M50 handgranaat “De M50 handgranaat kan uit de voorraad komen waarover [verdachte] beschikte. De combinatie lichaamsnummer en veiligheidsbeugelnummer is dezelfde als de foto van de granaat aangetroffen op het toestel van [verdachte] . Qua verdere uiterlijke kenmerken zijn er tevens overeenkomsten, egaal/geen beschadigingen waarneembaar.” - 4 stuks M75 handgranaat “De 4 M75 handgranaten aangetroffen in Zwijndrecht kunnen afkomstig zijn uit de voorraad waarover [verdachte] beschikte, de veiligheidsbeugelnummers komen met elkaar overeen, de granaten waren verpakt in granaatkokers.” Geconcludeerd is dat: “Hoewel niet met zekerheid kan worden aangegeven of de aangetroffen handgranaten in Zwijndrecht daadwerkelijk dezelfde handgranaten zijn als te zien op de foto’s gemaakt in Smilde, lijkt het feit dat er meerdere overeenkomsten zijn tussen de vier handgranaten M75 en de handgranaat M50 uit Zwijndrecht met de handgranaten van de foto’s uit Smilde en het feit dat deze overeenkomstige handgranaten ook naast elkaar staan op de foto die gemaakt is in Smilde, geen toevalligheid meer.” Er is ook nader onderzoek gedaan naar de plastic tas van de Poiesz-supermarkt. De opdruk “95 jaar” correspondeert met het jubileum van de Poiesz-supermarkt op 16 januari
  15. In de iPhone X van verdachte is een foto aangetroffen waarop hij te zien is met twee handgranaten in zijn handen. Op de achtergrond van deze foto is ook een plastic tas met het opschrift “95 jaar” van de Poiesz-supermarkt te zien. Op één van de vijf granaatkokers is - kort gezegd –DNA aangetroffen van [medeverdachte 11] . Ad 2) Vuurwapens Een van de gevonden wapens is een semiautomatisch pistool, Walther P38, 9mm. Op dit pistool is - kort gezegd - een DNA-mengprofiel aangetroffen waarvan het DNA van [medeverdachte 1] deel uitmaakt. Ad 3) Explosief In een slaapkamer is een Action-tas aangetroffen met daarin een Adidas-schoenendoos met daarin zes staven dynamiet van het merk Austrogel G
  16. De rechtbank constateert dat dit dezelfde springstof is als het explosief dat is aangetroffen in Soesterberg (zie feit 3, 4 en 5). Ad 4) GSM-telefoons met connectoren t.b.v. ontstekers In de Adidas-schoenendoos zit ook een plastic zakje met twee elektrische slagpijpjes. Op de knoop van het plastic zakje is - kort gezegd - DNA van [medeverdachte 1] aangetroffen. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat verdachte hem heeft gevraagd om een afstandsbediening te maken voor explosieven. Daarvoor waren oudere telefoons nodig. In de nacht van 1 op 2 april 2019 hebben mannen, waaronder [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] , hiertoe twee of drie telefoons bij [medeverdachte 3] thuis afgeleverd. [medeverdachte 3] heeft – na confrontatie met de foto van de slagpijpjes en telefoons – bekend dat hij deze heeft geprepareerd om een explosief te laten ontploffen. Hij heeft de slagpijpjes gemonteerd en kruit in de slagpijpjes gebracht. De slagpijpjes zijn tegelijk met de telefoons meegenomen. De GSM-telefoons waren een witte Samsung (IMEI 352937082947120) en een zwarte Samsung (IMEI 356388086003760). Op de witte Samsung is - kort gezegd - DNA aangetroffen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 12]. Op de zwarte Samsung is - kort gezegd - DNA aangetroffen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7]. De historische gegevens van deze IMEI-nummers zijn gevorderd. Hieruit blijkt dat beide telefoons vrijwel tegelijk op dezelfde locatie van een nieuw telefoonnummer zijn voorzien, te weten op 2 april 2019 omstreeks 3.29 en 3.33 uur, waarbij telkens de mast aan de [adres] te Leeuwarden werd aangestraald. Deze mast ligt op 200 meter van het adres van [medeverdachte 3] . De zwarte Samsung werd tot 2 april 2019 gebruikt voor een simkaart op naam van [bedrijfsnaam 2] . Ook andere telefoonnummers op naam van [bedrijfsnaam 2] waren ooit geplaatst in deze zwarte telefoon. Uit OVC-gesprekken op 1 en 2 april 2019 blijkt het volgende. Op 1 april 2019 omstreeks 21.07 uur rijden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] in de Audi A4 ( [kenteken] ) van de woning van verdachte aan het [adres] te Oosterwolde (verder: het Jardingapad) naar de woning van [medeverdachte 3] aan de Groningerstraatweg te Leeuwarden. [medeverdachte 1] zegt op een zeker moment “grappig spul he”. [medeverdachte 7] vraagt wat het is. [medeverdachte 1] antwoordt: “Het is 350 voor een gram. 5000 euro. (…) Een plaatje is ongeveer 150/125 gram … Zwitserse … uit Zwitserland … met een donator (fonetisch) [de rechtbank begrijpt: detonator] erop waarde van ongeveer 3/4 kop. (…) Eén boem he … boem”. [medeverdachte 7] zegt: “Beste BOEM”. De rechtbank merkt op dat Austrogel G1 een merknaam is van Austin Powder GmbH, voorheen Dynamit Nobel te Wenen (Oostenrijk). Omstreeks 21.42 uur stoppen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] nabij de woning van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] stapt uit, [medeverdachte 7] blijft in de auto. Omstreeks 22.25 uur stappen [medeverdachte 1] en [naam ] bij [medeverdachte 7] in de auto en rijden zij naar Franeker. Onderweg bespreken zij dat drie mobiele telefoons van een ouder type nodig zijn; daarna is het “klaar”. [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 12] en geeft hem opdracht een telefoon te regelen. [medeverdachte 1] vraagt waarom [medeverdachte 12] niet meteen opnam, en vraagt excuses van [medeverdachte 12] . [medeverdachte 12] moet naar Donkerbroek komen bij het witte huis. [medeverdachte 1] herhaalt dat hij de oude Nokia bedoelt zonder camera. [medeverdachte 1] vraagt ook of er nog andere oude telefoons thuis zijn. Er is haast bij, want ze hebben de telefoon vannacht al nodig. Omstreeks 22.58 uur stapt [naam ] in Franeker eerst uit en vervolgens weer in; hierna blijkt dat hij een telefoon met lader heeft opgehaald. Om 23.18 uur is de auto weer in de buurt van de woning van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] en [naam ] stappen uit en [medeverdachte 7] zegt: “Zie ik jullie zo weer”. [medeverdachte 7] rijdt naar Donkerbroek en komt om 23.44 uur aan bij restaurant het Witte Huis. Op 2 april 2019 omstreeks middernacht zijn [medeverdachte 7] en [medeverdachte 12] in de auto te horen. Vervolgens rijdt [medeverdachte 7] weer terug naar de woning van [medeverdachte 3] . Om 01.15 uur stappen [medeverdachte 1] en [naam ] weer bij [medeverdachte 7] in de auto. [medeverdachte 1] spreekt over België en zegt dat [medeverdachte 7] niet mee kan. Om 02.00 uur is de auto in Smilde, en arriveert om 2.42 uur weer bij de woning van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] en [naam ] spreken onderweg af dat zij morgen naar België gaan. [naam ] wordt afgezet in Franeker, waarna [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] terugkeren naar de woning van [medeverdachte 3] . Om 04.25 uur stappen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] weer in de auto. [medeverdachte 7] zegt: “ik heb op internet gelezen dat als je een explosief met een telefoon af wil laten gaan, dan moet dat met de trilfunctie”. Op 2 april 2019 om 13.51 uur rijden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] in dezelfde auto van Smilde naar Oosterwolde. Tussen 14.09 tot 15.50 uur staat de auto aan het Jardingapad. Daarna vertrekken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] weer. [medeverdachte 7] zegt: “Je hebt een hele rit voor de boeg ja, bah. Scheelt dat je lekker kunt slapen.” [medeverdachte 1] zegt: “Iemand ramt tegen [naam ] zo aan … hele snelweg in de lucht”. [medeverdachte 7] zegt: “niet best”. [medeverdachte 1] lacht. [medeverdachte 7] merkt op: “een rijdende tijdbom”. Er volgt een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] over trekkoord-ontstekers, 9 volts-batterijen, en LED-lampjes van 3 volt. Rond 16.05 uur stopt de auto bij McDonald’s in Drachten. [medeverdachte 1] stapt bij [naam ] in een Ford Focus met kenteken [kenteken] . De Ford Focus passeert om 19.15 uur de Belgische grens bij Hazeldonk. De Ford Focus is vervolgens twee keer vastgelegd in Antwerpen. Om 22.29 uur rijdt de Ford weer Nederland in. [medeverdachte 7] zit op 2 april 2019 omstreeks 17.46 uur met een ander in de Audi A
