RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 21/3189 t/m 21/3194 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 8 september 2022 in de zaken tussen [X] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven), en de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde verweerder] ). Procesverloop Eiseres heeft op 1 oktober 2019 bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: BPM) ter zake van de registratie van zes auto’s. De voldoening heeft plaatsgevonden op 30 september 2019. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 17 september 2021 de bezwaren ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft voorafgaand aan de zitting een pleitnota ingediend, die is doorgestuurd naar verweerder. Op de zitting bleek dat de pleitnota de vertegenwoordigers van verweerder niet had bereikt. De rechtbank heeft verweerder daarop een exemplaar van de pleitnota overhandigd en de vertegenwoordigers van verweerder de gelegenheid gegeven om de pleitnota te lezen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden 17 augustus 2022. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [medewerker verweerder 1] en [medewerker verweerder 2] . Overwegingen Feiten 1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. 1.1. Eiseres heeft op verschillende data in 2018 en 2019 meldingen BPM gedaan voor onderstaande zes auto’s: Auto Zaaknummer Merk/model Kenteken Verschuldigde BPM berekend aan de hand van 1 21/3189 Audi A3 [kenteken] Koerslijst X-ray 2 21/3190 Audi A4 [kenteken] Koerslijst X-ray 3 21/3191 Audi A6 [kenteken] Koerslijst X-ray 4 21/3192 Audi A6 [kenteken] Taxatierapport 5 21/3193 Audi Q5 [kenteken] Koerslijst X-ray 6 21/3194 Audi A4 [kenteken] Koerslijst X-ray 1.2. Eiseres heeft als vergunninghouder maandaangifte (als bedoeld in artikel 8 van de Wet BPM) gedaan van de onder 1.1. genoemde auto’s die in het tijdvak augustus 2019 te naam zijn gesteld. Eiseres heeft de verschuldigde BPM van € 22.495 voldaan op 30 september 2019 en vervolgens met dagtekening 1 oktober 2019 bezwaar gemaakt tegen de op aangifte voldane belasting. 1.3. Verweerder heeft de ontvangst van het bezwaarschrift per brief van 8 oktober 2019 aan eiseres bevestigd. Per brief met dagtekening 7 januari 2020 heeft verweerder aan eiseres aangekondigd voornemens te zijn het bezwaar ongegrond te verklaren. In deze brief staat ook het volgende: “Horen Indien u het niet eens bent met mijn voornemen, heeft u het recht om te worden gehoord. Hiertoe zal ik u een voorstel doen, dan wel heeft u inmiddels een voorstel ontvangen.” 1.4. Verweerder heeft met dagtekening 5 oktober 2020 de brief ‘Uitnodiging horen 23 oktober 2020’ aan eiseres gestuurd. In die brief is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen: “U hebt aangegeven dat u wenst te worden gehoord naar aanleiding van de vooraankondiging van de uitspraak op uw bezwaarschrift (en). Hierbij stel ik u op 23 oktober 2020, om 10.00 in gelegenheid om gehoord te worden. Bij het vaststellen van deze datum heb ik rekening gehouden met de mij bekende zittingsdagen MRB en BPM bij rechtbanken en hoven en de mij bekende hoorzittingen. U hebt, indien door u gewenst, de mogelijkheid tot inzage. Mocht u de dossiers nog in willen zien dan stel ik u in de gelegenheid de dossiers in te zien - conform artikel 7:4, lid 2 Awb - na het maken van een afspraak. De dossiers liggen ter inzage vanaf een week voorafgaand aan het hoorgesprek. Op de dag van het hoorgesprek is geen inzage mogelijk. Mocht u verhinderd zijn, dan verzoek ik u om uiterlijk 1 week na dagtekening van deze brief een alternatieve datum in dezelfde week door te geven.” Bij de brief heeft verweerder een lijst gevoegd van te bespreken bezwaarschriften van de gemachtigde van eiseres, waaronder ook de zaken waar het in deze uitspraak over gaat. 1.5. Verweerder heeft met dagtekening 6 januari 2021 de brief ‘Uitnodiging horen 3 februari 2021’ aan eiseres gestuurd. In die brief