← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:3673

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer: C18/217017 / KG RK 22-264 beslissing van de meervoudige kamer van 6 oktober 2022 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van [verzoeker 1], wonende te [woonplaats 1], [verzoeker 2], wonende te [woonplaats 2], gemachtigde: [verzoeker 1], verzoekers. 1

  1. Procesverloop 1.
  2. Bij de afdeling bestuursrecht van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, heeft in de procedures geregistreerd onder zaaknummers LEE 22/26, LEE 22/27, LEE 22/1637 en LEE 22/1647 op 27 september 2022 een zitting plaatsgehad ten overstaan van mr. R.R. van der Heide. Op die zitting was dhr. [verzoeker 1] in persoon en tevens als gemachtigde van mw. [verzoeker 2] aanwezig. 1.
  3. Op 28 september 2022 heeft [verzoeker 1] - in de procedures met zaaknummers LEE 22/26 en LEE 22/1647 - namens verzoekers een verzoek ingediend tot wraking van mr. R.R. van der Heide. Mr. Van der Heide heeft niet in de wraking berust. 2
  4. Beoordeling 2.
  5. Vooropgesteld wordt dat op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - voor zover hier van belang - een ieder recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Als een partij op basis van feiten of omstandigheden van mening is dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, geeft artikel 8:15 Awb hem de mogelijkheid een verzoek tot wraking te doen van elk van de rechters die de zaak behandelen. 2.
  6. Verzoekers geven in hun wrakingsverzoek enkel aan dat zij de rechter wraken wegens vooringenomenheid. Een nadere toelichting wordt door verzoekers (in het geheel) niet gegeven. Van een gemotiveerd wrakingsverzoek is dan ook geen sprake. Dit leidt er, naar het oordeel van de wrakingskamer, toe dat verzoekers in hun wrakingsverzoek niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Hoewel verzoekers in hun wrakingsverzoek vermelden dat zij het proces-verbaal van de zitting van 27 september 2022 nodig hebben voor een verdere toelichting op het wrakingsverzoek, gaat de wrakingskamer hieraan voorbij, nu alle feiten en omstandigheden (waardoor volgens verzoekers de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden) door verzoekers tegelijk moeten worden voorgedragen. Dat het voor verzoekers ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek (nog) niet mogelijk was om (enige) feiten en omstandigheden aan te voeren die aan dit verzoek ten grondslag liggen, acht de wrakingskamer niet aannemelijk, temeer nu dhr. [verzoeker 1] bij de zitting van 27 september 2022 aanwezig was. 2.
  7. Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek niet toe. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan daarom achterwege blijven. 3Beslissing De rechtbank: 3.
  8. verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek; 3.
  9. bepaalt dat de procedures met nummers LEE 22/26 en LEE 22/1647 worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking; 3.
  10. beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekers en aanmr. R.R. van der Heide. Deze beslissing is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. H.J. Idzenga en mr. S.T. Kooistra, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober
  11. coll: 853

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.