RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Groningen zaak-/rolnummer: 9635923 \ CV EXPL 22-213 vonnis van de kantonrechter d.d. 28 juni 2022 inzake [eiseres] , wonende te [woonplaats], eiseres, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. P.H.F. Yspeert, tegen de naamloze vennootschap [gedaagde] , gevestigd te [woonplaats], gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. D. Kuijken. 1Procesverloop 1.1 Bij tussenvonnis van 8 maart 2022 is een mondelinge behandeling bepaald. 1.2. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [eiseres] nog productie 4 in het geding gebracht. [gedaagde] heeft nog productie 8 in het geding gebracht. 1.3. De mondelinge behandeling heeft op 31 mei 2022 plaatsgevonden. [eiseres] is toen samen met haar gemachtigde verschenen. Voor [gedaagde] is haar gemachtigde verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht, waarbij de gemachtigde van [eiseres] gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van het verhandelde ter zitting. Deze aantekeningen zijn aan het griffiedossier toegevoegd. 1.4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [ [eiseres] ] is met ingang van 1 april 1990 als advocaat in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) [gedaagde] , waar zij sindsdien als zodanig heeft gewerkt. 2.2. [ [gedaagde] ] heeft [eiseres] bij brief van 18 februari 1999 een bevestiging van nieuwe salarisafspraken vanaf 1 januari 1999 gestuurd, waartoe [gedaagde] schrijft: "Hiermee bevestig ik de afspraken, die wij hebben gemaakt met betrekking tot jouw salaris vanaf 1 januari 1999. Het salaris bedraagt f [bedrag 1],-- bruto per jaar all-in, te vermeerderen met 20% van jouw omzet boven f [bedrag 2],-- (per kalenderjaar). Deze afspraken zijn gebaseerd op een fulltime dienstverband. Voorts hebben wij afgesproken dat je in 1999, evenals in 1998, 80% zult werken. Ik vertrouw de gemaakte afspraken hiermee correct te hebben vastgelegd." 2.3. In de hierop volgende jaren zijn de bovengenoemde bedragen aangepast maar is het systeem van salarisbepaling hetzelfde gebleven. In 2004 is naar aanleiding van een verzoek van [eiseres] om loonsverhoging overeengekomen dat het percentage over de omzet boven [bedrag 3] wordt verhoogd tot 30. Deze verhoging is opgenomen in een gedeelte van het verslag van de vergadering van het Dagelijks Bestuur van [gedaagde] van 2 februari 2004: "Bdb09feb0401: [eiseres] krijgt thans een bonus van 20% over de omzet boven [bedrag 3] (bij fulltime dienstverband). Besloten wordt deze bonus te verhogen tot 30%. (…)" 2.4. [ [eiseres] ] heeft haar arbeidsovereenkomst met [gedaagde] met ingang van 1 juli 2021 opgezegd. In 2021 had zij een parttime dienstverband met een omvang van 70%. 3De vordering 3.1. [ [eiseres] ] vordert, verkort weergegeven, dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van bruto € 9.863,44, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, alsmede in de nakosten. 3.2. [ [eiseres] ] legt aan het gevorderde het volgende ten grondslag. Haar salaris bij [gedaagde] bestond, zo volgt uit de in 1999 getroffen regeling, uit zowel een vast als een variabel gedeelte. [gedaagde] heeft ten onrechte geweigerd om [eiseres] na het einde van haar dienstverband het variabele deel van haar salaris over het eerste half jaar van 2021 te betalen. Over dat half jaar heeft zij recht op een pro rata deel hiervan. Dat zij halverwege het kalenderjaar is vertrokken, doet hieraan niet af. In dat verband wijst [eiseres] erop dat in de afgesproken regeling geen harde datum is opgenomen in de zin dat zij op 31 december van enig kalenderjaar nog in dienst moet zijn om aanspraak te kunnen maken op het variabele deel van haar salaris. Uitgaande van haar parttime dienstverband van 70% in 2021, betrof het basisbedrag voor de berekening van het variabele deel van het salaris van [eiseres] in 2021 [bedragen]. Over de zes maanden die [eiseres] in 2021 nog bij [gedaagde] in dienst was, bedroeg dit basisbedrag de helft van [bedrag] = [bedrag]. In deze periode heeft [eiseres] een omzet gemaakt van [omzet], derhalve boven de pro rata omzetnorm. Het variabele deel van haar salaris over deze periode bedraagt daarmee (€ [omzet] - [pro rata omzetnorm] = [bedrag] x 30% =) € 9.863,44 bruto. 