Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/750010-20 Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 augustus 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in [instelling] . A. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 februari 2022, 14 februari 2022, 17 februari 2022, 7 maart 2022, 25 maart 2022, 13 april 2022, 21 april 2022 en 12 mei 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. M.S. Kappeyne van de Coppello en H.J. Mous en van hetgeen mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam bij pleidooi naar voren heeft gebracht. Inleidende opmerkingen De strafzaak tegen verdachte is een onderdeel van het resultaat van een grootschalig onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van leden van de Hells Angels, charter North Coast, in Harlingen bij de internationale handel in harddrugs. Het resultaat van het onderzoek is mede bereikt door de inzet van de criminele burger A-4110 als pseudokoper/-dienstverlener, informant en infiltrant. Van het dwangmiddel criminele burgerinfiltratie is sinds de IRT-affaire in de jaren '90 geen gebruik meer gemaakt. In aanloop naar deze affaire zijn ter bestrijding van de georganiseerde misdaad bewust tonnen drugs doorgelaten onder regie van politie en justitie. Hierbij zijn gestuurde burgerinfiltranten behulpzaam geweest, waaronder ook criminele burgerinfiltranten.12 Naar aanleiding hiervan is een parlementaire enquête gehouden.3 De Parlementaire enquête opsporingsmethoden, IRT (1994-1996) concludeert in haar rapport van 1 februari 1996 dat van criminele burgerinfiltranten die onder regie van politie en justitie strafbare feiten plegen - geen gebruik moet worden gemaakt.4 Op 19 november 1998 wordt de motie-Kalsbeek-Jasperse ingediend. In deze motie is een algemeen verbod tot de inzet van criminele burgerinfiltranten door de politie en het openbaar ministerie opgenomen.5 In de motie wordt overwogen dat het werken met een criminele burgerinfiltrant een hoog processueel afbreukrisico kent. Het handelen van de criminele burgerinfiltrant is daarnaast in het algemeen slecht controleerbaar. Door de vaak voorkomende zogenaamde "dubbele agenda" bij een criminele burgerinfiltrant is slecht te controleren of zijn handelen voldoet aan het Tallon-criterium.6 De motie is op 26 november 1998 door de Tweede Kamer aanvaard.7 Op 25 maart 2014 heeft de Tweede Kamer haar verbod op de inzet van criminele burgerinfiltranten laten vervallen. Op die datum wordt door de Tweede Kamer namelijk de motie-Recourt c.s. aanvaard.8 In deze motie wordt overwogen dat er zware criminelen en criminele organisaties zijn die hun criminele activiteiten zeer succesvol afschermen en met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kunnen worden aangepakt. Bij deze vorm van zware criminaliteit kan de inzet van buitengewone opsporingsbevoegdheden, waaronder de inzet van de criminele burgerinfiltrant, noodzakelijk zijn, De inzet van een criminele burgerinfiltrant moet zeer zorgvuldig plaatsvinden vanwege de hoge processuele afbreukrisico’s. Alleen in hoge uitzonderingsgevallen en onder strikte waarborgen moet gewerkt kunnen worden met inzet van de criminele burgerinfiltrant. De Tweede Kamer verzoekt de regering dan ook om een criminele burgerinfiltrant alleen in te zetten: als voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit; onder een zeer streng regime van waarborgen; bij zeer gesloten criminele groeperingen die zich schuldig maken aan de ernstigste vormen van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit; in korte trajecten, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van groei-infiltranten; na toestemming van de minister van Veiligheid en Justitie.9 De rechtmatigheid van de inzet van de criminele burger A-4110 als burgerinfiltrant is één van de centrale thema's in deze zogenoemde megazaak met de naam "Vidar". Binnen het onderzoek Vidar zijn meerdere personen als verdachte aangemerkt. In totaal staan 23 verdachten terecht. Drie zaken zijn al afgedaan. De verdenkingen tegen de verdachten variëren van betrokkenheid bij de internationale handel in harddrugs tot het witwassen van (aanzienlijke) geldbedragen en het bezit van vuurwapens of harddrugs. Aan de acht hoofdverdachten wordt verweten dat zij deel hebben genomen aan een criminele organisatie die zich onder meer bezig heeft gehouden met de internationale handel in harddrugs. Het politiedossier van het onderzoek Vidar (NNRAA18011) is opgemaakt door de Nationale Politie, Eenheid Noord-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Generieke Opsporing. De ordners van het politiedossier zijn als volgt onderverdeeld en doorgenummerd: algemeen dossier, pagina 1 tot en met 17449; algemeen dossier nazending februari 2021, pagina 9368 tot en met 9556; algemeen dossier nazending oktober 2021, pagina 9557 tot en met 9975; algemeen dossier nazending december 2021, pagina 9976 tot en met 10007; beslag dossier, pagina 1 tot en met 1005; beslag dossier nazending oktober 2021, pagina 1006 tot en met 1091; beslag dossier nazending december 2021, pagina 1092 tot en met 1114; methodieken dossier, pagina 1 tot en met 7663; methodieken dossier nazending februari 2021, pagina 7087 tot en met 7098; - methodieken dossier nazending oktober 2021, pagina 7099 tot en met 7106. Het politiedossier is opgebouwd uit 33 zaaksdossiers. In deze zaaksdossiers staan de onderzoeksbevindingen beschreven die geleid hebben tot de verdenkingen tegen de verdachten. Thans zijn 28 zaaksdossiers van belang. In deze zaaksdossiers draait het, kort en zakelijk weergegeven, om het volgende: poging tot uitvoer van één kilogram cocaïne naar Noord-Ierland; uitvoer van 987,41 gram amfetamine en 99,75 gram cocaïne naar Noord-Ierland; uitvoer van 4.980,60 gram amfetamine naar Noord-Ierland; 4. uitvoer van 8.315,88 gram amfetamine naar Noord-Ierland; 5. uitvoer van 9.893,10 gram amfetamine naar Noord-Ierland; 6. uitvoer van 12.227,58 gram amfetamine en 964,29 gram MDMA naar Noord-Ierland; 7. voorbereidingshandelingen voor de uitvoer van 140 kilogram amfetamine naar Finland; 8. voorbereidingshandelingen voor de uitvoer van 300 kilogram harddrugs naar Australië; 9. uitvoer van 86 kilogram amfetamine naar Finland; 10. voorbereidingshandelingen voor de uitvoer van 30 kilogram amfetamine naar Denemarken; 11. deelneming aan een criminele organisatie; 12. witwassen van € 100.000,00; 13. witwassen van € 4.000,00; 14. witwassen van € 78.000,00 uit Finland; 15. witwassen van € 300,00; 16. witwassen van € 35.000,00, € 5.000,00, € 20.000,00, € 11.000,00 en € 15.000,00 uit Finland; 17. witwassen van € 140.000,00 uit Finland; 18. witwassen van € 200.000,00, een BMW en € 75.000,00; 19. witwassen van € 20.000,00; 20. witwassen van € 29.225,00 en 32.800,00 NOK; 21. witwassen van 20.300,00 DKK; 22. witwassen van € 15.085,00, € 18.650,00, € 25.120,00, € 28.510,00 en € 4.950,00; 23. voorhanden hebben van een pistool, twee patroonmagazijnen en 19 kogelpatronen; 25. voorhanden hebben van drie pistolen, twee patroonmagazijnen en 105 kogelpatronen; 25. voorhanden hebben van een pistool, een patroonmagazijn en 33 kogelpatronen; 28. aanwezig hebben van 3,42 gram MDMA, 4,68 gram amfetamine en 23,43 gram GHB; 28. aanwezig hebben van 1.113,50 gram amfetamine en 275 xtc-pillen; 33. aanwezig hebben van 10.032,23 gram amfetamine en 1.927,16 gram cocaïne. Daar waar de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van één of meer ten laste gelegde feiten, zal zij - om redenen van efficiëntie - de bewijsmiddelen uit het betreffende zaaksdossier voor de betrokken verdachten op gelijke wijze beschrijven. De rechtbank onderkent dat als gevolg hiervan niet alle bewijsmiddelen voor de betreffende verdachte in gelijke mate van belang zijn. C. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving en na wijziging van de tenlastelegging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: feit 1 (zaaksdossier 7) hij in of omstreeks de periode van 22 juni 2019 tot en met 11 oktober 2019 te Leeuwarden en/of te Zurich en/of te Hurdegaryp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in artikel 10, vierde of vijfde lid van de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet, van 140 kilogram, althans (een) grote hoeveelhe(i)d(
- en)amfetamine (speed), zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (bestemd voor Finland,) voor te bereiden en/of te bevorderen, waarbij verdachte tezamen en in vereniging met één of meer anderen, zich en/of één of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeftgetracht te verschaffen en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
- s)wist(
- en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(
- s)meermalen contact gehad via (een) cryptotelefoon(
- s)over de uitvoer van 140 kilogram amfetaminenaar Finland en/of ontmoetingen gehad in Leeuwarden (in de [naam bedrijf] ) en/of in Zurich en/of in Hurdegaryp (in Hotel Van der Valk) om te overleggen over de uitvoer van 140 kilogram amfetamine naar Finland en/of ( een) cryptotelefoon(
- s)voorhanden gehad om te communiceren over de uitvoer van 140 kilogramamfetamine naar Finland en/of een geldbedrag van € 78.000,00, of een deel daarvan, voorhanden gehad dat bestemd was voor definanciering van de uitvoer van 140 kilogram amfetamine naar Finland; feit 2 (zaaksdossier 8) hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2019 tot en met 2 maart 2020 te Leeuwarden en/of te Zurich en/of te Noardburgum en/of te Hurdegaryp en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland, en in Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, om een feit bedoeld in artikel 10, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, in de zin van artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van 300 kilogram, althans (een) grote hoeveelhe(i)d(
- en)cocaïne en/of methamfetamine (ice) en/of amfetamine (speed) en/of MDMA, althans in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (bestemd voor Australië,) voor te bereiden en/of te bevorderen, waarbij verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader(
- s)zich en/of één of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeftgetracht te verschaffen en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
- s)wist(
- en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(
- s)- meerdere ontmoetingen/gesprekken/overleggen gehad in (onder meer) Thailand en/of in Leeuwarden (in de [naam bedrijf] ) en/of in Hurdegaryp (bij Hotel Van der Valk) en/of in Noardburgum en/of in Amsterdam en/of meermalen telefonisch contact gehad en encrypted berichten verstuurd per cryptotelefoon met éénof meerdere partijen over de invoer van harddrugs naar Australië en/of over de aanbetaling daarvoor en/of per handgeschreven briefje met een achttal vragen inlichtingen gevraagd en/of ( een) cryptotelefoon(
- s)om te communiceren over de uitvoer van harddrugs naar Australiëvoorhanden gehad en/of een handgeschreven briefje met vragen over het opzetten van een transportlijn voor harddrugs naarAustralië, voorhanden gehad; feit 3 (zaaksdossier 9) hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2020 tot en met 2 maart 2020 te Leeuwarden en/of te Peins en/of te Ried, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet, ongeveer 86 kilogram amfetamine (speed), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 4 (zaaksdossier 10) hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2020 tot en met 1 maart 2020 te Leeuwarden en/of te Zurich en/of te Westergeest en/of te Ried, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, om een feit, als bedoeld in artikel 10, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet, van 30 kilogram, althans (een) grote hoeveelhe(i)d(
- en)amfetamine (speed), zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (bestemd voor Denemarken,) voor te bereiden en/of te bevorderen, waarbij verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), een ander heeft getracht te bewegen om dat feit mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijnen/of zich en/of één of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
- en)heeft getracht te verschaffen en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
- s)wist(
- en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(
- s)aan (een) perso(o)on(
- en)gevraagd om de partij amfetamine de grens bij Denemarken over tebrengen en/of meermalen contact gehad via (een) cryptotelefoon(
- s)om te overleggen over de uitvoervan 30 kilogram amfetamine naar Denemarken en/of ( een) cryptotelefoon(
- s)voorhanden gehad om te communiceren over de uitvoer van 30 kilogramamfetamine naar Denemarken en/of een hoeveelheid amfetamine bestemd voor Denemarken voorhanden gehad; feit 5 (zaaksdossier 11) hij in of omstreeks de periode 3 januari 2018 tot en met 2 maart 2020 te Leeuwarden en/of te Zurich, in de gemeente Súdwest-Fryslân en/of te Noardburgum en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en in Finland en in Thailand, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] , welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven namelijk: het buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden en/of bewerkenen/of verwerken en/of vervaardigen en/of vervoeren en/of leveren en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken van (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, strafbaar gesteld in artikel 2 aanhef en onder A en/of B en/of D van de Opiumwet en/of het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumweten/of witwassen als bedoeld in artikel 420bis en/of artikel 420ter en/of artikel 420quater van hetWetboek van Strafrecht; feit 6 (zaaksdossiers 12, 14, 16 en 17) hij in of omstreeks de periode van 13 april 2019 tot en met 8 november 2019, te Leeuwarden en/of te Zurich, gemeente Súdwest-Fryslân en/of te Noardburgum en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en in Helsinki (Finland), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, geldbedragen, te weten (zaaksdossier 12) - op of omstreeks 13 april 2019 een bedrag van ongeveer € 100.000,00 en/of (zaaksdossier 16) - op of omstreeks 3 augustus 2019 een bedrag van in elk geval € 5.000,00 en/of (zaaksdossier 14) - in of omstreeks de periode van 27 augustus 2019 tot en met 2 september 2019 een bedrag vanongeveer € 78.000 euro, althans een deel daarvan en/of (zaaksdossier 17) - in of omstreeks de periode van 30 oktober 2019 tot en met 8 november 2019 een bedrag vanongeveer € 140.000,00, althans een deel daarvan, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of die mededader(
