← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:3017

Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/750012-20 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 augustus 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [straatnaam] A. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 februari 2022, 10 februari 2022, 7 maart 2022, 25 maart 2022, 13 april 2022, 26 april 2022 en 12 mei 2022. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 17 augustus 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. M.S. Kappeyne van de Coppello en H.J. Mous en van hetgeen verdachte en zijn raadslieden mrs. J-H.L.C.M Kuijpers en A.A. Boersma, beiden advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. Inleidende opmerkingen De strafzaak tegen verdachte is een onderdeel van het resultaat van een grootschalig onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van leden van de Hells Angels, charter North Coast , in Harlingen bij de internationale handel in harddrugs. Het resultaat van het onderzoek is mede bereikt door de inzet van de criminele burger A-4110 als pseudokoper/-dienstverlener, informant en infiltrant. Van het dwangmiddel criminele burgerinfiltratie is sinds de IRT-affaire in de jaren '90 geen gebruik meer gemaakt. In aanloop naar deze affaire zijn ter bestrijding van de georganiseerde misdaad bewust tonnen drugs doorgelaten onder regie van politie en justitie. Hierbij zijn gestuurde burgerinfiltranten behulpzaam geweest, waaronder ook criminele burgerinfiltranten.12 Naar aanleiding hiervan is een parlementaire enquête gehouden.3 De Parlementaire enquête opsporingsmethoden, IRT (1994-1996) concludeert in haar rapport van 1 februari 1996 dat van criminele burgerinfiltranten die onder regie van politie en justitie strafbare feiten plegen - geen gebruik moet worden gemaakt.4 Op 19 november 1998 wordt de motie-Kalsbeek-Jasperse ingediend. In deze motie is een algemeen verbod tot de inzet van criminele burgerinfiltranten door de politie en het openbaar ministerie opgenomen.5 In de motie wordt overwogen dat het werken met een criminele burgerinfiltrant een hoog processueel afbreukrisico kent. Het handelen van de criminele burgerinfiltrant is daarnaast in het algemeen slecht controleerbaar. Door de vaak voorkomende zogenaamde "dubbele agenda" bij een criminele burgerinfiltrant is slecht te controleren of zijn handelen voldoet aan het Tallon-criterium.6 De motie is op 26 november 1998 door de Tweede Kamer aanvaard.7 Op 25 maart 2014 heeft de Tweede Kamer haar verbod op de inzet van criminele burgerinfiltranten laten vervallen. Op die datum wordt door de Tweede Kamer namelijk de motie-Recourt c.s. aanvaard.8 In deze motie wordt overwogen dat er zware criminelen en criminele organisaties zijn die hun criminele activiteiten zeer succesvol afschermen en met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kunnen worden aangepakt. Bij deze vorm van zware criminaliteit kan de inzet van buitengewone opsporingsbevoegdheden, waaronder de inzet van de criminele burgerinfiltrant, noodzakelijk zijn, De inzet van een criminele burgerinfiltrant moet zeer zorgvuldig plaatsvinden vanwege de hoge processuele afbreukrisico’s. Alleen in hoge uitzonderingsgevallen en onder strikte waarborgen moet gewerkt kunnen worden met inzet van de criminele burgerinfiltrant. De Tweede Kamer verzoekt de regering dan ook om een criminele burgerinfiltrant alleen in te zetten: als voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit; onder een zeer streng regime van waarborgen; bij zeer gesloten criminele groeperingen die zich schuldig maken aan de ernstigste vormen van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit; in korte trajecten, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van groei-infiltranten; na toestemming van de minister van Veiligheid en Justitie.9 De rechtmatigheid van de inzet van de criminele burger A-4110 als burgerinfiltrant is één van de centrale thema's in deze zogenoemde megazaak met de naam "Vidar". Binnen het onderzoek Vidar zijn meerdere personen als verdachte aangemerkt. In totaal staan 23 verdachten terecht. Drie zaken zijn al afgedaan. De verdenkingen tegen de verdachten variëren van betrokkenheid bij de internationale handel in harddrugs tot het witwassen van (aanzienlijke) geldbedragen en het bezit van vuurwapens of harddrugs. Aan de acht hoofdverdachten wordt verweten dat zij deel hebben genomen aan een criminele organisatie die zich onder meer bezig heeft gehouden met de internationale handel in harddrugs. Het politiedossier van het onderzoek Vidar (NNRAA18011) is opgemaakt door de Nationale Politie, Eenheid Noord-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Generieke Opsporing. De ordners van het politiedossier zijn als volgt onderverdeeld en doorgenummerd: algemeen dossier, pagina 1 tot en met 17449; algemeen dossier nazending februari 2021, pagina 9368 tot en met 9556; algemeen dossier nazending oktober 2021, pagina 9557 tot en met 9975; algemeen dossier nazending december 2021, pagina 9976 tot en met 10007; beslag dossier, pagina 1 tot en met 1005; beslag dossier nazending oktober 2021, pagina 1006 tot en met 1091; beslag dossier nazending december 2021, pagina 1092 tot en met 1114; methodieken dossier, pagina 1 tot en met 7663; methodieken dossier nazending februari 2021, pagina 7087 tot en met 7098; - methodieken dossier nazending oktober 2021, pagina 7099 tot en met 7106. Het politiedossier is opgebouwd uit 33 zaaksdossiers. In deze zaaksdossiers staan de onderzoeksbevindingen beschreven die geleid hebben tot de verdenkingen tegen de verdachten. Thans zijn 28 zaaksdossiers van belang. In deze zaaksdossiers draait het, kort en zakelijk weergegeven, om het volgende: poging tot uitvoer van één kilogram cocaïne naar Noord-Ierland; uitvoer van 987,41 gram amfetamine en 99,75 gram cocaïne naar Noord-Ierland; uitvoer van 4.980,60 gram amfetamine naar Noord-Ierland; 4. uitvoer van 8.315,88 gram amfetamine naar Noord-Ierland; 5. uitvoer van 9.893,10 gram amfetamine naar Noord-Ierland; 6. uitvoer van 12.227,58 gram amfetamine en 964,29 gram MDMA naar Noord-Ierland; 7. voorbereidingshandelingen voor de uitvoer van 140 kilogram amfetamine naar Finland; 8. voorbereidingshandelingen voor de uitvoer van 300 kilogram harddrugs naar Australië; 9. uitvoer van 86 kilogram amfetamine naar Finland; 10. voorbereidingshandelingen voor de uitvoer van 30 kilogram amfetamine naar Denemarken; 11. deelneming aan een criminele organisatie; 12. witwassen van € 100.000,00; 13. witwassen van € 4.000,00; 14. witwassen van € 78.000,00 uit Finland; 15. witwassen van € 300,00; 16. witwassen van € 35.000,00, € 5.000,00, € 20.000,00, € 11.000,00 en € 15.000,00 uit Finland; 17. witwassen van € 140.000,00 uit Finland; 18. witwassen van € 200.000,00, een BMW en € 75.000,00; 19. witwassen van € 20.000,00; 20. witwassen van € 29.225,00 en 32.800,00 NOK; 21. witwassen van 20.300,00 DKK; 22. witwassen van € 15.085,00, € 18.650,00, € 25.120,00, € 28.510,00 en € 4.950,00; 23. voorhanden hebben van een pistool, twee patroonmagazijnen en 19 kogelpatronen; 25. voorhanden hebben van drie pistolen, twee patroonmagazijnen en 105 kogelpatronen; 25. voorhanden hebben van een pistool, een patroonmagazijn en 33 kogelpatronen; 28. aanwezig hebben van 3,42 gram MDMA, 4,68 gram amfetamine en 23,43 gram GHB; 28. aanwezig hebben van 1.113,50 gram amfetamine en 275 xtc-pillen; 33. aanwezig hebben van 10.032,23 gram amfetamine en 1.927,16 gram cocaïne. Daar waar de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van één of meer ten laste gelegde feiten, zal zij - om redenen van efficiëntie - de bewijsmiddelen uit het betreffende zaaksdossier voor de betrokken verdachten op gelijke wijze beschrijven. De rechtbank onderkent dat als gevolg hiervan niet alle bewijsmiddelen voor de betreffende verdachte in gelijke mate van belang zijn. C. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: feit 1: (zaaksdossier 1) hij op of omstreeks 4 september 2018 in Leeuwarden en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland te brengen als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet, ongeveer één kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tezamen en in vereniging met die mededader(s): naar Van der Valk Hotel Leeuwarden is gereden en/of naar Amsterdam is gereden (in de buurt van winkelcentrum De Kameleon (voorheen Kraaiennest)) en/of met één of meer personen contact heeft gezocht/gehad om één kilogram cocaïne aante schaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 2: (zaaksdossiers 2, 3, 4, 5 en 6) hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2018 tot en met 1 april 2019 in Leeuwarden en/of [plaats] en/of Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk, meermalen, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of cocaïne en/of MDMA buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet, te weten (zaaksdossier 2) - op of omstreeks 14/15 oktober 2018, ongeveer 987,41 gram van een materiaal bevattendeamfetamine en/of ongeveer 99,75 gram van een materiaal bevattende cocaïne en/of (zaaksdossier 3) - op of omstreeks 12 november 2018, ongeveer 4.980,6 gram van een materiaal bevattendeamfetamine en/of (zaaksdossier 4) - op of omstreeks 11 december 2018, ongeveer 8.315,88 gram van een materiaal bevattendeamfetamine en/of (zaaksdossier 5) - op of omstreeks 14 februari 2019, ongeveer 9.893,1 gram van een materiaal bevattende amfetamineen/of (zaaksdossier 6) - in de periode van 24 maart 2019 tot en met 1 april 2019, ongeveer 12.227,58 gram van eenmateriaal bevattende amfetamine en/of 964,29 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine en/of cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 3: (zaaksdossier 9) dat verdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] , in of omstreeks de periode van 24 januari 2020 tot en met 2 maart 2020 in Leeuwarden en/of Peins en/of Ried, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland hebben gebracht als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet, ongeveer 86 kilo speed/amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij welk feit hij, verdachte, op 1 maart 2020 in Leeuwarden opzettelijk behulpzaam is geweest door naar een bespreking in [bedrijf 5] te gaan en/of ( vervolgens) mee te gaan in de auto naar de woning van A-4110 om het geld voor de aanbetalingvan bovenvermelde drugstransactie te helpen tellen en/of ( aldaar) de elastiekjes van de bundeltjes geld te verwijderen in verband metmogelijk aanwezige DNA-sporen op die elastiekjes; feit 4: (zaaksdossier 11) hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2018 tot en met 2 maart 2020 in Leeuwarden en/of Zurich, in de gemeente Súdwest-Fryslân, en/of Noardburgum en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en in Finland en in Thailand, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven namelijk: het buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden en/of bewerkenen/of verwerken en/of vervaardigen en/of vervoeren en/of leveren en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken van (een) middel(

  1. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, strafbaar gesteld in artikel 2, aanhef en onder A en/of B en/of D van de Opiumwet en/of het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumweten/of witwassen als bedoeld in artikel 420bis en/of artikel 420ter en/of artikel 420quater van het Wetboekvan Strafrecht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. D. Ontvankelijkheid van de officieren van justitie 1Standpunt van de verdediging De raadslieden hebben zich op het standpunt gesteld dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld. Door deze verzuimen kan geen sprake zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet. Het openbaar ministerie is daarom niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte. De raadslieden hebben daartoe het volgende aangevoerd: a. Het opsporingsonderzoek tegen verdachte is gestart zonder dat ten aanzien van verdachte sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Dit levert een vormverzuim op. De tegen verdachte ingezette opsporingsbevoegdheden waren niet gericht op verdachte, maar op het vaststellen of uitsluiten van betrokkenheid van leden van de Hells Angels, charter North Coast , bij de internationale handel in harddrugs. De opsporingsbevoegdheden zijn daarmee voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze zijn gegeven. Dit levert strijd op met het verbod van détournement de pouvoir (het beginsel van zuiverheid van oogmerk). Het openbaar ministerie heeft gebruik gemaakt van de verdenking tegen verdachte om zicht te krijgen op de betrokkenheid van leden van de Hells Angels, charter North Coast , bij de internationale handel in harddrugs. De beslissing om vervolgens met dit doel een opsporingsonderzoek tegen verdachte in te stellen getuigt niet van een redelijke en billijke belangenafweging en laat zich als willekeur aanmerken. Dit levert een vormverzuim op. A-4110 heeft in de periode van 3 januari 2018 tot en met 4 september 2018 (tijdens nietgeverbaliseerde en niet-opgenomen contactmomenten) verdachte door middel van (ontoelaatbare) druk bewogen tot het plegen van strafbare feiten en hem daarbij gebracht tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht. Hierdoor is het instigatieverbod (Tallon-criterium) geschonden. Dit levert een vormverzuim op. De controle op de inzet van A-4110 in de periode van 3 januari 2018 tot en met 4 september 2018 is gebrekkig geweest. Hierdoor is - naar de rechtbank begrijpt - de controle op het handelen van A4110, in het bijzonder ten aanzien van de vraag of door zijn optreden het instigatieverbod is geschonden, onmogelijk gemaakt. Dit levert een vormverzuim op. 2Standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat bij het voorbereidend onderzoek zich geen vormverzuimen hebben voorgedaan die moeten leiden tot één van de in artikel 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen. 3Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging van verdachte. De rechtbank is niet gebleken dat de gestelde vormverzuimen zich hebben voorgedaan. Het verweer van de raadslieden wordt dan ook verworpen. Met betrekking tot de hiervoor onder a tot en met e weergegeven verweren van de raadslieden overweegt de rechtbank het volgende: a. De verdenking Ingevolge artikel 27, eerste lid, Sv dient vóórdat de vervolging is aangevangen als verdachte aangemerkt te worden degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Dat vermoeden betreft zowel de omstandigheid