  17. [medeverdachte 7] zegt: “Gister hadden ze telefoon gebruikt om ontsteker te voorzien.” Onbekende: “Goed spul”. [medeverdachte 7] : “Dat hoop ik wel. (…) Gebruikt elektrische ontsteker toch”. Onbekende vraagt: “explosief”, hetgeen [medeverdachte 7] bevestigt. Ad 5) Kogelwerende vesten Op de ritssluitingen van de kogelwerende vesten met nummers 3 en 4 is - kort gezegd – het DNA aangetroffen van verdachte. [getuige 1] heeft verklaard dat hij de in Zwijndrecht aangetroffen wapens daar heeft gebracht. Hij heeft, voor een financiële vergoeding, dingen voor twee andere personen bij zich gehouden. Er zijn verschillende leveringen geweest. De eerste twee wapens zijn geleverd aan de Trammezandlei. De Adidas schoenendoos is in Merksem geleverd en heeft hij daarna naar Zwijndrecht gebracht. De personen wisten dat hij ook in Zwijndrecht verbleef, dus daar is vervolgens ook geleverd. De kogelwerende vesten moest hij ook bij zich houden. Conclusie De rechtbank concludeert dat uit de verklaring van [medeverdachte 3] blijkt dat hij in opdracht van verdachte handelde. Uit de afgeluisterde geluidsfragmenten volgt dat ook [medeverdachte 7] wist dat [medeverdachte 3] telefoons heeft geprepareerd als ontstekers. Na een stop bij de woning van verdachte maakten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] opmerkingen waaruit de rechtbank afleidt dat er op dat moment explosieven in de auto aanwezig zijn. Verdachte heeft dus met zijn medeverdachten het plan opgevat om twee tot ontstekers geprepareerde telefoons en explosieven naar België uit te voeren. Verdachte heeft met zijn medeverdachten zo nauw en bewust samengewerkt bij deze uitvoer dat sprake is van medeplegen. Dat hij zelf feitelijk de voorwerpen niet naar België heeft vervoerd, maakt dit niet anders. De rechtbank acht dit onderdeel van feit 2 dan ook wettig en overtuigend te bewijzen. *Onderdeel Trammezandlei Op 1 augustus 2019 is de woning van [getuige 1] , [adres] te Antwerpen (België) doorzocht. In de bergruimte is een plastic zak aangetroffen met daarin een Beretta pistool, gewikkeld in een blauwe plastic handschoen, en een plastic zak met munitie. Op de lader van het pistool is - kort gezegd - DNA van [medeverdachte 1] aangetroffen. Uit bakengegevens van de Audi A4 ( [kenteken] ) blijkt onder meer: - de auto staat op 30 december 2018 tussen 19.58-20.11 uur stil aan de Trammezandlei; - de auto is op 3 januari 2019 tussen 22.23-00.42 uur aanwezig nabij de Trammezandlei; - de auto staat op 3 januari 2019 tussen 22.31-00.20 uur op de Bouwenstraat te Antwerpen, op drie minuten lopen van Arras Hotel & Business flats. Hier zouden [getuige 1] en [naam ] tussen 24 december 2018 en 1 februari 2019 verblijven. Verder is [getuige 1] een frequente bezoeker van het adres [adres] te Antwerpen (zie onderdeel Cadixstraat hierna). Conclusie Uit de bewijsmiddelen in dit onderdeel en in andere onderdelen (feit 2, 3, 4 en 5) volgt dat [medeverdachte 1] meermalen in België is geweest en dat zijn DNA is aangetoond op het aan de Trammezandlei aangetroffen Beretta-pistool. [getuige 1] heeft geen namen genoemd, maar uit zijn verklaring valt naar het oordeel van de rechtbank wel op te maken dat dezelfde leveranciers hem wapens leverden in Zwijndrecht en aan de Trammezandlei. [medeverdachte 1] handelde volgens de bewijsmiddelen vrijwel altijd als medepleger van en in opdracht van verdachte. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onderdeel Trammezandlei van feit 2 heeft medegepleegd. *Onderdeel Cadixstraat Op 3 juni 2019 om 14.55 uur komen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 12] in een Audi A6 ( [kenteken] ) aan bij de woning van verdachte aan het Jardingapad. Omstreeks 15.33 uur vertrekt [medeverdachte 7] in de Audi A
  18. Hij rijdt via Beerta, het toenmalige verblijfadres van onder meer [medeverdachte 1] , naar de [adres] te Groningen. Daar staat de auto tussen 18.12 en 18.19 uur. Om 19.03 uur is de Audi A6 met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] terug aan het Jardingapad. Om 19.53 uur lopen verdachte en [medeverdachte 7] naar de auto. [medeverdachte 7] opent de kofferbak. Er ligt een zwarte tas in, en iets dat lijkt op een blauw dekzeil. [medeverdachte 7] en verdachte tillen dit uit de auto. Zij kijken vervolgens samen een poosje in de kofferbak. [medeverdachte 7] heeft daarna handschoenen aan. Hij pakt de zwarte tas, legt deze terug in de kofferbak en dekt deze af met het blauwe zeil. Verdachte loopt intussen al bellend naar de woning. Om 20.00 uur herhaalt het proces zich. Verdachte en [medeverdachte 1] staan bij de auto. [medeverdachte 7] opent de kofferbak en haalt het dekzeil en de zwarte tas eruit. Vervolgens heeft [medeverdachte 7] zijn hoofd een tijdje in de kofferbak. Verdachte en [medeverdachte 1] kijken mee. [medeverdachte 7] pakt daarna de spullen weer in. De zwarte tas gaat de kofferbank in, daarna het blauwe zeil, de handschoenen gaan uit en de kofferbak gaat dicht. Om 20.05 uur vertrekken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] in de Audi A
  19. De Audi maakt een stop van 6 minuten aan de Rouaanstraat te Groningen en rijdt dan naar Leeuwarden. Om 21.40 uur zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] bij de woning van [medeverdachte 3] aan de Groningerstraatweg. Als zij weer vertrekken, staat [medeverdachte 3] in de deuropening van zijn werkplaats. Vervolgens rijdt de Audi rechtstreeks naar Antwerpen, om daar op 4 juni 2019 omstreeks 1.00 uur aan te komen. Op 4 juni 2019 om 7.59 uur belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1] geeft aan dat ze moeten blijven en dat er iets mis is gegaan. Zij zijn naar een hotel gebracht. [medeverdachte 1] ligt in bed en [medeverdachte 7] ook. Tussen 16.27 uur en 19.29 uur staat de Audi stil aan de Cadixstraat te Antwerpen. Om 16.53 uur worden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] in het appartement aan de [adres] te Antwerpen ontvangen door [naam ] . Tussen 17.17 en 18.01 is een onbekende licht getinte man ook binnen. Tussen 18.35 en 19.16 uur is [naam ] eveneens in het appartement. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] hebben in het appartement een gesprek met [naam ] , aangeduid als NN