- s)wist(
- en)dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf en hij, verdachte en/of die mededader(
- s)van het plegen van dit feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. D. Rechtmatigheid van het verkregen van bewijs 1Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld. De resultaten van het onderzoek die door deze verzuimen zijn verkregen mogen niet bijdragen aan het bewijs van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat het door voornoemde vormverzuimen veroorzaakte nadeel dient te worden gecompenseerd door de hoogte van de op te leggen straf te verlagen. De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd: a. Het opsporingsonderzoek tegen verdachte is gestart zonder dat ten aanzien van verdachte sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Dit levert een vormverzuim op. A-4110 is gedurende de periode van 4 juli 2018 tot en met 28 februari 2019 ingezet als burgerpseudokoper/-dienstverlener (artikelen 126ij en 126z Sv) en burgerinformant (artikel 126v Sv). Door de gelijktijdige inzet van deze dwangmiddelen is de facto sprake geweest van criminele burgerinfiltratie, terwijl aan de voorwaarden voor toepassing van het dwangmiddel criminele burgerinfiltratie niet is voldaan. Dit levert een vormverzuim op. De inzet van A-4110 als criminele burgerinfiltrant op grond van artikel 126w Sv is onrechtmatig geweest, aangezien niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van dit dwangmiddel. A-4110 heeft bij de uitvoering van het verlenen van bijstand aan de opsporing in het kader van burgerinfiltratie (artikelen 126w Sv), verdachte op ontoelaatbare wijze - onder meer door middel van intimidatie, (indirecte) bedreiging en misbruik van omstandigheden (de kwetsbaarheid van verdachte en diens drugsverslaving) bewogen tot het plegen van strafbare feiten en hem daarbij gebracht tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht. Hierdoor is het instigatieverbod (Tallon-criterium) geschonden. Dit levert een vormverzuim op. 2Standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat zich bij het voorbereidend onderzoek geen vormverzuimen hebben voorgedaan die moeten leiden tot één van de in artikel 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen. 3Oordeel van de rechtbank Met betrekking tot de hiervoor onder a, b, c en d weergegeven standpunten van de raadsman overweegt de rechtbank het volgende: a. De verdenking Ingevolge artikel 27, eerste lid, Sv dient vóórdat de vervolging is aangevangen als verdachte aangemerkt te worden degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Dat vermoeden betreft zowel de omstandigheid dat een strafbaar feit wordt of is begaan, als de betrokkenheid van een persoon bij dat feit. Daarom kan, ook als (nog) niet vaststaat dat een strafbaar feit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.10 Uit een verdachte betreffend proces-verbaal van verdenking komt naar voren dat de verdenking tegen verdachte - het (medeplegen) van (voorbereidingshandelingen voor) de opzettelijke uitvoer van harddrugs en deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet - in de kern is gebaseerd op de verklaringen van A-4110 over de ontmoetingen met verdachte op 12 en 17 januari 2019.11 Deze verklaringen zijn gebezigd als bewijsmiddel. Uit die verklaringen - in onderling verband en samenhang bezien met hetgeen in het proces-verbaal van verdenking is gerelateerd heeft men ten aanzien van verdachte in redelijkheid een vermoeden van schuld kunnen afleiden aan een strafbaar feit dat nog niet heeft plaatsgevonden.12 Voor zover in het betoog van de raadsman besloten ligt dat de verdenking tegen verdachte pas kon worden aangenomen op het moment dat de verklaringen van A-4110 over de drugshandel van verdachte waren getoetst en onderbouwd met nadere onderzoeksgegevens, merkt de rechtbank op dat geen rechtsregel er aan in de weg staat dat een verdenking slechts is gebaseerd op één getuigenverklaring. Waar het om gaat is dat de verdenking is gebaseerd op voldoende objectieve, concrete en controleerbare feiten en omstandigheden.13 Daarvan is in het onderhavige geval sprake geweest. De rechtbank acht voorts niet aannemelijk geworden dat de verdenking door A-4110 en het openbaar ministerie is gefingeerd teneinde een onderzoek tegen verdachte te starten. Het procesdossier bevat onvoldoende (concrete en objectieve) aanknopingspunten voor (verificatie van) de juistheid van dit scenario. De inzet van A-4110 als burgerpseudokoper/-dienstverlener en burgerinformant Het verweer van de raadsman wordt verworpen zonder onderzoek naar de feitelijke grondslag daarvan. Hetgeen is aangevoerd - ware het juist - noopt niet tot één van de in artikel 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen omdat het aangevoerde hooguit kan leiden tot de enkele constatering van een vormverzuim.14 De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat A-4110 in de periode van 4 juli 2018 tot en met 28 februari 2019 niet tegen verdachte is ingezet, maar tegen medeverdachte [medeverdachte 5] en anderen. De resultaten van het onderzoek die door deze inzet zijn verkregen worden niet gebruikt voor het bewijs van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. Onder deze omstandigheden is dan ook niet aannemelijk geworden dat verdachte door het gestelde vormverzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.15 Het verweer van de raadsman wordt verworpen. Rechtmatigheid van de inzet van A-4110 als criminele burgerinfiltrant Is criminele burgerinfiltratie toegestaan? De wet in formele zin De inzet van een criminele burgerinfiltrant kan gepaard gaan met inbreuken op grondrechten en gaat bovendien gepaard met risico’s voor de (integriteit van
- de)opsporing. Om die reden dient de bevoegdheid tot inzet van deze opsporingsmethode in een formele wet te zijn vastgelegd (zie het in artikel 1, eerste lid, Sv vastgelegde formele legaliteitsbeginsel). De bevoegdheid tot burgerinfiltratie is geregeld in artikel 126w, eerste lid, Sv. Op grond van deze bepaling kan in een geval als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, Sv de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, met een persoon die geen opsporingsambtenaar is, overeenkomen dat deze bijstand verleent aan de opsporing door deel te nemen of medewerking te verlenen aan een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd. De rechtbank constateert dat een taalkundige interpretatie van voornoemde bepaling zich niet verzet tegen de inzet van een criminele burger als burgerinfiltrant. Immers, een criminele burger betreft eveneens een persoon die geen opsporingsambtenaar is. Ook de wetshistorie werpt geen beletselen op. Uit de memorie van toelichting bij de Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden (hierna: Wet Bob)16 blijkt zonneklaar dat de wetgever de inzet van de criminele burgerinfiltrant op grond van het bepaalde in artikel 126w Sv niet heeft willen uitsluiten. In artikel 126w Sv is daarom geen onderscheid gemaakt tussen criminele en niet-criminele burgerinfiltranten.17 Zowel de niet-criminele als de criminele burgerinfiltrant valt onder deze bepaling en kan in beginsel dus worden ingezet.18 In de nota naar aanleiding van het verslag bij de Wet Bob wordt bovendien nadrukkelijk vermeld dat in de wet geen expliciete beperkingen zijn gesteld aan de inzet van criminele burgerinfiltranten.19 De bevoegdheid om een criminele burgerinfiltrant in te zetten is dus, zoals het legaliteitsbeginsel vereist, vastgelegd in een formele wet. De rechtbank dient te toetsen of in deze zaak is voldaan aan de in de wet genoemde voorwaarden voor de inzet van die bevoegdheid. Van de kant van de verdediging is aangevoerd dat het juridische raamwerk niet voldoet. Volgens de verdediging is niet voldaan aan de vereisten die de door de Tweede Kamer aangenomen motieRecourt c.s. stelt aan de inzet van criminele burgerinfiltranten.20 Eén van die vereisten is een "streng regime van waarborgen". Ook de inhoud van de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden21 (hierna: de Aanwijzing), waarin het openbaar ministerie zijn eigen handelen inzake de inzet van onder meer de criminele burgerinfiltrant (nader) heeft genormeerd, zou volgens de verdediging in dit verband niet toereikend zijn. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Aanvaarding van een motie door de Tweede Kamer betekent staatsrechtelijk gezien niet méér dan dat de Tweede Kamer besluit in te stemmen met een oordeel of wens van één of meer Kamerleden.2223 Een aangenomen motie is een advies aan de minister en heeft derhalve vooral politieke betekenis, in het bijzonder voor wat betreft de staatsrechtelijke verhouding tussen de regering en het parlement.2425 Het negeren van een motie kan politieke consequenties hebben, maar is voor een rechterlijke toetsing niet direct relevant. De rechtbank is bij de beantwoording van de vraag of het juridische raamwerk voor de inzet van een criminele burgerinfiltrant voldoet, dus niet rechtstreeks gebonden aan de inhoud van de motie Recourt. Hetzelfde geldt voor de door minister Opstelten in 2013 en 2014 gedane uitlatingen en toezeggingen over de inzet van de criminele burgerinfiltrant.26 Indien de rechtbank zich bij de interpretatie van wettelijke bepalingen telkens zou moeten laten leiden door uitlatingen van de Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de Minister) of door politieke (meerderheids)opvattingen, zou afbreuk worden gedaan aan de rol van de rechtsprekende macht binnen de trias politica.27 Beleidsregels Hoewel de inzet van de criminele burgerinfiltrant wettelijk gezien dus mogelijk is, heeft het College van procureurs-generaal (hierna: het College) per 1 februari 2000 een (volledig) moratorium afgekondigd voor die inzet. In de Aanwijzing (oud) is daartoe een verbod opgenomen om criminele burgerinfiltranten in te zetten.28 Per 1 september 2014 is voornoemd verbod komen te vervallen. Sindsdien is het weer toegestaan om in bepaalde situaties criminele burgerinfiltranten in te zetten. In de thans geldende Aanwijzing wordt verwezen naar de vereisten uit de al eerder genoemde motieRecourt c.s., zodat de rechtbank ervan uitgaat dat het openbaar ministerie zich aan die vereisten heeft willen binden. Deze vereisten komen erop neer dat inzet van de criminele burgerinfiltrant enkel is toegestaan bij de aanpak van zware criminelen en criminele organisaties, die hun criminele activiteiten zeer succesvol afschermen en met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kunnen worden aangepakt. Uit de Aanwijzing blijkt verder dat de inzet alleen in hoge uitzonderingsgevallen en onder strikte waarborgen mag plaatsvinden. Voldaan moet zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Verder moet de inzet kortdurend zijn en mag er geen gebruik worden gemaakt van groei-infiltranten. Voor de inzet is bovendien toestemming nodig van de Minister.29 De hiervoor genoemde regels zijn vastgesteld in een door het College gegeven aanwijzing als bedoeld in artikel 130, zesde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: Wet RO). Deze regels zijn op behoorlijke wijze bekend gemaakt en lenen zich naar hun inhoud en strekking ertoe jegens betrokkenen als rechtsregel te worden toegepast. Zij kunnen daarom aangemerkt worden als recht in de zin van artikel 79 van de Wet RO en zijn derhalve onderdeel van het juridische raamwerk waaraan de rechtbank dient te toetsen. Als het openbaar ministerie zich niet aan zijn eigen regelgeving heeft gehouden kan dit een schending opleveren van de beginselen van een behoorlijke procesorde,3031 en daarmee tevens een vormverzuim opleveren ex artikel 359a Sv.3233 Langs deze weg maken de vereisten uit de motie-Recourt c.s. dus alsnog deel uit van het voor de rechtbank relevante juridische raamwerk. Tussenconclusie De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat het openbaar ministerie op grond van artikel 126w Sv over kan gaan tot de inzet van een criminele burgerinfiltrant. Bij de beslissing hieromtrent en de uitvoering daarvan beschikt het openbaar ministerie over discretionaire ruimte. De wijze waarop het openbaar ministerie van die discretionaire ruimte gebruik heeft gemaakt dient door de rechtbank getoetst te worden aan de relevante wettelijke voorschriften (in het bijzonder artikel 126w Sv) en de normen van ongeschreven recht (de beginselen van een behoorlijke procesorde).3435 De rechtbank beschikt daarmee over voldoende instrumenten om de rechtmatigheid van de inzet van de criminele burgerinfiltrant te kunnen beoordelen. Artikel 126w Sv (materiële voorwaarden) Een geval als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, Sv Ingevolge artikel 126w, eerste lid, Sv jo. artikel 126h, eerste lid, Sv kan een (criminele) burgerinfiltrant enkel ingezet worden in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. De woorden "aard van het misdrijf" duiden niet slechts op de delictsomschrijving in de wet, maar tevens op de ernst van de feiten en omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd of wordt beraamd. Het kan blijkens de memorie van toelichting bij de Wet-BOB gaan om misdrijven als moord, handel in drugs, mensenhandel, omvangrijke milieudelicten, wapenhandel, maar ook om ernstige financiële misdrijven, zoals omvangrijke ernstige fraude, bijvoorbeeld een btw-carrousel.36 Dergelijke misdrijven schokken de rechtsorde ernstig door hun gewelddadige karakter of door hun omvang en gevolgen voor de samenleving. Ook minder ernstige misdrijven kunnen een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde, doordat zij in combinatie met andere misdrijven worden gepleegd, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte in combinatie met omkoping van ambtenaren met het oog op verkrijging van vergunningen voor bedrijven, of kleine fraudes waarvan, gelet op de aard, kan worden vermoed dat deze deel uitmaken van een omvangrijke en ernstige vorm van fraude. Het dient te gaan om samenhang met andere door verdachte begane misdrijven.37 Bij een aantal misdrijven vloeit reeds louter uit de aard van het misdrijf - zoals dat in de wet is beschreven - voort dat het feit een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert.3839 