vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Groningen zaaknummer / rolnummer: C/18/196485 / HA ZA 20-6 Vonnis in verzet van de meervoudige kamer d.d. 22 december 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WMS SHIPPING B.V., gevestigd te Groningen, geopposeerde in de verzetprocedure, tevens eiseres in conventie en verweerster in reconventie, hierna te noemen: WMS Shipping, advocaat: mr. J.A.M. Janssen LLM. te Groningen, tegen [opposant] , wonende te Ahrensburg (Duitsland), opposant in de verzetprocedure, tevens gedaagde in conventie en eiser in reconventie, hierna te noemen: [opposant], advocaat: mr. G.A.M.F. Spera te Maastricht-Airport. 1De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in het incident van 9 september 2020; de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie; de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte wijziging en/of vermeerdering van eis; de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie tevens houdende antwoordakte wijziging en/of vermeerdering van eis; de conclusie van dupliek in reconventie tevens akte uitlating producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.3. De rechtbank heeft aanleiding gezien om de zaak op de voet van artikel 15 lid 2 Rv ter verdere behandeling naar de meervoudige kamer te verwijzen. 2De feiten in conventie en in reconventie 2.1. De rechtbank heeft in het vonnis in het incident reeds (voorlopig) feiten vastgesteld. Gevoegd bij wat nadien verder is komen vast te staan, gaat de rechtbank in de hoofdzaak van de navolgende feiten uit. 2.2. WMS Shipping is een te Groningen gevestigde Nederlandse vennootschap, die op 3 december 2003 is opgericht. WMS Shipping is een financiële holdingvennootschap die (onder meer) deelneemt in diverse zeevaartvennootschappen. 2.3. Sinds de oprichting van de vennootschap zijn [naam 1] (hierna te noemen: [naam 1]) en [opposant] hiervan de (indirecte) bestuurders. Zowel [naam 1] als [opposant] heeft de Duitse nationaliteit. 2.4. Aandeelhouders van WMS Shipping waren aanvankelijk de Duitse rechtspersonen [naam 1] Beteiligungs GmbH (hierna te noemen: GmbH), [naam 5] Beteiligungsgesellschaft mbH (hierna te noemen: [naam 5]) en WMCO Beteiligings GmbH (hierna te noemen: WMCO). [opposant] was op zijn beurt 50% aandeelhouder van WMCO. Thans zijn alleen nog [naam 1] en [opposant] (via hun persoonlijke vennootschappen), ieder voor 50%, de aandeelhouders van WMS Shipping. 2.5. Artikel 11 van de (Nederlandstalige) statuten van WMS Shipping bevat bepalingen over vertegenwoordigingsbevoegdheid: Artikel 11 1. De directie is bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. 2. Iedere directeur is bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. 3. Goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders is nodig voor bestuursbesluiten betreffende: (…) b. het voeren en het beëindigen van rechtsgedingen, met uitzondering van het in rechte incasseren van vorderingen, het nemen van conservatoire maatregelen en het optreden in korte gedingen en in belastinggeschillen. (…) 4. In alle gevallen waarin een directeur een tegenstrijdig belang met de vennootschap heeft, wordt deze laatste niettemin vertegenwoordigd op de hiervoor vermelde wijze. 2.6. [opposant] en [naam 1] zijn beiden tevens de enige aandeelhouders van de Duitse rechtspersoon WMS Chartering GmbH (hierna te noemen: WMS Chartering). WMS Chartering heette voorheen Conchart GmbH. [opposant] is enig bestuurder van WMS Chartering. 2.7. Tussen WMS Shipping en [opposant] is op 22 januari 2008 te Hamburg (Duitsland) een schriftelijke, door beiden ondertekende, overeenkomst van geldlening gesloten voor een bedrag van € 1.125.000,- tegen een rente van 4% per jaar (hierna te noemen: de eerste geldlening). De overeenkomst van geldlening heeft een looptijd tot en met 31 december 2016. 2.8. Op 25 februari 2008 is een schriftelijke - niet ondertekende - overeenkomst van geldlening opgesteld voor een bedrag van € 150.000,- tegen een rente van 4% per jaar (hierna te noemen: de tweede geldlening), waarbij WMS Shipping als lenende partij en [opposant] als ontvangende partij staan vermeld. De overeenkomst van geldlening heeft een looptijd tot en met 31 december 2016. 2.9. Tussen WMS Shipping en [opposant] is op 19 mei 2008 een schriftelijke - door beide ondertekende - overeenkomst van geldlening gesloten voor een bedrag van € 800.000,- tegen een rente van 4% per jaar (hierna te noemen: de derde geldlening). Ook deze overeenkomst van geldlening heeft een looptijd tot en met 31 december 2016. 2.10. WMS Shipping heeft ter (gedeeltelijke) financiering van de geldleningen aan [opposant] in 2008 een overeenkomst gesloten met de Luxemburgse rechtspersoon Conchart S.a.r.l. (hierna te noemen: Conchart S.a.r.l.) voor een bedrag van € 700.000,-. De aandelen in Conchart S.a.r.l. werden destijds voor gelijke delen door [naam 1] en [opposant] gehouden. 2.11. [opposant] heeft op 6 augustus 2010 een bedrag van € 400.250,- aan WMS Shipping overgemaakt (ter aflossing op de eerste geldlening). 