← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:1514

Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/850082-18 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 12 mei 2022 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [veroordeelde], veroordeelde, geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats], wonende te [straatnaam], [woonplaats]. Procesverloop De officier van justitie heeft d.d. 19 november 2019 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 108.847,00 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/850082-18 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel. De vordering is gebaseerd op de berekening met betrekking tot voordeel uit witwassen van gelden uit factuurfraude (feit 3). De officier van justitie heeft op 8 maart 2022 meegedeeld dat de verdediging en de officier van justitie overeenstemming hebben bereikt over de afdoening van onderhavige zaak. De officier van justitie vordert afwijzing van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gelet op de recente jurisprudentie met betrekking tot voordeel uit witwassen. De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 15 maart

  1. Het onderzoek is gesloten op 7 april
  2. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. E.T. van Dalen, advocaat te Groningen. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich - conform het afdoeningsvoorstel - op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. De raadsman heeft zich daarbij aangesloten. Beoordeling De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 21 april 2022 in de zaak met parketnummer 18/850082-18 veroordeeld ter zake van onder andere gewoontewitwassen in de periode van 1 september 2016 tot 1 november
  3. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende aannemelijk geworden dat veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van een of meer van de ten laste gelegde feiten en/of andere feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan. De rechtbank zal derhalve de vordering van de officier van justitie afwijzen. Beslissing Wijst de vordering van de officier van justitie af. Deze uitspraak is gegeven door mr. S. Timmermans, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. H. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 mei 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.