Het gaat hier om misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld.40 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat ten aanzien van de verdachten tegen wie de criminele burgerinfiltrant is ingezet (onder meer) de verdenking heeft bestaan dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan (het medeplegen van) het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs. Dit betreft een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder a, Sv. Op dit misdrijf is naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 12 jaren gesteld (artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet jo. artikel 10, derde lid, van de Opiumwet). Uit louter de aard van het misdrijf vloeit dan ook reeds voort dat het feit een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd In artikel 126w, eerste lid, Sv wordt (criminele) burgerinfiltratie omschreven als het door een persoon die geen opsporingsambtenaar is verlenen van bijstand aan de opsporing door deel te nemen of medewerking te verlenen aan een groep van personen waarbinnen, naar redelijkerwijs kan worden vermoed, misdrijven worden beraamd of gepleegd. Aan de hiergenoemde groep worden geen specifieke eisen gesteld.41 Een dergelijke groep kan dus verschillende gedaanten aannemen.42 Niet is vereist dat sprake is van een criminele organisatie of georganiseerd verband.43 De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie uit de resultaten van het onderzoek Vidar over de periode van mei 2018 tot 1 maart 2019 - dus vóór de inzet van de criminele burgerinfiltrant in redelijkheid heeft kunnen afleiden dat de betreffende verdachten deel hebben uitgemaakt van een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd, te weten onder meer (het medeplegen van) het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs. Proportionaliteitseis De proportionaliteitseis vloeit voort uit het bepaalde in artikel 126w, eerste lid, Sv. Bij de beoordeling of burgerinfiltratie voldoet aan de eis van proportionaliteit is niet alleen de ernst van de desbetreffende strafbare feiten van belang, maar ook de wijze waarop en de mate waarin is geïnfiltreerd.44 Voorts speelt ook het doel dat met de infiltratie wordt nagestreefd een rol.4546 De rechtbank is van oordeel dat de beslissing om over te gaan tot criminele burgerinfiltratie, in het licht van de tegen de betreffende verdachte bestaande verdenkingen, waaruit naar voren komt dat leden van de Hells Angels (waaronder een prominent lid van charter North Coast: [medeverdachte 1] ) bij de internationale handel in harddrugs betrokken zijn, alsmede de aard en ernst van dit misdrijf, als proportioneel kan worden aangemerkt. De rechtbank constateert verder dat de indringendheid waarmee A-4110 is geïnfiltreerd in de groep [medeverdachte 1] c.s. relatief beperkt is. In de kern heeft A-4110 enkel voorzien in de bij [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 5] en/of [verdachte] bestaande behoefte aan internationale contacten die harddrugs zouden willen afnemen of een rol zouden kunnen spelen bij de feitelijke uitvoer van drugs naar het buitenland. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van het geheel kan worden afgeleid dat A-4110 zich slechts in de buitenlaag van het middenkader van de organisatie heeft bevonden en daarbij - nadat het traject- [medeverdachte 5] was doodgebloed - optrad als tussenpersoon van [verdachte] . A-4110 heeft overwegend een faciliterende/ondersteunende rol gehad, namelijk die van netwerker en vervoerder van drugs en geld (op verzoek van [verdachte] ). Alle contacten met de groep verliepen via of in aanwezigheid van [verdachte] , zijnde de tussenpersoon (middle man) van [medeverdachte 1] . Tijdens de besprekingen met de groep [medeverdachte 1] c.s. hield A-4110 zich overwegend afzijdig. A-4110 nam zelf geen belangrijke beslissingen, maar verleende voornamelijk medewerking vanaf de zijlijn. De rechtbank is van oordeel dat de wijze waarop de opsporingsbevoegdheid criminele burgerinfiltratie is ingezet als proportioneel kan worden aangemerkt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking het hoofddoel van het onderzoek, de aard en ernst van de betreffende misdrijven, de wijze waarop en de (relatief beperkte) mate waarin is geïnfiltreerd, alsmede de duur van die infiltratie (ongeveer een jaar). De rechtbank merkt in dit verband op dat A-4110 is geïnfiltreerd in een gesloten groep die zich succesvol afschermt. Teneinde deel te nemen of medewerking te verlenen aan die groep en deze in kaart te kunnen brengen moest eerst een vertrouwensbasis ontstaan tussen A-4110 en [medeverdachte 1] c.s. Het is een feit van algemene bekendheid dat in geval van internationale handel in harddrugs in de regel gebruik wordt gemaakt van bestaande contacten en dat nieuwkomers doorgaans niet worden vertrouwd. Het spreekt voor zich dat het opbouwen van een dergelijke vertrouwensbasis niet binnen enkele weken zal plaatsvinden. A-4110 moest eerst laten zien dat hij van waarde kon zijn voor de groep en te vertrouwen was. Hier was enige tijd mee gemoeid. Subsidiariteitseis Bij de beoordeling of burgerinfiltratie voldoet aan de eis van subsidiariteit is allereerst van belang of het onderzoek de burgerinfiltratie dringend vordert. Deze eis is vastgelegd in artikel 126w, eerste lid, Sv. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de bevoegdheid tot burgerinfiltratie alleen mag worden gehanteerd indien met behulp van lichtere bevoegdheden niet hetzelfde resultaat kan worden bereikt.47 Voorts mag burgerinfiltratie alleen plaatsvinden indien de officier van justitie van oordeel is dat een bevel tot politiële infiltratie als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, Sv in redelijkheid niet kan worden gegeven.4849 Er zijn situaties denkbaar waarin infiltratie noodzakelijk is, maar niet goed of met te veel risico door een opsporingsambtenaar kan worden verricht, bijvoorbeeld omdat de politie niet beschikt over een functionaris die beschikt over een zeer specifieke deskundigheid om zich in een bepaalde omgeving geloofwaardig te kunnen handhaven, of over andere speciale kwaliteiten, zoals in casu een bepaalde reputatie in het criminele circuit.505152 Voornoemd vereiste is vastgelegd in artikel 126w, tweede lid, Sv. Met deze eis wordt tot uitdrukking gebracht dat (criminele) burgerinfiltratie een uitzondering zal zijn.53 Met de inzet van (criminele) burgerinfiltratie dient dan ook terughoudend om te worden gegaan.54 De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier voldoende blijkt dat met behulp van lichtere opsporingsbevoegdheden niet hetzelfde resultaat zou kunnen worden bereikt als met de inzet van een burgerinfiltrant. In het onderzoek Vidar zijn reeds in de periode van mei 2018 tot 1 maart 2019 in het traject [medeverdachte 5] allerlei opsporingsbevoegdheden ingezet, te weten observatie, stelselmatige informatie-inwinning, opname van vertrouwelijke informatie, opname van telecommunicatie, opvragen historische verkeersgegevens en burgerpseudokoop/-dienstverlening. Ondanks de inzet van voornoemde opsporingsbevoegdheden - die geresulteerd hebben in vier geslaagde pseudokopen - heeft het openbaar ministerie onvoldoende zicht gekregen op de eventuele betrokkenheid van (leden van
- de)Hells Angels bij de internationale handel in harddrugs. De resultaten van het onderzoek geven echter wel blijk van aanwijzingen van die betrokkenheid, alsmede een verdenking tegen de Hells Angel [medeverdachte 1] . De reden dat aan de hoofddoelstelling van Vidar niet voldaan is heeft in de kern te maken met de omstandigheid dat [medeverdachte 5] en de Hells Angel [medeverdachte 1] hun communicatie op succesvolle wijze hebben weten af te schermen. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] spraken met elkaar af op locaties waar opname van vertrouwelijke communicatie lastig was (op de dijk bij Zurich en/of in het clubhuis van de Red Devils MC en/of de Hells Angels). Daarnaast maakten zij gebruik van versluierend taalgebruik, kennelijk om crimineel handelen te verbergen. [medeverdachte 5] hield daarnaast rekening met de mogelijkheid dat hij afgeluisterd of gevolgd of betrapt zou kunnen worden en richtte zijn gedrag daarop in. Onder deze omstandigheden, en gelet op de reeds ingezette dwangmiddelen en de duur daarvan, heeft het openbaar ministerie in redelijkheid kunnen oordelen dat met de inzet van lichtere opsporingsbevoegdheden (in zowel het traject- [medeverdachte 5] als het traject- [verdachte] ) niet hetzelfde resultaat kon worden bereikt, te weten vaststellen of uitsluiten van betrokkenheid van (leden van) de Hells Angels bij de internationale handel in harddrugs. Uit het dossier blijkt verder genoegzaam dat enkel een bevel tot politiële infiltratie gelet op het doel van het onderzoek niet volstond. A-4110 genoot een zekere reputatie en werd door verdachten [medeverdachte 5] en [verdachte] vertrouwd. Hij opereerde voor het onderzoek Vidar al zeer lang in het criminele milieu en had in de Leeuwarder onderwereld de reputatie van een betrouwbare drugshandelaar (die onder meer samenwerkte met drugshandelaar [naam 1] , bekend van het onderzoek Arville)55 met veel internationale contacten. Een politiële infiltrant dan wel een burgerinfiltrant heeft deze reputatie niet en zou dit vertrouwen niet zonder meer genieten. De inzet van een "losse" politiële infiltrant of een niet-criminele-burgerinfiltrant in de groep zou bovendien argwaan hebben kunnen opwekken met alle veiligheidsrisico's van dien. Een lichtere vorm van infiltratie zou naar alle waarschijnlijkheid dan ook niet effectief zijn geweest. Artikel 140a Sv; artikel 131 Wet RO (formele voorwaarden) De behandelend officier van justitie zal door tussenkomst van zijn hoofdofficier het voornemen om van de bevoegdheid tot criminele burgerinfiltratie gebruik te maken ter toetsing moeten voorleggen aan het College. Het College zal zich ter zake laten adviseren door de Centrale Toetsingscommissie (hierna: CTC).56 Het College dient vervolgens vooraf en schriftelijk in te stemmen met een overeenkomst tot burgerinfiltratie als bedoeld in artikel 126w Sv, een wijziging of een verlenging daarvan.57 Daarnaast dient het College de Minister op de hoogte te stellen van voornemens tot het inzetten van burgerinfiltranten.58 Voorts brengt het College beslissingen omtrent dit voornemen ter kennis van de Minister voordat zij worden uitgevoerd.59 De ratio van het inschakelen van het College bij de toetsing van de inzet is vooral gelegen in de risico's die met het hanteren van een opsporingsbevoegdheid samenhangen en met de wens met betrekking tot de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden te komen tot een landelijk beleid. Die risico's kunnen bijvoorbeeld de veiligheid van de infiltrant betreffen, of de integriteit van de opsporing, of risico's dat methoden bekend worden en daardoor onbruikbaar. Daarnaast speelt bij die toetsing ook de rechtmatigheid van de opsporingsbevoegdheid een rol. Het onrechtmatig gebruik van een opsporingsbevoegdheid kan niet door het College worden goedgekeurd.60 Voor de rechtbank blijft echter van belang de wet die de bevoegdheid tot criminele burgerinfiltratie aan de officier van justitie geeft, en niet aan het College.61 De rechtbank zal de beslissing van de officier van justitie ten aanzien van de inzet tot criminele burgerinfiltratie zelfstandig moeten beoordelen. De rechtbank hoeft daarbij niet zo ver te gaan dat zij ook de zorgvuldigheid van de beslissing van het College onderzoekt.62 Voldoende is dat de rechtbank nagaat of de in de wet neergelegde (interne) procedure correct is bewandeld. De ratio van het op de hoogte stellen van de Minister is dezelfde als die van het inschakelen van het College.6364 Daarbij is tevens van belang dat de Minister verantwoordelijk is voor het doen en laten van het openbaar ministerie en kan worden aangesproken op het (niet-) uitoefenen van zijn aanwijzingsbevoegdheden die hij aan zijn positie als ambtelijk chef of aan artikel 127 Wet RO ontleent.6566 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Nederland van het openbaar ministerie (hierna: de hoofdofficier van justitie) de CTC op 14 februari 2019 verzocht heeft om toestemming te verlenen voor de inzet van de opsporingsbevoegdheid tot burgerinfiltratie in het onderzoek Vidar.67 Op 6 maart 2019 heeft het College toestemming verleend aan de hoofdofficier van justitie voor de inzet van de opsporingsbevoegdheid tot burgerinfiltratie in het onderzoek Vidar.68 Op 21 maart 2019 is de zaak gepresenteerd aan de Minister door het zaaksteam Vidar in aanwezigheid van het College en de hoofdofficier van justitie.69 Tijdens die presentatie is de inzet van criminele burgerinfiltrant A-4110 besproken.70 De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat het College heeft ingestemd met een overeenkomst tot burgerinfiltratie als bedoeld in artikel 126w Sv. Deze instemming is echter pas op 6 maart 2019 gegeven. De overeenkomst tot burgerinfiltratie was toen al in werking getreden, te weten met ingang van 1 maart 2019.71 De rechtbank constateert dat hier sprake is geweest van een vormverzuim. De rechtbank stelt verder vast dat niet is gebleken dat het College de Minister tijdig op de hoogte heeft gesteld van de beslissing tot inzet van de criminele burgerinfiltrant. Reeds in de periode van 1 maart 2019 tot en met 21 maart 2019 is A-4110 al ingezet als burgerinfiltrant. Dit terwijl de Minister pas op 21 maart 2019 op de hoogte is gesteld van die inzet. De rechtbank constateert dat ook hier sprake is geweest van een vormverzuim. De rechtbank merkt verder op dat niet is gebleken dat het College vooraf en schriftelijk heeft ingestemd met de verlengingen en wijzigingen van de overeenkomst tot criminele burgerinfiltratie. Dit levert een derde vormverzuim op. De rechtbank stelt op basis van het vorenstaande vast dat de interne procedure niet correct is doorlopen. De rechtbank zal aan de hiervoor genoemde vormverzuimen echter geen rechtsgevolgen verbinden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking de ratio van artikel 140a Sv en artikel 131 van de Wet RO jo. artikel 11, tweede lid, Reglement van Orde College procureurs-generaal en de omstandigheid dat de overeenkomst tot criminele burgerinfiltratie, alsmede de verlengingen en wijzigingen daarvan, niet onrechtmatig zijn geweest. Verder houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de door A-4110 verrichte handelingen in de periode van 1 maart tot en met 21 maart 2019 reeds werden gedekt door de met A-4110 gesloten overeenkomsten tot burgerpseudokoop/-dienstverlening en stelselmatige informatie-inwinning, terwijl niet is gebleken dat A-4110 specifieke infiltratiehandelingen heeft verricht die buiten het bereik van de voornoemde overeenkomsten vielen. De rechtbank is van oordeel dat niet enig gerechtvaardigd belang van verdachten door het vormverzuim is geschonden. Aanvullende voorwaarden uit de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden/motie-Recourt c.s. In de Aanwijzing zijn nadere randvoorwaarden opgenomen waaronder de inzet van een criminele burgerinfiltrant mag plaatsvinden. De rechtbank overweegt ten aanzien van deze randvoorwaarden het volgende. Strafvorderlijk doel Blijkens de wetsgeschiedenis mogen de bijzondere opsporingsbevoegdheden niet worden toegepast met de uitsluitende bedoeling om de informatiepositie van de politie te verbeteren. De inzet van de opsporingsbevoegdheden moet een strafvorderlijk doel dienen.72 De verbetering van de informatiepositie kan hoogstens een tussengelegen doel zijn, maar mag nooit een doel op zichzelf zijn.73 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat het hoofddoel van het onderzoek Vidar was: het vaststellen of uitsluiten van betrokkenheid van (leden van) de Hells Angels (in het bijzonder charter North Coast te Harlingen) bij de internationale handel in harddrugs. Het onderzoek heeft zich daarbij gericht op de opheldering van concrete misdrijven (beraamd of gepleegd) door de betreffende verdachten, te weten het (medeplegen) van het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs, maar ook op het in kaart brengen van voornoemde groep van personen waarvan de verdenking bestaat dat leden van de Hells Angels daar deel van uitmaken - om zodoende verdachten en misdrijven te selecteren die voor vervolging in aanmerking komen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verbetering van de informatiepositie het enige doel is geweest van het onderzoek Vidar. Zware criminelen en criminele organisaties De rechtbank is van oordeel dat deze randvoorwaarde valt te vereenzelvigen met het in voornoemde bepaling vervatte proportionaliteitsbeginsel.74 Behoudens aanwijzingen voor het tegendeel zullen bij de internationale drugshandel naar algemene ervaringsregels per definitie zware criminelen en criminele organisaties zijn betrokken. De rechtbank doelt daarbij in het bijzonder op de personen aan de top van de organisatie, dan wel de personen die het middenkader van de organisatie vormen. In het onderzoek Vidar is daarvan ook sprake geweest. Dat de zaak Vidar niet hetzelfde "niveau" zware criminaliteit haalt als dat in de zaken Passage, Marengo en Eris doet aan het vorenstaande niet af. Dergelijke zaken zijn een uitzondering in de Nederlandse strafrechtspraak en zeker niet de minimumstandaard voor hetgeen onder de noemer "zware criminaliteit" dient te worden verstaan. Een vergelijking met deze zaken is dan ook volstrekt misplaatst. Het gaat in de zaak Vidar nog steeds om aanmerkelijke handelshoeveelheden harddrugs, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat de internationale handel in harddrugs de samenleving ernstig kan ontwrichten omdat achter die handel doorgaans een wereld van (grootschalige) georganiseerde en ondermijnende criminaliteit schuilgaat, waarbij het gebruik van (excessief) geweld niet geschuwd wordt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan deze randvoorwaarde is voldaan. Zeer succesvolle afscherming van criminele activiteiten waardoor deze met traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende kunnen worden aangepakt De rechtbank is van oordeel dat deze voorwaarde valt te vereenzelvigen met het in artikel 126w, tweede lid, Sv vervatte subsidiariteitsbeginsel.75 Aan deze subsidiariteitseis is reeds voldaan, zoals hierboven is toegelicht. Hoge uitzonderingsgevallen Dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant slechts in hoge uitzonderingsgevallen plaats mag vinden blijkt reeds uit de wettelijke voorwaarden voor die inzet. Hieruit kan worden afgeleid dat met de inzet zeer terughoudend moet worden omgegaan.76 Aan deze voorwaarde is reeds voldaan, zoals hierboven is toegelicht. Strikte waarborgen Dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant moet plaatsvinden onder strikte voorwaarden blijkt reeds uit de wettelijke voorwaarden waaronder de inzet plaats mag vinden, maar ook uit de wijze waarop de infiltratie zal moeten worden uitgevoerd. De uitvoering zal geen afbreuk mogen doen aan de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing.77 In de Aanwijzing is ten behoeve daarvan opgenomen dat bij de inzet van een criminele burgerinfiltrant steeds bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de betrouwbaarheid en de stuurbaarheid van de in te zetten burger. De burgerinfiltrant zal dan ook altijd begeleid moeten worden door een opgeleide begeleider van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid.78 De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat de opsporingsinstanties voortdurend toezicht hebben gehouden op A-4110’s handelen als criminele burgerinfiltrant. De geplande inzetten van A-4110 zijn vooraf gegaan door een briefing van het begeleidingsteam van A-4110. Dit begeleidingsteam bestond uit daartoe opgeleide WOD-begeleiders.79 Tijdens de briefing werden de opdracht en het doel van de inzet besproken. Na afloop van de inzet vond een debriefing plaats. Van de (de)briefings en inzetten zijn processen-verbaal opgemaakt. Ook is A-4110 over de inzetten gehoord. Van deze verhoren zijn eveneens processen-verbaal opgemaakt. A-4110 heeft naast de geplande inzetten contactmomenten met verdachten gehad zonder dat hiervoor opdracht is gegeven. A-4110 woonde gedurende het onderzoek Vidar in de nabije omgeving van enkele verdachten en maakte deel uit van hun sociale netwerk. Van deze spontane contacten heeft A-4110 het begeleidingsteam op de hoogte gesteld. Ook deze contacten zijn vastgelegd in processen-verbaal. De inzetten van A-4110 zijn, voor zover operationeel mogelijk, opgenomen met opnameapparatuur.80 In de loop van het traject werd bovendien opnameapparatuur geplaatst in de woning van A-4110 en in diens voertuig (waarin zich ook een camera bevond). De vele opgenomen gesprekken zijn woordelijk uitgewerkt en aan het dossier toegevoegd. Van de inzet is dus ruimschoots verslag opgemaakt. De rechtbank merkt verder op dat uit het procesdossier niet gebleken is dat tijdens het onderzoek Vidar de integriteit van de opsporing op enig moment in het geding is gekomen. Zo is niet gebleken dat het openbaar ministerie de regie over en de controle op het handelen van A-4110 kwijt is geraakt. Ook is niet gebleken dat A-4110 op eigen houtje strafbare feiten is gaan plegen en via een dubbelspel misbruik heeft gemaakt van diens positie als criminele burgerinfiltrant. Uit de stukken komt het beeld naar voren dat A-4110 stuurbaar en betrouwbaar was. In het licht van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de inzet van de criminele burgerinfiltrant heeft plaatsgevonden onder strikte waarborgen. Er is sprake geweest van een transparante procedure, waarbij het openbaar ministerie meer dan voldoende toezicht heeft gehouden op het verloop van het traject en heeft gezorgd voor een adequate verslaglegging op basis waarvan de inzet door de rechtbank kan worden gecontroleerd. Voldaan moet zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zijn reeds uitgewerkt in respectievelijk het eerste en tweede lid van artikel 126w Sv. Aan die eisen is reeds voldaan. De inzet moet kortdurend zijn en er wordt geen gebruik gemaakt van groei-infiltranten In de Aanwijzing wordt bij de zin "De inzet moet kortdurend zijn en er wordt geen gebruik gemaakt van groei-infiltranten" in een voetnoot expliciet verwezen naar een uitlating van Minister Opstelten hieromtrent ("Zie pag. 20, Kamerstukken II 2013/2014, 29 279, nr. 195"). De rechtbank leidt hieruit af dat het College daarmee tot uitdrukking brengt dat aan voornoemde voorwaarde de volgende uitleg gegeven dient te worden: Minister Opstelten: (…) Het tweede punt betreft het korte traject. Het gaat er daarbij niet alleen om dat het een kort traject in tijd is. Het gaat primair om het doel van de inzet. Het moet een direct te bereiken doel zijn, zonder te veel tussenstappen. Dat wordt er ook mee aangegeven. De inzet leidt direct tot het verzamelen van het benodigde bewijs, bijvoorbeeld over een drugsdeal. Het gaat om een eenmalige inzet. Dat is hierbij het punt. Dit staat tegenover de niet toegestane langere trajecten, waarin meerdere stadia worden doorlopen om het doel te bereiken. Ik noem als voorbeeld: eerst een kleine drugsdeal organiseren, dan een iets grotere en daarna de grote klapper waarmee de hoofddader in beeld komt. Dat kan dus niet. Dan heb je een groeitraject.81 De rechtbank constateert hier dat de Minister een striktere definitie hanteert van "groei-infiltrant" dan de Enquêtecommissie (de commissie-Van Traa, hierna: Van Traa) in haar verslag van 22 november 1994 destijds heeft gedaan. De Enquêtecommissie definieerde een groei-infiltrant namelijk als een burgerinfiltrant die een belangrijke positie gegeven wordt ten opzichte van de organisatie waarin hij gaat infiltreren, opdat het mogelijk wordt dat hij vertrouwen wint bij de top van de criminele organisatie. Om de infiltrant te laten "groeien", moeten soms partijen drugs worden doorgelaten.82 De rechtbank is in het licht van het vorenstaande van oordeel dat door het openbaar ministerie niet is voldaan aan de genoemde randvoorwaarde. In het onderzoek Vidar is geen sprake geweest van een kortstondig traject en een eenmalige inzet. Ook was het hoofddoel - vaststellen of uitsluiten van betrokkenheid van (leden van) de Hells Angels bij de internationale handel in harddrugs - niet direct te bereiken. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van het geheel kan bovendien worden afgeleid dat het openbaar ministerie met de inzet zicht wilde krijgen op de opbouw en structuur van de organisatie en de personen die "boven" [medeverdachte 1] stonden, en/of de betrokkenheid van andere leden van de Hells Angels. Daartoe zijn meerdere stadia doorlopen om A-4110 de organisatie binnen te laten dringen en daarin te laten groeien als compagnon van [verdachte] (traject-Finland/Australië en trajectFinland/Denemarken). De rechtbank is dan ook van oordeel dat het openbaar ministerie zich niet aan zijn eigen regelgeving heeft gehouden. Dit levert een vormverzuim op ex artikel 359a Sv. De rechtbank is van oordeel dat geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden aan dit vormverzuim. Zij overweegt hierover het volgende. Om te beginnen valt de interpretatie die de Minister (en daarmee het openbaar ministerie) geeft aan het begrip groei-infiltrant niet geheel te rijmen met de aanleiding voor en het doel van het opheffen van het verbod, 83 namelijk het doordringen tot criminele groepen zodat informatie kan worden verkregen vanuit de kern van de criminele groepering zelf: over de hoofdrolspelers, hun criminele activiteiten en over hun geldstromen, opdat deze hoofdrolspelers en criminele groeperingen aangepakt kunnen worden.84 Inherent aan infiltratie is dat sprake zal zijn van beïnvloeding van de groepering. Om geloofwaardig te zijn dient de infiltrant vaak een actieve rol te spelen in de groep. Hij dient betrokken te raken bij de groep van personen of de criminele organisatie om er vervolgens deel van uit te gaan maken, zodat hij informatie en bewijsmateriaal kan vergaren die nodig is in het belang van het onderzoek.85 Daartoe zal hij in meer of mindere mate in de groepering moeten groeien.86 Deze ongerijmdheid relativeert de hardheid van de door het openbaar ministerie gekozen lage drempel voor het begrip "groei-infiltrant" enigszins. De rechtbank merkt in dit verband op dat de veel hogere drempel van Van Traa's definitie van de groei-infiltrant bij lange na niet is gehaald. Van groot belang is verder dat verdachten door het geconstateerde vormverzuim niet daadwerkelijk in hun verdediging zijn geschaad.87 Achterliggend belang van het "verbod" op criminele groei-infiltranten is namelijk dat geen afbreuk wordt gedaan aan de integriteit en de beheersbaarheid van de opsporing. Daarvan is, zoals uit het voorgaande mag blijken, geen sprake geweest. Anders dan bij de IRT-affaire is de opsporing niet "ontspoord" en evenmin zijn er onder verantwoordelijkheid van een officier van justitie (grote) hoeveelheden drugs op de markt terecht gekomen, zoals ten tijde van de IRT-affaire. Ten slotte kan niet worden gezegd dat door de wijze waarop en de mate waarin A-4110 is ingezet in strijd is gehandeld met het proportionaliteitsbeginsel. Toestemming van de Minister De ratio van deze toestemming is niet anders dan de ratio van het vereiste dat het College de Minister op de hoogte dient te stellen van voornemens tot het inzetten van burgerinfiltranten. Daar komt echter bij dat de Minister door het expliciet verlenen van toestemming voor die inzet een zwaardere politieke ministeriële verantwoordelijkheid lijkt te dragen.88 De facto is dit echter niet het geval.89 Indien de Minister van de inzet op de hoogte wordt gesteld draagt hij immers reeds een zwaardere politieke ministeriële verantwoordelijkheid. Hij kan in dat geval worden aangesproken op het nietuitoefenen van zijn aanwijzingsbevoegdheden. De randvoorwaarde dat de Minister expliciet toestemming moet verlenen voor de inzet van een criminele burgerinfiltrant lijkt dan ook vooral symbolisch te zijn. Ook ten aanzien van de beslissing van de Minister geldt dat de rechtbank niet gehouden is de zorgvuldigheid daarvan te onderzoeken. Voldoende is dat de rechtbank nagaat of de Minister de toestemming heeft gegeven. De rechtbank leidt uit de stukken af dat Minister Grapperhaus - zij het via een in beknoptheid uitblinkende brief - op 21 maart 2019 toestemming heeft verleend voor de inzet van criminele burgerinfiltrant in het onderzoek Vidar.9091 De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de gegeven toestemming te twijfelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan deze randvoorwaarde is voldaan. Schending van het Tallon-criterium? De