← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:4463

Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/292635-20 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 november 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [straatnaam] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van 12 september 2022, 13 september 2022, 6 oktober 2022 en 30 november 2022. De verdachte is ter terechtzittingen van 12 en 13 september 2022, de zittingen waarop de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen verdachte plaatsvond, telkens verschenen, bijgestaan door mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht. Het openbaar ministerie is tijdens de terechtzittingen telkens vertegenwoordigd door mr. P.M. van der Spek. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging en na wijziging hiervan, ten laste gelegd dat: 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 november 2020 tot en met 1 december 2020 te Wolvega, gemeente Weststellingwerf en/of een of meer (andere) plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde en/ of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van (ongeveer) 10.000 gram heroïne en/of (ongeveer) 1500 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of amfetamine, zijnde heroïne en/of amfetamine, een of meer middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/ of te bevorderen, een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te doen plegen, mede te plegen, uit telokken en/ of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of zich en/ of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/diefeit(

  1. en)heeft getracht te verschaffen, en/of voorwerpen en/ of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of (andere) betaalmiddelenvoorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  2. s)wist(
  3. en)of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  4. s)tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens): contact opgenomen en/of laten opnemen met [medeverdachte 1] om te vragen en/ of laten vragen om voornoemd/ een transport (met verdovende middelen) uit te voeren (naar Noorwegen), en/of ( telefonisch) contact onderhouden met de mede verdachten en/of met de koerier ( [medeverdachte1] ) en/of leverancier(
  5. s)en/of (Noorse) ontvanger(
  6. s)van verdovende middelen, althans Noorse contactpersonen en/of een huurauto, te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] , opgehaald of op laten halen(uit Duitsland), en/of voorhanden gehad, en/of een GPS-tracker opgehaald, op laten halen, en/of voorhanden gehad en/of een geldbedrag opgehaald, ontvangen, voorhanden gehad en/of beschikbaar gesteld en/of gegevenen/of laten geven aan de koerier, en/of een drugspers en/ of een weegschaal voorhanden gehad, en/ of versnijdingsmiddelen voorhanden gehad, en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 10.000 gram bevattende heroïne, zijnde heroïne, en/of eenhoeveelheid van (ongeveer) 1500 gram bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of amfetamine, zijnde een of meer middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, opgehaald of op laten halen en/of voorhanden gehad, en/of een/voornoemde hoeveelheid verdovende middelen versneden en/of geperst, althans latenversnijden en/of persen; 1. subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 november tot en met 1 december 2020, te Wolvega, gemeente Weststellingwerf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 10.000 gram heroïne en/of (ongeveer) 1500 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of amfetamine, zijnde een of meer middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 20 oktober 2020 tot en met 25 oktober 2020, te Wolvega, Heerenveen en/of een of meer (andere) plaatsen in Nederland, in Duitsland en/of in Noorwegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid5 van de Opiumwet, en/of heeft/hebben afgeleverd en/of verstrekt en/of verkocht en/of vervoerd, en/ of aanwezig heeft/hebben gehad, (ongeveer) 6650 gram cocaïne en/of (ongeveer) 9199,6 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/ of cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne, een of meer middelen als bedoeld vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3. hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 28 september 2020 tot en met 6 oktober 2020, te Wolvega, Heerenveen en/of een of meer (andere) plaatsen in Nederland, en/of in Noorwegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel l lid5 van de Opiumwet, en/of heeft/hebben afgeleverd en/ of verstrekt en/ of verkocht en/of vervoerd, en/ of aanwezig heeft/hebben gehad,een hoeveelheid heroïne en/of cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne, (althans, in elk geval) een of meer middelen als bedoeld vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 4. hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de maand augustus 2020, te Marknesse, Wolvega, Heerenveen en/of een of meer (andere) plaatsen in Nederland, en/of in Duitsland en/of in Noorwegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid5 van de Opiumwet, en/ of heeft/hebben afgeleverd en/ of verstrekt en/ of verkocht en/of vervoerd, en/ of aanwezig heeft/hebben gehad, (telkens) een hoeveelheid heroïne en/of cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 5. hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 10 december 2019 tot en met 13 december 2019, te Wolvega, Hoogeveen en/of een of meer (andere) plaatsen in Nederland, en/of in Zweden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid5 van de Opiumwet, en/ of heeft/hebben afgeleverd en/ of verstrekt en/ of verkocht en/of vervoerd, en/ of aanwezig heeft/hebben gehad, (ongeveer) 10.913 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne, een middel als bedoeld vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 6. hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 6 december 2019, te Groningen, Wolvega, Heerenveen en/of een of meer (andere) plaatsen in Nederland, en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel l lid5 van de Opiumwet, en/of heeft/hebben afgeleverd en/ of verstrekt en/ of verkocht en/of vervoerd, en/of aanwezig heeft/hebben gehad, (ongeveer) 9.908 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne, een middel als bedoeld vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 7. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 december 2020, te Wolvega, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  7. s)(telkens) een of meer voorwerp(en), te weten - een of meer geldbedragen, in totaal tot een geldbedrag van € 237.379,- verworven en/ of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van bovenomschreven voorwerp(
  8. en)gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  9. s)wist(
  10. en)dat dat/die voorwerp(