dat een strafbaar feit wordt of is begaan, als de betrokkenheid van een persoon bij dat feit. Daarom kan, ook als (nog) niet vaststaat dat een strafbaar feit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.10 Uit een verdachte betreffend proces-verbaal van verdenking komt naar voren dat de verdenking tegen verdachte - het (medeplegen) van (voorbereidingshandelingen voor) de opzettelijke uitvoer van harddrugs - in de kern is gebaseerd op de verklaringen van A-4110 over de ontmoetingen met verdachte op 3 januari 2018 en 12 januari 2018.11 Deze verklaringen zijn hieronder, onder het kopje "Bewijs", weergegeven. Uit die verklaringen - in onderling verband en samenhang bezien met hetgeen in het proces-verbaal van verdenking is gerelateerd – hebben de met opsporing belaste autoriteiten ten aanzien van verdachte in redelijkheid een vermoeden van schuld kunnen afleiden ten aanzien van een strafbaar feit dat nog niet heeft plaatsgevonden.12 Voor zover in het betoog van de raadslieden besloten ligt dat de verdenking tegen verdachte pas kon worden aangenomen op het moment dat de verklaringen van A-4110 over de drugshandel van verdachte waren getoetst en onderbouwd met nadere onderzoeksgegevens, merkt de rechtbank op dat geen rechtsregel er aan in de weg staat dat een verdenking is gebaseerd op slechts één getuigenverklaring. Waar het om gaat is dat de verdenking is gebaseerd op voldoende objectieve, concrete en controleerbare feiten en omstandigheden.13 Daarvan is in het onderhavige geval sprake geweest. Schending van het verbod van détournement de pouvoir Het gebruik van opsporingsbevoegdheden dient altijd plaats te vinden binnen en ten behoeve van de doeleinden waartoe de wet de bevoegdheden toekent. Gebeurt dit niet dan is sprake van misbruik van bevoegdheden. Toepassing van een bijzondere opsporingsbevoegdheid is altijd uitsluitend toegestaan in het belang van het onderzoek en dient gericht te zijn op het nemen van strafvorderlijke beslissingen (zie ook artikel 132a Sv). Het is niet toegestaan opsporingsbevoegdheden in te zetten die hieraan geen bijdrage (meer) kunnen leveren. Dit neemt niet weg dat de inzet van opsporingsbevoegdheden tegen een bepaalde verdachte in veel gevallen tevens bijdraagt aan een verbeterde informatiepositie van politie en justitie ten aanzien van anderen, organisaties of personen. Zeker bij een onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband zal dikwijls veel informatie omtrent een organisatie ingewonnen worden, alvorens ook deze organisatie effectief strafrechtelijk kan worden aangepakt. Het verbeteren van de informatiepositie wordt in het Eerste Boek, Titel V, Sv dan ook als tussengelegen doel erkend: het in kaart brengen van een georganiseerd verband, om uiteindelijk de feiten en verdachten te kunnen selecteren waarvan vervolging moet plaatsvinden. Zeker in de aanvang van dergelijk onderzoek kan dat einddoel nog ver verwijderd zijn. De grens van het toelaatbare wordt echter pas overschreden als de afdoening van strafbare feiten niet het achterliggende doel is, maar wanneer het opbouwen van een informatiepositie doel in zichzelf is.14 Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden afgeleid dat de tegen verdachte ingezette opsporingsbevoegdheden zijn gebruikt om zicht te krijgen op de mogelijke betrokkenheid van leden van de Hells Angels, charter North Coast , bij de internationale handel in harddrugs. Het verbod van détournement de pouvoir verzet zich - in het licht van het vorenstaande in beginsel niet tegen een dergelijk gebruik van opsporingsbevoegdheden. Dit zou anders kunnen zijn indien de opsporingsbevoegdheden uitsluitend waren ingezet met het oog op het opbouwen van een informatiepositie inzake de betrokkenheid van leden van de Hells Angels bij de internationale handel in harddrugs. Niet is gebleken of aannemelijk geworden dat daarvan sprake is geweest. Het verbod van détournement de pouvoir is dan ook niet geschonden. Schending van het verbod van willekeur? Ten aanzien van de beslissing om tegen verdachte een opsporingsonderzoek in te stellen geniet het openbaar ministerie beleidsvrijheid. De rechtbank dient deze beleidsvrijheid te respecteren en kan de beslissing daarom slechts marginaal toetsen.15 Het optreden van politie en justitie laat zich slechts als willekeur aanmerken indien een aan een beslissing ten grondslag liggende belangenafweging apert onredelijk is.1617 In het requisitoir van de officieren van justitie wordt de volgende toelichting gegeven op de beslissing om tegen verdachte een opsporingsonderzoek in te stellen: De Hells Angels zijn een internationale 1%-MC en sinds 1975 in Nederland aanwezig. De Red Devils MC is in 2001 opgericht en een wereldwijde supportclub voor de Hells Angels en sinds 2013 in Nederland gevestigd. Supportclubs zijn van een lager niveau dan de Hells Angels maar scharen zich wel achter de doelstellingen en ideeën van de Hells Angels. Voor belangrijke besluiten moet een supportclub goedkeuring krijgen van de Hells Angels. Beide clubs scharen zich onder de 1% motorclubs; de leden daarvan beschouwen zich als outsiders. Waar 99% van alle motorrijders wetten en regels respecteren, kenmerken deze 1%-ers zich juist door structureel wetten en normen te overtreden en alleen eigen clubregels na te leven. Voor dit onderzoek is relevant dat in Noord-Nederland sprake is van een charter van de Hells Angels in Harlingen, de Hells Angels, charter North Coast , en een charter van de Red Devils in onder meer Leeuwarden. De hiërarchie tussen de Hells Angels en de Red Devils heeft een rol gespeeld bij strategische keuzes in het opsporingsonderzoek Vidar. Als doelstelling is aan het begin van het onderzoek geformuleerd: vaststellen of uitsluiten dat leden van de Hells Angels, charter North Coast , betrokken zijn bij de internationale handel in harddrugs. Op dat moment bestond er geen verdenking jegens een lid van de Hells Angels, maar wel een verdenking jegens de Red Devil [verdachte] . Er is gebruik gemaakt van die verdenking om zicht te krijgen op de handel in harddrugs in de verwachting en veronderstelling dat deze internationale handel in harddrugs plaats zal vinden onder goedkeuring of instemming van de Hells Angels, charter North Coast , juist omdat [verdachte] een Red Devil is. Mogelijk zou dus zicht kunnen ontstaan op leden van de Hells Angels, charter North Coast , die wetenschap hebben van die handel en op hun mogelijke betrokkenheid bij de internationale handel in harddrugs. Gelet op deze toelichting, de tegen verdachte bestaande verdenking, en de omstandigheid dat verdachte (goede) contacten heeft (met kaderleden van) de Hells Angels in Harlingen,1819 kan niet gezegd worden dat de beslissing om een opsporingsonderzoek tegen verdachte in te stellen teneinde zicht te krijgen op de mogelijke betrokkenheid van leden van de Hells Angels, charter North Coast , bij de internationale handel in harddrugs apert onredelijk is en zich als willekeur laat aanmerken. Het verbod van willekeur is dan ook niet geschonden. Het verweer van de raadslieden wordt verworpen. Schending van het Tallon-criterium? De burger die op grond van artikel 126ij en/of artikel 126z Sv (burgerpseudokoop of -dienstverlening) bijstand verleent aan de opsporing, mag bij de uitvoering daarvan een persoon niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.20 Uitlokking door een burger hoeft niet in de weg te staan aan het oordeel dat een verdachte door dergelijk optreden niet is gebracht tot andere strafbare feiten dan waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht.21 De opvatting dat de inzet van de burger uitsluitend toelaatbaar is als verdachte reeds een begin heeft gemaakt met de gedragingen die hem (uiteindelijk) worden verweten is in haar algemeenheid onjuist.22 De omstandigheid dat niet de verdachte maar zijn medeverdachte contact had met een opsporingsambtenaar, dan wel een persoon voor wiens handelen de politie of het openbaar ministerie verantwoordelijk is, sluit niet uit de mogelijkheid dat (ook) de verdachte door die opsporingsambtenaar of deze andere persoon is gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd.23 Uit de hierna, onder het kopje "Bewijs", genoemde bewijsmiddelen kan afgeleid worden dat verdachte reeds in januari 2018 de wil had om opzettelijk harddrugs buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Verdachte heeft deze wil nadien - in de gesprekken met A-4110 en/of A-4133 en/of verdachte in de periode van mei 2018 tot en met oktober 2018 - meermalen tot uitdrukking gebracht. Verdachte heeft in de aanloop naar het onder 1 ten laste gelegde feit bovendien op geen enkel moment aangegeven zich te willen distantiëren van de handel in verdovende middelen. De bewijsmiddelen geven daarentegen blijk van een zekere gretigheid aan de zijde van verdachte om verdovende middelen te leveren en om zaken te doen op de langere termijn. Verdachte wilde geld verdienen. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat de wil van verdachte ten tijde van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten nog onverkort aanwezig was. De bewijsmiddelen geven er verder blijk van dat verdachte zich voor het eerste contact met A-4110 ook al bezig hield met de (internationale) handel in harddrugs. Dit blijkt expliciet uit verdachte zijn eigen woorden, maar eveneens uit de volgende feiten en omstandigheden, die indicatief zijn voor voornoemde vaststelling: Verdachte bedient zich in de communicatie met A-4110 en/of A-4133 en/of verdachte, daar waar hetgaat over de handel in verdovende middelen, van versluierend taalgebruik, kennelijk met de bedoeling om over dit onderwerp te spreken zonder dat dit concreet uit de communicatie blijkt. Voor de deelnemers aan de communicatie is het immers duidelijk waarover wordt gesproken, maar op basis van de letterlijke tekst van de gesprekken is dat voor een buitenstaander niet per definitie het geval. Het is een feit van algemene bekendheid dat betrokkenen bij de handel in verdovende middelen zich niet zelden bedienen van dergelijk versluierend taalgebruik om identificatie en crimineel handelen te verbergen, om uit het zich van politie en justitie te blijven, de opsporing te bemoeilijken en om eventueel "meeluisterende" opsporingsinstanties zand in de ogen te strooien.24252627282930 Verdachte hield daarnaast rekening met de mogelijkheid dat hij afgeluisterd of gevolgd of betrapt zou kunnen worden en richtte zijn gedrag daarop in. Dit duidt op een geraffineerde en professionele manier van handelen; Verdachte is bekend met de actuele prijzen voor cocaïne en speed en de beschikbaarheid van deze middelen; Verdachte heeft kennis van de kwaliteitseisen van cocaïne en amfetamine; Verdachte heeft kennis van de handel in verdovende middelen en de daarmee gepaard gaande risico's; Verdachte beschikt over het vermogen en de relaties om op relatief korte termijn aan een handelshoeveelheid cocaïne te komen. De rechtbank is van oordeel dat uit het vorenstaande een objectieve verdenking kan worden gedestilleerd dat verdachte zich reeds eerder bezighield met criminele activiteiten op het gebied van de Opiumwet en dat hij de predispositie had om soortgelijke strafbare feiten te plegen.3132 De rechtbank acht het in het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden dan ook niet aannemelijk geworden dat A-4110 verdachte heeft gebracht tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht. De rechtbank acht het daarnaast niet aannemelijk geworden dat A-4110 verdachte in de periode van 3 januari 2018 tot en met 4 september 2018 (tijdens niet-geverbaliseerde en niet-opgenomen contactmomenten) door middel van bedreiging/intimidatie/dwang/(ontoelaatbare) druk heeft bewogen tot het plegen van de strafbare feiten. Het procesdossier bevat onvoldoende (concrete en objectieve) aanknopingspunten voor (verificatie van) de juistheid van dit scenario. De in dit verband door getuige [naam 1] afgelegde verklaringen over diens eigen ervaringen met A4110 kunnen niet als dergelijke aanknopingspunten worden beschouwd. [naam 1] heeft immers niet zélf waargenomen of ondervonden op welke wijze A-4110 zich tegenover verdachte heeft gedragen, maar baseert zich slechts op zijn eigen ervaringen (‘op een slinkse manier onder druk gezet’). Die eigen ervaringen wenst hij kennelijk te extrapoleren richting de verhouding tussen A-4110 en verdachte. Dat levert echter niet meer op dan een gissing waaraan de rechtbank voorbij zal gaan. Daar komt nog bij dat voor de inhoud van [naam 1] ’s verklaringen geen enkele ondersteuning is te vinden in het dossier. Controle op (de inzet van) A-4110 Periode 3 januari 2018 tot 22 mei 2018 De toepassing van artikel 359a Sv is onder meer beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij "het voorbereidend onderzoek" tegen de verdachte. Op grond van artikel 132 Sv moet daaronder worden verstaan het onderzoek dat voorafgaat aan de behandeling ter terechtzitting. Onder die vormverzuimen zijn in het bijzonder ook begrepen normschendingen bij de opsporing. Daarbij dient op grond van artikel 132a Sv onder opsporing te worden verstaan het onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen. De gedragingen van A-4110 in de periode vóór diens eerste (feitelijke) inzet als burgerpseudokoper/dienstverlener op 22 mei 2018, betreffen gedragingen die buiten het voorbereidend onderzoek hebben plaatsgevonden. Deze gedragingen van A4110 - in de hoedanigheid van burger - vonden niet plaats op initiatief en onder regie van politie en justitie. Het gestelde gebrek aan controle op het handelen van A-4110 in die periode kan dan ook geen vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv opleveren. Periode 22 mei 2018 tot en met 4 september 2018 De rechtbank heeft zich op basis van de processen-verbaal van begeleiding, de processen-verbaal van verhoor van A-4110, de woordelijke uitwerking van de opnames van de gesprekken die tussen verdachte en A-4110 hebben plaatsgevonden, in voldoende mate een algemeen beeld kunnen vormen over het optreden van A-4110 ten opzichte van verdachte in relatie tot het instigatieverbod. De omstandigheid dat tijdens een beperkt aantal (spontane/niet-geplande) ontmoetingen geen opnames zijn gemaakt van de gesprekken tussen A-4110 en verdachte, is, mede in het licht van de wél ter tafel gekomen gegevens (zie hierna onder kopje "Bewijs"), niet van zodanige aard dat daardoor de belangen van de verdachte ten aanzien van zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak op grove wijze zijn veronachtzaamd.33 E. Rechtmatigheid van het verkregen bewijs 1Standpunt van de verdediging De raadslieden hebben zich op het standpunt gesteld dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld. De resultaten van het onderzoek die door deze verzuimen zijn verkregen mogen niet bijdragen aan het bewijs van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De raadslieden hebben daartoe het volgende aangevoerd: a. A-4110 is gedurende de periode van 4 juli 2018 tot en met 28 februari 2019 ingezet als burgerpseudokoper/-dienstverlener (artikelen 126ij en 126z Sv) en burgerinformant (artikel 126v Sv). Door de gelijktijdige inzet van deze dwangmiddelen is de facto sprake geweest van criminele burgerinfiltratie, terwijl aan de voorwaarden voor toepassing van het dwangmiddel criminele burgerinfiltratie niet is voldaan. Dit levert een vormverzuim op. De inzet van A-4110 als criminele burgerinfiltrant op grond van artikel 126w Sv is onrechtmatig geweest, aangezien niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van dit dwangmiddel. 2Standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat bij het voorbereidend onderzoek zich geen vormverzuimen hebben voorgedaan die moeten leiden tot één van de in artikel 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen. 3Oordeel van de rechtbank Met betrekking tot de hiervoor onder a en b weergegeven verweren van de raadslieden overweegt de rechtbank het volgende: a. De inzet van A-4110 als burgerpseudokoper/-dienstverlener en burgerinformant Kenmerkend voor infiltratie is dat wordt meegewerkt of deelgenomen aan een groep waarbinnen misdrijven worden beraamd of gepleegd.3435 Infiltratie is een zwaarder dwangmiddel dan pseudokoop/-dienstverlening.36 In tegenstelling tot de infiltrant dringt de pseudokoper/-dienstverlener de criminele organisatie niet binnen maar opereert hij daarbuiten.37 Er is een verschil tussen het afnemen van goederen of diensten van een organisatie en het daaraan deelnemen.38 Infiltratie onderscheidt zich tevens van het dwangmiddel stelselmatige informatie-inwinning. Het belangrijkste verschil tussen een informant en een infiltrant is dat een informant niet deelneemt of medewerking verleent aan een criminele groep, maar slechts optreedt als luistervink.39 Een informant zal dan ook niet deelnemen aan het plegen of beramen van misdrijven.40 Uit de processtukken valt af te leiden dat A-4110 - op grond van het bepaalde in de artikelen 126ij en 126z Sv - met ingang van 17 mei 2018 bijstand verleent aan de opsporing door bij verdachte een door het begeleidingsteam van A-4110 aangewezen (buitenlandse) burger en/of (buitenlandse) opsporingsambtenaar te introduceren en deze te faciliteren in zijn contacten met verdachte.41 Doel van de introductie is om te komen tot: de pseudokoop van een hoeveelheid harddrugs en/of de pseudodienstverlening met betrekking tot handelingen die betrekking hebben op het bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en/of vervaardigen van harddrugs; het winnen van vertrouwen van [verdachte] ; het zicht krijgen op de vermoedelijke contacten van [verdachte] met kaderleden van de Hells Angels, charter North Coast .42 De overeenkomst tot burgerpseudokoop/-dienstverlening geldt tot en met 17 augustus 2018.43 De overeenkomst is hierna driemaal verlengd, laatstelijk op 15 februari 2019. Deze verlenging geldt tot 15 mei 2019.444546 A-4110 verleent - op grond van het bepaalde in artikel 126v Sv - met ingang van 4 juli 2018 eveneens bijstand aan de opsporing als informant. De bijstand bestaat uit: het stelselmatig inwinnen van informatie omtrent de intenties, plannen, voorbereidingen, communicatie, gedragingen van verdachte [verdachte] en/of andere NN-verdachten en/of personen die betrokken zijn bij het in georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven, met name de invoer en/of verwerking en/of uitvoer en/of handel in (synthetische) harddrugs, dan wel de voorbereiding van die strafbare feiten, daaronder begrepen het stelselmatig inwinnen van informatie over de (inhoud van
  2. de)contacten tussen [verdachte] en leden van de Hells Angels, charter North Coast .47 De overeenkomst tot stelselmatige informatie-inwinning door een burger geldt tot en met 4 oktober 2018.48 De overeenkomst is hierna tweemaal verlengd, laatstelijk op 1 januari 2019. Deze verlenging geldt tot en met 1 april 2019.4950 A-4110 verleent - op grond van het bepaalde in artikel 126w Sv - met ingang van 1 maart 2019 bijstand aan de opsporing als criminele burgerinfiltrant. De bijstand bestaat uit: het deelnemen aan en/of medewerking verlenen aan een groep van personen waartegen de verdenking bestaat dat die zich bezighoudt met het beramen of plegen van misdrijven te weten de invoer en/of verwerking en/of uitvoer en/of handel in harddrugs zoals speed (amfetamine) en/of cocaïne dan wel de voorbereiding van die strafbare feiten. Deze groep bestaat onder meer uit de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 2] en mogelijk andere leden van de Hells Angels, charter North Coast .51 De rechtbank stelt op basis van het vorenstaande vast dat A-4110 pas met ingang van 1 maart 2019 is ingezet als criminele burgerinfiltrant. In de daaraan voorafgaande periode - 7 juli 2018 tot en met 28 februari 2019 - is A-4110 zowel ingezet als burgerpseudokoper/-dienstverlener en als burgerinformant. De rechtbank is van oordeel dat de gelijktijdige inzet van de dwangmiddelen burgerpseudokoop/dienstverlening en stelselmatige informatie-inwinning door een burger niet aangemerkt kan worden als burgerinfiltratie. Uit de genoemde overeenkomsten is niet gebleken dat de inzet van A-4110 in de beschreven periode gericht was op het deelnemen of medewerking verlenen aan een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd. De gedragingen van A-4110 stonden in het teken van andere doelstellingen dan die een infiltrant uiteindelijk voor ogen staat, te weten het verwerven van een plek in de organisatie.52 Verder is op basis van de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat de betreffende dwangmiddelen in de beschreven periode de facto voor een ander doel zijn ingezet dan waarvoor deze zijn gegeven. Het beginsel van zuiverheid van oogmerk ofwel het verbod van détournement de pouvoir, is dus ook niet geschonden. Gelet op het vorenstaande is dan ook niet gebleken dat het gestelde vormverzuim is begaan. Het verweer wordt verworpen. Rechtmatigheid van de inzet van A-4110 als criminele burgerinfiltrant Is criminele burgerinfiltratie toegestaan? De wet in formele zin De inzet van een criminele burgerinfiltrant kan gepaard gaan met inbreuken op grondrechten en gaat bovendien gepaard met risico’s voor de (integriteit van
  3. de)opsporing. Om die reden dient de bevoegdheid tot inzet van deze opsporingsmethode in een formele wet te zijn vastgelegd (zie het in artikel 1, eerste lid, Sv vastgelegde formele legaliteitsbeginsel). De bevoegdheid tot burgerinfiltratie is geregeld in artikel 126w, eerste lid, Sv. Op grond van deze bepaling kan in een geval als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, Sv de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, met een persoon die geen opsporingsambtenaar is, overeenkomen dat deze bijstand verleent aan de opsporing door deel te nemen of medewerking te verlenen aan een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd. De rechtbank constateert dat een taalkundige interpretatie van voornoemde bepaling zich niet verzet tegen de inzet van een criminele burger als burgerinfiltrant. Immers, een criminele burger betreft eveneens een persoon die geen opsporingsambtenaar is. Ook de wetshistorie werpt geen beletselen op. Uit de memorie van toelichting bij de Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden (hierna: Wet Bob)53 blijkt zonneklaar dat de wetgever de inzet van de criminele burgerinfiltrant op grond van het bepaalde in artikel 126w Sv niet heeft willen uitsluiten. In artikel 126w Sv is daarom geen onderscheid gemaakt tussen criminele en niet-criminele burgerinfiltranten.54 Zowel de niet-criminele als de criminele burgerinfiltrant valt onder deze bepaling en kan in beginsel dus worden ingezet.55 In de nota naar aanleiding van het verslag bij de Wet Bob wordt bovendien nadrukkelijk vermeld dat in de wet geen expliciete beperkingen zijn gesteld aan de inzet van criminele burgerinfiltranten.56 De bevoegdheid om een criminele burgerinfiltrant in te zetten is dus, zoals het legaliteitsbeginsel vereist, vastgelegd in een formele wet. De rechtbank dient te toetsen of in deze zaak is voldaan aan de in de wet genoemde voorwaarden voor de inzet van die bevoegdheid. Van de kant van de verdediging is aangevoerd dat het juridische raamwerk niet voldoet. Volgens de verdediging is niet voldaan aan de vereisten die de door de Tweede Kamer aangenomen motieRecourt c.s. stelt aan de inzet van criminele burgerinfiltranten.57 Eén van die vereisten is een "streng regime van waarborgen". Ook de inhoud van de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden58 (hierna: de Aanwijzing), waarin het openbaar ministerie zijn eigen handelen inzake de inzet van onder meer de criminele burgerinfiltrant (nader) heeft genormeerd, zou volgens de verdediging in dit verband niet toereikend zijn. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Aanvaarding van een motie door de Tweede Kamer betekent staatsrechtelijk gezien niet méér dan dat de Tweede Kamer besluit in te stemmen met een oordeel of wens van één of meer Kamerleden.5960 Een aangenomen motie is een advies aan de minister en heeft derhalve vooral politieke betekenis, in het bijzonder voor wat betreft de staatsrechtelijke verhouding tussen de regering en het parlement.6162 Het negeren van een motie kan politieke consequenties hebben, maar is voor een rechterlijke toetsing niet direct relevant. De rechtbank is bij de beantwoording van de vraag of het juridische raamwerk voor de inzet van een criminele burgerinfiltrant voldoet, dus niet rechtstreeks gebonden aan de inhoud van de motie Recourt. Hetzelfde geldt voor de door minister Opstelten in 2013 en 2014 gedane uitlatingen en toezeggingen over de inzet van de criminele burgerinfiltrant.63 Indien de rechtbank zich bij de interpretatie van wettelijke bepalingen telkens zou moeten laten leiden door uitlatingen van de Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de Minister) of door politieke (meerderheids)opvattingen, zou afbreuk worden gedaan aan de rol van de rechtsprekende macht binnen de trias politica.64 Beleidsregels Hoewel de inzet van de criminele burgerinfiltrant wettelijk gezien dus mogelijk is, heeft het College van procureurs-generaal (hierna: het College) per 1 februari 2000 een (volledig) moratorium afgekondigd voor die inzet. In de Aanwijzing (oud) is daartoe een verbod opgenomen om criminele burgerinfiltranten in te zetten.65 Per 1 september 2014 is voornoemd verbod komen te vervallen. Sindsdien is het weer toegestaan om in bepaalde situaties criminele burgerinfiltranten in te zetten. In de thans geldende Aanwijzing wordt verwezen naar de vereisten uit de al eerder genoemde motieRecourt c.s., zodat de rechtbank ervan uitgaat dat het openbaar ministerie zich aan die vereisten heeft willen binden. Deze vereisten komen erop neer dat inzet van de criminele burgerinfiltrant enkel is toegestaan bij de aanpak van zware criminelen en criminele organisaties, die hun criminele activiteiten zeer succesvol afschermen en met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kunnen worden aangepakt. Uit de Aanwijzing blijkt verder dat de inzet alleen in hoge uitzonderingsgevallen en onder strikte waarborgen mag plaatsvinden. Voldaan moet zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Verder moet de inzet kortdurend zijn en mag er geen gebruik worden gemaakt van groei-infiltranten. Voor de inzet is bovendien toestemming nodig van de Minister.66 De hiervoor genoemde regels zijn vastgesteld in een door het College gegeven aanwijzing als bedoeld in artikel 130, zesde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: Wet RO). Deze regels zijn op behoorlijke wijze bekend gemaakt en lenen zich naar hun inhoud en strekking ertoe jegens betrokkenen als rechtsregel te worden toegepast. Zij kunnen daarom aangemerkt worden als recht in de zin van artikel 79 van de Wet RO en zijn derhalve onderdeel van het juridische raamwerk waaraan de rechtbank dient te toetsen. Als het openbaar ministerie zich niet aan zijn eigen regelgeving heeft gehouden kan dit een schending opleveren van de beginselen van een behoorlijke procesorde,6768 en daarmee tevens een vormverzuim opleveren ex artikel 359a Sv.6970 Langs deze weg maken de vereisten uit de motie-Recourt c.s. dus alsnog deel uit van het voor de rechtbank relevante juridische raamwerk. Tussenconclusie De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat het openbaar ministerie op grond van artikel 126w Sv over kan gaan tot de inzet van een criminele burgerinfiltrant. Bij de beslissing hieromtrent en de uitvoering daarvan beschikt het openbaar ministerie over discretionaire ruimte. De wijze waarop het openbaar ministerie van die discretionaire ruimte gebruik heeft gemaakt dient door de rechtbank getoetst te worden aan de relevante wettelijke voorschriften (in het bijzonder artikel 126w Sv) en de normen van ongeschreven recht (de beginselen van een behoorlijke procesorde).7172 De rechtbank beschikt daarmee over voldoende instrumenten om de rechtmatigheid van de inzet van de criminele burgerinfiltrant te kunnen beoordelen. Artikel 126w Sv (materiële voorwaarden) Een geval als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, Sv Ingevolge artikel 126w, eerste lid, Sv jo. artikel 126h, eerste lid, Sv kan een (criminele) burgerinfiltrant enkel ingezet worden in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. De woorden "aard van het misdrijf" duiden niet slechts op de delictsomschrijving in de wet, maar tevens op de ernst van de feiten en omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd of wordt beraamd. Het kan blijkens de memorie van toelichting bij de Wet-BOB gaan om misdrijven als moord, handel in drugs, mensenhandel, omvangrijke milieudelicten, wapenhandel, maar ook om ernstige financiële misdrijven, zoals omvangrijke ernstige fraude, bijvoorbeeld een btw-carrousel.73 Dergelijke misdrijven schokken de rechtsorde ernstig door hun gewelddadige karakter of door hun omvang en gevolgen voor de samenleving. Ook minder ernstige misdrijven kunnen een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde, doordat zij in combinatie met andere misdrijven worden gepleegd, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte in combinatie met omkoping van ambtenaren met het oog op verkrijging van vergunningen voor bedrijven, of kleine fraudes waarvan, gelet op de aard, kan worden vermoed dat deze deel uitmaken van een omvangrijke en ernstige vorm van fraude. Het dient te gaan om samenhang met andere door verdachte begane misdrijven.74 Bij een aantal misdrijven vloeit reeds louter uit de aard van het misdrijf - zoals dat in de wet is beschreven - voort dat het feit een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert.7576 Het gaat hier om misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld.77 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat ten aanzien van de verdachten tegen wie de criminele burgerinfiltrant is ingezet (onder meer) de verdenking heeft bestaan dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan (het medeplegen van) het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs. Dit betreft een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder a, Sv. Op dit misdrijf is naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 12 jaren gesteld (artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet jo. artikel 10, derde lid, van de Opiumwet). Uit louter de aard van het misdrijf vloeit dan ook reeds voort dat het feit een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd In artikel 126w, eerste lid, Sv wordt (criminele) burgerinfiltratie omschreven als het door een persoon die geen opsporingsambtenaar is verlenen van bijstand aan de opsporing door deel te nemen of medewerking te verlenen aan een groep van personen waarbinnen, naar redelijkerwijs kan worden vermoed, misdrijven worden beraamd of gepleegd. Aan de hiergenoemde groep worden geen specifieke eisen gesteld.78 Een dergelijke groep kan dus verschillende gedaanten aannemen.79 Niet is vereist dat sprake is van een criminele organisatie of georganiseerd verband.80 De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie uit de resultaten van het onderzoek Vidar over de periode van mei 2018 tot 1 maart 2019 - dus vóór de inzet van de criminele burgerinfiltrant in redelijkheid heeft kunnen afleiden dat de betreffende verdachten deel hebben uitgemaakt van een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd, te weten onder meer (het medeplegen van) het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs. Proportionaliteitseis De proportionaliteitseis vloeit voort uit het bepaalde in artikel 126w, eerste lid, Sv. Bij de beoordeling of burgerinfiltratie voldoet aan de eis van proportionaliteit is niet alleen de ernst van de desbetreffende strafbare feiten van belang, maar ook de wijze waarop en de mate waarin is geïnfiltreerd.81 Voorts speelt ook het doel dat met de infiltratie wordt nagestreefd een rol.8283 De rechtbank is van oordeel dat de beslissing om over te gaan tot criminele burgerinfiltratie, in het licht van de tegen de betreffende verdachte bestaande verdenkingen, waaruit naar voren komt dat leden van de Hells Angels (waaronder een prominent lid van charter North Coast : [medeverdachte 1] ) bij de internationale handel in harddrugs betrokken zijn, alsmede de aard en ernst van dit misdrijf, als proportioneel kan worden aangemerkt. De rechtbank constateert verder dat de indringendheid waarmee A-4110 is geïnfiltreerd in de groep [medeverdachte 1] c.s. relatief beperkt is. In de kern heeft A-4110 enkel voorzien in de bij [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2] bestaande behoefte aan internationale contacten die harddrugs zouden willen afnemen of een rol zouden kunnen spelen bij de feitelijke uitvoer van drugs naar het buitenland. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van het geheel kan worden afgeleid dat A-4110 zich slechts in de buitenlaag van het middenkader van de organisatie heeft bevonden en daarbij - nadat het traject- [verdachte] was doodgebloed - optrad als tussenpersoon van [medeverdachte 2] . A-4110 heeft overwegend een faciliterende/ondersteunende rol gehad, namelijk die van netwerker en vervoerder van drugs en geld (op verzoek van [medeverdachte 2] ). Alle contacten met de groep verliepen via of in aanwezigheid van [medeverdachte 2] , zijnde de tussenpersoon (middle man) van [medeverdachte 1] . Tijdens de besprekingen met de groep [medeverdachte 1] c.s. hield A-4110 zich overwegend afzijdig. A-4110 nam zelf geen belangrijke beslissingen, maar verleende voornamelijk medewerking vanaf de zijlijn. De rechtbank is van oordeel dat de wijze waarop de opsporingsbevoegdheid criminele burgerinfiltratie is ingezet als proportioneel kan worden aangemerkt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking het hoofddoel van het onderzoek, de aard en ernst van de betreffende misdrijven, de wijze waarop en de (relatief beperkte) mate waarin is geïnfiltreerd, alsmede de duur van die infiltratie (ongeveer een jaar). De rechtbank merkt in dit verband op dat A-4110 is geïnfiltreerd in een gesloten groep die zich succesvol afschermt. Teneinde deel te nemen of medewerking te verlenen aan die groep en deze in kaart te kunnen brengen moest eerst een vertrouwensbasis ontstaan tussen A-4110 en [medeverdachte 1] c.s. Het is een feit van algemene bekendheid dat in geval van internationale handel in harddrugs in de regel gebruik wordt gemaakt van bestaande contacten en dat nieuwkomers doorgaans niet worden vertrouwd. Het spreekt voor zich dat het opbouwen van een dergelijke vertrouwensbasis niet binnen enkele weken zal plaatsvinden. A-4110 moest eerst laten zien dat hij van waarde kon zijn voor de groep en te vertrouwen was. Hier was enige tijd mee gemoeid. Subsidiariteitseis Bij de beoordeling of burgerinfiltratie voldoet aan de eis van subsidiariteit is allereerst van belang of het onderzoek de burgerinfiltratie dringend vordert. Deze eis is vastgelegd in artikel 126w, eerste lid, Sv. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de bevoegdheid tot burgerinfiltratie alleen mag worden gehanteerd indien met behulp van lichtere bevoegdheden niet hetzelfde resultaat kan worden bereikt.84 Voorts mag burgerinfiltratie alleen plaatsvinden indien de officier van justitie van oordeel is dat een bevel tot politiële infiltratie als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, Sv in redelijkheid niet kan worden gegeven.8586 Er zijn situaties denkbaar waarin infiltratie noodzakelijk is, maar niet goed of met te veel risico door een opsporingsambtenaar kan worden verricht, bijvoorbeeld omdat de politie niet beschikt over een functionaris die beschikt over een zeer specifieke deskundigheid om zich in een bepaalde omgeving geloofwaardig te kunnen handhaven, of over andere speciale kwaliteiten, zoals in casu een bepaalde reputatie in het criminele circuit.878889 Voornoemd vereiste is vastgelegd in artikel 126w, tweede lid, Sv. Met deze eis wordt tot uitdrukking gebracht dat (criminele) burgerinfiltratie een uitzondering zal zijn.90 Met de inzet van (criminele) burgerinfiltratie dient dan ook terughoudend om te worden gegaan.91 De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier voldoende blijkt dat met behulp van lichtere opsporingsbevoegdheden niet hetzelfde resultaat zou kunnen worden bereikt als met de inzet van een burgerinfiltrant. In het onderzoek Vidar zijn reeds in de periode van mei 2018 tot 1 maart 2019 in het traject [verdachte] allerlei opsporingsbevoegdheden ingezet, te weten observatie, stelselmatige informatie-inwinning, opname van vertrouwelijke informatie, opname van telecommunicatie, opvragen historische verkeersgegevens en burgerpseudokoop/-dienstverlening. Ondanks de inzet van voornoemde opsporingsbevoegdheden - die geresulteerd hebben in vier geslaagde pseudokopen heeft het openbaar ministerie onvoldoende zicht gekregen op de eventuele betrokkenheid van (leden van
  4. de)Hells Angels bij de internationale handel in harddrugs. De resultaten van het onderzoek geven echter wel blijk van aanwijzingen van die betrokkenheid, alsmede een verdenking tegen de Hells Angel [medeverdachte 1] . De reden dat aan de hoofddoelstelling van Vidar niet voldaan is heeft in de kern te maken met de omstandigheid dat [verdachte] en de Hells Angel [medeverdachte 1] hun communicatie op succesvolle wijze hebben weten af te schermen. [verdachte] en [medeverdachte 1] spraken met elkaar af op locaties waar opname van vertrouwelijke communicatie lastig was (op de dijk bij Zurich en/of in het clubhuis van de Red Devils MC en/of de Hells Angels). Daarnaast maakten zij gebruik van versluierend taalgebruik, kennelijk om crimineel handelen te verbergen. [verdachte] hield daarnaast rekening met de mogelijkheid dat hij afgeluisterd of gevolgd of betrapt zou kunnen worden en richtte zijn gedrag daarop in. Onder deze omstandigheden, en gelet op de reeds ingezette dwangmiddelen en de duur daarvan, heeft het openbaar ministerie in redelijkheid kunnen oordelen dat met de inzet van lichtere opsporingsbevoegdheden (in zowel het traject- [verdachte] als het traject- [medeverdachte 2] ) niet hetzelfde resultaat kon worden bereikt, te weten vaststellen of uitsluiten van betrokkenheid van (leden van) de Hells Angels bij de internationale handel in harddrugs. Uit het dossier blijkt verder genoegzaam dat enkel een bevel tot politiële infiltratie gelet op het doel van het onderzoek niet volstond. A-4110 genoot een zekere reputatie en werd door verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] vertrouwd. Hij opereerde voor het onderzoek Vidar al zeer lang in het criminele milieu en had in de Leeuwarder onderwereld de reputatie van een betrouwbare drugshandelaar (die onder meer samenwerkte met drugshandelaar [naam 2] , bekend van het onderzoek Arville)92 met veel internationale contacten. Een politiële infiltrant dan wel een burgerinfiltrant heeft deze reputatie niet en zou dit vertrouwen niet zonder meer genieten. De inzet van een "losse" politiële infiltrant of een niet-criminele-burgerinfiltrant in de groep zou bovendien argwaan hebben kunnen opwekken met alle veiligheidsrisico's van dien. Een lichtere vorm van infiltratie zou naar alle waarschijnlijkheid dan ook niet effectief zijn geweest. Artikel 140a Sv; artikel 131 Wet RO (formele voorwaarden) De behandelend officier van justitie zal door tussenkomst van zijn hoofdofficier het voornemen om van de bevoegdheid tot criminele burgerinfiltratie gebruik te maken ter toetsing moeten voorleggen aan het College. Het College zal zich ter zake laten adviseren door de Centrale Toetsingscommissie (hierna: CTC).93 Het College dient vervolgens vooraf en schriftelijk in te stemmen met een overeenkomst tot burgerinfiltratie als bedoeld in artikel 126w Sv, een wijziging of een verlenging daarvan.94 Daarnaast dient het College de Minister op de hoogte te stellen van voornemens tot het inzetten van burgerinfiltranten.95 Voorts brengt het College beslissingen omtrent dit voornemen ter kennis van de Minister voordat zij worden uitgevoerd.96 De ratio van het inschakelen van het College bij de toetsing van de inzet is vooral gelegen in de risico's die met het hanteren van een opsporingsbevoegdheid samenhangen en met de wens met betrekking tot de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden te komen tot een landelijk beleid. Die risico's kunnen bijvoorbeeld de veiligheid van de infiltrant betreffen, of de integriteit van de opsporing, of risico's dat methoden bekend worden en daardoor onbruikbaar. Daarnaast speelt bij die toetsing ook de rechtmatigheid van de opsporingsbevoegdheid een rol. Het onrechtmatig gebruik van een opsporingsbevoegdheid kan niet door het College worden goedgekeurd.97 Voor de rechtbank blijft echter van belang de wet die de bevoegdheid tot criminele burgerinfiltratie aan de officier van justitie geeft, en niet aan het College.98 De rechtbank zal de beslissing van de officier van justitie ten aanzien van de inzet tot criminele burgerinfiltratie zelfstandig moeten beoordelen. De rechtbank hoeft daarbij niet zo ver te gaan dat zij ook de zorgvuldigheid van de beslissing van het College onderzoekt.99 Voldoende is dat de rechtbank nagaat of de in de wet neergelegde (interne) procedure correct is bewandeld. De ratio van het op de hoogte stellen van de Minister is dezelfde als die van het inschakelen van het College.100101 Daarbij is tevens van belang dat de Minister verantwoordelijk is voor het doen en laten van het openbaar ministerie en kan worden aangesproken op het (niet-) uitoefenen van zijn aanwijzingsbevoegdheden die hij aan zijn positie als ambtelijk chef of aan artikel 127 Wet RO ontleent.102103 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Nederland van het openbaar ministerie (hierna: de hoofdofficier van justitie) de CTC op 14 februari 2019 verzocht heeft om toestemming te verlenen voor de inzet van de opsporingsbevoegdheid tot burgerinfiltratie in het onderzoek Vidar.104 Op 6 maart 2019 heeft het College toestemming verleend aan de hoofdofficier van justitie voor de inzet van de opsporingsbevoegdheid tot burgerinfiltratie in het onderzoek Vidar.105 Op 21 maart 2019 is de zaak gepresenteerd aan de Minister door het zaaksteam Vidar in aanwezigheid van het College en de hoofdofficier van justitie.106 Tijdens die presentatie is de inzet van criminele burgerinfiltrant A-4110 besproken.107 De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat het College heeft ingestemd met een overeenkomst tot burgerinfiltratie als bedoeld in artikel 126w Sv. Deze instemming is echter pas op 6 maart 2019 gegeven. De overeenkomst tot burgerinfiltratie was toen al in werking getreden, te weten met ingang van 1 maart 2019.108 De rechtbank constateert dat hier sprake is geweest van een vormverzuim. De rechtbank stelt verder vast dat niet is gebleken dat het College de Minister tijdig op de hoogte heeft gesteld van de beslissing tot inzet van de criminele burgerinfiltrant. Reeds in de periode van 1 maart 2019 tot en met 21 maart 2019 is A-4110 al ingezet als burgerinfiltrant. Dit terwijl de Minister pas op 21 maart 2019 op de hoogte is gesteld van die inzet. De rechtbank constateert dat ook hier sprake is geweest van een vormverzuim. De rechtbank merkt verder op dat niet is gebleken dat het College vooraf en schriftelijk heeft ingestemd met de verlengingen en wijzigingen van de overeenkomst tot criminele burgerinfiltratie. Dit levert een derde vormverzuim op. De rechtbank stelt op basis van het vorenstaande vast dat de interne procedure niet correct is doorlopen. De rechtbank zal aan de hiervoor genoemde vormverzuimen echter geen rechtsgevolgen verbinden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking de ratio van artikel 140a Sv en artikel 131 van de Wet RO jo. artikel 11, tweede lid, Reglement van Orde College procureurs-generaal en de omstandigheid dat de overeenkomst tot criminele burgerinfiltratie, alsmede de verlengingen en wijzigingen daarvan, niet onrechtmatig zijn geweest. Verder houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de door A-4110 verrichte handelingen in de periode van 1 maart tot en met 21 maart 2019 reeds werden gedekt door de met A-4110 gesloten overeenkomsten tot burgerpseudokoop/-dienstverlening en stelselmatige informatie-inwinning, terwijl niet is gebleken dat A-4110 specifieke infiltratiehandelingen heeft verricht die buiten het bereik van de voornoemde overeenkomsten vielen. De rechtbank is van oordeel dat niet enig gerechtvaardigd belang van verdachten door het vormverzuim is geschonden. Aanvullende voorwaarden uit de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden/motie-Recourt c.s. In de Aanwijzing zijn nadere randvoorwaarden opgenomen waaronder de inzet van een criminele burgerinfiltrant mag plaatsvinden. De rechtbank overweegt ten aanzien van deze randvoorwaarden het volgende. Strafvorderlijk doel Blijkens de wetsgeschiedenis mogen de bijzondere opsporingsbevoegdheden niet worden toegepast met de uitsluitende bedoeling om de informatiepositie van de politie te verbeteren. De inzet van de opsporingsbevoegdheden moet een strafvorderlijk doel dienen.109 De verbetering van de informatiepositie kan hoogstens een tussengelegen doel zijn, maar mag nooit een doel op zichzelf zijn.110 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat het hoofddoel van het onderzoek Vidar was: het vaststellen of uitsluiten van betrokkenheid van (leden van) de Hells Angels (in het bijzonder charter North Coast te Harlingen) bij de internationale handel in harddrugs. Het onderzoek heeft zich daarbij gericht op de opheldering van concrete misdrijven (beraamd of gepleegd) door de betreffende verdachten, te weten het (medeplegen) van het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs, maar ook op het in kaart brengen van voornoemde groep van personen waarvan de verdenking bestaat dat leden van de Hells Angels daar deel van uitmaken - om zodoende verdachten en misdrijven te selecteren die voor vervolging in aanmerking komen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verbetering van de informatiepositie het enige doel is geweest van het onderzoek Vidar. Zware criminelen en criminele organisaties De rechtbank is van oordeel dat deze randvoorwaarde valt te vereenzelvigen met het in voornoemde bepaling vervatte proportionaliteitsbeginsel.111 Behoudens aanwijzingen voor het tegendeel zullen bij de internationale drugshandel naar algemene ervaringsregels per definitie zware criminelen en criminele organisaties zijn betrokken. De rechtbank doelt daarbij in het bijzonder op de personen aan de top van de organisatie, dan wel de personen die het middenkader van de organisatie vormen. In het onderzoek Vidar is daarvan ook sprake geweest. Dat de zaak Vidar niet hetzelfde "niveau" zware criminaliteit haalt als dat in de zaken Passage, Marengo en Eris doet aan het vorenstaande niet af. Dergelijke zaken zijn een uitzondering in de Nederlandse strafrechtspraak en zeker niet de minimumstandaard voor hetgeen onder de noemer "zware criminaliteit" dient te worden verstaan. Een vergelijking met deze zaken is dan ook volstrekt misplaatst. Het gaat in de zaak Vidar nog steeds om aanmerkelijke handelshoeveelheden harddrugs, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat de internationale handel in harddrugs de samenleving ernstig kan ontwrichten omdat achter die handel doorgaans een wereld van (grootschalige) georganiseerde en ondermijnende criminaliteit schuilgaat, waarbij het gebruik van (excessief) geweld niet geschuwd wordt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan deze randvoorwaarde is voldaan. Zeer succesvolle afscherming van criminele activiteiten waardoor deze met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kunnen worden aangepakt De rechtbank is van oordeel dat deze voorwaarde valt te vereenzelvigen met het in artikel 126w, tweede lid, Sv vervatte subsidiariteitsbeginsel.112 Aan deze subsidiariteitseis is reeds voldaan, zoals hierboven is toegelicht. Hoge uitzonderingsgevallen Dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant slechts in hoge uitzonderingsgevallen plaats mag vinden blijkt reeds uit de wettelijke voorwaarden voor die inzet. Hieruit kan worden afgeleid dat met de inzet zeer terughoudend moet worden omgegaan.113 Aan deze voorwaarde is reeds voldaan, zoals hierboven is toegelicht. Strikte waarborgen Dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant moet plaatsvinden onder strikte voorwaarden blijkt reeds uit de wettelijke voorwaarden waaronder de inzet plaats mag vinden, maar ook uit de wijze waarop de infiltratie zal moeten worden uitgevoerd. De uitvoering zal geen afbreuk mogen doen aan de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing.114 In de Aanwijzing is ten behoeve daarvan opgenomen dat bij de inzet van een criminele burgerinfiltrant steeds bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de betrouwbaarheid en de stuurbaarheid van de in te zetten burger. De burgerinfiltrant zal dan ook altijd begeleid moeten worden door een opgeleide begeleider van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid.115 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat de opsporingsinstanties voortdurend toezicht hebben gehouden op A-4110’s handelen als criminele burgerinfiltrant. De geplande inzetten van A-4110 zijn vooraf gegaan door een briefing van het begeleidingsteam van A-4110. Dit begeleidingsteam bestond uit daartoe opgeleide WOD-begeleiders.116 Tijdens de briefing werden de opdracht en het doel van de inzet besproken. Na afloop van de inzet vond een debriefing plaats. Van de (de)briefings en inzetten zijn processen-verbaal opgemaakt. Ook is A-4110 over de inzetten gehoord. Van deze verhoren zijn eveneens processen-verbaal opgemaakt. A-4110 heeft naast de geplande inzetten contactmomenten met verdachten gehad zonder dat hiervoor opdracht is gegeven. A-4110 woonde gedurende het onderzoek Vidar in de nabije omgeving van enkele verdachten en maakte deel uit van hun sociale netwerk. Van deze spontane contacten heeft A-4110 het begeleidingsteam op de hoogte gesteld. Ook deze contacten zijn vastgelegd in processen-verbaal. De inzetten van A-4110 zijn, voor zover operationeel mogelijk, opgenomen met opnameapparatuur.117 In de loop van het traject werd bovendien opnameapparatuur geplaatst in de woning van A-4110 en in diens voertuig (waarin zich ook een camera bevond). De vele opgenomen gesprekken zijn woordelijk uitgewerkt en aan het dossier toegevoegd. Van de inzet is dus ruimschoots verslag opgemaakt. De rechtbank merkt verder op dat uit het procesdossier niet gebleken is dat tijdens het onderzoek Vidar de integriteit van de opsporing op enig moment in het geding is gekomen. Zo is niet gebleken dat het openbaar ministerie de regie over en de controle op het handelen van A-4110 kwijt is geraakt. Ook is niet gebleken dat A-4110 op eigen houtje strafbare feiten is gaan plegen en via een dubbelspel misbruik heeft gemaakt van diens positie als criminele burgerinfiltrant. Uit de stukken komt het beeld naar voren dat A-4110 stuurbaar en betrouwbaar was. In het licht van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de inzet van de criminele burgerinfiltrant heeft plaatsgevonden onder strikte waarborgen. Er is sprake geweest van een transparante procedure, waarbij het openbaar ministerie meer dan voldoende toezicht heeft gehouden op het verloop van het traject en heeft gezorgd voor een adequate verslaglegging op basis waarvan de inzet door de rechtbank kan worden gecontroleerd. Voldaan moet zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zijn reeds uitgewerkt in respectievelijk het eerste en tweede lid van artikel 126w Sv. Aan die eisen is reeds voldaan. De inzet moet kortdurend zijn en er wordt geen gebruik gemaakt van groei-infiltranten In de Aanwijzing wordt bij de zin "De inzet moet kortdurend zijn en er wordt geen gebruik gemaakt van groei-infiltranten" in een voetnoot expliciet verwezen naar een uitlating van Minister Opstelten hieromtrent ("Zie pag. 20, Kamerstukken II 2013/2014, 29 279, nr. 195"). De rechtbank leidt hieruit af dat het College daarmee tot uitdrukking brengt dat aan voornoemde voorwaarde de volgende uitleg gegeven dient te worden: Minister Opstelten: (…) Het tweede punt betreft het korte traject. Het gaat er daarbij niet alleen om dat het een kort traject in tijd is. Het gaat primair om het doel van de inzet. Het moet een direct te bereiken doel zijn, zonder te veel tussenstappen. Dat wordt er ook mee aangegeven. De inzet leidt direct tot het verzamelen van het benodigde bewijs, bijvoorbeeld over een drugsdeal. Het gaat om een eenmalige inzet. Dat is hierbij het punt. Dit staat tegenover de niet toegestane langere trajecten, waarin meerdere stadia worden doorlopen om het doel te bereiken. Ik noem als voorbeeld: eerst een kleine drugsdeal organiseren, dan een iets grotere en daarna de grote klapper waarmee de hoofddader in beeld komt. Dat kan dus niet. Dan heb je een groeitraject.118 De rechtbank constateert hier dat de Minister een striktere definitie hanteert van "groei-infiltrant" dan de Enquêtecommissie (de commissie-Van Traa, hierna: Van Traa) in haar verslag van 22 november 1994 destijds heeft gedaan. De Enquêtecommissie definieerde een groei-infiltrant namelijk als een burgerinfiltrant die een belangrijke positie gegeven wordt ten opzichte van de organisatie waarin hij gaat infiltreren, opdat het mogelijk wordt dat hij vertrouwen wint bij de top van de criminele organisatie. Om de infiltrant te laten "groeien", moeten soms partijen drugs worden doorgelaten.119 De rechtbank is in het licht van het vorenstaande van oordeel dat door het openbaar ministerie niet is voldaan aan de genoemde randvoorwaarde. In het onderzoek Vidar is geen sprake geweest van een kortstondig traject en een eenmalige inzet. Ook was het hoofddoel - vaststellen of uitsluiten van betrokkenheid van (leden van) de Hells Angels bij de internationale handel in harddrugs - niet direct te bereiken. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van het geheel kan bovendien worden afgeleid dat het openbaar ministerie met de inzet zicht wilde krijgen op de opbouw en structuur van de organisatie en de personen die "boven" [medeverdachte 1] stonden, en/of de betrokkenheid van andere leden van de Hells Angels. Daartoe zijn meerdere stadia doorlopen om A-4110 de organisatie binnen te laten dringen en daarin te laten groeien als compagnon van [medeverdachte 2] (traject-Finland/Australië en traject-Finland/Denemarken). De rechtbank is dan ook van oordeel dat het openbaar ministerie zich niet aan zijn eigen regelgeving heeft gehouden. Dit levert een vormverzuim op ex artikel 359a Sv. De rechtbank is van oordeel dat geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden aan dit vormverzuim. Zij overweegt hierover het volgende. Om te beginnen valt de interpretatie die de Minister (en daarmee het openbaar ministerie) geeft aan het begrip groei-infiltrant niet geheel te rijmen met de aanleiding voor en het doel van het opheffen van het verbod, 120 namelijk het doordringen tot criminele groepen zodat informatie kan worden verkregen vanuit de kern van de criminele groepering zelf: over de hoofdrolspelers, hun criminele activiteiten en over hun geldstromen, opdat deze hoofdrolspelers en criminele groeperingen aangepakt kunnen worden.121 Inherent aan infiltratie is dat sprake zal zijn van beïnvloeding van de groepering. Om geloofwaardig te zijn dient de infiltrant vaak een actieve rol te spelen in de groep. Hij dient betrokken te raken bij de groep van personen of de criminele organisatie om er vervolgens deel van uit te gaan maken, zodat hij informatie en bewijsmateriaal kan vergaren die nodig is in het belang van het onderzoek.122 Daartoe zal hij in meer of mindere mate in de groepering moeten groeien.123 Deze ongerijmdheid relativeert de hardheid van de door het openbaar ministerie gekozen lage drempel voor het begrip "groei-infiltrant" enigszins. De rechtbank merkt in dit verband op dat de veel hogere drempel van Van Traa's definitie van de groei-infiltrant bij lange na niet is gehaald. Van groot belang is verder dat verdachten door het geconstateerde vormverzuim niet daadwerkelijk in hun verdediging zijn geschaad.124 Achterliggend belang van het "verbod" op criminele groei-infiltranten is namelijk dat geen afbreuk wordt gedaan aan de integriteit en de beheersbaarheid van de opsporing. Daarvan is, zoals uit het voorgaande mag blijken, geen sprake geweest. Anders dan bij de IRT-affaire is de opsporing niet "ontspoord" en evenmin zijn er onder verantwoordelijkheid van een officier van justitie (grote) hoeveelheden drugs op de markt terecht gekomen, zoals ten tijde van de IRT-affaire. Ten slotte kan niet worden gezegd dat door de wijze waarop en de mate waarin A-4110 is ingezet in strijd is gehandeld met het proportionaliteitsbeginsel. Toestemming van de Minister De ratio van deze toestemming is niet anders dan de ratio van het vereiste dat het College de Minister op de hoogte dient te stellen van voornemens tot het inzetten van burgerinfiltranten. Daar komt echter bij dat de Minister door het expliciet verlenen van toestemming voor die inzet een zwaardere politieke ministeriële verantwoordelijkheid lijkt te dragen.125 De facto is dit echter niet het geval.126 Indien de Minister van de inzet op de hoogte wordt gesteld draagt hij immers reeds een zwaardere politieke ministeriële verantwoordelijkheid. Hij kan in dat geval worden aangesproken op het nietuitoefenen van zijn aanwijzingsbevoegdheden. De randvoorwaarde dat de Minister expliciet toestemming moet verlenen voor de inzet van een criminele burgerinfiltrant lijkt dan ook vooral symbolisch te zijn. Ook ten aanzien van de beslissing van de Minister geldt dat de rechtbank niet gehouden is de zorgvuldigheid daarvan te onderzoeken. Voldoende is dat de rechtbank nagaat of de Minister de toestemming heeft gegeven. De rechtbank leidt uit de stukken af dat Minister Grapperhaus - zij het via een in beknoptheid uitblinkende brief - op 21 maart 2019 toestemming heeft verleend voor de inzet van criminele burgerinfiltrant in het onderzoek Vidar.127128 De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de gegeven toestemming te twijfelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan deze randvoorwaarde is voldaan. F. Vrijspraak feiten 3 en 4 (zaaksdossiers 9 en 11) 1Standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de feiten 3 en 4 bewezen kunnen worden. De officieren van justitie hebben daartoe ten aanzien van de feit 3 onder meer aangevoerd dat verdachte wist dat het geld bestemd was voor illegale praktijken. Voor wat betreft feit 4 zijn de officieren van justitie van mening dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat verdachte binnen de criminele organisatie drugstransporten uitvoert. Hij werkt daarbij in het bijzonder samen met [medeverdachte 8] en [medeverdachte 1] . 