2.12. Conchart S.a.r.l. is in het najaar van 2010 gesplitst. Daarbij bleef Conchart S.a.r.l. als vennootschap (voor [naam 1] ) bestaan en is een nieuwe rechtspersoon (voor [opposant] ) opgericht. In het aan deze splitsing ten grondslag liggende Beschluss und Vereinbarung der Gesellschafter van 1 november 2010 is ter zake onder meer vermeld: (…) Aufspaltung Die Gesellschafter beschliessen, die Gesellschaft auf den 31. Oktober 2010 aufzuspalten und mit Wirkung ab dem 1. November 2010 wirtschaftlich auf eigene Rechnung mit 2 voneinander getrennten Gesellschaften weiterzuarbeiten. (…) Der bis zum 31.10.2010 angefallene Erfolg der Gesellschaft wirdt hälftig aufgeteilt. (…) Vorgehen Zu diesem Zweck wird in einer ersten Phase eine neue Gesellschaft mit einem Kapital von EUR 12'500 in Luxemburg gegründet, an der beide zu gleichen Teilen beteiligt sind. In der Folge werden die JMT-bezogenen Aktiven und allfällige Passiven von dieser Gesellschaft übernommen, so dass die neue Gesellschaft über die Hälfte des Kapitals der bestehende Conchart S.à.r.l. Luxembourg verfügt. (…) In einem nächsten Schritt, der Zug um Zug erfolgen soll, werden die nun bei den Gesellschaftern vorhandenen gegenseitigen Beteiligungen getauscht werden, so dass fortan JS 100% der Conchart S.à.r.l. Luxembourg hält und JMT 100% der neu zu gründenden Gesellschaft. 2.13. De in het kader van de splitsing nieuw opgerichte rechtspersoon van [opposant] betreft de Duitse of Luxemburgse rechtspersoon Jiltrade (hierna te noemen: Jiltrade). 2.14. [opposant] is samen met [naam 2] bestuurder van de Duitse rechtspersoon Geka GmbH (hierna te noemen: Geka). Ook is [opposant] bestuurder van de Duitse rechtspersoon [naam 3] GmbH & Co. KG (hierna te noemen: [naam 3]). 2.15. In een schriftelijke - ongetekende - verklaring die gedateerd is op 25 oktober 2011 en waarboven de naam WMS Shipping BV staat, is vermeld: Unter Verzicht auf Frist- und Formvorschriften beschließen die Gesellschafter wie folgt am 25.10.2011 Herr [opposant] hat am 22.01.2008 ein Darlehen über € 1.125.000,00 zur Finanzierung seiner damaligen Wohnung in der [adres 1] in Hamburg von der WMS Shipping ausgezahlt bekommen. In diesem Zusammenhang hat die Conchart S.a.r.l. ein Darlehen in Höhe von € 700.000,00 an die WMS Shipping BV am 21.01.2008 gewährt. € 200.000,00 wurden an die Conchart S.a.r.l. im Jahr 2010 für dieses Darlehen getilgt. Die Restverbindlichkeit der WMS Shipping BV an die nunmehr Jiltrade S.a.r.l. (vormals Conchart S.a.r.l.) beträgt aktuell € 500.000,00. Die WMS Shipping BV tritt nun diese Fordering (€ 500.000,00) gegenüber Hernn [opposant] in Verrechnung mit ihrer Schuld gegenüber der Jiltrade S.a.r.l. in derselben Höhe an die Jiltrade S.a.r.l. ab. Gesellschafter: ……………………… ……………………… [opposant] [naam 1] 2.16. WMS Shipping verricht sinds 2012 geen bedrijfsactiviteiten meer. 2.17. In een door [opposant] (als productie 8) in het geding gebrachte ongedateerde (concept)overeenkomst van schuldoverneming tussen WMS Shipping en WMS Chartering is vermeld: Vorbemerkung Herr [opposant] und Herr [naam 1] sind geschäftsführende Gesellschafter der WMS Shipping B.V.. Beide sind an der WMS Shipping ebenso mit 50% beteiligt wie beide Gesellschäfter zu jeweils 50% bei der WMS Chartering GmbH sind. Herr [opposant] ist der einzige Geschäftsführer der WMS Chartering GmbH. Die Geka GmbH, Hamburg, hat vertreten durch den geschäftsführenden Gesellschafter [opposant] Provisionen für die Vermittlungen von Schiffsneubauten an die Guangzhou Wenchong Shipyard Company, Limited NO.1 [adres 2] The Peoples Republic of China, in Höhe von 3.108.000,00 $ verdient - Vertragsbestätigung vom 5. September 2012 - Die beiden Gesellschäfter der Geka GmbH, Herr [opposant] und Herr [naam 2] haben beschlossen, dass die Provision nicht an die Geka GmbH, ausgezahlt werden soll, sondern jeweils hälftig in Höhe von jeweils 1.554.000,00 $ an von den beiden Gesellschaftern benannte Dritte Gesellschaften. Herr [opposant] persönlich hat Darlehen in Höhe von 1.925.000,00 EUR von der WMS Shipping B.V. erhalten. Ursprünglich beabsichtigte Herr [opposant] die Teilrückzahlung dieser Darlehen in Höhe 1.554.000,00 $ mit den Erlösen aus den Provisionen der Geka GmbH. Da die WMS Shipping B.V., im Gegensatz zu der WMS Chartering GmbH, jedoch keinen Geschäftsbetrieb mehr unterhält und daher die Darlehensrückzahlung zu je 50% an die beiden Gesellschafter hätten ausgeschütten werden müssen, hat sich Herr [opposant] dazu entschieden, die Provisionen der WMS Chartering GmbH zur Verfügung zu stellen. Schuldübernahme/Schuldentlassung Herr [opposant] hat die Guangzhou Wenchong Shipyard Company, Limited angewiesen, die Provisionszahlungen direkt an die WMS Chartering GmbH, vormals Conchart GmbH zu leisten. Die WMS Chartering bestätigt hiermit die Zahlungen in Höhe von 1.554.000 $ erhalten zu haben. Aus diesem Grund erlässt die WMS Shipping B.V. Herr [opposant] aus der Darlehensrückzahlungsverpflichtung in Höhe von 1.554.000,00 $ und sie verzichtet ihm gegenüber auf die Rückzahlung in eben dieser Höhe. Die WMS Chartering GmbH verpflichtet sich gegenüber