  11. en)- onmiddellijk of middellijk - uit enig misdrijf afkomstig waren; 7. subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 december 2020, te Wolvega, gemeente Weststellingwerf, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer voorwerp(en), te weten - een of meer geldbedragen, in totaal tot een geldbedrag van € 237.379,​ heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf; 8. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 1 december 2020, te Wolvega, in de gemeente Weststellingwerf, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een (duurzaam) samenwerkingsverband van een of meer natuurlijke personen en/of bedrijven, te weten hij, [verdachte] , en/of [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , en/of ( vanaf op of omstreeks 1 juli 2020, althans een later moment) [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8] , en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het opzettelijk afleveren en/ of verstrekken en/ of vervoeren en/ of verkopen en/of het buiten hetgrondgebied van Nederland brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, in elk geval het opzettelijk aanwezig hebben van een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst I, te weten cocaïne en/of heroïne (artikel 2 onder A, B en/of C Opiumwet), en/of ( gewoonte)witwassen van geldbedragen en/of andere vermogensbestanddelen en/of voorwerpen(artikel 420ter en/ of 420bis Wetboek van Strafrecht), terwijl hij leider van die organisatie was; 9. hij, in of omstreeks de periode van 8 juni 2020 tot en met 10 juni 2020, te De Blesse, gemeente Weststellingwerf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): 11 blauwe jerrycans (gevuld met in totaal 220 liter), en/of 3 blauwe jerrycans (elk gevuld met 30 liter), en/of 33 witte jerrycans (gevuld met in totaal 975 liter), en/of 1 witte jerrycan (gevuld met 30 liter), en/of 1 witte jerrycan (gevuld met 30 liter), (althans) in totaal 1345 liter (vloeistof), bevattende formamide en/of zoutzuur en/of mierenzuur, althans (restanten van) (gevaarlijke) afvalstoffen, (althans) afval afkomstig van de vervaardiging van amfetamine (door middel van Leuckhart-synthese) en/of (andere) verdovende middelen, gestort en/of achtergelaten en/of anderszins op of in de bodem gebracht aan/nabij de Domeinenweg en/of/althans op grondgebied in eigendom van It Fryske Gea; 10. hij op of omstreeks 1 december 2020, te Wolvega, gemeente Weststellingwerf, althans in Nederland, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/ of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een pistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (te weten een Sig Sauer, model X5) voorhanden heeft gehad; 11. hij, op of omstreeks 27 september 2020, te Wolvega, gemeente Weststellingwerf, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal te slaan en/of stompen tegen de neus en/of het gezicht, althans het lichaam. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gemotiveerd, middels zijn op schrift gesteld requisitoir veroordeling gevorderd voor het onder 1. primair, 2., 3., 4., 5., 6., 7. primair, 8., 9., 10. en 11. ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 7. primair ten laste gelegde heeft hij aangevoerd dat in de berekening rekening moet worden gehouden met de bedragen die verdachte heeft gewonnen in de vriendenloterij, zodat het bedrag dat hij heeft witgewassen komt op een bedrag van € 216.863,--. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van de onder 1., 2., 3., 4., 5., 6, 7., 8., 9. en 11. ten laste gelegde feiten geen bewijsverweer gevoerd. Hij heeft ten aanzien van het onder 7. ten laste gelegde witwassen, aangevoerd dat het aannemelijk is dat verdachte ongeveer € 300.000,-- heeft verdiend met de autohandel, nu hij ongeveer 655 auto’s op zijn naam heeft gehad en ongeveer € 500,-- per auto heeft verdiend. Verdachte heeft deze inkomsten niet opgegeven bij de belastingdienst. Het gronddelict zou daarom overtreding van artikel 69 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (hierna: AWR), een op zichzelf staand misdrijf, opleveren. Omdat er sprake is van een lex specialis verhouding had verdachte in dit geval vervolgd moeten worden op basis van de AWR en niet voor het commune delict witwassen. De raadsman heeft vrijspraak betoogd van het onder 10. ten laste gelegde feit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte het wapen voorhanden heeft gehad, nu niet kan worden aangetoond dat hij wetenschap van de aanwezigheid van het wapen in de door hem gehuurde loods heeft gehad, temeer nu uit het dossier blijkt dat er veel mensen in de loods bijeenkwamen die het wapen er kunnen hebben neergelegd. Oordeel van de rechtbank Voor de leesbaarheid van het vonnis heeft de rechtbank ervoor gekozen de zaken voor wat betreft de drugstransporten in chronologische volgorde te bespreken. De rechtbank zal derhalve beginnen met de bespreking van het onder 6. tenlastegelegde, het oudste feit. Nu meerdere personen dezelfde achternaam hebben worden de volgende personen met de voornaam aangeduid. [verdachte] wordt aangeduid met [verdachte] .1 [medeverdachte 3] wordt aangeduid met [medeverdachte 3] .2 [medeverdachte 2] wordt aangeduid met [medeverdachte 2] .3 [medeverdachte 7] wordt aangeduid met [medeverdachte 7] .4 [medeverdachte 6] wordt aangeduid met [medeverdachte 6] .5 [medeverdachte 9] wordt aangeduid met [medeverdachte 9] .6 Bij de bespreking van het onder 5. ten laste gelegde kan verwarring ontstaan waar er sprake is van [verdachte] , te weten [verdachte] en [verdachte] , zijnde [naam 1] , de koerier. De rechtbank zal laatstgenoemde aanduiden met [naam 1] . De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen7 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast. Algemene bewijsmiddelen De telefoonnummers De rechtbank koppelt de hierna genoemde telefoonnummers aan de volgende personen. [verdachte] (verdachte): [verdachte] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .8 [medeverdachte 3] : De data op het in de woning van [medeverdachte 3] aangetroffen telefoontoestel zijn onderzocht. Onder “owner name” stond de naam [medeverdachte 3] . Het telefoonnummer + [telefoonnummer] was aan dit toestel gekoppeld. In de contactenlijst stond bij het telefoonnummer + [telefoonnummer] “ [medeverdachte 2] broertje” vermeld.9 [medeverdachte 2] : De data op het in de woning van [medeverdachte 2] aangetroffen telefoontoestel werden onderzocht. Onder “owner name” stond de naam [medeverdachte 2] . Het telefoonnummer + [telefoonnummer] was aan dit toestel gekoppeld.10 Uit de contactenlijst bij dit toestel stond bij contact “ [naam 2] Nieuw” het telefoonnummer + [telefoonnummer] .11 [medeverdachte 5] : Naar de telefoon, die onder [medeverdachte 5] in beslag is genomen12, is onderzoek verricht. Hieruit blijkt dat de eigenaar van het toestel, [medeverdachte 5] , het nummer + [telefoonnummer] gebruikt.13 [medeverdachte 8] : [medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .14 [medeverdachte 4] : [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .15 [medeverdachte 10] : [medeverdachte 10] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .16 [medeverdachte 11] : [medeverdachte 11] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .17 [medeverdachte 6] : [medeverdachte 6] heeft verklaard dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] van hem is.18 [medeverdachte 9] : [medeverdachte 9] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .19 [medeverdachte 1] : [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .20 [medeverdachte 12] : [medeverdachte 12] is in Noorwegen aangehouden en haar telefoons zijn door de Noorse autoriteiten inbeslaggenomen. Uit het onderzoek in Noorwegen naar deze telefoons blijkt dat zij gebruikmaakte van de telefoonnummers + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] .21 [naam 1] : [verdachte] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .22 [naam 3] : [naam 3] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .23 Het gebruik van de panden [straatnaam] in Wolvega: [verdachte] heeft verklaard dat hij een garagebedrijf heeft in het pand aan de [straatnaam] in Wolvega. Hij huurt dit pand.24 [straatnaam] in Wolvega: [medeverdachte 8] heeft verklaard dat het pand aan de [straatnaam] in Wolvega door hem wordt gehuurd en gebruikt.25 [straatnaam] te Wolvega : Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat [medeverdachte 5] eigenaar is van het bedrijf [medeverdachte 5] reparaties, gevestigd aan de [straatnaam] te Wolvega. Bij de gegevens staat dat [medeverdachte 5] een zelfstandig automonteur is.26 Ten aanzien van het onder 6. ten laste gelegde Op 6 december 2019 zijn bij de kaai bestemd voor afvaarten en aankomsten naar en van Noorwegen door de douane