2Standpunt van de verdediging De raadslieden hebben bepleit dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de feiten 3 en 4. 3Oordeel van de rechtbank 3.1. Feit 3 Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 1° of 2º Sr, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan. Het opzet van de medeplichtige behoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan. Ingeval het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige niet (volledig) was gericht op het gronddelict, moet het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel was gericht, voldoende verband houden met het gronddelict.129 Op basis van de beschikbare bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat verdachte ten tijde van het tellen van het geld - op zijn minst - wetenschap heeft gehad van de aanmerkelijke kans dat het geld bestemd was als aanbetaling voor een (internationaal) drugstransport (van 86 kilo amfetamine naar Finland). Dit leidt ertoe dat niet bewezen kan worden dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het ten laste gelegde grondfeit, dan wel op een misdrijf dat voldoende verband houdt met dit grondfeit. De rechtbank acht feit 3 dan ook niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. 3.2. Feit 4 De rechtbank heeft op grond van de beschikbare bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte heeft behoord tot het in de tenlastelegging genoemde samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft gehad in dan wel gedragingen heeft ondersteund die strekten tot of rechtstreeks verband hielden met het binnen de organisatie bestaande oogmerk. Verdachte heeft slechts met een beperkt aantal medeverdachten contact gehad en in het kader van de bewezenverklaarde feiten slechts met [medeverdachte 8] zaken heeft gedaan, terwijl niet is gebleken dat het samenwerkingsverband daar iets mee te maken heeft gehad. Het voorgaande betekent dat niet is bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De rechtbank acht feit 4 dan ook niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. G. Bewijs feiten 1 en 2 (zaaksdossiers 1, 2, 3, 4, 5, 6) 1Vaststelling van de feiten De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, het volgende vast.130Daarbij is ieder bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. 1.1. Feit 1 (Zaaksdossier 1) De eerste contacten tussen [verdachte] en A-4110 A-4110 staat ingeschreven in het register van het Team Burger in Opsporing van de Nationale Politie, Landelijke Eenheid.131 Op 3 januari 2018 wordt A-4110 door de hem bekende [verdachte] aangesproken op het Vliet te Leeuwarden. [verdachte] vraagt aan A-4110 of hij nog weleens wat doet. Volgens A-4110 doelt [verdachte] daarmee op de handel in wapens en/of drugs. A-4110 bevestigt dat hij nog weleens wat doet. [verdachte] nodigt A-4110 vervolgens uit om eens bij hem langs te komen. Misschien kunnen hij en A-4110 wat doen. A-4110 spreekt met [verdachte] af dat hij bij hem langs zal komen.132 Op 11 januari 2018 rijdt A-4110 langs de woning van [verdachte] in [plaats] . A-4110 neemt vervolgens contact op met een vriend van [verdachte] , genaamd [naam 3] . A-4110 krijgt van [naam 3] te horen dat [verdachte] niet meer in [plaats] woont. A-4110 krijgt via [naam 3] het telefoonnummer van [verdachte] .133134 Op 12 januari 2018 spreken [verdachte] en A-4110 af op de Schrans in Leeuwarden.135 Tijdens de ontmoeting geeft [verdachte] aan dat hij iemand zoekt voor speed. [verdachte] zoekt liever iemand uit het buitenland dan iemand uit Nederland. [verdachte] zegt dat speed weinig kost qua investering, maar wel wat oplevert. [verdachte] geeft aan dat hij nog altijd belang heeft bij transport. Hij doet liever speed dan cocaïne omdat je bij cocaïne veel moet investeren. De inkoop van cocaïne kost veel. [verdachte] zegt dat speed voorhanden is. A-4110 gaat kijken of hij iemand kent.136 De identiteit van [verdachte] A-4110 verklaart tegenover zijn begeleiders dat [verdachte] ergens in de 30 is. [verdachte] is full member van de Red Devils. Dit is een supportclub van de Hells Angels. [verdachte] heeft een vriendin die uit [plaats] komt. De vader van die vriendin heeft een bakkerij in [plaats] (de rechtbank begrijpt: de vader van de ex-vriendin van [verdachte] had een bakkerij in [plaats] ). houdt zich bezig met allerlei zaken, zolang het maar geld oplevert. Hij handelt in drugs en wapens.137 Verbalisant [verbalisant] doet een onderzoek naar de identiteit van [verdachte] .138 Uit een zoekslag in politiesysteem BlueView komt naar voren dat [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te Dongeradeel, sergeant-at-arms is bij de Red Devils in Leeuwarden. Deze [verdachte] is tevens vennoot van [bedrijf 1] aan de [straatnaam] te [plaats] .139140 Op basis van deze informatie concludeert [verbalisant] dat [verdachte] de persoon betreft waarover A-4110 heeft verklaard.141 Op 15 april 2019 wordt aan A-4110 een fotoboek getoond met daarin 29 foto's. Elke foto wordt afzonderlijk aan A-4110 getoond.142 A-4110 verklaart over foto 13: "Dit is [verdachte] ."143 Foto 13 betreft een Facebook-foto van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985.144 De aanloop naar de ontmoeting met de buitenlandse afnemer Op 22 mei 2018 krijgt A-4110 van zijn begeleiders de opdracht om telefonisch contact op te nemen met [verdachte] teneinde hem te ontmoeten.145 Diezelfde dag belt A-4110 [verdachte] omstreeks 19.02 uur op telefoonnummer [telefoonnummer] .146 Uit de uitwerking van dit opgenomen gesprek blijkt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven: [verdachte] wordt gebeld door A-4110. A-4110 zegt dat [verdachte] laatst vroeg om een onderdeel voor zijn Harley. A-4110 zegt dat hij die nu heeft. [verdachte] zegt dat hij even na moet denken want hij heeft meerdere onderdelen nodig gehad voor zijn motor. [verdachte] vraagt of A-4110 morgen in de stad is. A-4110 vraag of [verdachte] donderdag ook kan. [verdachte] zegt dat hij donderdag in Leeuwarden is. [verdachte] en A-4110 spreken donderdag af.147 A-4110 is verhoord over dit telefoongesprek. A-4110 verklaart dat hij met [verdachte] heeft afgesproken om hem donderdag te ontmoeten.148 Op donderdag 24 mei 2018 krijgt A-4110 de opdracht om [verdachte] te ontmoeten en aan hem mede te delen dat hij een buitenlandse afnemer heeft gevonden die interesse heeft in de eerder door [verdachte] aangeboden speed. Indien [verdachte] interesse heeft dient A-4110 met [verdachte] een afspraak te maken om hem aan een buitenlandse afnemer te introduceren.149 Diezelfde dag vindt een ontmoeting plaats tussen [verdachte] en A-4110 op het Vliet in Leeuwarden.150 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met een technisch hulpmiddel.151 De opname van dit gesprek is uitgewerkt.152 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110: Red Devil. [verdachte] : Ja. [verdachte] : Ik heb een telefoon bij me. [verdachte] : Niet te hard.153 A-4110: Ik heb iemand. [verdachte] : Waarvoor? A-4110: Voor die snelle. [verdachte] : Oké. [verdachte] : Moet hij hebben? A-4110: Ja. Dat ligt eraan (niet te verstaan). [verdachte] : Die jongens zitten vast. Net opgepakt. A-4110: Ieren. [verdachte] : Dat is goed toch. A-4110: Dat is Ierland. [verdachte] : Willen ze het hier oppakken? A-4110: Dat moet je met hen bespreken. Ik laat ze hier komen. [verdachte] : Oké. A-4110: Wat zeg je ervan? Goed toch? [verdachte] : Beter is hier. [verdachte] : Ik wil wel aan deze kant blijven.154 [verdachte] : Laat maar gebeuren.155 A-4110: Als ik afspreek moet het serieus zijn hè? [verdachte] : We moeten eerst maar even … [verdachte] : Ik zie jou van tevoren nog een keer toch? A-4110: Ja. A-4110: Het is geen klein werk. [verdachte] : Nee, daarom. A-4110: Maar moet ik een afspraak maken met die man? [verdachte] : Eventjes goede dingen doen toch? A-4110: Ja. [verdachte] : Lijkt me wel toch? [verdachte] : Die ene is nu op vakantie. [verdachte] : Maar dat maakt niet uit. Ik moet me wel even indekken dat ik geen mensen passeer. A-4110: Komt goed. Het is geen haastwerk. [verdachte] : Daarom. A-4110: Het moet even goed gebeuren. Geen flauwekul. [verdachte] : Ja. [verdachte] : We gaan even contacten. Komt goed. [verdachte] : Je moet weer wat verdienen of niet? A-4110: Ja, ik moet weer geld hebben.156 [verdachte] : We houden contact. A-4110: Serieus. [verdachte] : Ja, tuurlijk. [verdachte] : Mooi dat het die is. Dan gaat het om aardige … A-4110: Ja.157 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.158 A-4110 verklaart dat hij met [verdachte] heeft gesproken over die snelle. Met snelle wordt de drugs speed bedoeld.159 [verdachte] gaat kijken hoe hij leveren kan.160 Op 1 juni 2018 vindt een ontmoeting plaats tussen A-4110 en [verdachte] bij [bedrijf 2] in Leeuwarden.161 Dit betreft een niet-geplande ontmoeting.162 Tijdens deze ontmoeting vraagt A4110 aan [verdachte] of hij al wat heeft gehoord. [verdachte] geeft aan dat hij er druk mee bezig is. Hij moet toestemming vragen aan iemand die nu vastzit. [verdachte] kan niet om hem heen. [verdachte] vraagt of ze ook mee mogen gooien met de Ier.163 A-4110 verklaart dat [verdachte] daarmee bedoelt te vragen of de Ier ook kilo's van hen mee wil vervoeren naar Ierland. A-4110 geeft aan dat [verdachte] daar met de Ier over kan praten.164 [verdachte] vraagt verder of de Ieren ook belang hebben bij andere dingen. A-4110 zegt dat het een grote organisatie is en dat ze overal wel belang bij hebben. [verdachte] antwoordt: "Dat is dan mooi."165 A-4110 verklaart dat [verdachte] met deze vraag doelt op andere soorten drugs dan speed, zoals coke en pillen.166 A4110 geeft aan dat hij vermoedt dat de Ieren de speed droog willen hebben. [verdachte] zegt lachend: "Dan kunnen we mooi geld verdienen."167 Op 14 juni 2018 krijgt A-4110 de opdracht om [verdachte] te ontmoeten en aan hem te vragen wanneer hij de Ier wil ontmoeten.168 Diezelfde dag spreken A-4110 en [verdachte] elkaar bij [bedrijf 2] in Leeuwarden.169 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met een technisch hulpmiddel.170 De opname van dit gesprek is uitgewerkt.171 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Zullen we even een rondje lopen. Ik laat mijn telefoon hier even liggen.172 [verdachte] : (niet te verstaan) Jij belde mij gisteren een paar keer (niet te verstaan). Stel je voor het gaat mis (niet te verstaan). Anders word jij ergens bij betrokken waar je niet bij betrokken wilt worden. [verdachte] : Het zal allemaal wel goed gaan. [verdachte] : Stel je voor er gaat wel iets mis … en dan pakken ze … (niet te verstaan). En dan kijken ze in je telefoon.173 [verdachte] : Die jongens die zitten in Duitsland vast. [verdachte] : Ik ben bang dat het niet goed komt als ik het via andere jongens ga halen. A-4110: Waarom niet? [verdachte] : Ik denk dat ik dan geen goede kwaliteit kan waarborgen. [verdachte] : Dat was de vorige keer ook. Dan moet het opnieuw gekocht worden.174 A-4110: Hij komt hierheen. [verdachte] : Oké. A-4110: Moet even met je afspreken. [verdachte] : Wanneer komt hij hierheen dan? A-4110: Eén dezer dagen. [verdachte] : Hij wil niet … Hij wil dat snelle hebben? [verdachte] : Eigenlijk moeten wij niet eens wat aan gaan bieden. [verdachte] : Eigenlijk moet je vragen: "Wat wil je hebben?" [verdachte] : Dat je het omdraait. [verdachte] : Hij wil hier betalen neem ik aan? A-4110: Ja.175 [verdachte] : We moeten gewoon een beetje (niet te verstaan) doen. (niet te verstaan) dan gaan we kijken hoe het loopt. Dan kunnen we misschien een paar keer meelopen.176 A-4110: Wat moet ik tegen hem zeggen? Kun je niks met die jongen die nu vastzit? [verdachte] : Een half jaar gaat het duren voordat hij voorgeleid wordt (de rechtbank begrijpt: voordat zijn zaak inhoudelijk wordt behandeld). [verdachte] : Die rechtszaak moet nog komen.177 A-4110: Hij komt met een voorstel. [verdachte] : Laat hem maar met voorstellen komen.178 A-4110: Ze moeten zelf oordelen wat het is. [verdachte] : Ja. [verdachte] : We hoeven niet moeilijk te doen. Als ze het meenemen dan is het klaar, maar dan is het ook goed, anders nemen ze het niet mee.179 A-4110: (niet te verstaan) Het kan wel duur zijn … (niet te verstaan) [verdachte] : Ik betaal nu 26. A-4110: Dat is echt goedkoop. [verdachte] : Maar niemand weet dat hoor. A-4110: Wat wil je hen vragen? [verdachte] : (niet te verstaan) Als ze echt willen gaan gooien … Dat is goed, maar de prijs gaat (niet te verstaan) dadelijk weer omhoog. [verdachte] : (niet te verstaan) dan vragen we 30.180 [verdachte] : Gaan kijken. We gooien. Als we daar wat geld uit halen. Paar keer zien. Daarna dan (niet te verstaan) mee gooien. [verdachte] : Proberen. Kijken of het daar wil. Dat is even een ingangetje om iets op te zetten. Dat wij erbij in zitten. [verdachte] : We moeten eerst maar even horen wat jouw man wil. [verdachte] : Wanneer komt die afspraak? A-4110: (niet te verstaan) twee weken. [verdachte] : Komt goed. [verdachte] : Doe maar rustig aan. Er niet teveel bovenop zitten. Ze laten maar zien dat ze graag met ons willen. A-4110: Waar kan ik je bereiken? [verdachte] : Kan gewoon via de telefoon, maar ik was gisteren niet … Als ik met een paar dingen bezig ben dan wil ik niet gaan kruisen. [verdachte] : Dan kan het misschien jou (niet te verstaan) weer in gevaar brengen.181 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.182 A-4110 verklaart dat [verdachte] aan hem gevraagd heeft of de Ier ook wat anders wil dan snelle. [verdachte] geeft aan dat hij de kwaliteit van snelle niet zo goed meer kan garanderen. De man die voor hem snelle leverde zit vast in Duitsland. Het betreft Nederlanders die nog niet zo lang in Duitsland vastzitten. [verdachte] geeft aan dat hij wel mensen kent, maar dat de man die vastzit het beste had. [verdachte] vraagt aan A-4110 of de Ier ook wat anders wil. [verdachte] maakt op dat moment een snuifgebaar.183A-4110 begrijpt dat [verdachte] daarmee doelt op coke.184 [verdachte] geeft aan dat hij 26 