der WMS Shipping B.V. auf die Teilrückzahlung des Darlehens in Höhe von 1.554.000,00 $ im Rahmen eines Schuldanerkenntnisses. Die Geka GmbH hat gegenüber der Guangzhou Wenchong Shipyard Company, Limited auf die Zahlung der Provision verzichtet. WMS Chartering GmbH WMS Shipping B.V. [handtekening [opposant]] [handtekening [opposant]] [opposant] [handtekening [opposant]] 2.18. [opposant] heeft in een door hem opgestelde, ongedateerde, schriftelijke verklaring vermeld: Erklärung Ich, [opposant] halte mittelbar jeweils 50% der Geschäftsanteile an der WMS Chartering GmbH, vormals Conchart GmbH, Lübeck und an der WMS Shipping B.V., Groningen. Bei beiden Gesellschaften bin ich der geschäftsführende Gesellschafter. Ich erkläre hiermit als Geschäftsfuhrer der WMS Chartering GmbH, dass die WMS Chartering GmbH für mich im Rahmen eines Schuldanerkanntnisses eine Forderung der WMS Shipping B.V., die ursprünglich mir gegenüber persönlich bestand - Darlehen - übernommen hat. Als Geschäftsführer der WMS Shipping B.V. erkläre ich für die WMS Shipping B.V., dass diese mich in Höhe des Schuldanerkanntnisses seitens der WMS Chartering GmbH aus der Darlehensschuld entlässt und dem Wechsel des Schuldners in dieser Höhe zustimmt. Der Hintergrund dieser Erklärungen ist der, dass die WMS Chartering GmbH Provisionszahlungen in Höhe von 1.554.000,00 $ der die Guangzhou Wenchong Shipyard Company, Limited NO.1 [adres 2] The Peoples Republic of China erhalten hat, die originär der Geka GmbH, Hamburg zugestanden haben, die jedoch auf meine Anweisung an die WMS Chartering GmbH ausgezahlt worden sind. WMS Chartering GmbH WMS Shipping B.V. [handtekening [opposant]] [handtekening [opposant]] 2.19. Op de balans/winst- en verliesrekening van WMS Shipping per 31 december 2012 staan leningen aan [opposant] genoemd voor een totaalbedrag van € 1.989.705,-. 2.20. WMS Shipping heeft [opposant] bij brief van 15 april 2016 verzocht - rekening houdend met een aflossing op deze geldlening van € 400.000,- - om onmiddellijk na opeisbaarheid het resterende bedrag van de eerste geldlening, inclusief rente begroot op € 1.086.215,-, te voldoen. 2.21. WMS Shipping heeft [opposant] bij brief van 15 april 2016 verzocht om onmiddellijk na opeisbaarheid het resterende bedrag van de tweede geldlening, inclusief rente begroot op € 206.509,07, te voldoen. 2.22. WMS Shipping heeft [opposant] bij brief van 15 april 2016 verzocht om onmiddellijk na opeisbaarheid het resterende bedrag van de derde geldlening, inclusief rente begroot op € 1.122.745,-, te voldoen. 2.23. [opposant] heeft niet aan de hiervoor genoemde sommaties voldaan nadat de drie hiervoor genoemde geldleningen per 1 januari 2017 waren geëxpireerd. 2.24. Bij verstekvonnis van deze rechtbank van 3 mei 2017 is [opposant] op vordering van WMS Shipping veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.421.299,- vermeerderd met de contractuele rente van 4% per jaar over het toegewezen bedrag vanaf 1 januari 2017 tot aan de dag van volledige betaling, alsmede tot betaling van proceskosten en nakosten. 2.25. Op 29 september 2020 heeft een zitting plaatsgevonden ten overstaan van het Hanseatisches Oberlandesgericht te Hamburg (Duitsland) in de procedure tussen MS "WMS Shanghai" Schiffahrtsgesellschaft mbH & Co. KG en MS "WMS Hamburg" Schiffahrtsgesellschaft mbH & Co. KG, als eisende partijen, beide (indirect) vertegenwoordigd door [opposant] , en [naam 1] als gedaagde partij. Partijen hebben ter gelegenheid van deze zitting een schikking ("Vergleich") getroffen, die is vastgelegd in een proces-verbaal en die - voor zover van belang - vermeldt: Vergleich: 1. Herr [opposant] verpflichtet sich, das hiesige Verfahren zu beenden, Herr [naam 1] verpflichtet sich, das Verfahren in Groningen zu beenden. Diese Vereinbarung steht unter der Bedingung, dass sich Ansprüche Dritter gegen Herrn [opposant] bzw. Herrn [naam 1] persönlich erledigt haben. Hier kommen insbesondere in Betracht Ansprüche des Bundesanzeigers und der NW Steuerberatungsgesellschaft mbH. Herr [naam 1] verpflichtet sich unverzüglich Kontakt zu der Steuerberatungsgesellschaft mbH aufzunehmen und dort eine Erklärung zu erwirken, dass die NW ihm gegenüber keine Ansprüche geltend machen wird. Herr [naam 1] verpflichtet sich weiter, diese Erklärung umgehend Herrn [naam 4] zu übermitteln. Herr [opposant] verpflichtet sich, beim Bundesanzeiger bezüglich möglicher Ansprüche und deren Höhe gegen Herrn [opposant] und Herrn [naam 1] persönlich anzufragen. Das Ergebnis seiner Anfrage wird er den Beklagtenvertretern unverzüglich mitteilen. Das Niederländische Verfahren in Groningen hat das Aktenzeichen [nummer 1] . 2. Herr [naam 1] verpflichtet sich, die Gerichtskosten des unter 1. genannten Verfahrens in den Niederlanden zu tragen. Herr [opposant] verpflichtet sich, die Kosten des hiesigen Verfahrens sowie des noch anhängigen Verfahrens der WMS Shipping GmbH & Co. KG gegen die WMS Chartering GmbH und Herrn [opposant] vor dem Landgericht Hamburg zum Az.: [nummer 2] zu tragen. Die Anwaltskosten dieser Verfahren trägt jede Partei selbst. (…) 6. Herr [opposant] und Herr [naam 1] erteilen sich Generalquittung. Diese erfasst nicht die in diesem Vergleich geregelten wechselseitigen Ansprüche. 