in Kiel in een vrachtwagen uit Nederland vier dozen met daarin tapijten en gebruikte kleding aangetroffen. In een van de dozen met tapijten is een zak met twintig pakketten met daarin een verdachte substantie aangetroffen.27 De inhoud van de pakketten is forensisch onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat het gaat om in totaal 9.908,6 gram van een middel bevattende heroïne. Het betreft een vacuümzak met daarin twaalf rechthoekige, beige plakken met een totaal nettogewicht van 5.844,7 gram en acht vierhoekige beige plakken met een totaal nettogewicht van 4.063,9 gram.28 De vrachtwagenchauffeur heeft verklaard dat hij op 5 december van zijn bedrijf [bedrijf 1] de opdracht kreeg om in Groningen een vracht te gaan laden, op het adres [straatnaam] in Groningen. Het zou gaan om vier pakketten voor Oslo. Toen hij daar was, verschenen er verschenen twee mannen. Deze kwamen aanrijden in een Peugeot met kenteken [kenteken] . De chauffeur heeft van de kentekenplaat een foto gemaakt. De twee mannen verboden hem om foto’s van hen te maken. Ze wilden ook geen identiteitspapieren tonen en ze hadden geen vrachtpapieren. Ze zeiden dat het bestemmingsadres op de dozen stond. De chauffeur heeft toen samen met een van de mannen de vier dozen ingeladen. Daarna zijn de mannen weggereden. De chauffeur werd achterdochtig, omdat er geen documenten voor de lading waren en het laden op een parkeerplaats plaatvond.29 De chauffeur is vervolgens naar Kiel gereden en daar is hij naar de douane gegaan.30 Op 5 december 2019 kwam er bij de politie een melding binnen dat de kentekenplaten met kenteken [kenteken] van een Peugeot Partner waren gestolen. Er werd naar de politie gebeld met het telefoonnummer + [telefoonnummer] .31 Dit nummer bleek op naam gesteld van [naam 3] . De historische telefoongegevens van dit nummer zijn opgevraagd en hieruit blijkt dat er op dit nummer op 5 december 2019 om 10.34 uur een gesprek binnenkwam van het nummer + [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] . Vervolgens hebben beide nummers die dag nog een aantal malen contact met elkaar gehad. Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon van [naam 3] om 13.13 uur en 17.03 uur in Wolvega was. Om 18.46 uur heeft het nummer van [naam 3] een inkomend gesprek met het nummer + [telefoonnummer] op naam van [medeverdachte 10] . De telefoon van [naam 3] straalde toen een zendmast aan gelegen aan de Peizerweg in Groningen. Hierna heeft het nummer van [naam 3] nog tweemaal contact met het nummer van [medeverdachte 10] gehad. Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon van [naam 3] om 19.47 uur weer in Wolvega was. Later op de avond heeft het nummer van [naam 3] nogmaals contact met het nummer van [verdachte] gehad.32 Naar aanleiding hiervan heeft de politie [naam 3] gehoord. Hij heeft verklaard dat hij door [verdachte] is gebeld en dat [verdachte] hem heeft gevraagd om dozen met tapijten of gordijnen ergens naartoe te brengen. De dozen waren bestemd voor Scandinavië. [naam 3] heeft met de Peugeot Partner de dozen opgehaald bij de [bedrijf 5] in Wolvega. Dat is de garage van [verdachte] . [medeverdachte 4] en [verdachte] hebben de dozen in de Peugeot gezet. [verdachte] gaf hem het adres waar hij naar toe moest. Hij is hier samen met [medeverdachte 4] naar toegereden. Ze zagen op een industrieterrein een vrachtwagen staan.33 Toen [naam 3] daar was werd hij gebeld door [verdachte] . [verdachte] zei hem dat hij niets mocht zeggen en geen namen mocht geven. [naam 3] had zijn capuchon voor zijn hoofd getrokken om herkenning te voorkomen.34 Ze hebben toen de dozen in de vrachtauto gezet. De chauffeur vroeg naar de vrachtbrief. [naam 3] snapte dit niet. Nadien heeft [verdachte] hem gevraagd of er ook camera’s hingen. [verdachte] heeft hem toen gezegd dat hij de kentekenplaten van zijn voertuig moest halen. [verdachte] heeft deze vervolgens meegenomen. [naam 3] moest van [verdachte] melding doen van diefstal van de kentekenplaten doen bij de politie. Volgens [naam 3] is hij de avond van het afleveren van de dozen ook door een ander nummer gebeld en dat was het nummer van [medeverdachte 10] , maar hij heeft toen gesproken met [verdachte] en niet met [medeverdachte 10] zelf.35 Uit de informatie van transportbedrijf [bedrijf 2] blijkt dat zij op 4 december 2019 telefonisch een aanvraag kreeg voor een transport van opdrachtgever [bedrijf 3] , [straatnaam] te Groningen. Er werd door de opdrachtgever gebruik gemaakt van telefoonnummer + [telefoonnummer] . Door het toesturen van de bedrijfsinformatie is het transport in gang gezet en uitbesteed aan een transporteur. De bestemming van het transport was [adres] . De verschafte informatie, zoals het nummer van de Kamer van Koophandel en het BTW nummer, bleek achteraf vals te zijn. Er is meerdere malen telefonisch contact geweest tussen DSV en de aanvrager. Hierbij maakte de aanvrager telkens gebruik van telefoonnummer + [telefoonnummer] .36Uit analyse van de historische telefoongegevens van het nummer + [telefoonnummer] blijkt dat met dit nummer tussen 4 december 2019 en 11 december 2019 meerdere keren contact is geweest met een viertal nummers van [bedrijf 2] . Op de dagen en tijdstippen waarop het telefoonnummer + [telefoonnummer] contact had met de vier telefoonnummers van [bedrijf 2] werd de locatie van de gebruikte zendmast vastgelegd. Deze locaties zijn vergeleken met de zendmastlocaties van het telefoonnummer + [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] op dezelfde dagen en nagenoeg dezelfde tijdstippen. Hieruit blijkt dat de zendmasten die door de telefoontoestellen met de nummers + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] werden aangestraald dezelfde waren. Ook buiten de hiervoor genoemde selecties om, maakten de nummers + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] tussen 4 december 2019 en 15 december 2019 op of rond dezelfde momenten gebruik van dezelfde zendmastlocaties.37 Aan de hand van de verklaring van [naam 3] , in onderling verband en samenhang beschouwd met de analyse van de historische telefoongegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] in vergelijking met de historische telefoongegevens van het nummer + [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] , stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode tussen 4 december 2019 en 15 december 2019 gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit betekent dat, nu [verdachte] hierover geen verklaring heeft willen afleggen, ervan uit mag worden gegaan dat [verdachte] de afspraak voor het transport met het transportbedrijf heeft gemaakt en de contacten daarmee heeft onderhouden. Hij heeft ook [naam 3] voor het transport gevraagd, hem de pakketten aangeleverd en hem het adres gegeven waar hij de pakketten moest afleveren. Vervolgens hield hij contact met [naam 3] over het transport en gaf hij hem aanwijzingen. De rechtbank is van oordeel dat gezien de aanwijzingen van [verdachte] aan [naam 3] , zoals het geen namen geven en voor de zekerheid het vervangen van de kentekenplaten en hier melding van diefstal van doen bij de politie, alsook het gebruiken van valse gegevens en van een ander telefoonnummer gebruikmaken bij het aanvragen van het transport, vastgesteld moet worden dat [verdachte] op de hoogte was van de inhoud van de pakketten en dus wist dat er harddrugs in verstopt zaten. De rechtbank acht het aannemelijk dat een dergelijk drugstransport niet door één persoon wordt uitgevoerd, de drugs worden aangeleverd, moeten worden verpakt en in het land van bestemming dienen de drugs te worden opgevangen en te worden betaald. Hiervoor is het noodzakelijk dat er onderlinge communicatie is en dat er derhalve meerdere personen bij betrokken zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de nog onbekend gebleven mededader(