rechtbank is van oordeel dat uit het procesdossier een objectieve verdenking kan worden gedestilleerd dat verdachte zich voor het eerste contact met A-4110 in januari 2019 reeds bezighield met criminele activiteiten op het gebied van de Opiumwet en dat verdachte de predispositie had om soortgelijke strafbare feiten te plegen.9293 Dit blijkt zowel uit de verklaringen van A-4110 als uit de vele door verdachte gedane uitlatingen tijdens opgenomen gesprekken met A-4110. Verder zijn de hierna uit de bewijsmiddelen voortvloeiende feiten en omstandigheden indicatief voor voornoemde vaststelling: - Verdachte bedient zich in de communicatie met A-4110 en anderen, daar waar het gaat over dehandel in verdovende middelen, van versluierend taalgebruik, kennelijk met de bedoeling om over dit onderwerp te spreken zonder dat dit concreet uit de communicatie blijkt. Voor de deelnemers aan de communicatie is het immers duidelijk waarover wordt gesproken, maar op basis van de letterlijke tekst van de gesprekken is dat voor een buitenstaander niet per definitie het geval. Het is een feit van algemene bekendheid dat betrokkenen bij de handel in verdovende middelen zich niet zelden bedienen van dergelijk versluierend taalgebruik om identificatie en crimineel handelen te verbergen, om uit het zicht van politie en justitie te blijven, de opsporing te bemoeilijken en om eventueel "meeluisterende" opsporingsinstanties zand in de ogen te strooien.949596979899100 Verdachte is in het bezit van een cryptotelefoon en maakt gebruik van de app EncroChat. Het is eenfeit van algemene bekendheid dat dergelijke telefoons - waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd - veelvuldig worden gebruikt in het criminele milieu.101102 Verdachte heeft kennis van de handel in verdovende middelen - in het bijzonder het transport van drugs naar het buitenland - en de daarmee gepaard gaande risico's; Verdachte heeft via EncroChat, maar ook in persoon, contact met meerdere personen die verdovende middelen naar het buitenland willen transporteren; Verdachte is in staat om met behulp van zijn netwerk in een relatief korte termijn een drugstransport naar het buitenland voor te bereiden (Finland/Australië/Denemarken) en te organiseren (Finland); Verdachte is degene die A-4110 in januari 2019 benadert om harddrugs aan te pakken in Finland; - Verdachte heeft in de periode van januari 2019 tot en met 2 maart 2020 op geen enkel moment aangegeven zich te willen distantiëren van de handel in verdovende middelen, terwijl de bewijsmiddelen er blijk van geven dat verdachte snel en veel geld wil verdienen door op korte termijn (grote) partijen harddrugs naar het buitenland te transporteren. Ook blijft verdachte contact met A4110 houden, heeft hij het in bijna alle gespreken met A-4110 over zijn kennelijk succesvolle criminele carrière, de handel in harddrugs en softdrugs, en het verdienen van geld op illegale wijze en neemt hij in het gros van de gevallen het initiatief tot contact met A-4110. De rechtbank acht het in het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden niet aannemelijk geworden dat A-4110 verdachte heeft gebracht tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht. Ook zonder tussenkomst van A-4110 zou verdachte tot het plegen van deze feiten, dan wel soortgelijke feiten, zijn gekomen. De rechtbank acht het daarnaast niet aannemelijk geworden dat A-4110 verdachte door middel van (middellijke) bedreiging/intimidatie/dwang/(ontoelaatbare) drang/misbruik van omstandigheden heeft bewogen tot het plegen van de strafbare feiten. Het procesdossier bevat onvoldoende (concrete en objectieve) aanknopingspunten voor (verificatie van) de juistheid van dit scenario. Wel acht de rechtbank het op basis van de stukken aannemelijk dat verdachte zich al jaren bezighoudt met de internationale handel in harddrugs en daarbij samenwerkt met de Hells Angels, in het bijzonder met zijn jeugdvriend [medeverdachte 1] . Verdachte heeft in de loop van de jaren een groot netwerk opgebouwd en is in staat om als tussenpersoon verkopers, verzenders, transporteurs, producenten en afnemers bij elkaar te brengen. Verdachte houdt zich zelf voornamelijk bezig met de organisatie van drugstransporten (de feitelijke uitvoer daarvan). E. Bewijswaarde verklaringen verdachte 1Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van de verklaringen van verdachte op het standpunt gesteld dat aan de verklaringen van verdachte geen bewijswaarde kan worden gehecht. De uitlatingen van verdachte berusten op fantasie, speculatie, grootspraak, kroegpraat en onsamenhangende meepraterij al dan niet onder invloed van verdovende middelen. Daarbij is verdachte door A-4110 gemanoeuvreerd en gemanipuleerd om bewijs te vergaren over de Hells Angels en heeft A-4110 misbruik gemaakt van verdachtes kwetsbaarheid en drugsverslaving. 2Standpunt van de officieren van justitie De officieren van justitie hebben geen expliciet standpunt ingenomen over de bewijswaarde van de verklaringen van verdachte. 3Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht hetgeen de raadsman heeft aangevoerd over de bewijswaarde van de uitlatingen van verdachte niet aannemelijk geworden. De rechtbank heeft op voorhand dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de door verdachte gedane uitlatingen. De rechtbank acht het weliswaar aannemelijk dat verdachte verslaafd is aan drugs, maar ziet in deze omstandigheid geen aanleiding om daardoor op voorhand alle door verdachte gedane uitlatingen als onbetrouwbaar of ongeloofwaardig te bestempelen. De rechtbank acht voorts niet aannemelijk geworden dat A-4110 tijdens diens gesprekken met verdachte onaanvaardbaar grote en/of stelselmatige (psychologische) druk op verdachte heeft uitgeoefend teneinde bewijs in het onderzoek Vidar te genereren en evenmin dat A-4110 misbruik heeft gemaakt van verdachtes drugsverslaving. Ook acht de rechtbank de in het verweer van de raadsman liggende suggestie dat verdachte vanwege zijn problematiek "een willoos werktuig" van A-4110 is geweest, niet aannemelijk geworden. Uit de bewijsmiddelen blijkt namelijk het tegendeel. Verdachte is de "regievoerder, aanjager en vliegwiel" en betrekt A-4110 bij zijn werkzaamheden op het gebied van de internationale handel in harddrugs. In de gesprekken stelt A-4110 zich overwegend passief op, terwijl verdachte popelt om zoveel mogelijk drugstransporten te doen. In de kern voorziet A-4110 enkel in de behoefte van verdachte aan personen die mogelijk drugs naar of in het buitenland zouden kunnen transporteren (politiële infiltrant A-2400 " [naam 2] ", politiële infiltrant A-2395 " [naam 3] " en politiële infiltrant A2421 " [naam 4] ”). Verdachte gaat hier op in en betrekt A-4110 vervolgens in zijn netwerk van (potentiële) drugshandelaren ( [medeverdachte 1] ), transporteurs ( [medeverdachte 2] ), smokkelaars ( [naam 5] ) en producenten ( [medeverdachte 4] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] ). Het beeld dat van verdachte uit het dossier naar voren komt is niet dat van een kwetsbare drugsverslaafde, maar van een autonome professional die diep in de drugshandel zit en gretig is om zaken te doen. F. Bewijs 1Vaststelling van de feiten De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, het volgende vast.103Daarbij is ieder bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. 1.1. Australië/Finland 2019 (zaaksdossier 7, 8, 12, 14, 16, 17) De bewijsmiddelen voor de feiten 1, 2 en 6 zullen later in de eventueel op te maken aanvulling op dit vonnis worden opgenomen. 1.2. Finland/Denemarken 2020 (zaaksdossiers 9, 10, 20, 33) De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag: [naam 6] betreft [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] . [naam 7] betreft [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] . De Duitse contacten van A-4110 zijn A-2400 en A-2421. A-2421 betreft [naam 4] . De dealer van [verdachte] betreft [medeverdachte 9] , geboren op [geboortedatum] 1987 te[geboorteplaats] . Omwille van de leesbaarheid van het vonnis worden voornoemde personen zoveel mogelijk bij hun achternaam aangeduid wanneer over hen verklaard wordt. 11 januari 2020 (Een nieuw transport …) Op 11 januari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.104 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.105 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Ik moet je even hebben. Ik moet bij die boer langs. Die wil ik deze week (niet te verstaan) op transport knallen. Samen met nog 40 liter olie en 50 hasj. [verdachte] : 80 kilo gaat daarheen. [verdachte] : 80 kilo (niet te verstaan) snelle. A-4110: Moet dat naar Noorwegen? [verdachte] : Combi.106 [verdachte] : We gaan 80 sturen. A-4110: Waar wil je (niet te verstaan) zaaien dan? In Noorwegen? [verdachte] : In Finland.107 A-4110: Wanneer wil je dat spul doorschieten? [verdachte] : Deze week. Volgende week. A-4110: Maandagmiddag ga ik er naartoe. [verdachte] : Waarheen? Duitsland? A-4110: Ja. [verdachte] : Spreek je die man dan? A-4110: Waarschijnlijk ja. A-4110: Dan hoor ik wat ze willen.108 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.109 A-4110 verklaart dat [verdachte] een transport nodig heeft naar Noorwegen en Finland. [verdachte] wil dat het transport zo snel mogelijk plaatsvindt. Volgende week al.110 12 januari 2020 Op 12 januari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.111 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.112 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Ik heb nu 13 liter olie. Ik heb nu 43 kilo van dat andere.113 [verdachte] : Het gaat om 40 liter. [verdachte] : 50 kilo hasj. [verdachte] : 80 snel. [verdachte] : Speed. [verdachte] : We moeten het ook even over dinges hebben. Over Duitsland. Wat je allemaal kan doen. Belangrijk. Ik heb mensen klaar staan. A-4110: In de haven bedoel je? [verdachte] : In de haven ja. En je moet even vragen hoe dat zit met Bremen. [verdachte] : Ik moet een transport hebben. A-4110: Dat snap ik. [verdachte] : Kan ik morgen mee? A-4110: Nee.114 [verdachte] : Andere keer dan? A-4110: Je krijgt een ontmoeting. Dat kan ik wel regelen. A-4110: Wanneer wil je dat allemaal doen? [verdachte] : Vandaag of morgen. Binnen drie dagen kunnen we het doen. [verdachte] : Er zijn genoeg vrachtwagens die erheen rijden. A-4110: Hoe brengen we het naar Duitsland dan? [verdachte] : Daar zit ik even mee. A-4110: Gaan wij dat doen? [verdachte] : Ik denk het wel. A-4110: Ik weet morgen meer. A-4110: Ik kan wel alles beloven, maar ik moet het zeker weten. [verdachte] : Het moet waarschijnlijk een combitransport worden. A-4110: Finland is wel ver weg van Noorwegen. [verdachte] : Finland en Noorwegen zitten aan elkaar vast. A-4110: Ik praat er wel over.115 A-4110: Ik ga morgen hoor. [verdachte] : Hoe laat ben je terug? A-4110: Ik denk dat ik om 17.00 uur terug ben. [verdachte] : Ik kom begin van de avond bij je.116 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.117 A-4110 verklaart dat [verdachte] heeft gesproken over een partij die naar Noorwegen en Finland moet. De partij bestaat uit 50 kilogram hasj, speed en A-olie. [verdachte] heeft zelf 43 kilogram A-olie.118 25 januari 2020 (De Duitsers hebben interesse) Op 24 januari 2020 krijgt A-4110 de opdracht om contact te zoeken met [verdachte] en te zeggen dat de Duitsers interesse hebben om een drugstransport te doen.119 Op 25 januari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.120 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.121 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Transport. [verdachte] : Ik heb nu 40 liter olie voor Noorwegen en 80 hasj. [verdachte] : En 80 speed voor Finland.122 A-4110: Volgende week hebben we een afspraak met die man. A-4110: Ik kan het wel regelen met hem. [verdachte] : Dat zou mooi zijn. Ik ga mee.123 [verdachte] : Anders klop ik wel even 20 kilo naar Denemarken toe. Even snel. A-4110: Naar Denemarken? [verdachte] : Appeltje-eitje. Vooral Jutland. Rond Duitsland. Rij je zo in.124 A-4110: Moet ik een afspraak maken met die Duitser? [verdachte] : Het liefst gisteren. A-4110: Moet het gelijk weg? [verdachte] : Gelijk. A-4110: Je kan daar met hem over praten. A-4110: Is dit ook van die Angel? [verdachte] : Ja. Hij betaalt het transport gelijk. Dan heb je het geld van het transport bij je op zak. Wanneer het aankomt geef je het aan die mensen. A-4110: Dat is olie? [verdachte] : Nee, Noorwegen is 40 olie. [verdachte] : 40 olie en 80 hasj. [verdachte] : En Finland is 80 snelle.125 A-4110: Moet ik een afspraak maken … (niet te verstaan)? [verdachte] : Ja, graag. Als je hem vandaag nog kan spreken en je morgen weg kan … Ik heb al gepingd. Hij heeft … Jood. Vanaf nu. Op het moment dat je (niet te verstaan) nodig hebt. Dan ongeveer één uur. Max twee uur. [verdachte] : Om te zorgen dat het geseald is. A-4110: Volgende week zie ik hem pas. [verdachte] : Dat is laat.126 [verdachte] : Moeten we dan naar Duitsland? A-4110: Nederland.127 A-4110: Je moet naar Noorwegen en naar Finland. [verdachte] : Noorwegen, Finland en Denemarken. A-4110: Hoe moet Denemarken dan? [verdachte] : Daar wil ik ook snelle heen gooien.128 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.129 A-4110 verklaart dat [verdachte] iemand nodig heeft voor transport. De partij verdovende middelen moet naar Scandinavië. [verdachte] vraagt aan A4110 of hij nog contact heeft met de Duitser.130 30 januari 2020 Op 30 januari 2020 krijgt A-4110 de opdracht om contact te maken met [verdachte] en tegen hem te zeggen dat A-2421 woensdagmiddag in Nederland is en dan tijd heeft om af te spreken.131 Op 1 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.132 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.133 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110: Ik was even bij mijn maat. [verdachte] : En? A-4110: Woensdag komt hij.134 [verdachte] : Ben je nog in Duitsland geweest? A-4110: Ja, ik ben in Duitsland geweest. A-4110: Die Turk wil met je praten.135 [verdachte] : Voor Noorwegen heb ik een mooi karweitje. Dat is 80 hasj. [verdachte] : 40 liter A-olie én 50 kilo heroïne. [verdachte] : Ik doe alleen het transport. Dat is voor jongens die ik ken. Die hebben mij gestuurd … (niet te verstaan). A-4110: Wat betalen die dan? [verdachte] : Dat interesseert me niet. Ik wil gewoon 1.500 per stuk erop verdienen. [verdachte] : Voor het regelen van het transport. A-4110: Noorwegen, Zweden. [verdachte] : Zweden ook ja. A-4110: En Finland ook? [verdachte] : Denemarken ook. Finland ook ja. A-4110: Moet dat in één keer gebracht worden? [verdachte] : Mag. Hoeft niet.136 A-4110: Moet je met hem over praten. [verdachte] : Ja, hoe hij het wil. [verdachte] : Er is een mooi pakketje samengesteld. 