betaalt voor coke. Hij kan het voor 30 aanbieden. [verdachte] geeft aan dat de coke van goede kwaliteit is.185 A-4110 en [verdachte] spreken ook over mee gooien. [verdachte] wil eerst zien hoe het loopt.186 Op 28 juni 2018 krijgt A-4110 de opdracht om contact te maken met [verdachte] en hem uit te nodigen voor een ontmoeting met de Ier op 5 juli 2018.187 Op 29 juni 2018 bezoekt A-4110 de woning van [verdachte] . A-4110 zegt tegen [verdachte] dat de Ier hem op 5 juli 2018 wil ontmoeten. Tijdens het gesprek spreekt [verdachte] over cocaïne. [verdachte] is van mening dat de handel in cocaïne beter is dan de handel in speed. [verdachte] kan met cocaïne meer verdienen.188 De eerste ontmoeting met de buitenlandse afnemer ("de Ier" A-4133) A-4133 betreft de zogenaamde afnemer van verdovende middelen die "de Ier" wordt genoemd.189 A-4133 is een voormalig politie-infiltrant uit het Verenigd Koninkrijk die in 2017 met eervol ontslag is gegaan.190 Op 5 juli 2018 krijgt A-4133 de opdracht om samen met A-4110, [verdachte] te ontmoeten in Zurich en tijdens die ontmoeting informatie in te winnen over de drugshandel van [verdachte] . Daarnaast krijgt A-4133 de opdracht om informatie in te winnen over een testaankoop van maximaal één kilo cocaïne bij [verdachte] .191 Diezelfde dag stuurt A-4110 [verdachte] een sms met het verzoek om hem te ontmoeten in Zurich. A-4133 en A-4110 rijden vervolgens naar Zurich.192 Bij [bedrijf 3] in de buurt van Zurich (de rechtbank begrijpt: [bedrijf 3] ) vindt tussen A-4133, A-4110 en [verdachte] een ontmoeting plaats.193 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met een technisch hulpmiddel.194 De opname van dit gesprek is uitgewerkt.195 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4133: Ik ben [naam 4] .196 A-4133: Zit je hier goed of wil je naar buiten? [verdachte] : Niet hier. We doen later een beetje buiten. A-4133: Goed.197 [verdachte] : Je komt uit Belfast? A-4133: Ja. A-4133: Noord-Ierland.198 [verdachte] : Blijf je kort in Nederland? A-4133: Ja, maar voor twee dagen.199 A-4133: We gaan buiten wandelen? Wil je naar het terras of wil je gaan lopen? [verdachte] : Ja, hij bericht me via sms dat ik hier kon komen. En als je dat per sms doet. Ik ben niet paranoïde, maar je kunt … Het is te makkelijk om … A-4133: Ik weet het. [verdachte] : Sms'jes hebben ze direct. Kunnen ze direct meelezen. [verdachte] : WhatsApp is beter.200 A-4133: We hebben elkaar in Pattaya gesproken A-4133: We hadden het over onze zaken. Hij zei dat je geïnteresseerd was in het vinden van een paar nieuwe klanten. [verdachte] : Ja, ik wil (niet te verstaan). A-4133: Dus … [verdachte] : Maar de makkelijke manier. De leuke, makkelijke en open manier. [verdachte] : Hij zei tegen mij "hij is een makkelijke, normale vent." Hij weet dat we veel dingen hebben gedaan. Soms gaan dingen goed en soms gaan dingen fout. Een vriend van ons zit nu in de gevangenis met 1.000 kilo. [verdachte] : We willen niet in de schijnwerpers staan. [verdachte] : Ik vroeg hem eerder. Ik zeg: "waar ben je naar opzoek? Wat wil je doen? Wat kun je doen?" Hij zei: "we vragen het, we praten, komen bij elkaar, kijken wat er mogelijk is." A-4133: Vertel jij me maar wat je voor me kunt doen. [verdachte] : Het is Nederland. We kunnen alles regelen. [verdachte] : Dit eh dit eh. A-4133: Wat bedoel je? Bedoel je coke? [verdachte] : Coke ja, speed. A-4133: Ik begreep dat je speed had waar je een klant voor wilde, maar nu niet meer? [verdachte] : Ik had mijn eigen mannetje, maar die zit nu in de gevangenis in Duitsland. [verdachte] : Er ging iets mis. [verdachte] : Ik heb nog steeds hoor. Het is nog steeds mogelijk. [verdachte] : Maar op dat moment was het iets heel goeds. We deden het zelf en het was de makkelijke manier. A-4133: Je wist dat het goede kwaliteit was?201 [verdachte] : Alles moet goede kwaliteit zijn. [verdachte] : Soms is het mogelijk. En ook hiermee. Je hebt veel manieren om het te maken. [verdachte] : Of het komt hier of het komt hier in een product en we maken het hier. [verdachte] : Het moet goede kwaliteit zijn. Dan kunnen we ook zeggen dat we iets anders kunnen regelen. Dat is een heel fijn ding om zaken te doen denk ik. [verdachte] : Ik denk dat het de makkelijke manier is. En coke … alleen. A-4133: Met de coke ja. [verdachte] : De speed. Als je koopt. Je krijgt het hier. Je neemt het vanaf hier mee om het daar te krijgen. A-4133: Ik sta er voor open om te horen wat je kunt doen. Ik ga ervan uit dat je het mij hier wilt geven. Dan is het mijn probleem om het thuis te krijgen. [verdachte] : Ja. A-4133: Maar als je zegt dat je het vervoer ook kunt doen … Dat is een gesprek voor de toekomst. [verdachte] : Misschien kunnen we het ook vanaf daar regelen. Dat is praat voor de toekomst. [verdachte] : We kunnen daar gaan zitten. [verdachte] : Wat kun je betalen voor goede kwaliteit? A-4133: Voor coke? [verdachte] : Ja. A-4133: Voor hoeveel kun je het doen? [verdachte] : Voor één? A-4133: Laten we zeggen voor de eerste keer voor één. [verdachte] : Als je het voor één doet, dan denk ik dat we het voor 28 doen. A-4133: Oké. [verdachte] : Is dat goed? A-4133: Ja. [verdachte] : En we verdienen niet veel hoor, maar ik wil dat … het blijven brengen. We verdienen niet veel omdat de vakantie nu begint. Alle prijzen gaan … [verdachte] : Torenhoog. Elke keer hetzelfde in Nederland. [verdachte] : Ik denk dat 28 een eerlijke prijs is. A-4133: Dus 28 voor een ki ja? [verdachte] : Ja.202 [verdachte] : Beter doen we het nu een beetje minder.203 [verdachte] : Je neemt het vanaf hier. We hebben er geen hoofdpijn van. Ik moet alleen weten dat je het geld hebt en het aan je laten zien. Je ziet het en zegt dat het oké is. Dat het makkelijk is. Dan gaan we vanaf daar kijken … A-4133: Wat we kunnen doen … als het meer zou zijn. Dus we doen één voor 28. [verdachte] : Ja. A-4133: Als dit goed is en ik kom terug en ik wil tien of twintig, kunnen we dan een betere prijs afspreken? [verdachte] : Ja, natuurlijk. Hoe meer het is, hoe meer dit, natuurlijk dat is … A-4133: Ja. Hoe meer je koopt, hoe beter de prijs.204 A-4133: Ik moet weer teruggaan. Ik moet met mensen in mijn organisatie praten. Ik moet zeggen: "dit is zoveel voor één. Voor een test." [verdachte] : Over de speed. Ik denk rond de € 1.000,00. [verdachte] : Voor een ki. [verdachte] : De prijs voor mij is 800. Ik hoef er niet over te liegen. Ik moet geld verdienen.205 A-4133: Ik moet betalen voor het transport. A-4133: Het is een eind van Nederland naar Belfast. Er zijn veel risico's. [verdachte] : Misschien kunnen we ook regelen. Het Noorden. Ik ken bijna iedereen. Het is mijn gebied en dat is makkelijk voor mij. [verdachte] : Ik denk dat het voor jou ook goed is hier in het Noorden. Wij zien ook de dingen. Als er misschien iets niet klopt. We zien het altijd.206 A-4133: Ik wil dit zo eenvoudig mogelijk doen. Hij zegt tegen mij dat hij jou 100% vertrouwt. Dus ik wil … Zeg me de prijs … [verdachte] : Ik heb een bakkerij. Ik hoef niet weg te rennen. Ik kan niet wegrennen voor iets. [verdachte] : Je moet ergens beginnen. [verdachte] : En dan moeten we zien dat het gaat lopen. [verdachte] : Als ik moet investeren dan loop je meer risico. Dan moet ik een beetje meer verdienen.207 A-4133: Natuurlijk. Hoe groter het risico voor jou, hoe meer geld je wilt verdienen. [verdachte] : Ja, natuurlijk.208 A-4133: Laten we het eerst over de coke hebben. A-4133: Is de zuiverheid goed? [verdachte] : Die is goed. Het is altijd goed. Goed is tussen 9.2 en 8. Ik laat het altijd testen en als je het test kun je de kwaliteit zien. [verdachte] : Meestal flakes. [verdachte] : Als je flakes hebt betekent dat niet … A-4133: Dat de kwaliteit … [verdachte] : Altijd goed is. Soms krijg ik mensen van … in … met het lichaam. [verdachte] : Als je 400 kilo stuurt. Als je minder kilo kwaliteit maakt heb je meer geld. [verdachte] : Maar als je het inneemt dan neem je altijd de hoogste kwaliteit. Want je bent stom om te brengen. Want als je inneemt kunnen mensen één kilo inbrengen tot 1,4. [verdachte] : 800 gram en 1400 gram. Dat is het maximum. [verdachte] : Je stopt geen rommel in de maag omdat het zo weinig is. A-4133: Als het hier komt is het niet … [verdachte] : Niet gesneden. [verdachte] : Nee, natuurlijk niet. Dan is de kwaliteit rommel. A-4133: Dus het is verse kwaliteit? [verdachte] : Verse kwaliteit uiteraard. [verdachte] : Garantie. Ik kan altijd terugbrengen. Bij iedereen.209 [verdachte] : Wij kunnen ook regelen hoe je het daar kan krijgen.210 A-4133: Jij kunt dat regelen? [verdachte] : Misschien. Ik zat te denken. Als je mensen hebt kunnen wij volgen. A-4133: Als ik één ki koop, komt het dan in een reep? Komt het in een compacte kilo? [verdachte] : Ja, ik denk een compacte reep. Als de ki die ik je geef hier zou moeten komen. [verdachte] : Op het moment dat je zegt "nu hebben we het geld" dan regel ik de dingen. A-4133: Weet je waar het vandaan komt? [verdachte] : Het kunnen verschillende plaatsen zijn. Ook als je het hier regelt. Je stopt het erin in Suriname. Je stopt het in kruiden en je wast het hier. En je maakt hier flakes. [verdachte] : Het hangt van sommigen af. Dan smaakt het een beetje als dieselolie. [verdachte] : Als je dat proeft, dan was er geen goede kok om het hier te maken. [verdachte] : Chef. A-4133: Dus als ik vandaag zou zeggen "oké, ik bestel één ki", hoelang moet ik dan wachten? [verdachte] : Op het moment denk ik één of twee dagen. Ik kan het zeggen als je ongeveer een week van tevoren tegen mij zegt dat ik er één moet regelen. [verdachte] : Als je nu zegt. Hier met het geld staat. Dan moet ik regelen. Misschien kan ik het in een uur doen. [verdachte] : Ik denk dat het kan als ik een uur zeg. Als ik nu naar Amsterdam rij.211 A-4133: Ik wil in staat zijn om mijn compagnons thuis te vertellen over wat mogelijk is voor ons. We hebben het over coke gehad en over speed. [verdachte] : Ja, en wiet willen we niet teveel doen. [verdachte] : Want over de kwaliteit van wiet kun je niets zeggen.212 A-4133: Iets anders waar we in de toekomst misschien zaken in kunnen doen? [verdachte] : Xtc of zo iets. Ik kan de prijs niet zeggen. Dat hangt van de prijs van de MDMA af. [verdachte] : Maar dat ook. Alles is mogelijk. We hebben goede mensen.213 [verdachte] : De markt voor de auto's. Het is krap. Nu vakantie. De prijs stijgt. Het is voor jou ook krap. Jij moet het ook goed vinden. Het is mogelijk dat de prijs krap wordt. [verdachte] : De mensen waar je het mee doet. Ze kennen de prijzen. Ze moeten het wel weten. [verdachte] : Als je hier een halfjaar geleden was. Toen at ik goed. Omdat ik het voor 20 neem. A-4133: Mag ik vragen wat je … Oké dus je doet één voor mij voor 28. Mag ik vragen … [verdachte] : Wat ik verdien? A-4133: Ja. [verdachte] : Op het moment 26. [verdachte] : Dat is niet veel. Het is ook de prijs omdat ik het zo kan nemen. Iemand moet ook wat verdienen. [verdachte] : Het is misschien een beetje krap, maar als je goede vrienden met mij bent kun je ook zeggen: "we zetten het op 30". Als het goed is kunnen we wat verdelen met ons drieën. Ik wil het mogelijk maken.214 A-4133: Laat mij teruggaan. A-4133: Ik denk dat de mensen blij zullen zijn als ik ze vertel dat je een goede prijs voor ons hebt voor de eerste keer. [verdachte] : Dat denk ik ook. A-4133: We houden het op 28.215 A-4133: Ik ga terug en praat met mijn vrienden. Als ik met ze spreek en antwoorden krijg neem ik weer contact met hem op. [verdachte] : Geen probleem. A-4133: Eind juli, begin augustus. Dan maken we een afspraak en kom ik weer langs. [verdachte] : Ja, is goed.216 A-4133 is verhoord over de ontmoeting.217 A-4133 verklaart dat [verdachte] geen zaken wil bespreken in het café of op het terras. [verdachte] is bang omdat de locatie van de ontmoeting via sms gestuurd is. Het gesprek vindt daarom buiten plaats. [verdachte] geeft aan dat hij opzoek is naar nieuwe klanten. Hij kan speed, cocaïne en xtc leveren. Voor een bedrag van € 28.000,00 kan [verdachte] één kilogram cocaïne leveren. Hij betaalt daar € 26.000,00 voor. De cocaïne is van hoge kwaliteit. Het formaat van cocaïne is afhankelijk van de wijze waarop de cocaïne het land is binnengekomen. De prijs van één kilogram speed is € 1.000,00. De inkoop kost € 800,00. De belangrijkste speedleverancier van [verdachte] is gearresteerd in Duitsland. [verdachte] kan echter nog steeds leveren. Het tijdsbestek waarin hij kan leveren varieert van een paar uur tot een paar dagen. A-4133 is mogelijk geïnteresseerd in de aankoop van één kilogram cocaïne als proefmonster. [verdachte] geeft aan dat dit mogelijk is. Ze spreken een prijs af van € 28.000,00.218 A-4133 geeft aan dat hij de ontmoeting met zijn partners gaat bespreken en dat hij eind juli of begin augustus weer contact opneemt met A-4110 om nog een ontmoeting met [verdachte] te plannen. [verdachte] vindt dit goed.219 Tijdens het gesprek over de voorgestelde deal loopt een burger voorbij. [verdachte] begint op dat moment over auto's te praten om te verbergen wat er besproken wordt.220 A-4110 is verhoord over de ontmoeting.221 A-4110 verklaart dat [verdachte] zaken wil doen op de langere termijn. [verdachte] geeft aan dat de kwaliteit van cocaïne 9,1 is. A-4110 verklaart dat [verdachte] hiermee bedoelt dat het om 91% pure cocaïne gaat. De kwaliteit van de cocaïne is afhankelijk van hoe het binnen wordt gehaald. Via slikken of via olie. Als het via olie gaat dan moet de kok de cocaïne eruit halen.222 De identiteit van de man in Duitsland Op 19 mei 2018 worden [naam 5] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en [naam 6] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] gecontroleerd door de douane op de snelweg richting Bitburg (Duitsland). In het voertuig waarin [naam 5] en [naam 6] zich bevinden is in totaal 4,968 kilogram marihuana en 99,40 gram cocaïne verstopt op een in het voertuig professioneel ingebouwde holle ruimte in de achterbank. 