Rechtbank Noord-Nederland – ECLI:NL:RBNNE:2021:4677
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden Zaak-/rolnummer: 9393082 VB VERZ 21-213 VB 29278 Beslissing op verzoek machtiging Procesverloop 1. Op 13 augustus 2021 is ter griffie ingediend door [moeder] , in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [X], aangehecht verzoekschrift, met bovenstaand zaaknummer en voorzien van ontvangststempel.
Het verzoek strekt tot het verlenen van toestemming voor opheffing van de op de spaarrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van de minderjarige voornoemd, rustende BEM-clausule.
Motivering 2. De gemeente [Y] heeft aan [moeder] , hierna ook te noemen: de moeder, op grond van artikel 55 van de Participatiewet de verplichting opgelegd om bij de rechtbank een verzoek in te dienen om de BEM-clausule, die aanwezig is op de rekening van haar dochter, te lichten en de gemeente op de hoogte te houden van de voortgang van de procedure.
Als reden voor het opleggen van deze verplichting voert de gemeente aan dat de erfenis van [X] volgens de Participatiewet als vermogen wordt gezien, indien het mogelijk is om de BEM-clausule te lichten. De gemeente heeft verder aangegeven het niet nakomen van deze opgelegde verplichting door moeder kan leiden tot verlagen van de bijstand.
Het opheffen van de BEM-clausule kan eveneens met zich meebrengen dat de bijstand wordt verminderd of beëindigd.
De gelden op de rekening met BEM-clausule zijn afkomstig uit de nalatenschap van [erflater] , de vader van [X] . [erflater] is overleden op [datum overlijden]. [X] is samen met twee andere afstammelingen erfgenaam. De nalatenschap is bij notariële akte verdeeld. De kantonrechter heeft goedkeuring verleend aan deze akte van verdeling.
Het erfdeel van [X] is op aanwijzing van de kantonrechter gestort op een bankrekening met BEM-clausule.
De moeder en de vader van [X] zijn nimmer gehuwd geweest noch zijn zij een geregistreerd partnerschap aangegaan. Moeder heeft blijkens de informatie in de basisregistratie personen van 26 november 2015 tot 22 oktober 2016 ingeschreven gestaan op het adres van vader. [X] staat sinds haar geboorte ingeschreven op het adres van moeder, en heeft dus niet samen met moeder bij vader gewoond.
Artikel 1:392 lid 1 BW bevat ook een onderhoudsplicht van kinderen ten opzichte van hun ouders, voor zover de ouder behoeftig is (lid 2) en er geen (vroegere) partner is die onderhoudsplichtig is (lid 3). De wet maakt hierbij geen uitzondering voor minderjarige kinderen. Uit de literatuur en jurisprudentie blijkt echter dat een onderhoudsplicht van minderjarige kinderen jegens een behoeftige ouder omstreden is en niet zonder meer mag worden aangenomen.
Uit de stukken is verder niet gebleken dat in rechte is vastgesteld dat en in hoeverre [X] onderhoudsplichtig is ten opzichte van haar moeder, dan wel dat aan haar moeder verleende bijstand terecht (dus bij onherroepelijke beschikking) wordt teruggevorderd ten laste van het vermogen van [X] . Door de gemeente is slechts aangegeven dat opheffen van de BEM-clausule kan leiden tot vermindering of beëindiging van de bijstand.
De gelden die een minderjarige uit een erfenis ontvangt worden gewoonlijk niet aangewend voor levensonderhoud aangezien de ouders daartoe de verplichting hebben. De BEM-clausule op de bankrekening dient er voor te zorgen dat de gelden uit de erfenis alleen met machtiging van de kantonrechter kunnen worden gebruikt voor uitgaven in het persoonlijk belang van de minderjarige.
Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden, zou dit aanleiding kunnen zijn om het geld van het minderjarige kind te besteden aan kosten van zijn levensonderhoud, of aan kosten van de huishouding van het gezin waarvan het deel uitmaakt. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin het maandelijkse gezinsinkomen is verlaagd doordat de bijdrage van de andere ouder wegens overlijden is weggevallen. Daardoor kan de overblijvende ouder in financiële moeilijkheden komen te verkeren waardoor de minderjarige bijvoorbeeld niet meer kan deelnemen aan een sport of hobby.
Vast staat dat de vader ten tijde van zijn overlijden geen deel uitmaakte van het gezin. Voorts is niet gebleken dat hij toen een bijdrage aan het gezinsinkomen leverde.
Naar het oordeel van de kantonrechter is er dan ook geen sprake van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat het geld uit de nalatenschap van vader structureel wordt aangewend voor (gedeeltelijke) vervanging van het gezinsinkomen.
De kantonrechter wijst er daarnaast op dat voor incidentele uitgaven in het belang van het kind (bijvoorbeeld de aanschaf van benodigde middelen voor onderwijs, sport of hobby) door moeder een machtigingsverzoek bij de rechtbank kan worden ingediend.
Beslissing De kantonrechter: wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.C. Groenewegen, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2021.
Conc.nr.: 375 / 755 Beschikking verzonden op:
Tegen deze eindbeschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet worden ingesteld door een advocaat bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.
VM01A