7. Herr [opposant] und Herr [naam 1] verpflichten sich, aus bereits vorhandenen Titeln die Zwangsvollstreckung nicht weiter zu betreiben. Beide verpflichten sich, vor dem Gericht in Groningen die entsprechenden Erklärungen abzugeben, um ein Ruhen des Verfahrens herbeizuführen. (…) 10. Alle Parteien dieses Vergleichs behalten sich den Widerruf dieses Vergleichs bis zum 30. November 2020 durch schriftliche Anzeige gegenüber dem Gericht vor. (…) Herr [opposant] und Herr [naam 1] sind sich einig, dass die in diesem Vergleich abgegebenen Erklärungen ggf. auch für die von ihnen vertretenen Gesellschaften gelten. (…) Für den Fall des Widerrufs des Vergleichs wird Termin zur mündlichen Verhandlung anberaumt auf (…) [naam 1] heeft nadien het Vergleich (tijdig) herroepen. 3De vorderingen van partijen in conventie 3.1. WMS Shipping vordert thans, na wijziging/vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. [opposant] veroordeelt tot betaling van € 1.086.215,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, subsidiair te vermeerderen met de contractueel overeengekomen rente van 4% per jaar, vanaf 1 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; II. [opposant] veroordeelt tot betaling van € 1.122.745,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, subsidiair te vermeerderen met de contractueel overeengekomen rente van 4% per jaar, vanaf 1 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; III. [opposant] veroordeelt tot betaling van € 212.339,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, subsidiair te vermeerderen met de contractueel overeengekomen rente van 4% per jaar, vanaf 1 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; IV. voor het geval [opposant] het door hem gestelde zelfstandig genomen ongedateerde bestuursbesluit mocht hebben genomen om namens WMS Shipping met WMS Chartering GmbH een overeenkomst te sluiten strekkende tot instemming met de overneming door laatstgenoemde van een schuld aan WMS Shipping tot een bedrag van $ 1.554.000,-, dit bestuursbesluit vernietigt; V. voor het geval [opposant] het door hem gestelde ongedateerde bestuursbesluit mocht hebben genomen om namens WMS Shipping met Jiltrade S.a.r.l. een overeenkomst te sluiten strekkende tot cessie aan Jiltrade S.a.r.l. van een deel van de vordering van WMS Shipping op [opposant] groot € 500.000,-, dit bestuursbesluit vernietigt; VI. [opposant] veroordeelt tot betaling van de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. 3.2. WMS Shipping legt, kort samengevat, aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. WMS Shipping heeft aan [opposant] een drietal geldleningen verstrekt, ten bedrage van respectievelijk € 1.125.000,-, € 150.000,- en € 800.000,-. Deze drie geldleningen zijn met ingang van 1 januari 2017 opeisbaar geworden. Vanaf deze datum verkeert [opposant] in verzuim met de terugbetaling van de geldleningen, in die zin dat hij behoudens de betaling van een bedrag van € 400.000,- ter aflossing van de eerste geldlening niets heeft afgelost. Aan de gevorderde vernietiging van de genoemde bestuursbesluiten legt WMS Shipping ten grondslag dat deze besluiten door [opposant] zelfstandig zijn genomen zonder daarover [naam 1] als medebestuurder te informeren én dat daarbij sprake was van een tegenstrijdig belang. Aldus zijn deze besluiten in strijd met artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) tot stand gekomen en daarmee vernietigbaar op de voet van artikel 2:15 BW, zodat WMS Shipping niet aan deze besluiten gebonden is. 3.3. [opposant] voert verweer tegen de vorderingen van WMS Shipping. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling (nader) ingegaan. in reconventie 3.5. [opposant] vordert dat de rechtbank WMS Shipping beveelt om de volledige jaarstukken, ten minste voor de jaren 2008-2012, alsmede de balans, debiteuren- en crediteurenlijsten alsmede alle rekeningafschriften van WMS Shipping en haar dochterondernemingen WMS Scheepvaartprojecten B.V. en WMS Chartering B.V. te overleggen en in het geding te brengen, althans WMS Shipping te veroordelen om [opposant] op de voet van artikel 843a Rv inzage in genoemde stukken te verstrekken, een en ander binnen twee weken nadat de rechtbank in deze zaak vonnis heeft gewezen, althans binnen een termijn die de rechtbank in goede justitie redelijk acht. 3.6. WMS Shipping voert verweer tegen het door [opposant] gevorderde. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling (nader) ingegaan. 4De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie Inleiding 4.1. De vorderingen van partijen in conventie en in reconventie hangen nauw met elkaar samen, zodat de rechtbank deze vorderingen hierna gezamenlijk zal bespreken. 