  20. Het afgeluisterde gesprek heeft - samengevat- de volgende strekking. [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 7] of hij handschoenen wil pakken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] proberen een afgebroken draad te repareren. Daarna geven [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] uitleg. Zij bespreken dat iets aan en uit gaat, dat een knopje groen blijft, dat iets erin gedrukt wordt, dat het papier eraf gaat, en dat balletjes geknipt worden en in een handschoen gaan. De folie moet daar weer op, anders krijg je die rommel niet meer uit je kleren. Het heeft een sterke lucht. Besproken wordt dat een ontsteker op de computer wordt aangesloten om de tijd in te stellen. NN1 vraagt om dit te testen op 3 minuten. [medeverdachte 1] antwoordt dat het lampje gelijk gaat branden als ze hem aanzetten. Volgens [medeverdachte 1] branden deze op hetzelfde moment één keer, en dan gaat de stroom door. [medeverdachte 7] zegt: boem. NN1 hoopt niet dat hij die ineens indrukt. [medeverdachte 7] zegt: binnen 3 minuten. NN1 vraagt of dat niet een beetje snel is. [medeverdachte 1] zegt dat die vader graag met hem en [verdachte] tot elkaar wil komen, maar die vriend van mij, die zei: pech, [verdachte] zit vast. NN1 is bezorgd dat zij straks ook aan een andere groep verkopen. [medeverdachte 1] wil wel met NN1 werken maar niet met anderen. Als NN1 vraagt hoe [medeverdachte 1] dit heeft uitgevonden, antwoordt [medeverdachte 1] dat hij die legerman pakt, die vriend van [verdachte] [de rechtbank begrijpt: verdachte]. Deze man mag nog steeds op sites van het leger en daar pakt hij gewoon dingen. NN1 vindt dit een slimme kerel. Volgens [medeverdachte 1] is dit van het leger, daar doen ze alleen maar dit. Ze gaan op de muren, trekken zo'n pen eruit uit en dan brandt ie van binnen af en BOEM. [medeverdachte 7] zegt dat je eigenlijk knopjes moet hebben, waar je draadjes aan kunt solderen. Volgens [medeverdachte 1] kun je de plaatjes extern installeren op hoeveel tijd je wilt. Op de site staat dat ze dat tussen één en drie minuten doen. Volgens [medeverdachte 1] heeft hij [de rechtbank begrijpt: verdachte [medeverdachte 3] ] gezegd: als jij een jongen hebt die het nog nooit heeft gedaan ... 3 minuten ... of een beetje traag is ..... dan gaat hij zelf ook de lucht in. Volgens [medeverdachte 7] moet het sowieso niet langer dan 5 minuten. Volgens [medeverdachte 1] heb je dan kans dat één van de batterijen leeg is, en er staat advies op die legersite van 1 of 3 minuten. Het leger doet alles op één minuut. Volgens [medeverdachte 1] moet de simkaart erin, en is er sprake van een netwerk. Er zijn drie wachtwoorden. Eén wachtwoord activeert, het andere wachtwoord stuurt de GPS-locatie en de derde zet het de lucht in. [medeverdachte 1] zegt: je verkoopt zo’n ding, stelt hem in op 30 seconden, met het idee dat zij hem gaan plaatsen, en tijdens het plaatsen gaan ze de lucht in. NN1 en [medeverdachte 1] moeten lachen. NN1 en [medeverdachte 7] zeggen beiden: BOEM. [medeverdachte 1] spreekt af dat de ander ervoor zorgt de handschoenen weg worden gegooid. Er komt nog een persoon NN3 binnen. NN3 reageert met: “Ah die ontstekers!”. Gelet op de camerabeelden stelt de rechtbank vast dat N1 [naam ] betreft en N3 is [naam ] . Om 19.27 uur verlaten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] het appartement. Zij komen aan bij de woning van verdachte omstreeks 23.38 uur. Op 5 juni 2019 omstreeks 00.25 uur rijdt de Audi A6 via Groningen naar Beerta. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij een kastje heeft gemaakt met een batterij, printplaatjes en een relais. Het was de bedoeling dat dit kastje zou werken als vertrager om een slagpijpje tot ontploffing te brengen. Hij heeft er een stuk of drie gemaakt. Bij het aanzetten loopt een timer af die was ingesteld op 1 minuut. Geconfronteerd met dit afgeluisterde gesprek verklaart [medeverdachte 3] dat de uitspraak over aansluiten op de computer betrekking heeft op de kastjes die hij heeft gemaakt, en dat de genoemde drie minuten hiermee overeenkomen. Over het ‘lampje dat gelijk gaat branden’, verklaart [medeverdachte 3] dat het ledje direct gaat branden wanneer je de schakelaar omzet. De uitspraken over ‘plaatjes die extern geïnstalleerd worden op de gewenste tijd’, over een simkaart en een netwerk, en over drie wachtwoorden, hebben volgens [medeverdachte 3] betrekking op de apparaatjes waar hij eerder mee bezig was, en die hij nog heeft liggen. Conclusie Voorafgaand aan de reis naar Antwerpen wordt de Audi A6 tot twee keer toe opnieuw ingepakt, waarbij [medeverdachte 7] telkens handschoenen draagt. Dit duidt op wetenschap van illegale activiteiten: het achterlaten van vingerafdrukken of DNA moet kennelijk worden voorkomen. Dit proces is telkens geobserveerd door verdachte en [medeverdachte 1] . Vervolgens wordt zowel de loods aan de Rouaanstraat bezocht als de woning van [medeverdachte 3] - de maker van de ontstekers - voordat naar België wordt gereden. In het appartement aan de Cadixstraat spreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] met [naam ] evident over de werking van een explosief en van een ontsteker met bijbehorende TPU. Uit hun gesprek volgt dat deze voorwerpen op dat moment daadwerkelijk voor hen liggen. Aan het begin en einde van het gesprek blijkt dat zij handschoenen dragen, en dat die adequaat moeten worden weggegooid. Ook dat duidt op het voorkomen van opsporing. Verdachte heeft met zijn medeverdachten zo nauw en bewust samengewerkt bij de voorbereiding en uitvoering dat sprake is van medeplegen van de uitvoer naar België. De rechtbank acht feit 2, onderdeel Cadixstraat, dan ook wettig en overtuigend bewezen. Feit 3 en 4: nationale wapenhandel & overdragen van wapens *Onderdeel [naam ] . De rechtbank acht dit onderdeel (telkens onderdeel 1 van feit 3 en 4) niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt dat de in het dossier opgenomen telefoongesprekken en sms-berichten tussen verdachte ( [telefoonnummer] ) en [naam ] ( [telefoonnummer] ) zijn gevoerd. Op 15 oktober 2018 stuurt [naam ] een sms met de tekst: “Kan ik langskomen voor die stukje ijzer”. Verdachte reageert daarop met: “hoe laat kun je in Assen zijn”. Vervolgens geeft [naam ] een ander telefoonnummer door van een derde die het stukje ijzer zal ophalen. Verdachte en de onbekende derde spreken af bij nabij de Bonte Wever. Later stuurt [naam ] een sms naar verdachte: “Thnqs bro”. Op 19 november 2018 belt [naam ] met verdachte en zegt: “weet je nog mijn maat had 1 ding van jou laatst gekocht”. Verdachte bevestigt dat. [naam ] : “ik moet er nog drie hebben… van die drie zelfde enne nog van die kleineren ook nog.” Hierna volgt een afspraak tussen verdachte en [naam ] bij Poiesz supermarkt in Oosterwolde. De rechtbank concludeert dat er kennelijk een stukje ijzer op 15 oktober 2018 is geleverd door verdachte aan [naam ] , en wellicht daarna nogmaals op 19 november