80 daarheen. Die andere naar Noorwegen. 30 naar Denemarken. 20 hasj naar Zweden. [verdachte] : Ik wil minimaal 25 ruggen verdienen. [verdachte] : Er is werk zat. Als je een goed transport hebt dan … (niet verstaan) pompen ze.137 A-4110: Vindt iedereen het goed dat jij het doet?138 A-4110: Dat het transport doorgaat? [verdachte] : Ja, dat vinden ze goed. [verdachte] : Dat is geen probleem. Hoe meer transport hoe beter. Ik heb werk zat A-4110. Ik ken zoveel mensen. Dat wil jij niet weten. [verdachte] : Iedereen begint weer te draaien en te gooien deze maanden. Je moet erbij zijn. A-4110: Je moet wel eerst met die man gaan praten. [verdachte] : Ja. A-4110: Eerst even door laten gaan. [verdachte] : Ja.139 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.140 A-4110 verklaart dat hij tegen [verdachte] heeft gezegd dat A-2421 naar Nederland komt en dat A-4110 en [verdachte] hem woensdag zullen ontmoeten. [verdachte] wil een transport naar Noorwegen. Ook moet er 30 kilogram speed naar Denemarken. Verder moeten er drugs naar Finland.141 5 februari 2020 (De ontmoeting met [naam 4] : A-2421) Op 5 februari 2020 krijgt A-4110 de opdracht met [verdachte] naar de afspraak met A-2421 te gaan.142 Diezelfde dag rijden [verdachte] en A-4110 naar Hotel Van der Valk te Zwolle.143 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.144 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110 wil nu wat eten omdat ze om half drie in Zwolle moeten zijn. [verdachte] en A-4110 stappen in de auto. Ze moeten naar Van der Valk.145 [verdachte] : Is het een Turk? A-4110: Ja, dat zei ik toch.146 A-4110: [naam 8] . [verdachte] : Zij hebben waarschijnlijk geen transport op Finland. A-4110: Wat moet je hebben dan? Finland of Denemarken? [verdachte] : Noorwegen, Finland. A-4110: Denemarken, Noorwegen en Finland? [verdachte] : Ja. A-4110: Allemaal van Zurich? [verdachte] : Niet allemaal.147 A-4110: Eerst over die vrachtwagen praten hè? A-4110: Daar heb je belang bij toch? [verdachte] : Ja. [verdachte] : Komt hij speciaal voor het transport? A-4110: Ja. Ik heb hem gevraagd.148 Het voertuig stopt en [verdachte] en A-4110 stappen uit. [verdachte] en A-4110 lopen een gebouw binnen.149 In Hotel Van der Valk te Zwolle ontmoeten [verdachte] en A-4110 [naam 4] .150 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.151 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] en A-4110 vinden de persoon (A-2421) waar ze een afspraak mee hebben. A-4110: Daar is hij. A-2421: Hallo! A-4110: Dit is mijn vriend. A-4110: [verdachte] .152 [verdachte] : (niet te verstaan). A-2421: Is wel mogelijk. Ik weet nog niet alles. Ik moet natuurlijk weten waar wij over praten. Wanneer is belangrijk. [verdachte] : Gisteren [lacht]. A-2421: Eén levering? [verdachte] : Nee. [verdachte] : Meerdere keren, maar niet elke week.153 [verdachte] : Hoeveel mensen (niet te verstaan) brengen daar iets? Heb je misschien één maand, twee maanden? [verdachte] : Als het mogelijk is dan (niet te verstaan) vergoed. [verdachte] : Het gaat om (niet te verstaan) lading. A-2421: Ik moet kijken. Als de ontvanger. De destination is eentje. (niet te verstaan) dezelfde rit? [verdachte] : Eentje. A-2421: One cargo. [verdachte] : Ja, one. A-4110: Denemarken. [verdachte] : Rustig. Eerst Finland. Belangrijk. [verdachte] : Eén keer. Misschien meer. Maar ik weet het niet. Het is van vrienden. A-2421: Oké. Ik begrijp het. [verdachte] : Er zijn twee partijen. [verdachte] : Als het mogelijk is heb ik ook één (niet te verstaan) Noorwegen. A-2421: Noorwegen is ook mogelijk. A-2421: Beetje moeilijker. A-2421: Men moet een beetje meer plannen. Ik plan zo iets graag goed. A-2421: Dus nu eerst Finland? Waar? [verdachte] : Helsinki. A-2421: Ja, maar waar moet … Waar is (niet te verstaan). [verdachte] : Kom je met de boot? A-2421: Ja. [verdachte] : Vanuit Hamburg? A-2421: Ja. A-2421: Ik heb een goede verbinding vanuit de haven in Hamburg. A-2421: Dat komt goed uit. Scandinavië. A-2421: Soms Travemünde. Dat past (niet te verstaan). Ik moet plannen. Maar dat kunnen wij doen. Ik heb ongeveer één week à anderhalve week nodig om te plannen. Om het safe te maken, omdat ik mijn beloftes nakom.154 [verdachte] : Is het een verbinding die voor langere tijd werkt? A-2421: Jij hoeft je geen zorgen te maken. A-2421: Ik zou hier niet zijn als de verbinding niet goed was. A-2421: Het is een transport dat elke dag plaatsvindt. [verdachte] : Goed, goed. [verdachte] : Wat is de prijs? A-2421: 80 kilo? [verdachte] : Ja. A-2421: Laat mij even nadenken. Ik zeg het jou straks.155 [verdachte] : Ik heb 200 kilo. 20 (niet te verstaan) vanuit Noorwegen. A-2421: Het probleem is: Noorwegen is niet EU. A-2421: Er zijn meer controles. Veel meer. A-2421: Daarom moet ik Noorwegen heel goed plannen. [verdachte] : Want ik heb nu twee (niet te verstaan). Eentje is 80 (niet te verstaan) 40 liter hebben en de ander 50 (niet te verstaan). A-2421: Dus Finland krijgen we een (niet te verstaan). Noorwegen krijgen wij ook voor elkaar.156 A-2421 praat over het probleem van transport en logistiek. A-2421 zegt dat hij in zijn hoofd nog aan het rekenen is. A-2421 heeft veel logistieke middelen om het voor [verdachte] van Nederland naar Duitsland te brengen.157 A-2421: Mijn voorstel: € 500,00 per kilo. A-2421: Je doet eerst een aanbetaling. 45 %. Als alles klaar is dan betaal je de rest.158 A-2421: A-4110 neemt het materiaal mee. Zo beginnen we. De rest is mijn probleem. A-2421: Op het moment (niet te verstaan) Duitsland is het allemaal mijn probleem. A-2421: Geef me twee weken om het echt goed te maken. Ik zal A-4110 feedback geven. Maar het belangrijkste is: 45, 40 %. Niet minder. [verdachte] : Waar wil je het hebben? A-2421: Het geld. Het komt met A-4110 mee.159 [verdachte] : Ik geef het aan A-4110 en A-4110 geeft het aan jou zodra het aankomt.160 A-2421: Laten we het kort en krachtig houden. Ongeveer één keer per week. Ik zal (niet te verstaan). Dan belt hij jou. Je maakt alles helder. Legt de lading in de auto. Geeft hem 40 %. Ik zeg tegen jou: "€ 500,00 per kilo." A-2421: Denk erover na. [verdachte] : Ik zal het erover hebben. [verdachte] : Geld is geen probleem. We doen niet moeilijk.161 A-2421: Het is niet veel geld als je kijkt naar het risico dat je hebt. [verdachte] : Het gaat niet om het geld. Het gaat erom hoe ik het kan presenteren aan mijn vriend. [verdachte] : Laat me erover nadenken.162 [verdachte] : (niet verstaan) zo veel verloren. Ik kan niet naar Noorwegen komen. We kunnen het een tijdje niet gebruiken. En Fins (niet te verstaan) We hebben transport. Veel landen. [verdachte] : Finland is het beste (niet te verstaan).163 A-2421: Mijn voorstel is: zeg tegen je partner dat ik eerst Finland voor jou kan doen. A-2421: Als het oké is dan kan ik jou ook vertrouwen. [verdachte] : Ja.164 A-2421: Dan kunnen we Noorwegen doen. [verdachte] : Oké. A-2421: (niet te verstaan) als alles goed gaat kunnen we ermee doorgaan. [verdachte] : Ik snap het. Finland is belangrijk. Noorwegen is meer vrienden. Soms werken we samen. Verschillende wegen. Niet echt nodig voor mij (niet te verstaan).165 A-2421: Je kunt met je vrienden praten. [verdachte] : Dat doe ik. A-2421: Je betaalt de 40 (niet te verstaan) om de sleutel om te draaien. 40 % van jou. [verdachte] : Ja. A-2421: De rest is mijn taak. [verdachte] : (niet te verstaan) Ik heb hier veel werk. A-2421: Dat is goed voor mij. 166 [verdachte] : Het kost me ongeveer twee dagen om hem het materiaal te geven. [verdachte] : Ik hoop dat alles volgende week al begint. [verdachte] : Het enige wat ik moet doen is plannen. Ik moet het twee dagen van tevoren weten. [verdachte] : De prijs is goed.167 [verdachte] en A-2421 nemen afscheid.168 A-2421 is verhoord over deze ontmoeting.169 A-2421 verklaart dat [verdachte] hem gevraagd heeft of hij 80 kilogram amfetamine naar Helsinki, Finland, kan transporteren. A-2421 geeft aan dat dit mogelijk is. [verdachte] zegt dat zijn vrienden continue leveringen willen uitvoeren. [verdachte] vraagt aan A-2421 wanneer hij kan transporteren en hoe lang het transport duurt. A-2421 geeft aan dat hij ongeveer één à twee weken voor de planning nodig heeft en zes à zeven dagen voor de levering naar Helsinki.170 A-2421 zegt dat hij € 500,00 per kilo amfetamine vraagt voor een transport naar Helsinki. A-2421 wenst een aanbetaling van 40 % te ontvangen. De rest van het geld wil hij na de levering ontvangen. [verdachte] zegt dat geld geen probleem is. [verdachte] zegt dat hij het aanbod met zijn vrienden gaat bespreken. [verdachte] vertelt dat zijn vrienden motorrijders zijn. De mensen met wie hij samenwerkt zijn de Hells Angels.171 [verdachte] zegt dat hij slechts twee dagen nodig heeft om de verdovende middelen voor transport klaar te zetten. [verdachte] geeft aan dat hij vandaag naar zijn vrienden gaat.172 Niet [verdachte] , maar een vice beslist of het aanbod van A-2421 wordt geaccepteerd.173 [verdachte] en A-4110 rijden terug naar Leeuwarden.174 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.175 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Het geld is er. [verdachte] : Ik heb alles gezien. De papieren. Ik heb de vergoeding toch.176 [verdachte] : Je moet veel vertrouwen geven. [verdachte] : Wij. [verdachte] : Vertrouwen (niet te verstaan) geld. A-4110: Zoveel geld is het niet. [verdachte] : Het gaat niet om het geld. Het gaat om het principe. [verdachte] : Je geeft de handel af. [verdachte] : Ik weet wel waarom hij geld wil hebben. Ze betalen die chauffeur vooruit.177 A-4110: Volgens mij is hij de rijkste Angel die erbij loopt. [verdachte] : Ja, dat is wel één van de rijksten. A-4110: Hij geeft jou wel altijd geld. [verdachte] ; Ja, werk moet betaald worden.178 A-4110 zegt dat het 15.35 uur is. [verdachte] zegt dat hij zijn afspraak dan gaat redden. A-4110: Waar moet je zijn? [verdachte] : [naam bedrijf] . Mijn kantoor.179 A-4110: Moet die Deen niks meer hebben? [verdachte] : Die Deen moet 30 hebben. Dat kun jij wel brengen. Zelfde als Duitsland. A-4110: Moet ik het daarnaartoe rijden? [verdachte] : Ja, dat is drie en een half uur rijden vanaf Leeuwarden. A-4110: Wat verdien ik dan? [verdachte] : Vijf ruggen. A-4110: Wanneer krijg ik dat? [verdachte] : Gelijk. [verdachte] : Als je het afgeleverd hebt. A-4110: Waar moet ik zijn? [verdachte] : Jutland. [verdachte] : Je bent er zo. A-4110: Stinkt het? [verdachte] : Nee, vacuüm. A-4110: Goed verpakt? [verdachte] : Vacuüm.180 [verdachte] : Het transport hebben we nodig. A-4110: Ik moet het helemaal naar Duitsland brengen? [verdachte] : Ja. Hamburg.181 A-4110: Even over mijn zaak. A-4110: Hoe denk je over de zaak?182 A-4110: Je hebt met die gast gepraat.183 [verdachte] : Ik heb gezegd: "ik ga het bespreken." [verdachte] : Ik moet het overleggen. [verdachte] : Met dinges. [medeverdachte 9] . [verdachte] : Ik praat over geld. A-4110: Ze gaan 3.500 per kilo vragen. A-4110: 600 kost het.184 [verdachte] : En dan nog even 40 %. [verdachte] : Als dat transport van hem goed is dan heb ik veel werk. Mijn neus zit overal tussen. Dan heeft hij heel Europa.185 [verdachte] : Als het akkoord is dan moet ik voor die tijd weten wanneer … Binnen vijf à zes dagen moet het klaar zijn. [verdachte] : Het is drie dagen met de boot.186 A-4110: Waar moet je heen? [verdachte] : [naam bedrijf] .187 [verdachte] : Hij heeft een week? A-4110: Een week tussen een week en … Kan ook eerder misschien. [verdachte] : Zodra wij die handel hebben gegeven … Binnen vijf dagen is het daar. [verdachte] : Zeg ik straks meteen wel: "wanneer kunnen we het doen dan?" Dan moet je hem bellen en zeggen: "alles is goed." A-4110: Ja. [verdachte] : En dan hoor ik van hem wanneer jij daar moet zijn. A-4110: Ja. [verdachte] : Dan hoeven we ook niet verder te zoeken. Dan is het klaar.188 A-4110: Je krijgt een hoop geld. [verdachte] : Ja, maar daar heb ik niks aan als die Duitser de andere kant oprijdt. A-4110: Denk je dat het dieven zijn? A-4110: Ze gaan heus niet de andere kant op. [verdachte] : We zullen zien.189 A-4110: Dan ben ik de lul. [verdachte] : Dan mag jij op het honk slapen. [verdachte] : Bij de chapter aan de ketting. Elke vrijdagavond hebben ze feest. Dan lopen de colors daar met blikjes bier. [verdachte] : Dan word je een chapter dog. [verdachte] : Komen die lui van Finland nog even. [verdachte] : Ze nemen je gewoon mee.190 [verdachte] : Je hebt hier met de Finse Hells Angels te maken. [verdachte] : Hij zit hoog hoor. Bij de Hells Angels.191 A-4110 is verhoord over dit deel van de ontmoeting.192 A-4110 verklaart dat [verdachte] naar de [naam bedrijf] wil omdat [medeverdachte 1] daar ook komt. A-4110 laat [verdachte] achter in de [naam bedrijf] .193 6 februari 2020 ( [medeverdachte 1] geeft groen licht) Op 6 februari 2020, omstreeks 12.10 uur, ontvangt A-4110 op zijn PGP-telefoon een bericht van [verdachte] met daarin de mededeling dat [verdachte] die middag een afspraak heeft en dan meer nieuws heeft.194 Omstreeks 13.05 uur bevindt [verdachte] zich in de [naam bedrijf] .195 De telefoon van [verdachte] straalt op dat moment een mast aan op de [straatnaam] te Leeuwarden.196 Deze mast zendt in de richting van de [naam bedrijf] .197 Omstreeks 15.00 uur krijgt A-4110 via zijn PGP-telefoon een bericht van [verdachte] met daarin de mededeling dat er "groen licht" is, ook met betrekking tot de aanbetaling. A-4110 verklaart dat [verdachte] hiermee bedoelt dat het transport met [naam 4] doorgaat.198 Op 8 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.199 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.200 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Groen licht. [verdachte] : Handgeld krijg je. Twee dagen van tevoren moet ik het weten. Alles is klaar (niet te verstaan) plan maken.201 [verdachte] : Hij krijgt 40 %. [verdachte] : Ze betalen 600. [verdachte] : 40 % van 600. [verdachte] : 24.000.202 [verdachte] : Ik heb de prijs omhoog gegooid. Ze moeten 40 % betalen. Ik heb er 600 van gemaakt.203 A-4110: Ik breng het wel naar Duitsland.204 [verdachte] : Als het in Helsinki is. [verdachte] : Ik moet dat nog