4.2. Deze zaak draait kort gezegd om het volgende. In geschil in conventie is of [opposant] gehouden is tot terugbetaling van de door WMS Shipping genoemde (drie) overeenkomsten van geldlening. [opposant] meent om diverse redenen dat dit niet het geval is. In reconventie is in geschil of WMS Shipping tegenover [opposant] gehouden is om, zoals laatstgenoemde verlangt en WMS Shipping betwist, bepaalde stukken aan hem te verstrekken althans hem daarin inzage te verlenen. 4.3. De rechtbank zal in dit vonnis thematisch op de hiernavolgende onderwerpen ingaan, waarbij ook de verweren van [opposant] tegen de gevorderde terugbetaling van de geldleningen aan de orde komen: I. Het toepasselijk recht II. De toelaatbaarheid van de vermeerdering/wijziging van eis in conventie III. De door [opposant] gevorderde overlegging van/inzage in stukken IV. De geldleningen als zodanig V. De status van het 'Vergleich' bij de Duitse rechter/misbruik van recht VI. Is er sprake (geweest) van schuldoverneming door WMS Chartering? VII. Heeft [opposant] reeds (bevrijdend) betaald? VIII. Conclusie IX. Proceskosten en nakosten X. Uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis/zekerheidstelling I. Het toepasselijk recht 4.4. Het geschil van partijen heeft een internationaal karakter, aangezien zij beide in verschillende landen van de Europese Unie gevestigd zijn c.q. woonplaats hebben. De rechtbank heeft eerder al haar bevoegdheid om van dit geschil kennis te nemen vastgesteld. Thans moet de rechtbank beoordelen welk recht op het geschil van toepassing is. 4.5. De rechtbank stelt voorop dat omdat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter vast staat, het Nederlandse procesrecht van toepassing is bij de beoordeling van de procesrechtelijke aspecten van deze zaak. 4.6. Ten aanzien van het recht dat van toepassing is op de geldleningen die in geschil zijn tussen partijen, verwijst de rechtbank kortheidshalve naar hetgeen zij hierover in het vonnis in het incident reeds heeft overwogen in de rechtsoverwegingen 5.17. tot en met 5.23. (ten behoeve van de beantwoording van de destijds voorliggende bevoegdheidsvraag). De inhoud van de betreffende rechtsoverwegingen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. WMS Shipping beroept zich, kort gezegd, op geldleningen die vóór 19 december 2009 zijn gesloten en daarom moet het toepasselijk recht in dit geval aan de hand van het EVO worden vastgesteld. In het vonnis in het incident heeft de rechtbank overwogen dat op grond van artikel 4 lid 2 EVO in beginsel Nederlands recht op deze overeenkomsten van toepassing is, omdat de geldleningen het nauwst met Nederland verbonden zijn.In zijn incidentele conclusie tot onbevoegdheid heeft [opposant] zich onder verwijzing naar artikel 4 lid 5 EVO erop beroepen dat de overeenkomsten van geldlening nauwer met Duitsland zijn verbonden, zodat Duits recht van toepassing is. Dat standpunt heeft de rechtbank in het vonnis in het incident ook verworpen. 4.7. Er bestaat geen grond om in de hoofdzaak anders te oordelen over het toepasselijk recht dan de rechtbank in het incident heeft gedaan. Derhalve is op het geschil van partijen inzake de geldleningen Nederlands recht van toepassing. II. De toelaatbaarheid van de vermeerdering/wijziging van eis in conventie 4.8. WMS Shipping heeft bij conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie tevens een akte wijziging en/of vermeerdering van eis genomen, die ziet op de vernietiging van een tweetal bestuursbesluiten van WMS Shipping die door [opposant] als zelfstandig handelend directeur van de vennootschap (zouden) zijn genomen. Daarnaast heeft WMS Shipping - zij het voorwaardelijk - de grondslag van haar eerder ingestelde vorderingen aangevuld met een beroep op artikel 2:9 en/of artikel 6:162 BW. 4.9. [opposant] verzet zich tegen de vermeerdering van eis in conventie. Hij voert hiertoe aan dat de in dit kader gevorderde vernietiging van de twee bestuursbesluiten erop wijst dat WMS Shipping probeert om rechtsgeldig genomen besluiten van tafel te krijgen. Met de vermeerdering van eis wil WMS Shipping deze besluiten alsnog omzeilen, reden waarom de betreffende vorderingen volgens [opposant] moeten worden afgewezen. [opposant] verzet zich ook tegen de aanvulling van de grondslag van de eerdere ingestelde vorderingen in conventie. Hij voert hiertoe aan dat deze aanvullende grondslag niet is onderbouwd. 4.10. De rechtbank overweegt als volgt. 4.11. Artikel 130 lid 1 Rv bepaalt dat zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, de eiser bevoegd is om zijn eis of de gronden daarvan (schriftelijk) te veranderen of te vermeerderen. De gedaagde is bevoegd om hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Van dat laatste is sprake indien de verandering of vermeerdering leidt tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging dan wel onredelijke vertraging van de procedure. 