  21. Zowel verdachte als [naam ] ontkennen dat het ‘stukje ijzer’ ziet op een wapen. Deze uitdrukking geeft echter in de context van dit dossier te denken: er is jurisprudentie die inhoudt dat ‘ijzer’ straattaal is voor een wapen. De alternatieve lezing van verdachte dat het hier ging om een ijzeren pers, kan echter niet terzijde worden gesteld als ongeloofwaardig. Een daadwerkelijke overdracht is immers niet door de politie waargenomen. Ook blijkt niet van bij [naam ] aangetroffen wapens. De rechtbank kan bij deze stand van zaken niet vaststellen dat het besprokene ziet op een wapen, laat staan dat daarvan een type of categorie kan worden vastgesteld. Het verweer van de verdediging ten aanzien van al dan niet bewust gemaakte fouten in telefoonnummers behoeft geen bespreking meer, omdat de rechtbank komt tot een vrijspraak. *Onderdeel [naam ] [medeverdachte 1] , [medeverdachte 12] en [medeverdachte 7] rijden op 16 maart 2019 rond 16.00 uur in de Audi A4 ( [kenteken] ) naar de woning van verdachte aan het Jardingapad. Omstreeks 23.32 uur vertrekt de Audi weer richting Groningen en stopt daar rond 00.20 uur. [medeverdachte 1] bevestigt dat hij de sleutel bij zich heeft. Omstreeks 00.32 uur zegt [medeverdachte 1] dat de telefoons op vliegtuigstand moeten. [medeverdachte 1] zegt: “Het is grappig…we knallen gewoon de 4 kogels hier af en dan rijden we weg.” De Audi is dan aan de [adres] te Groningen. [medeverdachte 1] stapt uit. [medeverdachte 7] zegt: “hij zegt ook nog heel mooi…weet je wat grappig is … we schieten gewoon daar achter”. [medeverdachte 1] stapt weer in de auto. Omstreeks 00.41 uur zegt [medeverdachte 1] dat hij wil schieten. [medeverdachte 12] zegt: “Breng hem gewoon in, hij komt er wel achter, joh. Hij krijgt al een vet koopje he, met zijn -600 van mij.” [medeverdachte 12] vraagt of dat ding echt zo goedkoop is. [medeverdachte 1] zegt dat hij er 300 of 400 voor heeft betaald. De Audi vertrekt tijdens dit gesprek. De Audi stopt en [medeverdachte 1] stapt uit. [medeverdachte 7] zegt: “Ik dacht dat het een pistool was.” [medeverdachte 12] reageert: “Nee, joh … dit is zo’n … ding ja.” De Audi rijdt verder en staat weer stil. [medeverdachte 7] zegt: “Ik heb gewoon pistoolkogels, ja”. [medeverdachte 12] zegt dat die hier ook in gaan. [medeverdachte 7] bevestigt desgevraagd dat het 9-mm’s zijn. [medeverdachte 1] stapt weer in en [medeverdachte 12] vraagt hem: “Deze gun is voor 9 mm, toch?” [medeverdachte 1] vraagt waar de kogels zijn. [medeverdachte 7] zegt dat hij ze in de handschoen heeft gedaan. Hij heeft er veertien meegenomen. [medeverdachte 12] zegt: “hij moest 24 … hij moest 20 hebben. Dat zei [verdachte] ” [de rechtbank begrijpt: verdachte]. [medeverdachte 12] vertelt telefonisch aan een derde dat zij over 20 minuten bij die derde zijn. De Audi stopt om 01.03 uur aan de Westerseweg te Zuidwolde. [medeverdachte 1] zegt: “Waar ik stop, stap gelijk allebei eruit … trek hem naar achteren en schiet gewoon de lucht in. (…) Maar ga maar naast op die gras staan.” [medeverdachte 7] zegt: “Ja, zodat die hulzen in die gras blijft zitten.” [medeverdachte 12] vraagt: “Je kan hier gewoon twee keer achter elkaar schieten?”. [medeverdachte 1] zegt: “Schiet maar twee keer.” [medeverdachte 7] vraagt: “moet nog wel gevuld worden toch?” Op instructie van [medeverdachte 1] wordt dan geschoten. Er zijn twee knallen kort na elkaar te horen. [medeverdachte 1] zegt: “snel snel snel!”. Er zijn weer twee knallen te horen. Daarna rijden zij weg. Om 01.07 uur rijdt de Audi door de Arubastraat in Groningen. [medeverdachte 12] zegt: “Volgens mij was het nummer 23”. [medeverdachte 7] vraagt: “Moet hij de rest van de kogels hebben?”. [medeverdachte 1] bevestigt dat. Om 01.16 uur stopt de Audi A4 op 50 meter afstand van de woning [adres] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] stappen uit. Om 01.50 uur zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] terug in de Audi. [medeverdachte 12] duidt [medeverdachte 1] aan als “the boss”. Op 20 maart 2019 wordt [naam ] aangehouden in zijn woning aan de [adres] . Hier wordt in beslag genomen een semiautomatisch kogelgeweer van het merk Marlin, 9 mm, met magazijn. Dit blijkt bij onderzoek een vuurwapen te zijn van categorie III. Op enkele meters van de plek waar de Audi was gestopt, worden drie hulzen gevonden. Volgens onderzoek door het NFI is het extreem veel waarschijnlijker (ordegrootte > 1.000.000) dat deze hulzen met dit vuurwapen zijn verschoten dan dat deze zijn verschoten met een ander vuurwapen van dit kaliber met dezelfde systeemkenmerken. [medeverdachte 7] heeft verklaard dat het wapen is opgehaald bij de container, mogelijk aan de Rouaanstraat, dat hij er twee keer mee heeft geschoten op het platteland en dat hij heeft gereden bij het afleveren van het vuurwapen. [medeverdachte 12] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] naar Groningen is gegaan. Zij hadden een wapen bij zich. Hij en [medeverdachte 7] hebben ermee geschoten, voorafgaand aan de levering. Het wapen is geleverd aan de [adres] bij een jongen van wie hij een kamer had gehuurd. Verdachte kwam op het idee om de schuld af te betalen door [naam ] deze Marlin te geven. De Marlin kwam uit de stash aan de Rouaanstraat. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanwege diens geldschuld voor [medeverdachte 12] heeft bemiddeld bij de verkoop van het vuurwapen aan [naam ] . Misschien is ook afgesproken hoeveel kogels [naam ] erbij zou krijgen. [medeverdachte 12] zou worden vergezeld door [medeverdachte 1] . Conclusie De rechtbank concludeert dat verdachte met [naam ] heeft onderhandeld over de verkoop van het wapen. Het motief is een (vermeende) schuld van [medeverdachte 12] aan [naam ] . Bij de onderhandelingen zijn afspraken gemaakt over de aanwezigheid van personen tijdens de overdracht. Vervolgens zijn [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 12] naar de stash aan de Rouaanstraat te Groningen gereden om het wapen op te halen. Uit de gesprekken in de Audi A4 blijkt zij alle drie voorafgaand aan de overdracht wisten dat het wapen verkocht was en afgeleverd zou worden aan [naam ] . De rechtbank verwerpt het verweer van verdachte dat [medeverdachte 12] zijn eigen van [medeverdachte 11] gekochte wapen heeft verkocht aan [naam ] , omdat daarvoor geen bewijs in het dossier aanwezig is. Daarbij komt dat [medeverdachte 1] kennelijk degene is die het wapen uit de loods aan de Rouaanstraat haalt. Uit voornoemde bewijsmiddelen komt de ondergeschiktheid naar voren van zowel [medeverdachte 7] als [medeverdachte 12] als het gaat om het wapen en wat daarmee moest gebeuren. [medeverdachte 12] vraagt telkens toestemming aan [medeverdachte 1] , dan wel zoekt bij hem bevestiging. Verdachte heeft met de medeverdachten zo nauw en bewust samengewerkt dat sprake is van medeplegen van het verhandelen van het wapen. De stelling van verdachte dat het wapen niet zijn eigendom was, doet hieraan niets af. Onder ‘handelen’ vallen immers zowel de activiteiten van de wapenhandelaar die zelf wapens in bezit heeft, als van de wapenmakelaar die niet zelf wapens bezit (Richtlijn (EU) 2017/85322 en MvT bij Wijziging van de Wet wapens en munitie etc.; Kamerstukken