← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:1410

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 21/3605 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2022 in de zaak tussen [verzoekster] en [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoekers (gemachtigde: drs. S.A.N. Geerling), en Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder. Procesverloop In het besluit van 4 januari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser [verzoeker] tot vergoeding van waardedaling afgewezen. In het besluit van 11 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker [verzoeker] ongegrond verklaard. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij brieven van 18 februari 2022 heeft de rechtbank partijen meegedeeld dat het beroep op 7 april 2022 behandeld zal worden. Verzoekers hebben bij brief van 5 april 2022 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld geen grond te zien voor vergoeding van de proceskosten aan eisers. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
  2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 3.
  3. Verzoekers voeren aan dat verweerder pas in het verweerschrift gemotiveerd heeft waarop verweerder het bestreden besluit gebaseerd heeft, nu uit een tabel in het verweerschrift blijkt dat er na verkrijging van de woning bevingen op het perceel van verzoekers hebben plaatsgevonden. Deze tabel was ten onrechte niet opgenomen in het bestreden besluit, terwijl de betreffende gegevens al wel bekend waren bij verweerder. 3.
  4. Naar het oordeel van de rechtbank kan een nadere onderbouwing, los van de vraag of hiermee een motiveringsgebrek is hersteld, niet aangemerkt worden als het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep van verzoekers als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb zodat de rechtbank hierin geen grond vindt om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Conclusie en gevolgen Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 april
  5. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.