4.12. [opposant] heeft niet gesteld dat het toestaan van de voorliggende eisverandering/vermeerdering leidt tot een onredelijke bemoeilijking van zijn mogelijkheid om verweer te voeren of dat hiermee de procedure op onredelijke wijze wordt vertraagd. Ambtshalve is dit de rechtbank ook niet gebleken. Tegen deze achtergrond zal de rechtbank de eisverandering/vermeerdering toestaan. De omstandigheid dat deze eisverandering/vermeerdering, zoals [opposant] betoogt, inhoudelijk ondeugdelijk is, kan geen reden zijn om haar niet toe te staan. De vraag naar de toelaatbaarheid van een eisverandering/vermeerdering staat immers los van de daaropvolgende inhoudelijke toetsing van een vordering. III. De door [opposant] gevorderde overlegging van/inzage in stukken 4.13. De rechtbank constateert dat de door [opposant] in reconventie gevorderde overlegging van c.q. inzage in stukken hoofdzakelijk verband houdt met de - door hem bestreden - ontvangst van gelden uit hoofde van de drie geldleningen. Dit is één van de hoofdpunten die partijen in conventie verdeeld houdt. Vanwege deze samenhang zal de rechtbank nu eerst op de vordering in reconventie ingaan. 4.14. [opposant] legt, samengevat, aan zijn vordering in reconventie het volgende ten grondslag. WMS Shipping heeft tot op heden geen c.q. onvoldoende betalingsbewijzen overgelegd, waaruit volgt dat zij daadwerkelijk betalingen aan [opposant] heeft gedaan uit hoofde van de (gestelde) overeenkomsten van geldlening. Wat wel aan "betalingsbewijzen" is overgelegd, is qua aard, opmaak en opbouw onduidelijk en niet voldoende gespecificeerd. Deze stukken zijn ook niet door een professionele partij opgesteld, zodat het vermoeden bestaat dat deze stukken niet correct zijn. [opposant] wil daarom inzage in de rekeningafschriften van WMS Shipping, met name over de jaren 2008-2012, de debiteuren- en crediteurenlijsten van WMS Shipping, alle jaarstukken van WMS Shipping en de balans van WMS Shipping, alsmede dezelfde documenten van de dochterondernemingen van WMS Shipping, te weten WMS Scheepvaartprojecten en WMS Chartering. Aan de hand van deze stukken kan [opposant] (verder) nagaan of de gestelde betalingen hebben plaatsgevonden, zodat hij zijn verweer daarop kan afstemmen, alsmede of WMS Shipping toestemming heeft gegeven om tot schuldoverneming over te gaan. Deze stukken zijn voor [opposant] thans niet toegankelijk en zijn evenmin ergens gepubliceerd. 4.15. WMS Shipping betwist de reconventionele vordering van [opposant] . Vast staat dat [opposant] de in de overeenkomsten van geldlening vermelde bedragen daadwerkelijk heeft ontvangen. WMS Shipping heeft reeds bij de inleidende dagvaarding betalingsbewijzen hiervan overgelegd. [opposant] heeft de ontvangst van deze gelden ook herhaaldelijk erkend, onder meer in rechte in zijn akte in het incident d.d. 8 april 2020. Daarmee bestaat er niet een situatie dat [opposant] zich op dit punt niet naar behoren kan verweren. Voor de beantwoording van de vraag of [opposant] de betreffende gelden van WMS Shipping heeft ontvangen, is het niet noodzakelijk dat hij de beschikking krijgt over (vrijwel) de gehele administratie van WMS Shipping. Een en ander klemt volgens WMS Shipping te meer waar het gaat om de administratieve stukken over de jaren 2008 - 2012. In die periode was [opposant] zelf nog bestuurder en aandeelhouder van WMS Shipping. WMS Shipping/ [naam 1] beschikt niet meer over deze administratie en dat weet [opposant] . In de administratie van WMS Shipping bevinden zich ook geen stukken die op een schuldoverneming zouden kunnen duiden, want er heeft nimmer een schuldoverneming plaatsgevonden. [opposant] heeft ook onvoldoende gespecificeerd van welke stukken hij nu precies overlegging/inzage verlangt. De rol van de dochtervennootschappen ter zake is door [opposant] op geen enkele wijze toegelicht. Ten slotte wijst WMS Shipping er nog op dat zij in deze procedure de jaarrekeningen 2007 - 2012 heeft overgelegd, die inhoudelijk niet door [opposant] zijn betwist. 4.16. De rechtbank overweegt allereerst dat er geen algemeen recht op afschrift van of inzage in stukken bestaat. Op grond van artikel 843a lid 1 Rv kan (slechts) degene die daarbij een rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorganger partij is, van degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. 4.17. De eis van een rechtmatig belang impliceert dat er een direct en concreet belang bij afschrift/inzage van de betreffende stukken moet zijn. In het algemeen kan van een rechtmatig belang reeds sprake zijn indien degene die afschrift of inzage verlangt dat stuk niet tot zijn beschikking heeft maar wel bekend is met het bestaan ervan en dat stuk in de procedure zou willen overleggen. De bescheiden moeten derhalve relevant voor de rechtspositie van de eiser zijn. Hiertoe dient de eiser voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen. Voldoende concreet moet worden aangegeven dat en waarom de specifieke stukken van belang zijn, zulks teneinde een "fishing expedition" te voorkomen. Artikel 843a Rv dient er niet toe om stukken op te vragen waarvan slechts het vermoeden bestaat dat die mogelijk in de procedure van pas zouden kunnen komen. De verlangde stukken moeten ook voldoende bepaald zijn. Het moet voldoende duidelijk zijn om welke stukken het gaat. Het recht op afschrift van of inzage in stukken komt slechts toe aan degene die partij is bij een rechtsbetrekking waarop de stukken zien. Afschrift van of inzage van stukken is bovendien slechts aan de orde, indien de aangesproken partij deze stukken te zijner beschikking heeft of onder zich heeft. 