← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:4300

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden zaak-/rekestnummer: C/17/186073 / FA RK 22-1687 beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 15 november 2022 inzake [bewindvoerder] B.V., gevestigd te [plaatsnaam] , in de hoedanigheid van bewindvoerder van: [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna ook te noemen de man, advocaat mr. E.M. Gilsing, kantoorhoudende te Drachten, tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna ook te noemen de vrouw, niet in rechte verschenen, en [de jongmeerderjarige] , wonende te [woonplaats] , hierna ook te noemen de zoon, niet in rechte verschenen. 1Het procesverloop 1.

  1. [bewindvoerder] B.V. heeft in de hoedanigheid van bewindvoerder van de man bij verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 29 september 2022, verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat met ingang van 4 mei 2022 de bijdrage van de man in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam] en de kosten van levensonderhoud en studie van [de jongmeerderjarige] per maand op nihil wordt gesteld, althans een bedrag en ingangsdatum in goede justitie te bepalen. 1.
  2. Op 11 oktober 2022 en op 24 oktober 2022 zijn stukken nagezonden door de verzoekende partij. 1.
  3. De vrouw en de zoon zijn in de gelegenheid gesteld om een verweerschrift in te dienen. De rechtbank stelt vast dat deze brieven per aangetekende post naar de vrouw en de zoon zijn verzonden en dat voor ontvangst van deze brieven is getekend. De vrouw en de zoon hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen 1.
  4. De zaak is pro forma behandeld. 2De feiten 2.
  5. De man en de vrouw hebben een relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van: - [de jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 in de gemeente [naam] ; - [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in de gemeente [naam] . 2.
  6. [de jongmeerderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de man. [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw. 2.
  7. Partijen zijn in een ouderschapsplan - dat deel uitmaakt van de beschikking van deze rechtbank van 15 oktober 2014 (verbeterd bij beschikking van 29 oktober 2014) - overeengekomen dat de man € 87,08 (geïndexeerd naar 2022) per kind per maand moet voldoen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding/levensonderhoud en studie van de kinderen. 3De beoordeling De ontvankelijkheid 3.
  8. De rechtbank constateert dat er sprake is van een kennelijke vergissing in het verzoekschrift, nu de uitvoerend bewindvoerder, de heer [naam] , als verzoekende partij is vermeld, terwijl de B.V. [bewindvoerder] blijkens het curatele- en bewindregister als bewindvoerder is benoemd. Het is de vennootschap die formeel de bewindvoerder is, niet haar werknemer. Nu niet gesteld noch gebleken is dat de vrouw en de zoon door de kennelijke vergissing onredelijk in hun belangen zijn geschaad, zal de rechtbank [bewindvoerder] B.V. ontvangen in diens verzoek. De inhoudelijke beoordeling 3.
  9. De man heeft in zijn verzoekschrift aangevoerd dat hij niet meer in staat is om een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding en de kosten van levensonderhoud en studie van de kinderen, omdat er beslag is gelegd op zijn inkomen. De man is op 4 mei 2022 toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject van de Gemeentelijke Kredietbank en heeft op 4 juli 2022 een overeenkomst tot schuldregeling ondertekend. In het Vrij Te Laten Bedrag (VTLB) wordt geen rekening gehouden met te betalen kinderalimentatie. 3.
  10. Gelet op de in het verzoekschrift gestelde feiten, de omstandigheid dat door de vrouw en de zoon geen verweer is gevoerd en op de maatstaven van de wet, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek behoort te worden toegewezen, nu haar dit niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. 4Beslissing De rechtbank: 4.
  11. wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 15 oktober 2014 (verbeterd bij beschikking van 29 oktober 2014) aldus, dat zij als volgt beslist: stelt met ingang van 4 mei 2022 de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in de gemeente [naam] , en de kosten van levensonderhoud en studie van [de jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 in de gemeente [naam] , op nihil voor de duur van de schuldhulpverlening; 4.
  12. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. G.J. Baken, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 november
  13. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden. fn: 871

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.