223 De verdovende middelen waren van [naam 5] . Hij wilde deze naar een afnemer brengen om deze met winst te verkopen.224 Hij heeft daarvoor [naam 6] als koerier ingeschakeld.225 Het doel was om de verdovende middelen naar de afnemer in Trier (Duitsland) te brengen.226 Op 24 januari 2019 heeft de arrondissementsrechtbank te Trier vonnis gewezen in de zaken tegen [naam 5] en [naam 6] .227 [naam 5] is daarbij veroordeeld voor de invoer van verdovende middelen in niet geringe hoeveelheid en handel in verdovende middelen tot een gevangenisstraf van vier jaren. [naam 6] is veroordeeld ter zake van de invoer van verdovende middelen in niet geringe hoeveelheid en medeplichtigheid bij de handel in verdovende middelen tot een gevangenisstraf van drie jaren.228 [naam 5] verblijft vanaf 20 mei 2018 tot en met de datum van veroordeling in voorlopige hechtenis in de penitentiaire inrichting Trier.229 [naam 6] verblijft vanaf 20 mei 2018 tot en met de datum van veroordeling in voorlopige hechtenis, eerst in de penitentiaire inrichting Wittlich en vanaf 7 juni 2018 in de penitentiaire inrichting Trier.230 Onder [naam 5] is een telefoon in beslag genomen. In deze telefoon is een contact opgeslagen onder de naam " [verdachte] " met telefoonnummer [telefoonnummer] .231 Dit telefoonnummer is in gebruik bij [verdachte] .232 [naam 5] verklaart tegenover de rechter-commissaris dat hij sinds 2016 bij de Red Devils zit. Hij kent [verdachte] al een aantal jaren. [verdachte] zit ook bij de Red Devils.233 [naam 5] verklaart dat met het in zijn telefoon opgeslagen contact " [verdachte] wordt bedoeld.234 De aanloop naar de pseudokoop van één kilogram cocaïne Op 30 juli 2018 krijgt A-4110 de opdracht om contact te maken met [verdachte] en hem uit te nodigen voor een afspraak op 31 juli 2018 om te praten over de Ier.235 Diezelfde dag bezoekt A4110 de woning van [verdachte] . Tijdens deze ontmoeting spreken [verdachte] en A-4110 over A4133. [verdachte] geeft aan dat de prijs van cocaïne, die [verdachte] eerder tegen A-4133 heeft genoemd, omhoog is gegaan omdat er veel is gepakt. A-4110 geeft aan dat [verdachte] de prijs niet zomaar teveel omhoog kan doen. [verdachte] geeft aan dat dit niet de bedoeling is omdat "ze" een relatie met de Ieren op willen bouwen om te groeien. A-4110 verklaart dat [verdachte] daarmee bedoelt te zeggen dat "ze" zaken willen doen voor de langere termijn. A-4110 en [verdachte] spreken af dat ze elkaar de volgende dag ontmoeten.236 Op 31 juli 2018 krijgt A-4110 de opdracht om langs te gaan bij [verdachte] en tegen hem te zeggen dat de Ieren geïnteresseerd zijn en langs willen komen voor de aankoop van cocaïne. Daarbij krijgt A-4110 de opdracht om aan [verdachte] te vragen wanneer hij beschikbaar is voor een afspraak met de Ier.237 Diezelfde dag bezoekt A-4110 de woning van [verdachte] .238 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met een technisch hulpmiddel.239 De opname van dit gesprek is uitgewerkt.240 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Leg even mijn telefoon weg hoor. [verdachte] : Leg hem even op de grond neer.241 A-4110: Ze hebben veel interesse. [verdachte] : Tof. A-4110: Wanneer kan jij? [verdachte] : Wat willen ze? A-4110: Als ze komen willen ze gelijk één kilo hebben. [verdachte] : Dat is goed toch. A-4110: Eerst testen. [verdachte] : Willen ze de vakantie afwachten? A-4110: Ik denk het. [verdachte] : Is goed toch. Klinkt heel serieus. [verdachte] : Ik moet niet te hard praten. A-4110: Had jij het ook zo in gedachten? [verdachte] : Iedereen die goed in de handel zit weet dat er nu niets gebeurt. A-4110: Wat denk jij?242 [verdachte] : Zullen we de vakanties afwachten. Laat me maar horen wanneer zij … A-4110: Want je zit met transport en alles. [verdachte] : Weten we zelf ook wel. Als je nu wat wil. Eerst gaan de prijzen … Het is omdat niemand dat doet. [verdachte] : Als zij wat groot zijn snappen ze dat. Transporteurs. Iedereen is op vakantie. [verdachte] : Misschien moeten we gewoon wat met speed doen. A-4110: Speed? Dat is toch niks waard. Daar verdien je niks op. A-4110: Ze komen met cashgeld. [verdachte] : Eerst even 10 kilo kopen. Pakken ze 10 op. Dan kopen wij dat in voor 700 of zo iets. Zetten we dat weg voor een rooitje. Zit er toch wat aan de strijkstok voor ons. [verdachte] : Als we één wegzetten is het weer hetzelfde. A-4110: Ja, ze hebben wel belang bij die wit. [verdachte] : Dat is ook goed. Dat maakt me niet uit. Alles is er wel. A-4110: Zij willen alles wel. [verdachte] : Zij kunnen makkelijker geld maken met die pep. A-4110: Die pep is er wel? [verdachte] : Tuurlijk. Tenminste dat duurt nog even. A-4110: Dat was toch zoeken. [verdachte] : Die is er wel. Dat komt. [verdachte] : We moeten geen paniekvoetbal doen. [verdachte] : We mogen best een beetje afwachtend zijn. Dat is juist een goed signaal. Als wij te happerig zijn klopt het toch ook niet. Het zou toch mooi zijn als het lekker loopt. Dat ik op vakantie ben en jij op vakantie bent en dat we gewoon doorverdienen. A-4110: Dus jij denkt dat we beter kunnen wachten? [verdachte] : Ja, beetje rustig. A-4110: Ben je vrij in september? [verdachte] : Ja, dan kan wel wat.243 [verdachte] : Ik zou er nu niet veel op pushen. [verdachte] : Zeg maar tegen die jongens dat het nu vakantieperiode is. [verdachte] : Alles is mogelijk. Alleen het is even wat lastiger. Dingen gaan wat omhoog. [verdachte] : En als hij dat weer vertelt. Aan die lui. Dan zeggen ze: "die jongens hebben gelijk." [verdachte] : Geen paniekvoetbal. Dan denken zij: nou dit zijn leuke jongens. En als jij dan zit van … Dat signaal moet je niet uitdragen want daar hebben ze helemaal geen zin in. [verdachte] : Dan gaan ze er ook heel anders in. Dan rippen ze je dadelijk. En dan moeten we geld gaan neerleggen. [verdachte] : Dus niet teveel pushen. Gewoon relaxed. [verdachte] : Ze moeten ons niet rippen. [verdachte] : We moeten niet teveel praten op straat. [verdachte] : Niet teveel, niet te hard hier. A-4110: Ik kan wel wachten. Dat maakt mij niets uit. [verdachte] : Ik heb wel honger, maar niet zoveel honger.244 [verdachte] : Het kan wel, maar het is nu moeilijker. Het is nu gewoon vakantieperiode. A-4110: Ja. En dan moet het op donderdag of vrijdag. [verdachte] : Als het op een andere dag moet is het ook wel te regelen. Ik ga niet om serieuze dingen … A-4110: Maar als iemand komt. Hoelang duurt het dan voordat het klaar is? [verdachte] : Ik moet die poen sowieso even zien. Het moet allemaal wel goed.245 A-4110 is verhoord over de ontmoeting.246 A-4110 verklaart dat hij tegen [verdachte] heeft gezegd dat de Ieren veel belangstelling hebben. De Ieren komen in september langs. [verdachte] vraagt of de Ieren ook belangstelling hebben in speed. Hij noemt een prijs van € 700,00 per kilo.247 Op 30 augustus 2018 krijgt A-4110 de opdracht om contact op te nemen met [verdachte] en tegen hem te zeggen dat de Ier op 4 september 2018 in de omgeving van Leeuwarden wil afspreken om met [verdachte] zaken te doen.248 Diezelfde dag vindt een ontmoeting plaats tussen [verdachte] en A-4110 bij de woning van [verdachte] . Tijdens deze ontmoeting zegt A-4110 tegen [verdachte] dat de Ier zaken wil doen. [verdachte] vraagt aan A-4110 of de Ier dan wel geld bij zich heeft. [verdachte] en A-4110 spreken af dat ze de Ier gaan ontmoeten op 4 september 2018 om 19.00 uur bij Hotel Van der Valk in Leeuwarden.249 Tijdens de ontmoeting biedt [verdachte] 100 gram cocaïne te koop aan voor € 3.000,00. [verdachte] zou daar € 300,00 op verdienen.250 Op 2 september 2018 wordt de hiervoor genoemde afspraak bevestigd. A-4110 zegt daarbij tegen [verdachte] dat de Ier één kilo coke wil kopen.251 De bestelling van één kilogram cocaïne door A-4133 bij [verdachte] Op 4 september 2018 krijgt A-4133 de opdracht om samen met A-4110 [verdachte] te ontmoeten in Hotel Van der Valk te Leeuwarden. Daarbij krijgt A-4133 de opdracht om maximaal één kilo cocaïne te kopen van [verdachte] voor een bedrag van maximaal € 30.000,00.252 Diezelfde dag, omstreeks 19.00 uur, vindt in het Van der Valk Hotel Leeuwarden een ontmoeting plaats tussen A4110, A-4133 en [verdachte] .253 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met een technisch hulpmiddel.254 De opname van dit gesprek is uitgewerkt.255 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4133: Ik heb met hem gesproken. Ik heb hem alles verteld over ons gesprek. Iedereen is blij. Ik heb A-4110 daarom gevraagd om tegen jou te zeggen dat ik er klaar voor ben en weer bij je langskom. Ik hoop dus dat we wat zaken kunnen doen. [verdachte] : Ja, dat hoop ik ook. A-4133: Is de prijs nog hetzelfde? [verdachte] : De prijs is nu een beetje hoger. [verdachte] : Het is nu moeilijk, maar het is … A-4133: Hoeveel meer? [verdachte] : Ik vertel je wat ik betaal. [verdachte] : Ik heb nu drie opties. Eén heel fijn ding was 29. [verdachte] : Eén was 28. [verdachte] : Ik denk dat je voor de 28 moet gaan. [verdachte] : Maar het is de prijs die ik moet betalen. A-4133: Dus hoeveel ga je mij dan rekenen? [verdachte] : Kijk. Ik moet het doen met een andere man, ik denk …256 A-4133: Je zei eerder dat je 26 moest betalen en dat je voor mij 28 zou rekenen. [verdachte] : Ik doe het met iemand anders. Ik doe het natuurlijk niet alleen. A-4133: Je moet het bij iemand anders halen. [verdachte] : Dit is de prijs die hij ook moet betalen. Dus ik moet aan hem denken. A-4133: Oké. [verdachte] : Ik denk dat als je kunt … dat mijn vriend kan duizend euro en hij kan duizend euro doen. Dat is eerlijk. Je moet een beetje meer verdienen. A-4133: Ja. A-4133: Dus wat bedoel je? Je zegt dat je dertig nodig hebt? [verdachte] : Ik heb dertig nodig. Denk je dan aan hem? A-4133: Ja. Denk jij ook aan hem met die dertig? [verdachte] : Ja.257 A-4133: Ik dacht misschien dat jij hem vijfhonderd kan geven en ik hem vijfhonderd kan geven. A-4133: Als ik jou 30 geef. [verdachte] : Ja. A-4133: Dan geef jij hem vijf en geef ik hem vijf. [verdachte] : Ja. Dat kunnen wij doen. A-4133: Ja. [verdachte] : Ja. We doen dat. 258 [verdachte] : Ik kan de dingen op dit moment niet in mijn eigen gebied krijgen. Ik moet daarvoor naar de omgeving van Schiphol (de rechtbank begrijpt: in Amsterdam). Ik moet het daar vandaan halen. Ik ken de mensen hoor. Het is goed.259 [verdachte] : Op het moment is het moeilijk. Het Noorden. De vakantie. [verdachte] : Wil je het vandaag hebben? A-4133: Ik hoop vandaag. [verdachte] : Dat is goed. [verdachte] : Waar slaap je? A-4133: Ik heb vrienden in Amsterdam dus ik ga daarheen. [verdachte] : Het is mogelijk om het te doen. Dan moet ik daarheen. A-4133: Ik heb het geld bij me. [verdachte] : Oké. [verdachte] : Ik doe het met mijn vriend. [verdachte] : Ik kan het zo doen. Ik heb je verteld dat ik hier een bakkerij heb. [verdachte] : Ik kan me niet verstoppen. Ik ga me niet verstoppen. Ik hoef me niet te verstoppen. [verdachte] : Wat wil je doen? A-4133: Als je een paar uur nodig hebt om het te regelen is dat oké. Ik kan samen met A-4110 wachten. Als je het geld van tevoren wilt zien, kan ik je het geld laten zien. A-4113: Hoe lang denk je dat je nodig hebt? [verdachte] : Ik moet een telefoontje plegen met een vriend. Mijn vriend reed vandaag om de koffie te zien. [verdachte] : Want ik wil geen … Het moet ook goed zijn. A-4133: Ja het moet van goede kwaliteit zijn. [verdachte] : Dan ga ik nu een telefoontje plegen en dan ga ik bij hem langs.260 [verdachte] : Ik denk dat ik met hem mee moet. Het is beter voor jou want je kent mijn mannetje niet. A-4133: Maar voor mij zou vanavond veel … Ik heb andere dingen die ik morgen moet doen. Mijn mannetje wacht ook tot hij iets van mij hoort. Ik neem dit niet mee terug naar huis. Iemand anders neemt het voor me mee. [verdachte] . Ik begrijp het helemaal. Ik ga naar hem toe. [verdachte] : En dan gaan we bespreken hoe we het gaan doen. [verdachte] : Mijn mannetjes hier die kopen. Ik ga nu met hem mee. Ik vraag hem: "wat wil je doen? Wat is de makkelijke manier? Contact opnemen met je contactpersoon?" [verdachte] : Anders is het morgenvroeg. Beter nu vanavond. A-4133: Vanavond is beter. A-4110: Moet je het geld nog zien? [verdachte] : Heb jij dat gezien? A-4110: Ja. [verdachte] : Dan hoef ik het niet te zien. A-4110: Het zit in de auto. [verdachte] : Dan is het oké. [verdachte] : Het gaat allemaal om vertrouwen.261 A-4110: Wij gaan naar binnen toe en jij gaat nu naar die jongen toe. [verdachte] : Ik zie je straks.262 A-4133 verklaart over dit deel van de ontmoeting dat hij aan heeft gegeven dat hij één kilogram cocaïne van [verdachte] wil kopen. [verdachte] geeft aan dat dit mogelijk is, maar dat de prijs is gestegen. [verdachte] en A-4110 spreken als prijs af een bedrag van € 30.000,00. Van dit bedrag krijgt A-4110 van zowel A-4133 als [verdachte] € 500,00 voor het introduceren. A-4133 geeft aan dat hij de aankoop bij voorkeur vanavond afrondt.263 [verdachte] kan de kilogram cocaïne niet van zijn gebruikelijke lokale leveranciers krijgen omdat er niets beschikbaar is. Hij moet de cocaïne daarom in de buurt van Schiphol (de rechtbank begrijpt: Amsterdam) halen. A-4133 heeft het geld bij zich. [verdachte] en A-4133 spreken af dat [verdachte] met een vriend het een en ander gaat bespreken en dat hij probeert om de cocaïne geleverd te krijgen. A-4110 en A-4133 wachten in de lobby tot [verdachte] terugkomt.264 Omstreeks 19.29 uur verlaat [verdachte] het hotel en stapt hij in een Volkswagen Polo.265 Deze Volkswagen is voorzien van kenteken [kenteken] .266 Om 19.30 uur vertrekt de Volkswagen vanaf het adres [straatnaam] te 8941 BR Leeuwarden.267 Op dit adres is het Van der Valk Hotel gevestigd.268 Tussen 19.30 uur en 19.45 uur rijdt de Volkswagen vanaf het Van der Valk Hotel naar Wergea.269 Het inschakelen van de hulp van [medeverdachte 6] Uit de tap op het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ) blijkt dat hij om 19.36 uur een telefoongesprek voert met een man met een Antilliaans accent ( [telefoonnummer] ). [verdachte] vraagt aan de man of hij thuis is. De man bevestigt dit. [verdachte] wil een bakje koffie komen drinken. [verdachte] vraagt aan de man of hij het vest van de club nog even moet hebben. De man antwoordt daarop bevestigend. [verdachte] en de man spreken af bij de carpool.270 De stem van de man wordt herkend als de stem van " [medeverdachte 6] ".271 Dit betreft [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedatum] 1976 te Aruba.272 Deze [medeverdachte 6] woont op het adres [straatnaam] 15 te Wergea.273Uit de politiesystemen komt naar voren dat [medeverdachte 6] een rode Toyota Aygo met kenteken [kenteken] op naam staan heeft staan. [medeverdachte 6] is prospect van de Red Devils Leeuwarden.274 Omstreeks 19.45 komt [verdachte] aan in Wergea en parkeert de Volkswagen aan de [straatnaam] . [verdachte] heeft op straat contact met een getinte man die een haarzak draagt. Deze man loopt omstreeks 20.27 uur het portiek in waar perceel [straatnaam] is gelegen. Omstreeks 20.28 komt de man uit de richting van voornoemd perceel gelopen. De man loopt vervolgens in de richting van een personenauto die op de [straatnaam] geparkeerd staat. Dit voertuig betreft een rode Toyota Aygo met kenteken [kenteken] .275 Omstreeks 20.28 uur r

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.