4.18. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van [opposant] moet worden afgewezen. WMS Shipping heeft aangevoerd dat zij niet langer de beschikking heeft over de genoemde bescheiden. [opposant] heeft het tegendeel daarvan niet aannemelijk gemaakt. Onder die omstandigheden is afschrift van of inzage in de verlangde stukken niet aan de orde. Voor afwijzing van de vordering bestaat reden te meer, omdat [opposant] naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende heeft onderbouwd dat hij een rechtmatig belang heeft bij afschrift van of inzage in de door hem genoemde stukken. Bedacht moet worden dat dat het in deze zaak in de kern slechts gaat om de vraag of [opposant] gehouden is tot terugbetaling van een drietal door WMS Shipping genoemde geldleningen, Een van de geschilpunten in dat kader is of [opposant] deze gelden daadwerkelijk heeft ontvangen. WMS Shipping heeft ter onderbouwing van de in dat kader aan [opposant] gedane betalingen bij de inleidende dagvaarding een drietal rekeningafschriften van WMS Shipping overgelegd, waarop deze bedragen vermeld staan. [opposant] naar het oordeel van de rechtbank niet (voldoende) concreet toegelicht waarom het verkrijgen van afschriften van c.q. inzage in andere rekeningafschriften dan de drie hiervoor bedoelde noodzakelijk is om te (kunnen) bepalen of de betreffende betalingen destijds zijn gedaan. Dat geldt ook voor het gevorderde afschrift van c.q. inzage in debiteuren- en crediteurenlijsten, de jaarstukken van WMS Shipping en de balans van deze vennootschap, Voorts is de rechtbank van oordeel dat [opposant] nagelaten heeft om te onderbouwen waarom hij - ter beantwoording van de hiervoor genoemde vragen - (ook) de beschikking moet hebben over soortgelijke stukken van dochtervennootschappen WMS Scheepvaartprojecten B.V. en WMS Chartering B.V., nog daargelaten dat [opposant] van laatstgenoemde rechtspersoon zélf de bestuurder is en uit dien hoofde deze stukken zelf ter beschikking zou moeten hebben. 4.20. [opposant] heeft naar het oordeel van de rechtbank evenmin (voldoende) concreet onderbouwd dat de door hem genoemde stukken aanwijzingen bevatten voor de door hem gestelde schuldoverneming door WMS Chartering en in zoverre relevant kunnen zijn voor zijn rechtspositie in dezen. Ook hier geldt dat [opposant] de enige bestuurder van deze vennootschap is en uit dien hoofde geacht mag worden over deze stukken te beschikken. IV. De geldleningen als zodanig 4.21. WMS Shipping baseert haar vorderingen op de door haar genoemde drie geldleningen. De daarin genoemde bedragen heeft zij naar eigen zeggen aan [opposant] betaald. 4.22. [opposant] erkent het bestaan van de geldleningen van € 1.125.000,- en € 800.000,-. Hij betwist evenwel het bestaan van de geldlening van € 150.000,-. Volgens [opposant] is deze geldlening nooit tot stand gekomen. Het in dat kader door WMS Shipping overgelegde document is niet ondertekend. Ook van een mondelinge afspraak over deze gestelde lening is niet gebleken, aldus [opposant] . De inhoud van dit document is hem ook nooit medegedeeld, zodat hij het daarin gelegen aanbod niet heeft kunnen aanvaarden. Voorts betwist [opposant] dat hij de in de geldleningen genoemde bedragen heeft ontvangen. De door WMS Shipping overgelegde "betalingsbewijzen" zijn qua aard, opmaak en opbouw onduidelijk en niet voldoende gespecificeerd. Deze stukken zijn ook niet door een professionele partij opgesteld, zodat volgens [opposant] het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze stukken niet correct zijn. 4.23. De rechtbank verwerpt het verweer van [opposant] tegen het bestaan van de geldlening van € 150.000,-. Kennelijk beoogt [opposant] thans te betwisten dat hij dit bedrag heeft ontvangen. In zijn eerdere akte in het incident heeft [opposant] het bestaan van deze geldlening echter uitdrukkelijk erkend, onder randnummers 16 en 21. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een onvoldoende gemotiveerde betwisting van het bestaan van deze geldlening als bedoeld in artikel 149 lid 1 Rv, zodat de rechtbank aan deze betwisting voorbij zal gaan. 4.24. Ook het thans door [opposant] betrokken verweer dat hij geen betalingen uit hoofde van de geldleningen heeft ontvangen, zal de rechtbank verwerpen. Daarvoor is redengevend dat [opposant] eerder, in zijn akte in het incident, onder de randnummers 13 t/m 17 en 21, uitdrukkelijk heeft erkend dat hij de in de inleidende dagvaarding genoemde betalingen heeft ontvangen. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een onvoldoende gemotiveerde betwisting van deze betalingen, zodat de rechtbank ervan zal uitgaan dat [opposant] genoemde bedragen daadwerkelijk heeft ontvangen. De bezwaren van [opposant] tegen de hieraan ten grondslag liggende rekeningafschriften zullen bijgevolg buiten beschouwing worden gelaten. 