4Het verweer 4.1. [ [gedaagde] ] verweert zich tegen de vorderingen van [eiseres] , waartoe zij, samengevat, het volgende aanvoert. 4.2. De regeling waarop [eiseres] zich beroept, is een bonusregeling. Deze bonusregeling kan maar op één wijze worden uitgelegd: alleen wanneer [eiseres] in een bepaald jaar de omzetdrempel haalt, komt zij in aanmerking voor een bonus. Deze regeling was bedoeld om [eiseres] te stimuleren om in een bepaald kalenderjaar haar omzet te halen. De regeling werkt derhalve pas na afloop van enig kalenderjaar. [eiseres] heeft zelf ervoor gekozen om haar dienstverband met [gedaagde] met ingang van 1 juli 2021 op te zeggen. Om die reden komt zij over 2021 niet in aanmerking voor de bonusregeling. Voor een pro rata toepassing van de bonusregeling bestaat geen grond. Dat zou in strijd zijn met het karakter van een bonusregeling, die de goede en kwade kansen over een heel kalenderjaar spreidt; omzet fluctueert immers gedurende een kalenderjaar. 4.3. Voorts wijst [gedaagde] erop dat de overeengekomen bonusregeling binnen het geheel van de arbeidsvoorwaarden van [eiseres] moet worden gezien. [eiseres] heeft in 2021 slechts de helft van het aantal opgebouwde verlofrechten opgenomen, terwijl zij ook nog verlofrechten uit een eerder kalenderjaar had staan. Het saldo van deze verlofrechten heeft zij bij einde dienstverband laten uitbetalen. Bij een normaal verloop van het kalenderjaar 2021 zou [eiseres] deze verlofdagen hebben opgenomen, hetgeen een drukkend effect op haar declarabele uren zou hebben gehad. Ook heeft [eiseres] diverse werkzaamheden naar voren gehaald, vóór haar vertrek bij [gedaagde] , die anders ná 1 juli 2021 zouden zijn verricht. Dit heeft tot een omzetstijging geleid, die onvergelijkbaar is met andere jaren. Ook heeft het kantoor als geheel in de tweede helft van 2021 8% minder omzet behaald dan het jaar ervoor. De situatie in het eerste half jaar van 2021 is dan ook niet representatief te noemen voor de omzet van [eiseres] . 4.4. In geval van toewijzing van het pro rata gedeelte van de bonus, meent [gedaagde] dat zij met een dergelijke aanspraak in de gegeven omstandigheden geen rekening hoefde te houden, zodat er aanleiding bestaat om de gevorderde wettelijke verhoging tot nihil, althans 10%, althans een in redelijkheid te bepalen percentage, te matigen. 5De beoordeling van het geschil Inleiding 5.1. [ [eiseres] ] heeft haar arbeidsovereenkomst met [gedaagde] met ingang van 1 juli 2021 opgezegd. Zodoende is zij niet het gehele kalenderjaar 2021 in dienst van [gedaagde] geweest. De vraag die, in het verlengde hiervan, in deze procedure centraal staat, is of [eiseres] op basis van de tussen partijen geldende beloningsregeling recht heeft op een pro rata betaling van de omzetafhankelijke component van haar salaris over de (zes) maanden dat zij in 2021 nog in dienst was. 5.2. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Daartoe is het volgende redengevend. Hoe moet de regeling worden uitgelegd? 5.3. De vraag hoe in een schriftelijke regeling de verhouding tussen partijen is geregeld, kan niet worden beantwoord alleen op basis van een zuiver taalkundige uitleg van de regeling. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars verklaringen en gedragingen en aan de context van de betreffende bepaling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.