  12. s)bij het buiten het grondgebied brengen, het vervoeren en het aanwezig hebben van de drugs, welke samenwerking in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De rol van [verdachte] heeft bestaan uit het coördineren van het heroïnetransport in Nederland en het ervoor zorgdragen dat de drugs naar het buitenland worden verzonden. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen van het buiten het grondgebied van Nederland brengen, het uitvoeren en aanwezig hebben van de drugs wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde Hierna is sprake van [verdachte] , te weten [verdachte] en [naam 1] , zijnde de koerier. Op 13 december 2019 kwam bij de politie een ambtsbericht vanuit Zweden binnen dat [naam 1] aldaar was aangehouden. Hij was die dag met de veerboot vanuit Denemarken in Götenburg gearriveerd en werd daar met behulp van een drugshond gecontroleerd door de douane. Hij reed in een Opel Vectra met het kentekennummer [kenteken] . De aanmelder van dit voertuig voor uitvoer betreft [naam 4] , wonende [straatnaam] te Oslo in Noorwegen.38 In dit voertuig werden op een verborgen plek gelegen achter een inzetstuk, in het dashboardkastje en in de airbag in totaal 22 met tape en plastic verpakte pakketten hard samengeperst bruin poeder aangetroffen. Uit onderzoek van het douanelaboratorium in Zweden blijkt het te gaan om heroïne met een nettogewicht van 10.913,8 gram.39 [naam 1] heeft verklaard dat een Somalische man die hij kent onder de naam [medeverdachte 7] telefonisch contact met hem heeft opgenomen. [medeverdachte 7] gebruikte het Engelse telefoonnummer + [telefoonnummer] en hij vroeg hem een auto naar Noorwegen te rijden. [naam 1] maakte zelf gebruik van het telefoonnummer + [telefoonnummer] . [naam 1] kent [medeverdachte 7] van vroeger. [medeverdachte 7] woont nu in Engeland, maar daarvoor woonde hij in Wolvega. [medeverdachte 7] is nog vaak in Nederland want hij heeft zonen in Nederland. Een van deze zonen heeft een garagebedrijf in Wolvega. [naam 1] is een foto getoond van [medeverdachte 7] en hij herkende deze persoon als de [medeverdachte 7] waarmee hij telefonisch contact heeft gehad. Na dit telefoongesprek verliep het contact via “ [naam 5] ”. “ [naam 5] ” gebruikte het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Op 10 december 2019 heeft [naam 1] om 18.00 uur afgesproken met “ [naam 5] ” bij het casino in de Grote Kerkstraat in Hoogeveen. Hij heeft toen één persoon gezien. Op 12 december 2019 ’s nachts heeft [naam 1] sms-berichten ontvangen van “ [naam 5] ”. Hij heeft toen een afspraak gemaakt met “ [naam 5] ” en is vervolgens door twee mannen opgehaald uit Hoogeveen. Op een parkeerplaats voor Wolvega zijn ze gestopt. [naam 1] heeft toen de auto gekregen waarmee hij later is vertrokken en in Zweden is aangehouden. De sleutels van de auto lagen onder een band. In de nacht van 12 december 2019 is hij door zowel [medeverdachte 7] als “ [naam 5] ” gebeld. [medeverdachte 7] en “ [naam 5] ” hadden haast; ze wilden dat hij die dag nog vertrok. Later die dag is [naam 1] vertrokken. Via Duitsland is [naam 1] naar Denemarken gereden. Toen hij in Denemarken moest tanken belde “ [naam 5] ” hem. In Denemarken heeft [verdachte] de boot naar Zweden genomen en is daar aangehouden. De afspraak was dat [naam 1] , wanneer hij in Oslo was, [medeverdachte 7] en “ [naam 5] ” zou bellen. Zij zouden dan [naam 4] bellen.40 Uit de historische telefoongegevens blijkt dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] , in gebruik bij [naam 1] , in de avond van 10 december 2019 in Hoogeveen was. In de periode van 18:00 tot 18:18 waren er tien contacten met het telefoonnetwerk. De telefoon bevond zich op 10 december 2019 te 18:11 uur in een gebied waarin zich de Grote Kerkstraat te Hoogeveen bevindt. Ook blijkt uit deze gegevens dat in de periode van 10 december 2019 te 18:00 uur tot en met 10 december 2019 te 18:17 uur [naam 1] en “ [naam 5] ” met telefoonnummer + [telefoonnummer] , vijfmaal telefonisch contact hebben met elkaar. De telefoon met het telefoonnummer + [telefoonnummer] bevond zich op 10 december 2019 te 18:00 uur in een gebied waarin zich de Grote Kerkstraat te Hoogeveen bevindt. Uit de historische telefoongegevens blijkt ook dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] , in gebruik bij [verdachte] , in de avond van 10 december 2019 in Hoogeveen was. De telefoon bevond zich op 10 december 2019 te 18:11 uur in een gebied waarin zich de Grote Kerkstraat te Hoogeveen bevindt. Ook blijkt uit de historische telefoongegevens dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] , in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 10] , in de avond van 10 december 2019 in Hoogeveen was. De telefoon met het telefoonnummer + [telefoonnummer] bevond zich vanaf 10 december 2019 te 18:01 uur eveneens in een gebied waarin zich de Grote Kerkstraat te Hoogeveen bevindt. Op 10 december 2020 vanaf 18:31 uur reizen de telefoons in gebruik bij [verdachte] en [medeverdachte 10] van Hoogeveen naar Wolvega. Uit de telefoongegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] , in gebruik bij “ [naam 5] .” is te zien dat de telefoon tussen 18:17 uur en 21:26 uur niet werd gebruikt. De telefoon is op 10 december 2019 nog in Hoogeveen en op 10 december 2019 om 21:26 uur in Wolvega.41 Medeverdachte [medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij een keer met [verdachte] en [medeverdachte 10] naar Hoogeveen is geweest. [verdachte] was toen op zoek naar een Somalische man, maar deze man en [verdachte] mochten elkaar niet zien. [medeverdachte 10] en [medeverdachte 8] zijn toen naar een casino geweest om voor [verdachte] te kijken of de man daar was.42 [medeverdachte 10] heeft eveneens verklaard dat hij met [verdachte] in Hoogeveen is geweest. Volgens hem was er nog iemand bij. Hij vermoedt [medeverdachte 8] .43 Uit de historische telefoongegevens is verder het volgende gebleken. De telefoon van [naam 1] (+ [telefoonnummer] ) was de avond van 11 december 2019 in Hoogeveen. Op 12 december om 2:07 uur vertrok zijn telefoon uit Hoogeveen. Op 12 december om 3:09 uur was zijn telefoon terug in Hoogeveen. Kort voor deze reis op 12 december 2019 om 1:33 uur kwam er een sms-bericht binnen vanaf de telefoon van “ [naam 5] ” met het nummer + [telefoonnummer] met als inhoud: "Waar ben je dan?" Op 12 december 2019 om 1:41 uur kwam er wederom een sms-bericht binnen van “ [naam 5] ” met het nummer + [telefoonnummer] met als inhoud: "Ik ben onderweg", waarop [naam 1] een sms-bericht terugstuurt met als inhoud: "ok". De telefoon van [naam 1] heeft in deze periode de volgende masten aangestraald: Hoogeveen, Veeningen, De Wijk, Ter Idzard, Willemsoord, Steenwijk, Koekange, de Wijk, Veeningen en Hoogeveen. De telefoon had op 12 december om 2:26 uur contact met de mast welke is gelegen aan de [straatnaam] te Ter Idzard. Gelet op de geografie binnen het antenne-gebied van de telefoon van [naam 1] en de daarop volgende rijrichting, is het volgens de analist van de politie aannemelijk, dat de telefoon zich op dat moment bevond op de parkeerplaats van De Weeren, een tankstation langs de oostelijke de zijde van de A32 tussen de afslag Ter Idzard en Heerenveen- Zuid. De telefoon van “ [naam 5] ” (+ [telefoonnummer] ) reisde op 12 december 2019 van Wolvega naar Ter Idzard, Joure, Heerenveen, Joure, Heerenveen, Wolvega, Ter Idzard en naar Wolvega. De telefoon had op 12 december om 2:06 uur contact met de mast welke is gelegen aan de [straatnaam] te Ter Idzard. Gelet op de geografie binnen het antennegebied van de telefoon van “ [naam 5] ” en de daarop volgende rijrichting, is het volgens de analist van de politie aannemelijk, dat de telefoon zich op genoemd moment bevond op de