II 2017-18, 34 984, nr. 3). De rechtbank acht feit 3, onderdeel [naam ] , dan ook wettig en overtuigend bewezen. Uit het bovenstaande volgt naar het oordeel van de rechtbank tevens dat verdachte met anderen het plan heeft uitgevoerd om het vuurwapen over te dragen. Verdachte heeft met de medeverdachten zo nauw en bewust samengewerkt dat sprake is van medeplegen. De rechtbank acht feit 4, onderdeel [naam ] , dan ook wettig en overtuigend bewezen. *Onderdeel Soesterberg. Aantreffen explosief met ontsteker Op 1 juni 2019 omstreeks 00.35 uur is op de Richelleweg te Soesterberg een Ford Fiësta ( [kenteken] ) gecontroleerd. Bestuurder en kentekenhouder is [naam ] . Bij onderzoek wordt in het dashboardkastje een zakje aangetroffen, inhoudend een telefoon (Samsung Galaxy S4, IMEI 357737057798239), een 9-volt batterij en een rood/zwarte elektriciteitsdraad met aan één uiteinde een grijs metalen stokje. Dit is volgens het Team Explosieven Verkenning een ontstekingsmiddel voor explosieven. Op de achterbank ligt een Lidl-tas met vier blokken kneedbare springstof van ongeveer 300 gram. Volgens onderzoek van het NFI zou de telefoon uitsluitend via de jackplug op de schakeling kunnen worden aangesloten. Nu echter de jackplug niet is aangesloten op de rest van de schakeling, kan de telefoon de schakeling niet beïnvloeden. De telefoon kan op deze manier geen rol spelen in de eventuele werking van de schakeling. De aluminium cilinder vertoont overeenkomsten met een slagpijpje, maar functioneert niet als zodanig. De elektronica is niet bruikbaar vanwege een niet-elektrisch verbonden punt A. Punt A is oorspronkelijk verbonden geweest, maar mogelijk losgeraakt. Indien dit klopt, zou dit direct leiden tot ontploffing bij aansluiting van de 9-volt batterij. De cilinder is hoe dan ook niet geschikt om de springstof tot ontploffing te brengen. De schakeling, die zich aan de cilinder bevond, functioneert door een niet elektrisch verbonden punt evenmin. Zou dit punt alsnog elektrisch worden verbonden, dan zal een deugdelijk slagpijpje direct afgaan zodra een 9-volt batterij wordt aangesloten op de schakeling. De circa 0,3 kilogram kneedbare springstof is van het type Austrogel G
  22. Deze springstof is niet heel gevoelig en heeft een slagpijpje nodig om het tot ontploffing te brengen. Volgens DNA-onderzoek door het NFI is op het slagpijpje, de stekkertjes en delen van het snoer - kort gezegd - een match gevonden met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] . Op de buitenzijde van de pakketjes springstof is - kort gezegd- een match gevonden met het DNA van [medeverdachte 3]. Voorts zijn DNA-nevenkenmerken aangetroffen van minimaal drie personen, waaronder [medeverdachte 12] en minimaal twee onbekenden. Dit DNA-profiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA zou bevatten van [medeverdachte 12] en een willekeurige onbekende, dan wanneer de bemonstering DNA zou bevatten van twee willekeurige onbekenden. Op de binnenzijden van de doorzichtige folies vindt het NFI een DNA-profiel van minimaal één man, dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 12] . Op de hengsels van de Lidl-tas wordt - kort gezegd- een DNA-match gevonden met [medeverdachte 12] . Op de binnen- en buitenkant van de Lidl-tas zijn 14 dactyloscopische sporen vastgelegd. Sporen #D07, #D09, #D11 en #D12 zijn geïndividualiseerd op [medeverdachte 7] . Spoor #D05 op de buitenzijde van de tas is mogelijk afkomstig van [naam ] . Uit historische verkeersgegevens van de IMEI van de Samsung Galaxy S4 telefoon blijkt dat het telefoonnummer van [medeverdachte 10] (06-16861629), de vriendin van [medeverdachte 1] , van 21 april tot en met 19 mei 2019 in dit toestel zat. Ook blijkt dat telefoonnummer [telefoonnummer] op 31 mei 2019 om 00.09 uur contact maakt met het toestel. De telefoon straalt dan een mast aan in Leeuwarden nabij de woning van [medeverdachte 3] . Uit camerabeelden blijkt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] dan bij [medeverdachte 3] zijn. Het telefoonnummer [naam ] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , komt dan qua locatie overeen met de locatie van nummer [telefoonnummer] . Tijdlijn Tussen 30 mei 2019 en 1 juni 2019 zijn de bewegingen van de verdachten beschreven aan de hand van peilbakens, tapgesprekken, camerabeelden en historische verkeersgegevens: Op 30 mei 2019 om 21.57 uur belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] zegt dat hij de ontstekers aan de gang heeft, alleen dat tijddingetje nog niet dus het wordt sowieso niet vanavond. [medeverdachte 1] zegt: “ohoo, nee, we moeten vanavond doen, moeten die kant op. Ik kom zo bij jou en dan verzinnen we wel snel wat anders…” [medeverdachte 3] vindt het best. De telefoon van [medeverdachte 1] blijft die nacht in de omgeving van Leeuwarden. Op 31 mei 2019 om 11.07 uur belt [medeverdachte 1] weer met [medeverdachte 3] . Uit hun gesprek leidt de rechtbank af dat hij [medeverdachte 3] vraagt om een lijstje op te schrijven van benodigde elektrische onderdelen om “vijf van die tijd dingen of ietsjes meer van die dingen” te maken. [medeverdachte 1] zegt “richting stad ophalen gelijk.” [medeverdachte 3] zegt dat hij het zal doorsturen. Die dag omstreeks 12.00 uur arriveren [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 12] in de Audi A6 ( [kenteken] ) bij de woning van verdachte aan het Jardingapad. Vijf minuten later rijden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] weer weg. De auto rijdt naar het centrum van Groningen. De telefoon van [medeverdachte 1] blijft in Groningen, terwijl de auto doorreist. De auto, vermoedelijk enkel bestuurd door [medeverdachte 7] , is van 13.35 tot 13.45 in Stadskanaal. De auto rijdt terug via de Rouaanstraat te Groningen en is om 15.04 uur terug bij de woning van verdachte. Verdachte loopt meerdere keren op en neer naar de oprit. Om 15.39 uur belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 7] . [medeverdachte 7] zegt dat hij met spoed naar die winkel moet om stekkers te kopen voor [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] zegt dat hij dat weet, en vraagt [medeverdachte 7] naar de loods te rijden en hem op de parkeerplek te ontmoeten. De auto is tussen 16.31 en 16.35 uur weer aan de Rouaanstraat. Daarna rijdt de auto via het centrum van Groningen naar Leeuwarden. Om 17.46 uur komen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] bij de woning van [medeverdachte 3] aan. Ze gaan de schuur bij die woning binnen. Om 18.06 uur belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 10] over een telefoon van type SMG531F die een trilfunctie heeft. Omstreeks 18.30 uur vertrekken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] weer, terwijl [medeverdachte 3] in de deuropening van zijn schuur staat. Omstreeks 19.04 uur komt de auto aan bij de woning van verdachte. Verdachte loopt direct naar de auto toe. Daarna lopen [medeverdachte 7] en verdachte gezamenlijk naar de woning. Verdachte heeft een gele plastic tas in handen, die kennelijk uit de auto komt. Om 19.47 uur vertrekken [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 12] in de auto. Omstreeks 20.16 uur komen zij bij [medeverdachte 3] aan. Om 20.52 uur belt [medeverdachte 10] met [medeverdachte 1] om te vragen hoe laat hij thuis is. [medeverdachte 1] zegt dat hij [medeverdachte 12] over een kwartier afzet; daarna moet hij naar Utrecht. Op de terugweg uit Utrecht moet hij nog naar de vader van iemand in Beilen. Om 21.01 uur vertrekt de auto vanaf de woning van [medeverdachte 3] . Om 21.08 uur stopt de auto bij de verblijfplaats van [medeverdachte 10] . [medeverdachte 12] is hier afgezet. Verdachte wordt om 21.05 uur gebeld door [naam ] . Verdachte zegt dat [medeverdachte 1] vandaag ver weg is. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte weet waar [medeverdachte 1] is. Om 22.23 uur belt [medeverdachte 10] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] zitten samen in de auto en rijden richting Soesterberg. Rond 23.15 uur gaan zij op de terugreis. [medeverdachte 7] wordt op 1 juni 2019 rond 00.13 uur afgezet bij zijn vriendin in Beilen. De auto arriveert op 1 juni 2019 om 00.36 uur bij de woning van verdachte. [medeverdachte 1] loopt naar de woning en komt twintig minuten later met verdachte naar buiten. [naam ] De bestuurder van de Ford Fiësta, [naam ] , heeft verklaard dat hij bij iemand in Soesterberg was geweest. Uit gegevens van één van zijn telefoons blijkt dat slechts één van zijn contacten een relatie heeft met Soesterberg, te weten [telefoonnummer] op naam van [naam ] , [adres] te Soesterberg. Op dit adres staat ingeschreven: [naam ] . [naam ] heeft contact gehad met diens nummer op 16 mei, 31 mei en 1 juni
  23. De kennelijke connectie tussen [naam ] en verdachte is [naam ] . Op 20 januari 2019 wordt [naam ] immers gebeld door [naam ] (gebruik makend van [telefoonnummer] ). Op 17 mei 2019 omstreeks 16.54 uur zijn [medeverdachte 7] , [naam ] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] bij de woning van verdachte aan het Jardingapad. Om 17.28 uur komen twee mannen aan in een auto op naam van [naam ] . De twee mannen zijn zeer vermoedelijk [naam ] en [naam ] . Om 17.45 uur komt [naam ] met [naam ] naar buiten, gevolgd door verdachte. Op 20 mei 2019 komt [naam ] aan op het Jardingapad om 17.37 uur. Omstreeks 18.39 uur arriveert ook de auto op naam van [naam ] . De twee inzittenden zijn zeer vermoedelijk [naam ] en [naam ] . Omstreeks 19.20 uur vertrekken eerst de beide mannen; vervolgens vertrekt [naam ] ook. Op 31 mei 2019 om 18.33 uur belt [naam ] met [naam ] . [naam ] zegt dat hij er helemaal klaar mee is, dat de afspraak elke keer wordt verzet en dat hij het geld nooit van tevoren had moeten geven. Hij vraagt [naam ] om uit te zoeken wat er gaande is, want hij is via [naam ] bij hun gekomen. Die dag om 18.33 uur belt [naam ] met [medeverdachte 1] . [naam ] vraagt of [medeverdachte 1] om 7 uur kan gaan rijden naar diegene. Diegene wordt ook aldoor gek gebeld door die mensen. Op 1 juni 2019 om 17.07 uur belt [naam ] met [naam ] . [naam ] klaagt dat zij pas om elf uur zijn gekomen, terwijl zij de hele dag de tijd hadden. Het is fucked up. Hij had al een slecht voorgevoel. Hij heeft de tas bekeken en aangeraakt. Toen is de ander [de rechtbank begrijpt: [naam ] ] weggegaan en gelijk boem [de rechtbank begrijpt: aan de kant gezet]. Op 1 juni 2019 om 23.25 uur belt [naam ] ook met [medeverdachte 1] . [naam ] zegt dat het fucking shit is, want één zit binnen [de rechtbank begrijpt: iemand is aangehouden]. [naam ] zegt ook dat hij die zak heeft aangeraakt. Op 3 juni 2019 om 19.45 uur belt verdachte met [naam ] . Verdachte vraagt hoe het gaat. Hij wist van niets en heeft het net gehoord. [naam ] stelt dat verdachte moet komen, maar verdachte zegt dat hij op de telex staat en thuis moet blijven. Als [naam ] hem wil zien, moet [naam ] maar naar verdachte komen. [naam ] zegt dat dat het nadeel is als je je om kwart voor elf of elf uur gaat bewegen. Dat kan eigenlijk niet. Verdachte zegt dat van tevoren gezegd moet worden dat je niet op dat soort tijden wilt afspreken, want ‘wij rijden 24 uur per dag’. Verklaringen medeverdachten [medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij het tasje met explosieven naar Soesterberg heeft gereden. Het tasje is overgedragen bij McDonald’s in Soesterberg. Hij wist dat dit niet ging werken met die ontsteker, omdat de maker, [medeverdachte 3] , hem dat voor de overdracht had verteld. [medeverdachte 12] heeft verklaard dat de in Soesterberg aangetroffen telefoon van hem is en dat “we de kopjes van de draadjes hebben gehaald.” [medeverdachte 12] verklaart dat hij de in Soesterberg aangetroffen explosieven in handen heeft gehad. De tas lag in de woning van verdachte. [medeverdachte 3] werkte in opdracht van verdachte. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij verdachte al jaren kent, en dat verdachte slaafjes of loopjongens had die alles voor hem deden. Het initiatief om voor het eerst naar een wapen te kijken kwam van verdachte. [medeverdachte 3] verklaart dat hij meestal naar Oosterwolde ging nadat verdachte hem appte. Dan vroeg verdachte hem ergens naar te kijken. Ook later bepaalde verdachte via welke app zij contact hebben. [medeverdachte 1] kwam bij [medeverdachte 3] (illegale) spullen brengen, omdat verdachte niet zo mobiel was. Later appte ook [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] . Verdachte heeft [medeverdachte 3] gevraagd een afstandsbediening te maken. Verdachte had die nodig; het ging om explosieven. [medeverdachte 3] vond het niet prettig dat in die nacht vier mannen aan zijn deur kwamen; hij belde verdachte om te zeggen dat hij niet meer zoveel mensen op de stoep wilde hebben. Uit het dossier volgt dat deze verklaring van [medeverdachte 3] ziet op de nacht van 1 april 2019, toen [medeverdachte 1] , [naam ] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 12] bij hem thuis kwamen met drie telefoons. [medeverdachte 3] verklaart dat hij de explosieven, aangetroffen in Soesterberg, heeft gezien. [medeverdachte 1] liet hem die zien. Hij heeft in de tas met explosieven gekeken en aan de buitenkant geknepen. [medeverdachte 7] was er ook bij. “Ze zeiden dat dit boem deed.” [medeverdachte 3] is bezig geweest met de aangetroffen telefoon met draadjes en cilinder. De schakeling werkte niet en dat heeft hij hen ook verteld. De rechtbank acht deze verklaringen van [medeverdachte 3] betrouwbaar, omdat hij gedetailleerd heeft verklaard en hij daarbij ook belastend over zichzelf heeft verklaard. Conclusie Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte kennelijk via [naam ] met [naam ] in contact is gekomen. Op 17 en 20 mei 2019 is [naam ] bij verdachte thuis geweest. Kennelijk heeft [naam ] betaald voor de levering van explosieven met ontsteker. De rechtbank leidt uit de verklaringen af dat verdachte [medeverdachte 3] heeft gevraagd om de ontstekers te maken. Uit niets blijkt dat verdachte [medeverdachte 3] in contact heeft gebracht met een derde, voor wie die ontstekers moesten worden gemaakt. Vanaf 30 mei 2019 is druk uitgeoefend op [medeverdachte 3] om de ontstekers snel te maken. Zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 7] zijn op 31 mei 2019 druk bezig onderdelen voor [medeverdachte 3] te regelen: zij bezoeken hierbij ook de woningen van verdachte en [medeverdachte 3] . Vervolgens rijden zij naar Soesterberg om de tas met explosieven, telefoon en ontstekers af te geven aan [naam ] . Zij vertrekken rond 23.15 uur weer naar het noorden; dit komt overeen met het door [naam ] genoemde tijdstip van hun ontmoeting. [naam ] vertelt [naam ] en [medeverdachte 1] dat hij de tas heeft aangeraakt; dit strookt met het mogelijk van hem afkomstige vingerspoor. Uit het gesprek tussen [naam ] en verdachte na de aanhouding van [naam ] blijkt voorts dat verdachte de regie voert door te stellen dat ‘zij 24 uur per dag rijden’. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte met anderen heeft samengewerkt om explosieven van categorie II en een ontsteker met Samsung-telefoon te verkopen aan [naam ] , waarbij de voorwerpen zijn afgeleverd aan [naam ] . Er is derhalve sprake van medeplegen van wapenhandel. De rechtbank acht feit 3, onderdeel Soesterberg, wettig en overtuigend bewezen. Uit al het bovenstaande volgt naar het oordeel van de rechtbank tevens dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen de explosieven met ontsteker heeft overgedragen. De rechtbank acht feit 4, onderdeel Soesterberg, eveneens wettig en overtuigend bewezen. *Onderdeel Pseudokoop I Pseudokoper S141 is via de zoekfunctie in de applicatie Telegram uitgekomen bij de chatgroep “Wapen groep 2.0”. Op 17 januari 2020 ziet S141 dat gebruiker “ [naam ] ” (verder ook: verdachte) op 16 januari 2020 omstreeks 19.11 uur een video heeft gepost van een lange-afstandswapen, met de tekst: “Laatste zonder kijker 4200”. Desgevraagd geeft verdachte op 17 januari 2020 rond 10.37 uur aan dat hij er nog één heeft liggen met patronen. In het chatgesprek geeft verdachte aan dat na de eerste koop ook andere wapens geleverd kunnen worden. Hij stuurt een foto van raketwerpers, AK47’s en handgranaten. Als wapens kapot zijn, kunnen zij die repareren. Er volgt een koopovereenkomst voor dit wapen (Steyr .308) met munitie voor € 3.900,
  24. De levering zal plaatsvinden op 20 januari 2020 rond 20.30 uur bij een hotel in Drachten. Blijkens camerabeelden komen op 20 januari 2020 om 18.53 uur twee personen, lijkend op [medeverdachte 4] en een vrouw, aanrijden bij de Kringloopwinkel in de VW T-ROC ( [kenteken] ). Omstreeks 19.05 uur lopen zij de Kringloopwinkel in. Vervolgens bekijken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] de Opel Combo ( [kenteken] ) met een zaklamp. [medeverdachte 4] rijdt de Opel Combo om 19.41 uur dichterbij de Kringloopwinkel en gaat de winkel weer in. Blijkens camerabeelden verlaten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] om 19.53 uur de Kringloopwinkel. [medeverdachte 4] draagt een langwerpig voorwerp van ongeveer 1,5 meter lengte, dat aan het zicht wordt onttrokken door een zwarte tas of doek. Het voorwerp wordt op de achterbank van de VW T-ROC gelegd. [medeverdachte 1] neemt plaats als bestuurder en [medeverdachte 4] als bijrijder. Het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij verdachte, blijft in Oosterwolde. Het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 4] straalt om 20.16 uur aan in Drachten. Het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 1] straalt om 20.22 en 20.39 uur aan in Drachten. Omstreeks 20.25 op 20 januari 2020 meldt verdachte dat hij ter plaatse is en geeft door: “Grijze vw e Tron”. Rond 20.34 uur geven pseudokopers S141 en S142 door aan verdachte dat zij ook ter plekke zijn. Daarop vraagt verdachte hen om een foto te sturen van de locatie. Pseudokoper S141 maakt twee foto’s en stuurt die via Telegram aan verdachte. Verdachte stuurt deze twee foto’s om 20.37 uur via WhatsApp door aan [medeverdachte 4] . Na enkele minuten parkeert een grijze VW T-ROC naast de auto van de pseudokopers. De bestuurder, naar later blijkt [medeverdachte 1] , maakt contact. De bijrijder blijkt later [medeverdachte 4] te zijn. De pseudokopers zien dat [medeverdachte 1] op zijn mobiele telefoon een foto heeft die S141 eerder aan verdachte had gestuurd. [medeverdachte 1] geeft de telefoon aan [medeverdachte 4] . Op hun vraag wijst [medeverdachte 1] naar de achterbank, waar een lang voorwerp onder een deken ligt. Pseudokoper S142 ziet een voorwerp, gelijkend op een lange-afstandswapen. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij een demper en scope kan regelen, maar ook ‘appels’. [medeverdachte 4] overhandigt het wapen aan pseudokoper S141 en [medeverdachte 1] telt het door S141 betaalde geld. Tijdens het tellen verschijnt op het display een inkomende oproep met de naam “ [verdachte] ”. [medeverdachte 4] pakt zijn telefoon, reageert met “ja” en hangt weer op. [medeverdachte 1] vertelt dat het contact via Telegram niet via hem, maar via zijn broer verloopt. Om 20.57 stuurt verdachte via WhatsApp aan het nummer van [medeverdachte 4] : “App me als je op terug weg bent”. [medeverdachte 4] reageert om 20.58 uur met: “Ben op terugweg”. De telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] stralen om 21.05 uur weer aan in Oosterwolde. Omstreeks 21.08 uur ontvangt verdachte blijkens camerabeelden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] weer in de Kringloopwinkel. Op de telefoon van verdachte is een foto aangetroffen van verscheurde bankbiljetten van 100 euro (nummers X06341496491, X06341496572 en X06341496707) en 50 euro (RC38977309289). Onder meer met deze vier bankbiljetten hebben de pseudokopers voor het vuurwapen betaald. Twee van deze bankbiljetten (X06341496491 en X06341496707) zijn bij doorzoeking ook aangetroffen in de kluis van de Kringloopwinkel. Het wapen blijkt bij onderzoek een geweer van het merk Steyr-Mannlicher, Elite, kaliber .308 Winchester inclusief magazijn. Dit is een vuurwapen van categorie III, dat Schengen-gesignaleerd is als een gestolen wapen. De munitie is van categorie III, namelijk 44 patronen Sellier & Bellot, full metal jacket, kaliber .308 Winchester. Op 27 februari 2020 zegt [medeverdachte 1] blijkens een afgeluisterd ovc-gesprek tegen [medeverdachte 2] dat “ [naam ] ” hem heeft vergezeld bij de eerdere ontmoeting op de parkeerplaats van het Van der Valk hotel in Drachten. Conclusies inzake pseudokoop I van 20 januari 2020 De rechtbank concludeert dat verdachte de koopovereenkomst voor het wapen met de munitie heeft gesloten met pseudokopers S141 en S
  25. Verdachte heeft vervolgens de levering geregeld. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben de feitelijke overdracht van het wapen met munitie uitgevoerd. [medeverdachte 1] bestuurde de auto en telde het ontvangen geld. [medeverdachte 4] heeft het wapen vooraf op de achterbank van de auto gelegd en hij heeft het tijdens de levering aan de pseudokoper overhandigd. Een deel van het geld is nadien bij verdachte aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zo nauw en bewust met zijn medeverdachten samengewerkt bij het verhandelen van dit wapen met munitie, dat het medeplegen van feit 3, onderdeel pseudokoop I, wettig en overtuigend bewezen is. Ook volgt uit de bewijsmiddelen een geslaagde levering. Verdachte kan als medepleger van deze overdracht aangemerkt worden. Feit 4, onderdeel pseudokoop II, is daarom ook wettig en overtuigend bewezen. * Onderdeel Amersfoort. Verdachte heeft vanaf 17 februari 2020 op het Telegram-account [naam ] contact met het account ‘Luciano Pavarotti’ (naar later blijkt: [naam ]). Verdachte geeft aan dat hij in Oosterwolde woont. Vanaf 20 februari 2020 wordt onderhandeld over een aankoop op maandag [de rechtbank begrijpt: 24 februari 2020] door verdachte van een Uzi-machinepistool met demper en een TT33-pistool voor een prijs van