4.25. De ontkenning door [opposant] acht de rechtbank ook niet geloofwaardig, omdat de geldleningen en de verstrekte gelden in de onderhandelingen tussen partijen omstreeks 2015/2016 aan de orde zijn gekomen (zie o.a. productie 15a bij de antwoordconclusie in het incident; de e-mail van Rechtsanwalt Volz van 8 september 2015 waarin de leningen en de uitbetaalde bedragen genoemd staan) en gesteld noch gebleken is dat [opposant] zich destijds op het standpunt heeft gesteld dat deze leningen niet zouden bestaan of dat hij de geleende gelden niet heeft ontvangen. 4.26. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank uit van het bestaan van de geldlening van € 150.000,- en neemt zij tevens als vaststaand aan dat de in de geldleningen genoemde bedragen daadwerkelijk door [opposant] zijn ontvangen, althans te zijnen gunste zijn gekomen. V. De status van het Vergleich bij de Duitse rechter/misbruik van recht 4.27. De rechtbank stelt vast dat [opposant] en [naam 1] op 29 september 2020 ten overstaan van de Duitse rechter een Vergleich hebben getroffen, zoals hiervoor weergegeven in overweging 2.23., waarin onder meer is opgenomen dat [naam 1] de onderhavige gerechtelijke procedure zal doen beëindigen. Dit doet de vraag rijzen wat het Vergleich voor deze procedure betekent. 4.28. WMS Shipping stelt dat het hier een zogeheten Vergleich auf Widerruf betreft, die binnen een bepaalde door partijen bepaalde en in het Sitzungsprotokoll opgenomen termijn door ieder van partijen kan worden herroepen. Deze herroeping heeft als gevolg dat het Vergleich als niet gesloten geldt en dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het zu Protokoll nehmen van het Vergleich bevond. Omdat [opposant] zijn deel van de gemaakte afspraken niet nakwam, heeft [naam 1] /WMS Shipping het Vergleich herroepen. Daarmee bestaan de vorderingen op [opposant] nog steeds, aldus WMS Shipping. 4.29. [opposant] voert, onder verwijzing naar voornoemd Vergleich, aan dat partijen zijn overeengekomen om het onderhavige geschil te beëindigen. Weliswaar heeft [naam 1] /WMS Shipping nadien het Vergleich herroepen, maar het is wel opmerkelijk dat WMS Shipping eerst afstand heeft gedaan van haar vorderingen op [opposant] en daarop thans weer in volledige omvang aanspraak maakt. Daarmee maakt WMS Shipping volgens [opposant] misbruik van recht. 4.30. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat partijen een Vergleich auf Widerruf hebben gesloten; dit volgt ook met zoveel woorden uit de tekst van het Vergleich. Een dergelijke schikking kan, zoals WMS Shipping terecht opmerkt, binnen een door partijen afgesproken, in het proces-verbaal van de zitting opgenomen, termijn worden herroepen. Gevolg daarvan is dat het Vergleich als niet gesloten geldt en dat de procedure alsnog wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond. Tussen partijen is niet in geschil dat [naam 1] het met [opposant] getroffen Vergleich tijdig heeft herroepen. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de vorderingen van WMS Shipping op [opposant] nog steeds bestaan, dat daarover verder kan worden geprocedeerd en dat WMS Shipping, in zoverre, dus in deze vorderingen ontvankelijk is. 4.31. Het enkele feit dat WMS Shipping na het herroepen van het Vergleich door [naam 1] thans verder procedeert, levert naar het oordeel van de rechtbank geen misbruik van recht op. [opposant] heeft dit standpunt overigens ook niet onderbouwd. Het door [opposant] gedane beroep op misbruik van recht faalt daarmee. VI. Schuldoverneming door WMS Chartering? 4.32. Het volgende verweer van [opposant] behelst dat sprake is van schuldoverneming. Zijn schuld aan WMS Shipping is volgens [opposant] door WMS Chartering overgenomen, waardoor WMS Shipping sindsdien geen vordering meer op hem heeft. 4.33. Hiertoe voert [opposant] , samengevat, het volgende aan. In 2007 heeft [opposant] in het kader van diverse bemiddelingsovereenkomsten courtages ontvangen tot een bedrag van $ 1.554.000,00. Later werd tussen beide aandeelhouders bedongen dat deze courtage niet eerst aan de vennootschap maar direct aan de aandeelhouders zou worden uitbetaald, hetgeen middels een aandeelhoudersbesluit werd bekrachtigd. In 2012 was [opposant] voornemens om met gebruikmaking van voornoemde courtages zijn schulden aan WMS Shipping op basis van de overeenkomsten van geldlening af te lossen. Terugbetaling aan WMS Shipping was echter niet zinvol, omdat deze vennootschap destijds geen ondernemingsactiviteiten meer ontplooide. Om die reden heeft [opposant] de betaling van het bedrag van $ 1.554.000,00 niet aan WMS Shipping maar aan WMS Chartering gedaan, van welke rechtspersoon zowel [naam 1] als [opposant] aandeelhouder was. Er heeft tevens een schuldoverneming plaatsgevonden, waarbij WMS Chartering de schuld van [opposant] aan WMS Shipping heeft overgenomen. Vanaf dat moment was WMS Chartering in plaats van [opposant] de bedragen uit hoofde van de geldleningen aan WMS Shipping verschuldigd. Als alleen/zelfstandig handelend bestuurder van zowel WMS Shipping als WMS Chartering was [opposant] bevoegd om deze rechtshandeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.