van hem hebben. A-4110: Wat? [verdachte] : Contactgegevens. Hoe de chauffeur en die andere elkaar zien.205 [verdachte] : Mijn kant. [verdachte] : Is 100% klaar. Handel is er. Geld is er. Dus het is goed. Kan niet meer terug.206 [verdachte] : Ik heb alles op groen licht gezet. Iedereen weet het. Financieel was het ook geen probleem. Het geld ligt er wel.207 [verdachte] : Laten we even opschieten. Voorwaarden zijn klaar. Van mijn kant is het klaar. Ik moet alleen de contactgegevens hebben en een datum weten.208 A-4110 is verhoord over de ontmoeting. A-4110 verklaart dat [medeverdachte 1] groen licht aan [verdachte] heeft gegeven. De aanbetaling is geen probleem. A-2421 rekent € 500,00 per kilogram. [verdachte] heeft er € 100,00 per kilo opgegooid. De aanbetaling betreft nu € 600,00 per kilogram (de rechtbank begrijpt: voor de Hells Angels aan [verdachte] ).209 [verdachte] brengt de aanbetaling naar A-4110.210 [medeverdachte 1] regelt de mensen die gaan draaien. Ze hebben twee dagen nodig om het te maken. A-4110 brengt de partij naar Duitsland.211 12 februari 2020 (Bespreking in de [naam bedrijf] ) Op 12 februari 2020, omstreeks 12.00 uur, krijgt [verdachte] via zijn PGP-telefoon een bericht van [verdachte] met daarin het verzoek om hem te ontmoeten. Tijdens de ontmoeting vraagt [verdachte] aan A-4110 of hij die middag meegaat naar de [naam bedrijf] . [medeverdachte 1] wil met A-4110 spreken over het transport naar Finland.212 A-4110 krijgt de opdracht om naar deze afspraak te gaan.213 Omstreeks 14.15 uur gaat A-4110 naar de [naam bedrijf] . In de [naam bedrijf] ontmoet A-4110, [medeverdachte 1] , [verdachte] en een man met een baard.214 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.215 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110: Wie is dat? A-4110: Hoort hij bij hem? [verdachte] : Hij gaat over de cash. [verdachte] : Hij neemt die neger over.216 [verdachte] : Je hebt groen licht. Ze gaan het nu inplannen.217 A-4110: Maandag hoor ik wanneer ze het inplannen.218 [medeverdachte 1] : Hij krijgt een prepaid mee. [medeverdachte 1] : Die is niet gebruikt. Als hij daar is moet hij even bellen/sms-en met die gasten. Dan halen ze het op of ze geven een adres waar het heengebracht moet worden. [medeverdachte 1] : Waar gaan ze heen? A-4110: Dat weet ik niet. [verdachte] : Ze moeten het sowieso in Helsinki afleveren. A-4110: Ja. [medeverdachte 1] : Ik ga vrijdag naar het buitenland. Dan krijg je dat nummer. Dan kan hij die chauffeur bellen of sms'en. [medeverdachte 1] : Binnen een uur zijn ze er. [medeverdachte 1] : Die jongens halen het voor mij op. [medeverdachte 1] : En dan is het klaar. Afgeven en weg. De TP-kosten betaal ik als het is afgeleverd.219 [verdachte] : Ik heb gezegd dat 40 % moet worden aanbetaald. [verdachte] : 600 per kilo. [verdachte] : We doen meer. We doen 100 kilo. [verdachte] : Dat is dan 100 keer … NNM: Zes. NNM: Dat is 60.000. Dan 40%. [verdachte] : 24.220 [verdachte] : Voor hen is het ook zekerheid. Zij moeten allerlei zaken plannen. [medeverdachte 1] : Ik snap het wel.221 [medeverdachte 1] : Eerst even Finland. Dat is het belangrijkste. [medeverdachte 1] : Ik ga weg. Jij regelt het verder met hem? NNM: Ja. [medeverdachte 1] . Je krijgt van ons een prepaid. A-4110: Ja, prepaid. [medeverdachte 1] : Met het nummer erin. Hij sms't als hij in Helsinki (niet te verstaan). Hij komt 's ochtends aan. Hij weet dan dat de jongens klaar staan. Dan halen ze het op. Als ze niet klaar staan dan belt hij ze. Dan zijn ze een uurtje later daar. Ze staan allemaal klaar om het op te halen. TP-kosten betaalt hij nu. NNM: Ik moet van tevoren weten hoe ze het verpakt willen hebben. [medeverdachte 1] : Ja (niet te verstaan). NNM: Gewoon dubbel?222 A-4110: Vacuüm. NNM: Oké. A-4110: Dat het niet stinkt. [medeverdachte 1] : Oké. A-4110: Wassen en dan vacuüm. [medeverdachte 1] : Gaat het in de stash of gaat het in de gewone lading? A-4110: Dat weet ik niet. A-4110: Er is een vaste lijn. De goede chauffeur moet het aanpakken. [medeverdachte 1] : (niet te verstaan). [verdachte] : Chauffeur inplannen. NNM: Hoeveel tijd heb ik op het moment dat ze hem hebben? [verdachte] : Twee dagen heb ik gezegd. [medeverdachte 1] : Maak het van tevoren klaar. NNM: Ik ga het sowieso maken. [medeverdachte 1] : Ik zorg dat jij morgen of maandag het spul hebt. A-4110: Maandag of dinsdag krijg ik bericht. A-4110: Wanneer ze vertrekken. [medeverdachte 1] : Jij brengt het naar Duitsland? A-4110: Ja. [medeverdachte 1] : Heb jij het goed voor mekaar? A-4110: Ja, ik breng het er in de auto heen. Niemand weet het.223 [medeverdachte 1] : Laten we het zo doen: volgende week draaien. Die week erop kunnen we gaan. [medeverdachte 1] : Dan heb ik het geld klaarliggen. [medeverdachte 1] : Laten we het zo doen. Jij gaat volgende week draaien. Je zegt tegen die mensen dat ze die week daarna … Als het kan … En anders die week daarna … Wanneer zij kunnen. Na volgende week. NNM: Ja. A-4110: Komt goed. NNM: Heb je Encro? A-4110: Ik heb Encro. [verdachte] : Encro is wel makkelijk.224 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.225 A-4110 verklaart dat de man met de baard bij [medeverdachte 1] hoort. [medeverdachte 1] vraagt aan A-4110 hoe het transport gaat verlopen. A-4110 vertelt aan [medeverdachte 1] dat A-2421 opzoek is naar de juiste chauffeur. Hij gaat het transport inplannen. A-4110 hoort maandag of dinsdag wanneer het transport kan plaatsvinden. [medeverdachte 1] gaat vrijdag weg. De man met de baard neemt het dan van hem over. [medeverdachte 1] zegt dat A-4110 een prepaid krijgt. Daarin staat een nummer. Een uur voor de overdacht van de lading moet men dit nummer bellen zodat afgesproken kan worden waar de lading overgedragen wordt.226 [medeverdachte 1] vraagt aan A-4110 hoe alles verpakt moet worden. A-4110 zegt dat het dubbel vacuüm verpakt moet worden en dat het ook tussentijds gewassen moet worden. [medeverdachte 1] geeft aan dat het goed komt. A-4110 zegt dat er 40 % moet worden aanbetaald. [medeverdachte 1] geeft aan dit geen probleem is. [medeverdachte 1] gaat dit regelen. [medeverdachte 1] vraagt aan A-4110 hoe hij de grens overgaat. A-4110 zegt dat hij het gewoon achterin zijn auto gooit.227 13 februari 2020 Op 13 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.228 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.229 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Wanneer denk je? A-4110: Wat? [verdachte] : Die dinges. A-4110: Dinsdag of maandag krijg ik bericht. A-4110: De datum. Dan moet ik klaar staan. Ik moet het geld hebben. [verdachte] : Dat is geen probleem.230 A-4110: Zit er alleen speed in? [verdachte] : Alleen speed. 100 kilo.231 [verdachte] : En 30 naar Denemarken. Wil je dat wel doen? Denemarken? A-4110: Wanneer? [verdachte] : Halverwege volgende maand. A-4110: We doen eerst dit.232 A-4110: Moet jij ook mee? [verdachte] : Er moet even een autootje voorrijden. [verdachte] : De grens. A-4110: Ik ga niet ver over de grens.233 [verdachte] : Ik zit op jou te wachten. Van mij kan het morgen al. A-4110: Daar kan ik niks aan doen. [verdachte] : Ik heb het er doorheen gedrukt.234 [verdachte] : Jij moet 40 % hebben. € 24.000,00. Hij gaat op vakantie morgen. [verdachte] : Dan weet je dat even. Daarna kun je het geld ophalen.235 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.236 A-4110 verklaart dat [verdachte] tijdens het gesprek begint over het transport naar Denemarken. [verdachte] vraagt aan A-4110 of hij 30 kilogram naar Denemarken wil brengen. Ook spreekt [verdachte] over de aanbetaling van het transport naar Finland. [verdachte] noemt daarbij het bedrag van € 24.000,00. Het transport naar Finland heeft betrekking op speed. A-4110 zegt tegen [verdachte] dat hij maandag of dinsdag weet wanneer het transport naar Finland plaats kan vinden. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] weggaat. Ze kunnen pas wat doen als [medeverdachte 1] weer terug is.237 16 februari 2020 Op 16 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.238 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.239 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110: Dinsdag weet ik wanneer. [verdachte] : Dat is mooi. A-4110: Wie is die vent met die baard? [verdachte] : Die neemt alles van Jay over. A-4110: Kan die het wel? [verdachte] : Wat? A-4110: Draaien. [verdachte] : Ja, draaien.240 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting. A-4110 verklaart dat [verdachte] en A-4110 spreken over de jongen met de baard die met [medeverdachte 1] in de [naam bedrijf] was. [verdachte] zegt dat deze man bij [medeverdachte 1] hoort. A-4110 vraagt of de man met de baard ook kan draaien.241 18 februari 2020 (De identiteit van de man met de baard) Op 18 februari 2018, omstreeks 14.10 uur, wordt een Citroën met kenteken [kenteken] staande gehouden door een onopvallend politievoertuig. De bestuurder van het voertuig betreft [medeverdachte 7] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] . 242 De bijrijder is [verdachte] .243 Bij [medeverdachte 7] wordt een drug/speeksel test afgenomen. Hieruit blijkt een positief resultaat voor amfetamine en cocaïne.244 [medeverdachte 7] heeft een stapel geldbiljetten bij zich. Het gaat in totaal om € 800,00. Deze geldbiljetten worden in beslag genomen.245 Omstreeks 18.30 uur bezoeken [verdachte] en de man met de baard - die eerder in de [naam bedrijf] aanwezig was - de woning van A-4110.246 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.247 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110: Jij bent De baard? NNM: Ja, maar nu zonder.248 [verdachte] : Vertel. A-4110: 2 maart. A-4110: 5 maart komt het aan. [verdachte] : 5 maart is het daar. Oké. [verdachte] : Ik rij wel met hem. NNM: Doen we het gewoon in een eigen auto? A-4110: Ja. NNM: Voorrijder erbij? [verdachte] : Wil je een voorrijder erbij hebben?249 NNM: Dat is beter.250 NNM: Ik heb zo'n auto. NNM: Daar past echt veel in. NNM: Voor een stukje veiligheid. Stel dat ze je aanhouden. [verdachte] : Ik zou de stashauto pakken. NNM: Ja, dat komt wel goed. [verdachte] : Pakken we de stashauto. A-4110: Kan altijd. A-4110: Volvo? [verdachte] : Volvo. [verdachte] : S80. NNM: Ik kan zelf wel voorrijden. [verdachte] : Dus 2 maart. NNM: 5 maart komt het aan.251 [verdachte] : Waar moet het geld worden afgegeven? Aan jou? NNM: Ja, aan mij. [verdachte] : Dan rijden we wel met een auto voor. NNM: Ja. [verdachte] : We doen dat sowieso als jij geld hebt. NNM: Zou je met man, geld en sleutel die kant op rijden? [verdachte] : Nee.252 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.253 A-4110 verklaart dat de man met de baard zijn baard heeft afgeschoren. A-4110 zegt tegen [verdachte] dat het transport naar Duitsland op 2 maart 2020 plaatsvindt. Op 5 maart 2020 is het transport in Finland. [verdachte] en de man met de baard vragen aan A-4110 of hij een stashauto wil gebruiken. De auto betreft een Volvo. A-4110 zegt dat het hem niet uitmaakt. [verdachte] en de man met de baard hebben het ook over een voorrijder. Dat is iemand die voor het transport uitrijdt.254 De stem van NNM komt overeen met de stem van [medeverdachte 7] .255 20 februari 2020 ( [naam 9] is de man met de baard) Op 20 februari 2020 bezoeken [verdachte] en [medeverdachte 9] de woning van A-4110.256257 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.258 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] vertelt dat hij met [naam 9] in het dorp is aangehouden. A-4110: Jij? [verdachte] : In een zwarte Mercedes hielden ze ons aan. Hij moest een speekseltest doen. Proces-verbaal voor coke en amfetamine. Ze hebben hem gearresteerd. [verdachte] : Hij had € 850,00 (de rechtbank begrijpt: € 800,00) op zak. Dat hebben ze in beslag genomen. A-4110: Dat is die vent met de baard? [verdachte] : Ja. Hij zei: "ik gebruik helemaal niks." Ik zei: "onnozele, je moet handschoenen aandoen." [verdachte] : Als je coke aanraakt gaat het door je huid naar binnen. Speed ook.259 A-4110: Zat jij ook in die auto? A-4110: Toen [naam 9] opgepakt werd. [verdachte] : Ja. Ik moest mijn naam opgeven. [medeverdachte 9] : Waarom? [verdachte] : Ik had geen legitimatie bij me. [verdachte] : Ze hebben de auto doorzocht. Daar lag een liter A-olie in. [verdachte] : Die lui. Sukkels. Ze zaten met hun neus bovenop die liter maar hebben niks gezien.260 [verdachte] : Hij stapt uit en gooit de fles onder de auto. Ze zijn zo dom als een koe. Ze liepen er met hun platpoten de hele tijd omheen. Op dat moment pakt hij de fles. Hij heeft een speciale plaats in die auto. In de achterbak. Met een chip gaat het open. Dan gooit hij hem zo dicht. Staan ze te praten.261 [verdachte] : Ik ben degene die het geld in handen heeft. A-4110: Rijd je dan voor mij? [verdachte] : Ik ga voorop rijden. Dat moet wel even A-4110. Een stuk zekerheid.262 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.263 A-4110 verklaart dat [verdachte] aan hem heeft verteld dat hij samen met [naam 9] is aangehouden door de politie. [naam 9] betreft de man met de baard. [verdachte] en de man met de baard zijn aangehouden door een onopvallende politieauto. Ze hebben wat A-olie kunnen wegstoppen.264 Ten aanzien van het transport naar Duitsland geeft [verdachte] aan dat hij voorop gaat rijden met het geld.265 22 februari 2020 Op 22 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.266 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.267 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110: We gaan volgende week maandag weg. [verdachte] : De tweede.268 [verdachte] : Ik ga niet bij jou in de auto zitten. [verdachte] : Wil jij niet de stashauto hebben? A-4110: Als het niet hoeft dan hoeft het niet. [verdachte] : Jij moet het zeggen. Dan kan ik het doorgeven.269 23 februari 2020 Op 23 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.270 Tijdens de ontmoeting spreken [verdachte] en A-4110 over het transport naar Duitsland/Finland. [verdachte] zegt dat hij voorop gaat rijden.271 [verdachte] krijgt een bericht van de man met de baard. De man met de baard heeft olie nodig om te draaien.272 24 februari 2020 Op 24 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.273 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.274 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : [naam 9] zie ik om vier uur.275 [verdachte] : Ik moet om vier uur in de dinges zijn. [verdachte] : Om vier