  26. Op 23 februari 2020 wordt afgesproken dat verdachte de wapens de volgende dag komt ophalen bij [naam ] op het adres [adres] in Amersfoort. Op 24 februari 2020 om 13.58 uur komt de BMW aan op het Jardingapad. Om 14.05 uur arriveert ook [medeverdachte 2] met de VW T-ROC bij verdachte op het Jardingapad. Om 14.27 uur vertrekken [medeverdachte 2] en verdachte in de VW T-ROC richting Amersfoort. Twee minuten later vertrekt ook de BMW vanaf het Jardingapad. Om 14.30 uur zegt verdachte telefonisch tegen [naam ] dat hij er rond half vier is. Om 14.33 uur belt [medeverdachte 1] met [naam ] om hem op te halen. Om 15.05 uur staat [medeverdachte 1] bij [naam ] voor. Het is kennelijk druk op de weg en verdachte zegt om 15.14 uur dat “we wat later zijn”. Om 15.54 uur zegt verdachte dat hun chauffeur in de file staat. Op vraag van [naam ] of iemand hen komt ophalen, zegt verdachte: “nee, dat ding”. Rond 16.00 uur zijn [medeverdachte 2] en verdachte met de VW T-ROC aan de Meerval. Verdachte stuurt een foto van de garage aan de Meerval en vraagt of hij goed staat. Van 16.03-16.25 uur blijft de VW T-ROC daar staan. Om 19.14 belt [medeverdachte 2] met zijn dochter. Hij zegt dat hij met verdachte is. Vervolgens blijkt dat de maat van verdachte nog in de file staat. Daarna zou ‘hij’ ook pech hebben gekregen. Verdachte stelt dat hij naar ‘hem’ rijdt om het geld op te halen. Om 19.48 uur stelt verdachte dat hij er over 5 minuten is. [naam ] zegt dat hij alvast naar beneden loopt en “Rij maar weer de garage in”. Verdachte geeft om 19.56 uur aan dat hij zijn telefoon weer uit zet. Om 20.02 uur arriveert de VW T-ROC in de straat De Meerval. De telefoonnummers in gebruik bij verdachte ( [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer] ) volgen exact de route van het peilbaken in de VW T-ROC. Ook het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 1] ( [telefoonnummer] ) is om 16.50 uur en 19.03 uur in Amersfoort. Om 20.02 uur zijn alle genoemde telefoons op dezelfde locatie in Amersfoort. Om 20.16 uur zegt [naam ] “goed je te hebben gezien maat”. [naam ] heeft verklaard dat hij verdachte herkent als de persoon achter het Telegram-account [naam ] . Hij heeft verdachte op 24 februari 2020 twee keer gezien in de parkeergarage onder de flat van zijn oude adres [adres] . Verdachte was daar met een donkere jongen. [naam ] heeft verdachte een uzi met demper verkocht. In de parkeergarage is hij voor de overdracht bij verdachte in de auto gestapt; vermoedelijk was dat een VW Tiguan. [medeverdachte 1] belt om 21.25 uur naar verdachte en vraagt of hij bij de zaak moet wachten. Verdachte zegt dat [medeverdachte 1] naar zijn huis moet komen. Om 21.35 uur komt de BMW aan op het Jardingapad, waarna de BMW om 21.38 uur weer vertrekt. Te zien is dat één persoon bij het hek van de hond bij de woning blijft staan. Een andere persoon stapt in de BMW en rijdt weg. De rechtbank begrijpt hieruit dat [medeverdachte 1] is afgezet bij de woning van verdachte. Om 21.39 uur komt de VW T-ROC ook terug aan het Jardingapad. Verdachte stapt uit. Vervolgens rijdt de VW T-ROC om 22.36 uur weg. Om 22.39 uur zegt [medeverdachte 2] in de chat tegen “NEEFI”: “We hebben vandaag uzi met demper gehaald (…) Echt mooi ding. Uit peilbakengegevens van de VW T-ROC blijkt dat deze op 24 februari 2020 vertrekt vanaf het adres van de vriendin van [medeverdachte 2] in Roden. Via de woning van verdachte in Oosterwolde rijdt de auto naar Amersfoort gereden, waar deze twee keer op het adres De Meerval staat. Vervolgens rijdt de auto weer naar de woning van verdachte, om kort voor middernacht terug te keren bij het adres van de vriendin van [medeverdachte 2] in Roden. Gedurende de gehele dag volgen de telefoongegevens van [medeverdachte 2] het peilbaken van de VW T-ROC. [medeverdachte 2] stelt zelf drie kwartier voor de wapenhandel dat hij met verdachte is. Ook past [medeverdachte 2] in de omschrijving door [naam ] van de donkere man die verdachte vergezelde. Ten slotte heeft [medeverdachte 2] nadien tegen “NEEFI” gezegd dat zij vandaag een uzi met demper hebben gehaald. Dat [naam ] [medeverdachte 2] niet daadwerkelijk heeft herkend, doet aan al deze bewijsmiddelen niets af. De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op voornoemde bewijsmiddelen in hun onderlinge samenhang, niet anders kan zijn dan dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan feit 3, onderdeel Amersfoort. Verdachte heeft zo nauw en bewust samengewerkt met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] dat sprake is van het medeplegen van wapenhandel. *Onderdeel Pseudokoop II en Opel Combo. Via Telegram krijgt de politie-pseudokoper met codenaam S141 (gebruikersnaam: L0rD_L0rD) contact met verdachte. Verdachte stelt op 28 januari 2020 dat hij 5 leveranciers heeft. Van twee leveranciers zijn er volle auto’s op weg. De buizen [de rechtbank begrijpt: raketwerpers] komen van een andere leverancier. Er komen auto’s binnen met korte en lange [de rechtbank begrijpt: pistolen en geweren]. Verdachte weet nooit van tevoren wat er precies in zit. Op vrijdag 21 februari 2020 deelt verdachte mee dat zij dinsdag [de rechtbank begrijpt: 25 februari 2020] misschien al dingen kunnen regelen. Op maandag 24 februari 2020 vraagt verdachte wat pseudokoper S141 nodig heeft, zodat hij dat apart kan leggen. Hij geeft aan dat hij een foto krijgt van een HK 180 shots. Verdachte heeft aan pseudokoper S141 daadwerkelijk een foto gestuurd van de 180 shots. [medeverdachte 2] zegt diezelfde dag tegen “NEEFI” dat hij donderdag zijn CZ krijgt. Woensdag [de rechtbank begrijpt: 26 februari 2020] komt de eerste lading en dan krijgt “NEEFI” alvast zijn CZ. [medeverdachte 2] stuurt een afbeelding van een wapen met 180 kogels in een trommel. [medeverdachte 2] geeft ook aan dat hij met zijn maat, de wapenkenner, een buis [de rechtbank begrijpt: raketwerper] gaat kopen bij een oude Molukse man voor tweeduizend euro die daarna meteen wordt verkocht voor drieduizend achthonderd euro. Na onderhandelingen spreken verdachte en pseudokoper S141 af dat verdachte een buis, een AK en een 180-shots HK nieuw model met ssd demper zal leveren voor € 9.000,
  27. Uit Telegram-chats tussen verdachte en pseudokoper S141 blijkt dat de wapens voor pseudokoper S141 in de nacht van 26 op 27 februari 2020 door een maat worden opgehaald. Op 27 februari 2020 om 00.07 uur komen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] bij de Kringloopwinkel aan in de auto van vermoedelijk [medeverdachte 9] . Zij gaan samen de Kringloopwinkel in. Om 00.11 uu

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.