parkeerplaats van De Weeren. De telefoon van [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) reisde op 12 december 2019 tussen 2:02 uur en 2:46 uur van Wolvega, naar Ter Idzard, Nijelamer, Heerenveen, Ter Idzard, Heerenveen, Ter Idzard, Oldeholtpade en Wolvega. De telefoon van [verdachte] had op 12 december om 2:07 uur contact met de mast welke is gelegen aan de [straatnaam] te Ter Idzard. Gelet op de geografie binnen het antennegebied van de telefoon van [verdachte] en de daarop volgende rijrichting, is het volgens de analist van de politie aannemelijk dat de telefoon op genoemd moment zich bevond op de parkeerplaats van De Weeren. De telefoon van [naam 3] (+ [telefoonnummer] ) reisde op 12 december 2019 tussen 1:52 en 2:55 uur van Wolvega, Oldeholtpade, Heerenveen, Oldeholtwolde, Heerenveen naar Wolvega. De telefoon van [naam 3] had op 12 december om 2:08 uur contact met de mast welke is gelegen aan de Kooiweg te Oldeholtwolde. Gelet op de geografie binnen het antennegebied van de telefoon van [naam 3] en de daarop volgende rijrichting, is het volgens de analist van de politie aannemelijk, dat de telefoon op genoemd moment zich bevond op de A32, in de nabijheid van de parkeerplaats van De Weeren. De telefoon van [medeverdachte 10] (+ [telefoonnummer] ) had op 12 december om 1:49 uur contact met de zendmast welke is gelegen aan de Kooiweg te Oldeholtwolde. Gelet op de geografie binnen het antennegebied van de telefoon van [medeverdachte 10] en de daarop volgende rijrichting, is het volgens de analist van de politie aannemelijk, dat de telefoon op genoemd moment zich bevond, in de nabijheid van de parkeerplaats van De Weeren. Er is in Zweden onder de personenauto, de Opel Vectra voorzien van het kenteken [kenteken] , een GPS-tracker aangetroffen, Het telefoonnummer van deze GPS-Tracker betreft volgens onderzoek + [telefoonnummer] . Uit de historische telefoongegevens van dit telefoonnummer blijkt dat dit telefoonnummer op 12 december 2019 om 1:43 uur in Wolvega was. Vervolgens “reisde” het telefoonnummer via Heerenveen, Nijeveen, Meppel, Koekange naar Hoogeveen.44 Volgens [medeverdachte 8] heeft hij op 12 december 2019 samen met [naam 6] een Somalische man opgehaald vanuit Hoogeveen en afgezet op de carpoolplaats tussen de afslag Wolvega en Heerenveen. Dit was na 00.00 uur. [naam 6] heeft deze opdracht gekregen van [verdachte] .45 Uit de historische verkeersgegevens van [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) blijkt van contacten met [medeverdachte 8] en [naam 6] in de vroege morgen van 12 december 2019. [medeverdachte 8] (+ [telefoonnummer] ) had driemaal telefonisch contact met [verdachte] en met [naam 6] (+ [telefoonnummer] ) tienmaal. Ook blijkt uit deze gegevens dat het telefoonnummer van [verdachte] op 12 december 2019 om 1:20 uur contact heeft met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit betreft het telefoonnummer van de GPS-tracker dat onder de personenauto, Opel Vectra met het kenteken [kenteken] , is aangetroffen.46 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de telefoons van [verdachte] , [naam 3] , [naam 6] , [medeverdachte 8] , [naam 1] “ [naam 5] ” en het telefoonnummer van de GPS-tracker in de vroege ochtend van 12 december 2019 zich hebben bevonden op parkeerplaats De Weeren. Uit de verklaringen van [medeverdachte 8] en [naam 1] blijkt ook dat zij er zelf zijn geweest. Gelet op de verklaring van [naam 1] in onderling verband en samenhang beschouwd met de historische telefoongegevens stelt de rechtbank vast dat [naam 1] die nacht de personenauto van het merk Opel Vectra voorzien van het kenteken [kenteken] heeft ontvangen, terwijl daarin de GPS-tracker en de in Zweden aangetroffen heroïne reeds moesten zijn ingebouwd. [naam 1] is later die dag vanuit Hoogeveen met deze personenauto vertrokken richting Noorwegen. De rechtbank heeft hiervoor bij het onder 6. ten laste gelegde reeds vastgesteld dat [verdachte] in de periode tussen 4 december 2019 en 15 december 2019 gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer] . De historische telefoongegevens in combinatie met de verklaringen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 11] bevestigen dit in deze zaak ook weer. De rechtbank acht het daarom zeer waarschijnlijk dat [verdachte] de persoon is die door [naam 1] als “ [naam 5] ” wordt aangeduid. Gelet op de coördinerende rol van [verdachte] , waar het aanleveren van de auto met daarin de drugs deel van uitmaakte, in combinatie met de uiterlijke verschijningsvormen van het gedrag van [verdachte] , zoals het gebruiken van een andere naam, het telefoonnummer van een ander gebruiken en er voor zorgen dat de koerier hem niet zou zien en dan mogelijk herkennen, is de rechtbank van oordeel dat vastgesteld kan worden dat [verdachte] wist dat er in de auto pakketten met daarin harddrugs waren verstopt en dat deze naar het buitenland vervoerd moesten worden. Het medeplegen bij het onder 5. ten laste gelegde De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage van de medepleger kan in uitzonderlijke gevallen vóór of ná het strafbare feit zijn geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de feitelijke uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(
  13. re)rol in de voorbereiding. De rechtbank stelt de volgende rolverdeling vast. De vader van [verdachte] , [medeverdachte 7] , heeft de koerier voor dit drugstransport benaderd en vervolgens in contact gebracht met [verdachte] . [verdachte] heeft hierna de meeste contacten met de koerier onderhouden en heeft gezorgd dat hij de geprepareerde auto in ontvangst nam. Samen met [medeverdachte 7] heeft [verdachte] bij de koerier aangegeven dat de rit naar Scandinavië spoed had en dat hij zo snel mogelijk moest vertrekken. [verdachte] heeft de koerier tijdens het transport gevolgd via de GPS-tracker. De koerier had de opdracht dat hij, wanneer hij in Oslo was aangekomen, contact met [medeverdachte 7] en [verdachte] op te nemen. Dit doet veronderstellen dat [verdachte] en [medeverdachte 7] ook contact onderhielden met de personen die de drugs aangeleverd zouden krijgen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] en mogelijk onbekend gebleven mededader(
  14. s)is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van zowel [verdachte] als [medeverdachte 7] aan het tenlastegelegde door hun coördinerende taken bij het heroïnetransport naar het oordeel van de rechtbank van zodanig voldoende gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. In de zaken met betrekking tot de overige transporten en de voorbereiding daarvan, hierna de tenlastegelegde feiten onder 4 tot en met 1 (chronologisch), is de werkwijze steeds dat wordt gewerkt met een in Duitsland gehuurde auto. Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde Het halen van het voertuig, de Citroën [medeverdachte 9] heeft verklaard dat hem door [verdachte] is gevraagd of hij iemand wist die met een auto voor hem cocaïne naar Noorwegen kon brengen. Hij heeft toen zijn broer [medeverdachte 6] benaderd, omdat hij wist dat [medeverdachte 6] in geldnood zat. [medeverdachte 6] wilde het wel doen. [medeverdachte 6] zou in eerste instantie zelf de auto huren, maar hij kon niet. [medeverdachte 9] heeft dit doorgegeven aan [verdachte] en [medeverdachte 3] en gezegd werd toen dat hij de auto dan maar zelf moest huren. Ze hebben vervolgens een emailaccount op [medeverdachte 9] ‘s naam aangemaakt om een auto bij autoverhuurbedrijf [bedrijf 4] in Duitsland te reserveren. [medeverdachte 9] heeft daarna samen met [verdachte] en nog een derde persoon de auto opgehaald bij [bedrijf 4] in Düsseldorf. [medeverdachte 9] kreeg € 500,-- contant van [verdachte] . Dit geld moest hij storten op zijn bankrekening, zodat hij de autohuur kon pinnen. [medeverdachte 9] heeft een witte Citroën DS gehuurd.47 Uit de bankgegevens van [medeverdachte 9] blijkt dat er op 26 augustus 2020 om 13.16 uur € 500,-contant is gestort en dat op 26 augustus 2020 om 20.20 uur € 532,49 wordt betaald aan [bedrijf 4] .48 Volgens de gegevens van [bedrijf 4] autoverhuur blijkt dat [medeverdachte 9] vanaf 26 augustus 2020 een Citroën DS DS3 Crossback met kenteken [kenteken] heeft gehuurd bij [bedrijf 4] in Düsseldorf.49 Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat de telefoon van [medeverdachte 9] (+ [telefoonnummer] ) op 26 augustus omstreeks 16:24 uur de zendmast aanstraalt bij Klazienaveen en op 26 augustus 2020 omstreeks 21:15 uur de zendmast bij Babberich. In de tussenliggende periode wordt er geen gebruik gemaakt van zendmasten in Nederland. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon in gebruik bij [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) blijkt dat zijn telefoon op 26 augustus omstreeks 16:22 uur de mast aanstraalt bij Klazienaveen en op 26 augustus 2020 omstreeks 21:12 uur de mast bij Stokkum en vervolgens om 21:14 uur bij Babberich. In de tussenliggende periode wordt er geen gebruik gemaakt van zendmasten in Nederland. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van [medeverdachte 4] (+ [telefoonnummer] ) blijkt dat deze telefoon op 26 augustus 2020 om 15:36 uur de zendmast aanstraalt bij Emmen. Op 26 augustus 2020 om 21:16 uur straalt dit telefoonnummer een zendmast aan welke staat in Didam.50 Voorts blijkt uit een bericht van [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) op 26 augustus 2020 om 15.05 uur aan [medeverdachte 5] (+ [telefoonnummer] ) dat hij onderweg is om een nieuwe auto op te halen. Hij is er vanavond.51 De rechtbank stelt vast dat voornoemde betaalgegevens en historische verkeersgegevens de verklaring van [medeverdachte 9] voldoende steun geven om vast te stellen dat [medeverdachte 9] de Citroën in Düsseldorf heeft gehuurd en dat [verdachte] en [medeverdachte 4] met hem mee waren om de auto op te halen. Bovendien bevestigt [verdachte] zelf in een bericht naar [medeverdachte 5] dat hij een auto aan het halen is. Het preparen van het voertuig, de Citroën Uit de camerabeelden van 26 augustus 2020 van de camera gericht op het pand aan de [straatnaam] te Wolvega blijkt het volgende. Rond 22.17 uur kwam er een Mercedes GLA het terrein van de loods op rijden. [medeverdachte 3] stapte als bijrijder uit, opende de loods en ging naar binnen. Om 22.24 uur reed een witte Citroën type DS Crossback voorzien van kenteken [kenteken] het terrein van de loods op. Het kenteken is ten naam gesteld bij [bedrijf 4] Duitsland. Als bijrijder stapte uit [medeverdachte 4] . De Citroën werd de loods ingereden. Om 22.34 uur liep [medeverdachte 5] het terrein van de loods op. Hij droeg een zwart voorwerp. Om 22.47 uur werd de loodsdeur geopend door [verdachte] en [medeverdachte 3] . Ze keken rond en sloten de deur weer. Om 23.51 uur reed de Citroën met Duits kenteken de loods uit. [medeverdachte 4] hield de loodsdeur open, [medeverdachte 5] verliet met een koffer in de hand het terrein.52 Voornoemde camerabeelden zijn aan [medeverdachte 5] getoond. Hij heeft zichzelf op de camerabeelden herkend.53 Onder [medeverdachte 3] is een telefoon inbeslaggenomen die gekoppeld was aan telefoonnummer + [telefoonnummer] . Uit de veiliggestelde gegevens op deze telefoon blijkt dat op 26 augustus 2020 om 22:39 uur in de map shared/AppGroup een foto is geplaatst. Uit bevindingen van de digitale recherche werd duidelijk dat de afbeelding via Signal verzonden is. De contactpersoon naar wie de afbeelding is verzonden betrof + [telefoonnummer] onder de naam “ [naam 7] ”. Uit onderzoek werd duidelijk dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] in gebruik is bij Signal contact “ [naam 8] ”. [medeverdachte 3] had dit telefoonnummer in zijn contactenlijst als “ [naam 7] ” opgeslagen. Op de foto is volgens de verbalisant de hem bekende [naam 9] [medeverdachte 5] te zien. Hij hangt half in het passagiersportier van een witte auto. De uiterlijke contouren van het voertuig komen overeen met een witte Citroën type Crossback. Om 23.09 uur die dag werd met de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 3] een video gemaakt. Hierop is een witte auto te zien die qua uiterlijke kenmerken overeenkomt met de Citroën type Crossback. Op het stuur is een logo te zien. Dit logo komt ook overeen met het logo van een Citroën type Crossback. Te zien is dat onder het middenconsole verschillende pakketten liggen.54 Eerder die dag om 1.50 uur heeft [medeverdachte 3] via Signal aan [naam 8] doorgegeven dat hij een nieuwe man heeft die gaat rijden en dat hij nu de auto gaat vullen met “stach”. Als [naam 8] wil kan hij ook zijn “stach” er in. De man vertrekt morgenochtend. In het gesprek wordt ook over een “tracker” gesproken.55 De voorbereiding van het transport met als koerier [medeverdachte 6] [medeverdachte 9] heeft verklaard dat hij, voordat [medeverdachte 6] naar Noorwegen is vertrokken, samen met [verdachte] , [medeverdachte 3] en nog iemand bij [medeverdachte 6] thuis is geweest. Door [verdachte] of [medeverdachte 3] is de Citroën toen naast de woning van [medeverdachte 6] op een parkeerterrein gezet. Hij heeft gezien dat [medeverdachte 3] en de andere man een GPS-tracker in de Citroën inbouwden. Dit deden ze op het parkeerterrein naast de woning van [medeverdachte 6] . Tijdens het bezoek werd de route besproken. Deze lieten ze zien op Google Earth. De grensovergangen werden besproken. Het was belangrijk dat [medeverdachte 6] via de brug ging in plaats van met de boot. Wanneer [medeverdachte 6] op de eindbestemming was aangekomen moest hij bellen met [verdachte] of [medeverdachte 3] . Ze vertelden ook dat ze voor de zekerheid een hotel voor [medeverdachte 6] hadden geboekt.56. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] dat in gebruik is bij [medeverdachte 9] blijkt dat zijn telefoon in de vroege morgen van 27 augustus 2020 om 1:14 uur een zendmast aanstraalde die staat op de Expansie te Marknesse. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] dat in gebruik is bij [verdachte] is te lezen dat zijn telefoonnummer op 27 augustus 2020 van 00:24 uur tot en met 1:08 uur dezelfde zendmast aanstraalde. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] dat in gebruik is bij [medeverdachte 3] blijkt dat zijn telefoonnummer op 27 augustus 2020 omstreeks 00:21 uur en om 00:24 uur ook dezelfde zendmast aanstraalde. Tevens straalde de telefoon genoemde mast aan omstreeks 1:19 uur. De woning van [medeverdachte 6] aan de [straatnaam] te Marknesse ligt midden in Marknesse en in het gebied van genoemde zendmast.57 Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] dat in gebruik is bij [medeverdachte 6] is te lezen dat hij op 27 augustus 2020 om 5:28 uur contact had met een zendmast die staat op de Expansie te Marknesse en op 29 augustus 2020 om 6:56 uur contact had met een zendmast die staat op de Markt te Wolvega. In de tussenliggende gesprekken zijn geen mastgegevens bekend. Dit kan inhouden dat het telefoonnummer in het buitenland is geweest.58 De rechtbank stelt vast dat de historische telefoongegevens de verklaring van [medeverdachte 9] ondersteunen, dat voordat [medeverdachte 6] op reis ging hij samen met [verdachte] , [medeverdachte 3] en een onbekende man bij [medeverdachte 6] thuis is geweest. Bovendien bevestigt [medeverdachte 6] dit ook in onderstaande verklaring. Het transport met als koerier [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij [verdachte] via zijn broer [medeverdachte 9] heeft ontmoet. [verdachte] heeft hem toen voorgesteld om voor hem naar Oslo in Noorwegen te rijden. Hem is verteld dat er ongeveer zes kilo cocaïne in de auto zou zitten. In de vroege