uur in de [naam bedrijf] .276 A-4110: De [naam bedrijf] zal blij met je zijn. A-4110: Al die maffia aan tafel. [verdachte] : Tuurlijk. [verdachte] : Gangsters.277 [verdachte] : (niet te verstaan) zondagavond even de auto ophalen. Ik ga wel met de stashauto. [verdachte] : Ik ga een eindje met de auto vooruit. Net zoals [naam 9] . [verdachte] : Zondag moeten we even 24.000 ophalen.278 A-4110 is over deze ontmoeting verhoord.279 A-4110 verklaart dat er om 16.00 uur een ontmoeting plaatsvindt in de [naam bedrijf] .280 Omstreeks 18.30 uur bezoekt [verdachte] opnieuw de woning van A-4110. [verdachte] vertelt wat er besproken is in de [naam bedrijf] . [verdachte] zegt dat ze groen licht hebben gekregen. Ze moeten zondagavond geld ophalen. Het gaat om € 24.000,00.281 [verdachte] en de man met de baard rijden vooruit.282 25 februari 2020 Op 25 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.283 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.284 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: [verdachte] : Ik ben het masterbrein achter alles. [verdachte] : Ik ben het masterbrein achter de hele organisatie.285 A-4110: Moeten we zondagmorgen naar die jongens toe? [verdachte] bevestigt dat het zondagmorgen is.286 [verdachte] mompelt een aantal keer: "hoe laat?"287 A-4110: Wie? [verdachte] : [naam 9] . A-4110: Hebben ze het al klaargemaakt? [verdachte] : Nee. Moeten vandaag geven.288 EncroChat Op 25 februari 2020 worden de volgende berichten uitgewisseld via EncroChat, zakelijk weergegeven: gesprek tussen [naam 10] ( [medeverdachte 7] ) en [naam 12] ( [verdachte] ) [naam 10] [11.46.27 uur]: Ik moet vandaag die olie hebben. [naam 12] [11.46.58 uur]: Hoe laat? [naam 12] [11.47.25 uur]: Aan het eind van de middag? [naam 10] [11.57.08 uur]: Het liefst eerder. [naam 10] [11.57.16 uur]: En alles in één keer.289 [naam 10] [16.00.39 uur]: Ik kom na het eten. [naam 10] [17.47.22 uur]: Ik haal je op. [naam 10] [17.47.34 uur]: Dan halen we de liters op.290 [naam 12] [17.48.11 uur]: Kom hier. We moeten eerst even praten, want ik kan er nog niet bij. [naam 10] [17.48.20 uur]: Ik kom eraan.291 gesprek tussen [naam 10] ( [medeverdachte 7] ) en [naam 11] ( [medeverdachte 1] ) [naam 11] [13.46.31 uur]: Er wordt me 50 kilo snel aangeboden. Kunnen we daar wat mee?292 [naam 10] [13.49.28 uur]: Beter zelf maken.293 [naam 11] [13.53.00 uur]: Ik kap het af.294 26 februari 2020 (A-4110 wordt gevraagd voor het transport naar Denemarken) Op 26 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.295 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. Daarnaast zijn er beeldopnames gemaakt in de auto van A4110. De opnames zijn uitgewerkt.296 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: Geluid van inkomend telefonisch bericht. [verdachte] : Willen jullie het transport doen voor die Deen? [verdachte] : Vijf ruggen. A-4110: Wanneer?297 [verdachte] : Over twee weken. A-4110: (niet te verstaan). [verdachte] : Ja? Zeker? Ja. Is goed. A-4110 (niet te verstaan). Dan doe ik dat ook wel even.298 [verdachte] : Je hoeft niet over de grote brug. Je gaat gewoon de Duitse grens over.299 [verdachte] en [naam 11] sturen elkaar berichten: Tekst: Oké en niet teveel hè? 5k toch 200 dek Dat is goedkoop. A-4110: Hoeveel moet erheen dan? [verdachte] : 30.300 [verdachte] heeft de Encro-telefoon in zijn hand. Tekst: .. over de grens . .. Ga proberen Met stash? Ja301 [verdachte] en [naam 11] sturen elkaar berichten. Tekst: Ok vraag even of hij dat wil.302 Ik zorg dat iemand hem veilig ergens over de . . . grens loodst. [verdachte] : Kijk hier. Ik zorg dat iemand hem veilig over de Deense grens loodst. Dus hij heeft iemand daarvoor. Hij wil wel. A-4110: Wat wil jij nou? [verdachte] : Puur. Hebben. [verdachte] laat zijn telefoon aan A-4110 zien.303 [verdachte] : [klinkt alsof [verdachte] voorleest] Oké. Kan die TP van 30 nou wel of niet? Ik moet het nu weten. Ja, is goed. Vraag of hij het voor 5K doet en net over de grens. Met stash? Ja. vraag hem even of hij dat wil. Ik zorg dat iemand hem ergens over de Deense grens loodst. [verdachte] : Ja? Is goed. Hij wil wel. Geluid van inkomend telefonisch bericht. Te zien is dat [verdachte] zijn Encro-telefoon in zijn hand houdt. [verdachte] : Precies over twee weken hè? A-4110: Ja. [verdachte] : Klaar. Ik heb het geregeld.304 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.305 [verdachte] zegt tegen A-4110 dat ze zondag geld moeten halen. [verdachte] c.s. beschikken ook over een stashauto. Dit betreft een auto met een verborgen ruimte.306 [verdachte] krijgt via zijn PGP-telefoon een bericht binnen van [medeverdachte 1] . Het gesprek gaat vervolgens over Denemarken. [verdachte] vraagt aan A-4110 of hij 30 kilogram speed naar Denemarken wil brengen. A-4110 vraagt hoe dit in zijn werk gaat. [verdachte] zegt dat ze iemand bij de grens met Denemarken hebben. Deze persoon kan zien of de grens veilig is. [verdachte] vertelt dat ze over ongeveer 10 à 14 dagen een transport die kant op willen sturen. De drugs worden aangepakt in Jutland.307 EncroChat Op 26 februari 2020 worden de volgende berichten uitgewisseld via EncroChat, zakelijk weergegeven: gesprek tussen [naam 10] ( [medeverdachte 7] ) en [naam 13] [naam 10] [12.02.34 uur]: Ik zit nog te wachten. [naam 10] [12.02.42 uur]: Ik wacht al vanaf 10 uur. [12.03.22 uur]: Op? [naam 10] [12.03.31 uur]: A. [12.03.46 uur]: A-olie? [naam 10] [12.03.53 uur]: Yes.308 gesprek tussen [naam 12] ( [verdachte] ) en [naam 11] ( [medeverdachte 1] ) [naam 11] [14.25.17 uur]: Kan die TP van Deen over twee weken erheen? Op dinsdag? [naam 12] [14.25.46 uur]: Is goed. [naam 11] [14.26.15 uur]: Ik ga nu naar hem toe. Ik probeer er 30 kilo van te maken. Dan alle drie 10 kilo.309 [naam 11] [14.26.35 uur]: Heb jij pap voor die olie? [naam 12] [14.27.07 uur]: Ik probeer pap te regelen voor hem. [naam 11] [14.27.22 uur]: Dus dinsdag over twee weken. Dan zorgt Jood dat de snel klaar is.310 [naam 12] [14.27.25 uur]: Ik heb de net olie afgegeven. [naam 11] [14.27.51 uur]: Die is toch voor Fin.311 [naam 11] [14.28.14 uur]: Je moet nog een paar liter voor Deen regelen. [naam 12] [14.28.32 uur]: Oké. [naam 11] [14.28.32 uur]: Maar die hoeft niet droog. 2.7 is oké. [naam 12] [14.28.53 uur]: Oké.312 [naam 11] [14.29.26 uur]: Kan die TP voor 30 nou wel of niet? Ik moet het over een uur weten. [naam 12] [14.30.09 uur]: Ja, is goed. [naam 11] [14.33.23 uur]: Vraag of hij het voor 5K doet. Het is net over de grens. [naam 12] [14.34.01 uur]: Ik ga het proberen. [naam 11] [14.34.10 uur]: Met stash? [naam 12] [14.34.18 uur]: Ja. [naam 11] [14.34.45 uur]: Vraag even of hij dat wil. [naam 11] [14.35.29 uur]: Ik zorg dat iemand hem veilig over de Deense grens loodst.313 [naam 12] [14.36.45 uur]: Hij wil wel. [naam 11] [14.36.56 uur]: [duimpjes omhoog] [naam 11] [14.29.47 uur]: We sturen 30 en het TP wordt over de grens geleid. Dus het is echt veilig.314 gesprek tussen [naam 10] ( [medeverdachte 7] ) en [naam 11] ( [medeverdachte 1] ) [naam 10] [09.35.12 uur]: Heb de A al voor Deen. [naam 10] [13.02.18 uur]: Ik heb de liters voor Denemarken ook al. [naam 11] [13.34.18 uur]: Nee die moeten nog gehaald worden. 25 kilo gedeeld door drie. Hoeveel liter heb je dan nodig? [naam 11] [13.34.56 uur]: Wanneer kan dat TP vertrekken? Lukt dat dinsdag over twee weken?315 [naam 10] [13.48.54 uur]: Heb nu al liters gekocht. [naam 10] [13.52.37 uur]: Ik heb alles al gehaald. [naam 11] [13.53.11 uur]: Ik zie die Deen vanmiddag. Kan ik tegen hem zeggen dat we over twee weken gaan sturen? Op een dinsdag? [naam 10] [13.53.38 uur]: Ik ga er 30 van proberen te maken. Ieder 10 stuks. [naam 11] [13.53.58 uur]: Ja, kan.316 [naam 10] [13.55.32 uur]: Ik dacht: jij hebt het TP al klaar. [naam 11] [13.56.22 uur]: Nee, voor Deen zou Lelijk regelen toch? Ik vraag hem wel. [naam 11] [13.57.02 uur]: Maar jullie kunnen die 30 over twee weken toch wel klaar hebben? [naam 11] [13.58.14 uur]: Deze 30 hoeft niet zo droog te zijn. [naam 11] [13.58.27 uur]: Gewoon 2.7.317 [naam 11] [13.58.36 uur]: Uit een liter. [naam 10] [13.59.34 uur]: Ja, tuurlijk [naam 10] [13.59.44 uur]: Dat kan in een dag klaar zijn. [naam 10] [13.59.46 uur]: Of twee. [naam 11] [14.00.12 uur]: Ja, maar dan moet je de olie nog wel bestellen. [naam 10] [14.00.19 uur]: Dus de prijs is dan 650/2.7.318 [naam 10] [14.00.30 uur]: Ik heb al 50 liter olie besteld. [naam 11] [14.01.03 uur]: Top, dan lukt dat makkelijk.319 [naam 10] [14.07.19 uur]: Horror heeft na Fin geen pap meer.320 [naam 11] [14.08.09 uur]: Dan help ik hem wel. Gaat maar over een beetje toch. Hij heeft het TP. [naam 11] [14.10.05 uur]: Ik ga hem vragen wanneer zijn TP kan.321 [naam 11] [14.19.42 uur]: Ik hoorde dat de olie omhoog gaat door Corona. [naam 10] [14.20.39 uur]: Valt mee. [naam 10] [14.20.46 uur]: Ik heb 650 betaald.322 [naam 11] [14.21.26 uur]: Door het virus komt er geen APAAN meer uit China. [naam 10] [14.21.57 uur]: Dat grijpen ze gewoon aan.323 [naam 11] [14.22.17 uur]: Ik ben alleen bankier nou.324 [naam 11] [14.30.34 uur]: Het wordt 30 kilo. Hij wil wel een sample zien volgende week dinsdag. [naam 10] [14.31.21 uur]: Oké. Dan zorg ik dat er een halve uit de gele is en ene halve uit de spa.325 [naam 11] [14.34.31 uur]: Wat sturen we naar Fin? Spa toch? [naam 10] [16.35.02 uur]: Die van jullie is inmiddels geel. [naam 10] [16.35.11 uur]: Tintje. [naam 10] [16.35.15 uur]: Maar goede olie. [naam 10] [16.35.25 uur]: De discussie over spa en geel is eigenlijk onzin. [naam 10] [16.35.29 uur]: Als de olie maar top is.326 27 februari 2020 Op 27 februari 2020 krijgt A-4110 de opdracht om contact te leggen met [verdachte] teneinde duidelijkheid te verkrijgen over het transport dat op 2 maart 2020 plaatsvindt. Daarnaast dient A4110 tegen [verdachte] te zeggen dat hij op 2 maart 2020 om 12.00 uur de Duitse grens wil passeren. A-4110 krijgt verder de opdracht om op 1 maart 2020 samen met [verdachte] de aanbetaling in ontvangst te nemen.327 Op 28 februari 2020 bezoekt [verdachte] de woning van A-4110.328 Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met audioapparatuur. De opname is uitgewerkt.329 Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven: A-4110: Maandag. Tussen tien en half 11 wil ik rijden. [verdachte] : Oké. A-4110: Om 12 uur wil ik bij de grens zijn.330 [verdachte] : We moeten eigenlijk alleen de grens over. Bij Bremen is het ook gevaarlijk. [verdachte] : Vliegende brigades. [verdachte] : Het lijkt me beter dat je even een stukje doorrijdt tot je ter plaatse bent. Dan gaan wij weg.331 [verdachte] : En die over twee weken staat klaar. Die in Denemarken. [verdachte] : Vóór Hamburg ga je er al af.332 A-4110 is verhoord over deze ontmoeting.333 A-4110 verklaart geeft aan dat hij maandag rond 12.00 uur de grens over wil rijden. [verdachte] vindt dit prima.334 EncroChat Op 27 februari 2020 worden de volgende berichten uitgewisseld via EncroChat, zakelijk weergegeven: gesprek tussen [naam 10] ( [medeverdachte 7] ) en [naam 11] ( [medeverdachte 1] ) [naam 11] [10.59.50 uur]: Het TP gaat over twee weken. 5K voor TP kosten. Hij wordt veilig over de grens bij Denemarken geloodst dus weinig risico. Als de snel ons rond de 300 kost pakken we rond de 10K per persoon.335 [naam 10] [11.04.07 uur]: Dat is top toch.336 [naam 11] [11.05.45 uur]: Moet niet te nat zijn en niet te droog. Laten we 2.5 doen. [naam 11] [11.06.15 uur]: Dan komt een kilo op iets minder dan 300 uit toch?337 [naam 10] [11.07.08 uur]: Yes.338 [naam 10] [13.31.03 uur]: Die olie van jullie wordt crèmewitte snelle. [naam 10] [13.31.17 uur]: Alles is bijna klaar. [naam 10] [13.32.53 uur]: We laten het indrogen. [naam 10] [13.33.06 uur]: En kijken hoe droog het wordt. [naam 11] [13.33.13 uur]: Oké maat. [naam 10] [13.34.14 uur]: Fin wil zo goed als droog hè? [naam 10] [13.34.37 uur]: Ik doe volgende keer liever gewoon een heel klein beetje metha. En dan droogkloppen. [naam 10] [13.34.43 uur]: Is veel sneller. [naam 11] [13.34.47 uur]: Ja, gewoon twee kilo uit één liter. [naam 10] [13.35.01 uur]: Dat proberen we te halen [naam 10] [13.35.11 uur]: Als we 2.8 opkloppen. [naam 10] [13.35.18 uur]: En laten drogen tot twee. [naam 11] [13.35.18 uur]: Hoe is het dan met de sterkte? [naam 10] [13.35.35 uur]: Moet goed zijn. [naam 11] [13.35.56 uur]: Ik bedoel met een klein beetje metha. [naam 10] [13.36.07 uur]: Die metha verdampt gewoon. [naam 10] [13.36.15 uur]: Sterkte hangt puur af van de olie. [naam 10] [13.36.40 uur]: Uit laten lekken. [naam 10] [13.36.40 uur]: Is het allermooiste. [naam 11] [13.37.34 uur]: Goed laten drogen. Dan vacuüm trekken. [naam 11] [13.38.09 uur]: Ik heb ze al laten weten dat het volgende week komt. [naam 11] [13.40.04 uur]: Als de sterkte maar goed is. [naam 10] [13.40.12 uur]: Ja, dat is puur de olie. [naam 10] [13.40.26 uur]: De olie was top.339 gesprek tussen [naam 12] ( [verdachte] ) en [naam 11] ( [medeverdachte 1] ) [naam 11] [11.44.21 uur]: Met dat Deen-verhaal pakken we toch zo 10K per persoon. Jouw TP-man wordt veilig over de Deense grens geloodst. Ik geef je alle info zondag.340 gesprek tussen [naam 10] ( [medeverdachte 7] ) en [naam 14] ( [medeverdachte 6] ) [naam 14] [21.06.06 uur]: Mijn neus is aan de binnenkant verschroeid. [naam 14] [21.09.37 uur]: De olie pak ik morgenochtend uit de stash. [naam 14] [21.10.19 uur]: Dan kunnen we samen in de middag even op en neer. Doen we de olie in de stash. De rest in de auto. Pap. [naam 10] [21.11.18 uur]: Ik kom zwaar tijd tekort. [naam 14] [21.11.36 uur]: Ik hoop dat broer morgenmiddag weg is. [naam 14] [21.12.18 uur]: Dan kan ik eerder beginnen. [naam 10] [21.12.18 uur]: Dat wordt een klapper. [naam 10] [21.12.23 uur]: Daarna Deem (de rechtbank begrijpt: Deen). [naam 10] [21.12.28 uur]: Dan Rus. [naam 10] [21.12.35 uur]: Er komen zware TP’s aan. [naam 14] [21.12.39 uur]: Ja. [naam 14] [21.12.42 uur]: Top.341 [naam 14] [21.17.50 uur]: Ik stop ook zo snel mogelijk weer met gewoon werk. Ik zal even kijken of ik zogenaamd een paar klusjes kan fixen. Schilderwerk. Laag in belasting. [naam 10] [21.18.55 uur]: Het kan niet zo zijn dat we dit verneuken voor een kutbaantje.342 [naam 14] [21.14.09 uur]: Ik ga zo snel slapen. Dan ben ik morgen een beetje fit. Vanmiddag is mijn neus van binnen verschroeid. Door het masker heen.343 28 februari 2020 Wickr Me Op 28 februari 2020 worden de volgende berichten uitgewisseld via Wickr Me,