is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen: “Hierbij stel ik u op 3 februari 2021, om 10.00 in gelegenheid om gehoord te worden. Bij het vaststellen van deze datum heb ik rekening gehouden met de mij bekende zittingsdagen MRB en BPM bij rechtbanken en hoven en de mij bekende hoorzittingen. U vindt in de bijlage bij deze brief voor welke dossier(nummers) ik u hierbij uitnodig. Het betreft de 2e uitnodiging voor deze dossiers. U bent eerder uitgenodigd voor een hoorgesprek op 23 oktober 2020 U hebt, indien door u gewenst, de mogelijkheid tot inzage. U kunt voor de inzage een afspraak maken. De dossiers liggen één week ter inzage voorafgaand aan het hoorgesprek. Op de dag van het hoorgesprek is geen inzage mogelijk. De mogelijkheid bestaat u bij wijze van uitzondering de dossiers elektronisch toe te sturen. Indien u hiervan gebruik wilt maken, verzoek ik u mij dat te laten weten. Mocht u verhinderd zijn, dan verzoek ik u om uiterlijk één week na dagtekening van deze brief een alternatieve datum in dezelfde week door te geven. Het bezoekadres voor inzage en horen is [bezoekadres] . Het is ook mogelijk telefonisch of per tweezijdige videoverbinding gehoord te worden. Indien u gebruik wilt maken van één van deze alternatieven of van de mogelijkheid om de dossiers elektronisch te ontvangen, verzoek ik u om mij dat uiterlijk binnen één week na dagtekening van deze brief te laten weten.” Bij de brief heeft verweerder een lijst gevoegd van te bespreken bezwaarschriften van de gemachtigde van eiseres, waaronder ook de zaken waar het in deze uitspraak over gaat. 1.6. [collega gemachtigde eiseres] , werkzaam bij hetzelfde kantoor als de gemachtigde van eiseres, heeft per e-mail van 7 januari 2021 op de onder 1.5. genoemde brief gereageerd. Die e-mail luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “heden 7 januari 2021 ontving ik uw brieven met dagtekening van 6 januari 2021 inzake uitnodigingen voor fysieke hoorzitting op 1,3 en 5 februari 2021. U merkt op dat bij wijze van uitzondering u ook dossiers toestuurt, dat aanbod doe ik u al maanden, sinds de eerste corona-golf! Maar u weigert om uw moverende redenen!. U stelt dat u rekening gehouden heeft met zittingsdagen, maar op 3 februari 2021 staat gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ingepland, waarin ik met u procedeer. Aldus kan 3 februari 2021 geen doorgang vinden. (…) Ik moet aldus helaas ook afzeggen voor de uitnodiging van 1 en 5 februari 2021. Ik herhaal de mogelijkheid, die u om uw moverende redenen maar blijft weigeren, de dossiers in partijen van 25 stuks per week digitaal door te sturen. U stuurt exact 100 bezwaarschriften. Als u er nog 25 stuurt voor maandag 11 januari 2021 om 10.00 uur en volgende week maandag 18 januari 2021 25 stuks voor 10 uur, 25 januari 2021 voor 10.00 uur en 1 februari 2021 voor 10 uur, kunt u op maandag 8 februari 2021 een hoorgesprek voeren en heeft u in elk geval alle 100 stuks aan de kant!! Briljant voorstel van ons, u heeft een (gemene) strategie die niet werkt kan ik u nu al zeggen…” 1.7. Verweerder heeft met dagtekening 2 februari 2021 de brief ‘Uitnodiging horen 18 februari 2021’ aan eiseres gestuurd. In die brief is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen: “Op 23 oktober 2020 en 3 februari 2021 bent u eerder uitgenodigd voor de in de bijlage genoemde bezwaren. U hebt van deze mogelijkheden om u moverende redenen geen gebruik gemaakt. Hierbij nodig ik u nogmaals uit voor een hoorgesprek op: 18 februari 2021 van 10.00 uur tot 16.00 uur . U hebt, indien door u gewenst, de mogelijkheid tot inzage. U kunt voor de inzage een afspraak maken. De dossiers liggen één week ter inzage voorafgaand aan het hoorgesprek. Op de dag van het hoorgesprek is geen inzage mogelijk. De mogelijkheid bestaat u bij wijze van uitzondering de dossiers elektronisch toe te sturen, Indien u hiervan gebruik wilt maken, verzoek ik u mij dat te laten weten. Het bezoekadres voor inzage en horen is [bezoekadres] . Het is ook mogelijk telefonisch of per tweezijdige videoverbinding gehoord te worden. Indien u gebruik wilt maken van één van deze alternatieven of van de mogelijkheid om de dossiers elektronisch te ontvangen, verzoek ik u om mij dat uiterlijk binnen één week na dagtekening van deze brief te laten weten. Indien het hoorgesprek niet op genoemde datum zal plaats vinden zal ik uitspraak op bezwaar doen.” Bij de brief heeft verweerder een lijst gevoegd van te bespreken bezwaarschriften van de gemachtigde van eiseres, waaronder ook de zaken waar het in deze uitspraak over gaat. 1.8. [collega gemachtigde eiseres] heeft per e-mail van 3 februari 2021 op de onder 1.7. genoemde brief gereageerd. In die e-mail is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen: “Heden hebben wij uw e-mail met dagtekening van 2 februari 2021 in goede orde mogen ontvangen. U stuurt hierbij 63 dossiers door voor het hoorgesprek van 18 februari 2021, echter hebben wij van u nooit een uitnodiging mogen ontvangen voor 18 februari 2021, wel voor 17 februari 2021, hetgeen door ons bevestigd is, en voor 23 februari 2021, geannuleerd wegens een zitting bij de rechtbank Den Haag. Wij doen u reeds geruime tijd het voorstel om wekelijks 25 dossiers toe te sturen om nadien een telefonisch hoorgesprek te houden, echter blijkt u voorrang te geven aan uw eigen regels. In totaal hebben wij voor de week van 15 februari 2021 113 stuks mogen ontvangen. Met betrekking tot het hoorgesprek van 17 februari 2021 is er nog ruimte om 25 extra te behandelen, hierbij met name de dossiers die u heeft toegestuurd voor het onaangekondigde hoorgesprek van 18 februari 2021. De door u doorgestuurde dossiers worden dan ook niet in behandeling genomen. Hierbij doen wij u de mogelijkheid toekomen om van deze dossiers 25 stuks toe te zenden, de overige 38 stuks kunnen behandeld worden in een hoorgesprek op 3 maart 2021, dit door voor maandag 22 februari 2021 om 10.00u 25 stuks toe te zenden en voor maandag 1 maart 2021 om 10.00u de overige 13 stuks. Zo hebt u in ieder geval deze dossiers toch weer aan de kant.” 1.9. Met dagtekening 17 september 2021 heeft verweerder uitspraak op bezwaar gedaan, zonder dat een hoorgesprek heeft plaatsgevonden. In de uitspraak op bezwaar staat – voor zover hier van belang – het volgende: “Hoorgesprek Op 2 februari 2021 nodigde ik u – per aangetekende brief – uit voor een hoorgesprek op 18 februari 2021. Onder andere voor dit dossier. U bent eerder uitgenodigd voor hoorgesprekken op 23 oktober 2020 en 3 februari 2021. U hebt van deze mogelijkheden om u moverende redenen geen gebruik gemaakt en nimmer alternatieve data voorgesteld. Op 2 februari 2021 bood ik u via filetransfer de scans van de dossiers voor dit hoorgesprek aan. Daarmee kon u (veilig) inzage nemen in deze dossiers. Op 3 februari 2021 liet u naar aanleiding van de ontvangst van scans weten nog geen uitnodiging te hebben gehad en dat u de toegezonden dossiers niet in behandeling zou nemen. Ik heb vastgesteld dat u de uitnodiging op 3 februari 2021 om 16:11u daadwerkelijk heeft ontvangen. U heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid de dossiers in te zien. U heeft niet gevraagd voor een hoorgesprek via telefoon of beeldverbinding. Ik heb geen afmelding voor het hoorgesprek van u ontvangen. Omdat u drie keer bent uitgenodigd, en zonder afmelding niet verschenen bent op 18 februari 2021, concludeer ik dat u afziet van uw recht om gehoord te worden.” Geschil en beoordeling 2. Tussen partijen is in geschil of de op aangifte verschuldigde BPM voor het tijdvak augustus 2019 op de juiste hoogte is berekend. Meer specifiek is – samengevat – in geschil: of eiseres bij de auto’s waarbij gebruik is gemaakt van een koerslijst van X-ray recht heeft op een extra aftrek van 10% op de handelsinkoopwaarde in verband met een correctiefactor ‘ex-rental’; of de regeling van onderdeel 3.4 van Bijlage I