beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Meervoudige kamer Zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer: LEE AWB 20/577 Rekestnummer: C/18/208103 / PR RK 21-279 Beslissing van 30 september 2021 op het verzoek van mw. [verzoekster], wonende [woonplaats] , verzoekster. 1De procedure 1.1. Per fax van 14 september 2021 (ingekomen op 13 september 2021) heeft verzoeker het verzoek tot wraking ingediend van mr. mr. M.S. van den Berg als rechter die de procedure met registratienummer LEE AWB 20/577 behandelt. 2Beoordeling 2.1 De wrakingskamer overweegt dat in dezelfde procedure met registratienummer LEE AWB 20/577 verzoekster reeds eerder een wrakingsverzoek heeft gedaan. 2.2 De wrakingskamer van deze rechtbank heeft op 10 september 2021 (rekestnummer C/18/207530 / PR RK 21-259) onder meer overwogen dat verzoekster niet-ontvankelijk is, omdat het verzoek niet tijdig is gedaan. Voorts is overwogen dat indien het verzoek tijdig was gedaan verzoekster niet-ontvankelijk is, omdat geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag zijn gelegd waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid. 2.3 De rechtbank begrijpt het wrakingsverzoek van 14 september 2021 als een herhaling van het eerder gedane wrakingsverzoek. 2.4 Onder verwijzing naar de eerdere beslissing van deze rechtbank (wrakingskamer d.d. 10 september 2021 (rekestnummer C/18/207530 / PR RK 21-259)) overweegt de rechtbank dat verzoekster niet-ontvankelijk is in het verzoek tot wraking, omdat het verzoek niet tijdig is gedaan. 2.5 Het vorenstaande leidt tot de herhaalde slotsom dat verzoekster aanstonds als kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking zal worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan daarom achterwege blijven. 2.6 Gelet op de stapeling van wrakingsverzoeken en het oneigenlijk gebruikmaken van de mogelijkheid tot wraking zoals door verzoekster is gedaan met het indienen van het tweede verzoek, acht de wrakingskamer redenen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:18, vierde lid, van de Awb. De wrakingskamer bepaalt dan ook dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer LEE AWB 20/577 niet in behandeling zal worden genomen. 3De beslissing De rechtbank - verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek; - bepaalt dat de hoofdzaak (met registratienummer LEE AWB 20/577) wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking, bevond; - beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster, mr. M.S. van den Berg (rechter) en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) met [naam] als gemachtigde (belanghebbende); - bepaalt dat een nieuw verzoek tot wraking met betrekking tot de zaak met nummer LEE AWB 20/577 niet in behandeling zal worden genomen. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. C.W. Couperus-Van Kooten en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2021.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.