van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Uitvoeringsregeling) strijdig is met het Unierecht; of eiseres recht heeft op een rentevergoeding wegens in strijd met het Unierecht geheven belasting; of van eiseres terecht en naar het juiste bedrag griffierecht is geheven; of ten aanzien van auto 3 de BPM-heffing op basis van de CO2-uitstoot conform het NEDC2-resultaat in strijd is met Unierecht, omdat die BPM-druk hoger is in vergelijking met andere, gelijksoortige auto’s waarvan de BPM is vastgesteld op basis van het NEDC1-resultaat; of de hoorplicht in bezwaar is geschonden; en of interne compensatie is toegestaan. Schending hoorplicht 3. Om proceseconomische redenen gaat de rechtbank eerst in op de vraag of verweerder de hoorplicht in bezwaar heeft geschonden. 3.1. Eiseres stelt dat haar recht om gehoord te worden in bezwaar is geschonden. De gemachtigde van eiseres voert aan dat zij in de e-mail van 3 februari 2021 (zie 1.8.) het voorstel heeft gedaan om enkele bezwaardossiers die gepland stonden voor de behandeling op 18 februari 2021 toe te voegen aan het gesprek van 17 februari 2021 en de overige dossiers op een later tijdstip te behandelen. Hieruit volgt dat het hoorgesprek op 18 februari 2021 wat eiseres betreft niet door kon gaan en dat eiseres niet heeft afgezien van het recht om te worden gehoord, zo stelt eiseres. 3.2. Verweerder stelt dat geen sprake is van schending van de hoorplicht. Eiseres is drie keer uitgenodigd voor een hoorgesprek, maar de gemachtigde van eiseres wilde om verschillende redenen (zoals de coronamaatregelen en de hoeveelheid van de te behandelen dossiers) niet verschijnen, zo stelt verweerder. Verweerder voert verder aan dat hij heeft aangeboden om het horen op een alternatieve manier te organiseren tijdens de corona-pandemie, zoals telefonisch of via een beeldverbinding, en dat hij ook bereid was om de dossiers elektronisch op te sturen, maar dat de gemachtigde van eiseres hieraan niet wilde meewerken. Tot slot stelt verweerder dat eiseres zich niet heeft afgemeld voor het hoorgesprek van 18 februari 2021. Verweerder is van mening dat uit deze hele gang van zaken de conclusie kon worden getrokken dat eiseres niet gehoord wilde worden. 3.3. De rechtbank overweegt als volgt. In het dossier zit geen reactie van de gemachtigde van eiseres op de eerste uitnodiging voor een hoorgesprek (zie 1.4.). Het is de rechtbank dan ook niet duidelijk waarom dit hoorgesprek geen doorgang heeft gevonden en waarom verweerder vervolgens de tweede uitnodiging heeft verstuurd. In ieder geval volgt uit het dossier niet dat de gemachtigde van eiseres zonder goede reden de eerste uitnodiging heeft afgewezen. Voor wat betreft de tweede uitnodiging (zie 1.5.) liggen de zaken anders. De gemachtigde van eiseres heeft op 7 januari 2021 gereageerd en aangegeven dat op de beoogde datum van het hoorgesprek een zitting gepland stond bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zie 1.6.). Dat is een gegronde reden voor uitstel van een hoorgesprek, wat verweerder kennelijk ook zo heeft opgevat. Dit alles betekent dat er op dat moment in wezen nog niets bijzonders was gebeurd en partijen in feite weer op 0 begonnen. 3.4. Vervolgens heeft verweerder de derde uitnodiging gestuurd (zie 1.7.). Daarop heeft eiseres een reactie gegeven (zie 1.8.), die er kort gezegd op neerkwam dat de gemachtigde van eiseres het tegenvoorstel doet om als regel wekelijks 25 dossiers op een telefonische hoorzitting te behandelen. In deze e-mail staat ook dat eiseres, specifiek ten aanzien van de zaken waarvoor verweerder eiseres had uitgenodigd voor 18 februari 2021, voorstelt om op het hoorgesprek van 17 februari 2021 25 extra zaken te behandelen. Die 25 extra zaken betroffen dus ten dele de dossiers die waren toegestuurd voor het beoogde hoorgesprek op 18 februari 2021. Verder doet de gemachtigde een concreet tegenvoorstel door een nieuwe datum (3 maart 2021) voor (een vervolg
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.