ochtend van 27 augustus 2020 is [medeverdachte 6] met een witte Citroën richting Noorwegen vertrokken. Deze auto had [verdachte] voor hem geregeld. De avond hiervoor kwamen [medeverdachte 9] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en nog een ander bij hem langs. Hij heeft instructies gekregen. [medeverdachte 3] vertelde dat ze via een GPS-tracker konden zien waar hij was. Er zouden ook personen voor hem uitrijden. Tijdens de reis had [medeverdachte 6] veel contact met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Volgens [medeverdachte 6] was dit het nummer dat [medeverdachte 3] gebruikte. [medeverdachte 3] gaf hem de adressen. Tijdens de reis kreeg [medeverdachte 6] via wickr locaties doorgezonden. [medeverdachte 3] gebruikte de wickr accounts: [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] . Deze locaties tikte [medeverdachte 6] dan in op zijn telefoon. Wanneer hij bijna bij een locatie was kreeg hij een nieuwe locatie door. Ze wisten dus telkens waar hij was. In Zweden heeft [medeverdachte 6] overnacht in een hotel. Dit was voor hem op zijn naam gereserveerd. De volgende ochtend is hij naar Noorwegen gereden. Hij kwam vroeg in de ochtend aan bij een hotel in Oslo. Dit hotel was eveneens voor hem gereserveerd. Het betrof het [hotel 1] . In Oslo moest [medeverdachte 6] achter een donkere man in een taxi aanrijden. Ze reden naar een autogarage. Daar moest hij [medeverdachte 3] bellen en zijn telefoon en sleutels aan de man afgeven. De man bracht hem met de taxi terug naar zijn hotel. In de avond is [medeverdachte 6] weer richting Nederland gereden. Hij kwam vroeg in de ochtend aan in Nederland. Hij is toen naar de woning van [medeverdachte 9] gereden en heeft hem de sleutel van de auto overhandigd. Toen hij de auto in Noorwegen terugkreeg zag hij dat de halve middenconsole eruit lag. Ze hadden in Noorwegen de middenconsole uit elkaar gehaald maar niet weer netjes in elkaar gezet.59 Uit de historische telefoongegevens in de periode tussen 27 augustus 2020 en 5 oktober 2020 blijkt dat [medeverdachte 6] met het telefoonnummer + [telefoonnummer] contact heeft gehad met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer heeft geen tenaamstelling. Gedurende de reis van [medeverdachte 6] had hij zeer regelmatig contact met dit telefoonnummer. Uit de vergelijking met de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] en het telefoonnummer + [telefoonnummer] dat in gebruik is bij [medeverdachte 3] , blijkt dat beide telefoons op dezelfde momenten gebruikmaakten van zendmasten die staan in dezelfde plaatsen in Nederland.60 De telefoon van [medeverdachte 3] is inbeslaggenomen. Het telefoonnummer dat aan deze telefoon gekoppeld was had het nummer + [telefoonnummer] . Deze telefoon is onderzocht. Op het toestel stonden verschillende apps. Onder “User Account” bij deze verschillende apps waren door de gebruiker verschillende accountnamen gekoppeld. Voor de app wickr waren de accountnamen [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] gekoppeld. Op de telefoon was gezocht op [hotel 2] , Oslo. In het tabblad “images” werd een screenshot van een boekingsbevestiging van het [hotel 2] , Oslo aangetroffen.61 Uit de bankgegevens van [medeverdachte 6] blijkt dat hij op 28 augustus 2020 een betaling van 125,39 euro bij ATM Nokas Nydalen Oslo Noorwegen heeft gedaan.62 Op voornoemde telefoon werd op 27 augustus 2020 naar [hotel 3] op de website www.booking.com gezocht.63 Op grond van het voorstaande stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 3] tijdens het transport naar Noorwegen en in Noorwegen instructies aan [medeverdachte 6] heeft gegeven en dat hij ook de hotels voor hem heeft gereserveerd. [medeverdachte 3] gebruikte tijdens het transport het telefoonnummer + [telefoonnummer] en op de wickr app de accountnamen [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] . De beloning van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] [medeverdachte 6] heeft ongeveer € 4.500,-- voor de rit ontvangen. Hij heeft dit geld van [medeverdachte 3] ontvangen. Dit was minder dan hem was toegezegd. [medeverdachte 3] vertelde hem dat dit was omdat de ontvangers in Noorwegen zeiden dat “het spul” niet goed was en dat de kronen nog omgewisseld moesten worden naar euro’s.64 [medeverdachte 9] heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 6] € 10.000,-- zou ontvangen. Dit bedrag zouden beiden delen. Uiteindelijk hebben ze minder ontvangen. [medeverdachte 3] heeft hen dit geld gebracht. Ze hebben elke € 4.500,-- gehad.65 De rol van [verdachte] heeft via [medeverdachte 9] de koerier geronseld. Ook onderhield hij het contact met [medeverdachte 5] , de persoon die de drugs moest inbouwen. [verdachte] was in de loods aan de [straatnaam] te Wolvega aanwezig toen de drugs werden ingebouwd. Hij heeft de auto met daarin de drugs naar de woning van [medeverdachte 6] gereden en hij heeft hem instructies gegeven voor het transport naar Oslo. [verdachte] was derhalve verantwoordelijk voor de coördinatie voorafgaande aan het transport en voor het bij elkaar brengen van de betrokken personen. Tevens heeft hij aanwijzingen gegeven voor tijdens het transport en heeft hij drugs vervoerd en aanwezig gehad. De rol van [medeverdachte 3] was in de loods aan de [straatnaam] te Wolvega aanwezig toen de cocaïne werd ingebouwd en heeft hier ook afbeeldingen van op zijn telefoon. Hij was betrokken bij het plaatsen van de GPS-tracker onder de auto. Voorafgaande aan het transport heeft hij de route doorgesproken met [medeverdachte 6] als de koerier en hem instructies gegeven. Tijdens het transport gaf hij de locaties door aan de koerier en gaf hij door welke hotels voor hem waren gereserveerd. In Oslo was [medeverdachte 3] de tussenpersoon tussen de koerier en de personen in Oslo die de drugs ontvingen. Hij was dus verantwoordelijk voor de coördinatie voorafgaand aan het transport, tijdens het transport en na afloop was hij verantwoordelijk voor de betaling van de koerier en diens broer. Hij had derhalve een leidinggevende en coördinerende rol bij het drugstransport. De rol van [medeverdachte 6] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 6] is gevraagd om ongeveer zes kilo cocaïne naar het buitenland te vervoeren. Hij heeft hiermee ingestemd en heeft vervolgens een auto met daarin de cocaïne naar Oslo vervoerd. De rol van [medeverdachte 5] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 5] wist dat er een auto opgehaald zou worden en hij komt de avond dat de auto is opgehaald langs in de loods aan de [straatnaam] in Wolvega. Hij heeft zijn gereedschapskoffer bij zich. Wanneer de auto wegrijdt vertrekt ook [medeverdachte 5] . Gelet op deze omstandigheden, in samenhang genomen met de op de telefoon van [medeverdachte 3] aangetroffen afbeeldingen, waaruit blijkt dat [medeverdachte 5] voorin de Citroën bezig is en dat bij de middenconsole de drugs is ingebouwd en de verklaring van [medeverdachte 6] dat de middenconsole in Noorwegen is verwijderd en teruggezet, acht de rechtbank het aangetoond dat [medeverdachte 5] , die automonteur is, de drugs in de auto heeft ingebouwd. Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde Ook hier betreft het een transport naar Noorwegen. Er is een auto van het merk BMW gehuurd in Duitsland. [medeverdachte 6] wilde het transport niet zelf uitvoeren en is op zoek gegaan naar een koerier. Het regelen van de koerier [medeverdachte 1] Op 24 september 2020 belde [medeverdachte 2] (+ [telefoonnummer] ) naar [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) en zei dat als hij hem niet betaalt, geen geld geeft, wie gaat het dan uitvoeren? Zo werkt niemand.66 [medeverdachte 6] heeft verklaard dat [verdachte] hem heeft gevraagd om opnieuw met een auto naar het buitenland te rijden. [medeverdachte 6] heeft toen [medeverdachte 13] gevraagd. Hij heeft hierbij gezegd dat het om een drugstransport ging. [medeverdachte 6] zou voor zijn bemiddeling € 10.000,-- ontvangen. Via [medeverdachte 13] is [medeverdachte 6] in contact gekomen met [medeverdachte 1] .67 [medeverdachte 13] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 6] is benaderd met de vraag of hij met drugs naar het buitenland wilde rijden. Hij heeft toen aan [medeverdachte 14] gevraagd of zij iemand kende die met drugs naar het buitenland wilde te rijden. [medeverdachte 14] kende wel iemand en via [medeverdachte 14] heeft hij het telefoonnummer van [medeverdachte 1] ontvangen. [medeverdachte 13] heeft vervolgens tegen [medeverdachte 6] gezegd dat [medeverdachte 1] het wel wilde doen en is samen met [medeverdachte 6] bij [medeverdachte 1] in Leeuwarden geweest.68 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 14] haar heeft gevraagd een auto heen en weer Noorwegen te rijden. Toen ze [medeverdachte 14] vroeg wat er met de auto was vertelde [medeverdachte 14] haar dat er drugs in zaten. [medeverdachte 14] vroeg haar of ze haar telefoonnummer door mocht geven. Daarna werd [medeverdachte 1] gebeld. Ze heeft toen afgesproken in Leeuwarden. Ze heeft daar een ontmoeting gehad met [medeverdachte 13] en een Nederlandse man. Ze hebben haar toen verteld dat ze de wickr app op haar telefoon moest zetten. Ze heeft toen haar gebruikersnaam aan de Nederlandse man doorgegeven. Dit was haar eigen naam.69 Voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd stelt de rechtbank vast dat de Nederlandse man waar [medeverdachte 1] over heeft verklaard [medeverdachte 6] moet zijn en dat [medeverdachte 6] haar voor [verdachte] heeft benaderd. Het huren van de auto, de BMW [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij geld van [verdachte] heeft gekregen en dat [medeverdachte 1] dit geld op haar rekening heeft gestort. [medeverdachte 6] heeft [medeverdachte 1] in Balk opgehaald en samen zijn ze naar Düsseldorf gereden. [medeverdachte 1] zou daar een auto huren, maar ze had onvoldoende geld gekregen. [medeverdachte 6] heeft toen zijn vriendin, Koopmans, gevraagd om geld over te maken. [medeverdachte 1] heeft vervolgens een auto gehuurd en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] zijn toen ieder in een auto naar Nederland gereden. [medeverdachte 6] had contact met [medeverdachte 1] via de app wickr. Zijn gebruikersnaam was Omerta met een paar cijfers. [medeverdachte 1] heeft de auto bij de Lidl in Balk neergezet en de sleutels heeft ze in de auto achtergelaten. [medeverdachte 6] heeft toen aan [verdachte] doorgegeven waar de auto stond.70 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij bij de Lidl in Balk is opgehaald en dat ze samen met de man in een wit bestelbusje naar Duitsland is gereden. Ze had via de app wickr haar e-mailadres doorgegeven en ze ontving per e-mail een reservering van een huurauto bij [bedrijf 4] op de luchthaven van Düsseldorf. Dit had iemand anders voor haar gedaan. Toen zij en de man aankwamen op het vliegveld bij Düsseldorf zijn ze samen naar de autoverhuur gelopen. [medeverdachte 1] had onvoldoende geld. Daarom moest ze een tikkie maken en naar hem op whatsapp sturen. De man zei dat hij het weer doorstuurde naar iemand anders. Daarna moesten ze even wachten op het geld en toen dat binnen was heeft [medeverdachte 1] de auto betaald. [medeverdachte 1] heeft een zwarte BMW gehuurd. Ze had met [medeverdachte 6] afgesproken om de auto bij de Lidl in Balk neer te zetten. Dit heeft ze gedaan. Ze heeft de sleutel bij de auto achtergelaten. Ze zou vervolgens via de app wickr horen wanneer ze moest vertrekken.71 Uit de gegevens van [bedrijf 4] Autoverhuur blijkt dat [medeverdachte 1] van 28 september 2020 tot en met 6 oktober 2020 bij [bedrijf 4] in Düsseldorf een auto van het merk en type BMW X2 met het Duitse kenteken [kenteken] heeft gehuurd. De huurprijs was € 978,96.72 Op 28 september 2020 om 23.39 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 6] (+ [telefoonnummer] ) en vroeg hem of hij doekoes moest meenemen. Volgens [medeverdachte 6] kwam dit morgen wel. [medeverdachte 6] vroeg of ze morgenochtend moest vertrekken. Van [verdachte] moest [medeverdachte 6] op wickr kijken. Om 23.41 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) [medeverdachte 6] (+ [telefoonnummer] ) opnieuw en vroeg wat hij heeft bijgevuld. [medeverdachte 6] zei € 540,-- want hij was € 960,--.73 Het persen van de drugs en het prepareren van de auto, de BMW Op het pand [straatnaam] te Wolvega had de politie een observatiecamera gericht. Uit de beschrijving van deze camerabeelden blijkt het volgende. Op 28 september 2020 om 23.38 uur is te zien dat er een zwarte BMW voorzien van Duitse kentekenplaten de loods werd ingereden. De loodsdeur werd door [medeverdachte 4] geopend. De volgende cijfers en letters van het Duitse kenteken waren waar te nemen: [kenteken] . Achter de BMW rijdt een blauwe Volkswagen Golf. [medeverdachte 10] stapte uit aan de bestuurderszijde van de Volkswagen Golf en rende naar de loodsdeur om deze samen met [medeverdachte 4] verder te openen. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10] sloten de deur en bleven in de loods. Om 23:43 uur werd de loodsdeur geopend. [medeverdachte 10] en [verdachte] liepen de loods uit in de richting van de Volkswagen Golf. [verdachte] stapte aan bestuurderszijde in en [medeverdachte 10] aan de bijrijderszijde.74 Volgens [medeverdachte 10] moet de bestuurder, die de BMW naar binnen heeft gereden, [verdachte] zijn geweest want er was naast hem, [verdachte] en [medeverdachte 4] niemand anders in de loods aanwezig.75 Op 2 oktober 2020 om 19:09 uur werd de BMW X2 uit de loods aan de [straatnaam] te Wolvega gereden. De hierbij aanwezige personen waren [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 15] en een onbekend gebleven persoon.76 [medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij in het weekend van 2 en 3 oktober 2020 aanwezig was in de loods die bij [verdachte] in gebruik was. [medeverdachte 15] was toen achter in de loods drugs aan het persen. Dit lukte niet en toen is [medeverdachte 8] gevraagd om te helpen. [medeverdachte 15] heeft de drugs versneden en in zakjes gedaan en [medeverdachte 8] heeft geperst. Naast [medeverdachte 15] was [medeverdachte 3] hier ook bij aanwezig. [medeverdachte 8] heeft gehoord dat het heroïne betrof. Ze waren rond 3.00 uur klaar. [medeverdachte 8] heeft in de loods een zwarte auto gezien. De kentekenplaat van de auto was wit met zwart.77 Op de loods aan de [straatnaam] te Wolvega was ook een camera gericht. Uit deze beelden blijkt dat op 2 oktober 2020 om 19.15 uur een zwart voertuig voorzien van witte kentekenplaten de [straatnaam] op kwam rijden en de loods naar binnen reed.78 Vervolgens vonden er op 2 en 3 oktober 2020 diverse telefoongesprekken plaats. Op 2 oktober 2020 om 20.00 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) [medeverdachte 2] (+ [telefoonnummer] ). Voor er werd gesproken door [medeverdachte 2] en [verdachte] was te horen dat werd gesproken over een kilo en [verdachte] zei “gewoon achter brengen”. Daarna begon het gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] en dat ging erover dat ze al lang bezig zijn en [medeverdachte 2] zei: “amateurs”. Uit het gesprek bleek dat [verdachte] in de garage was. [verdachte] sloot het gesprek af met "On the road. On the road.".79 Op 2 oktober 2020 om 20.57 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) naar [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) en zei dat hij met een kwartiertje een deegroller zou hebben. [medeverdachte 3] zei dat dat goed is. Om 21.55 uur belden [verdachte] en [medeverdachte 3] opnieuw en [medeverdachte 3] zei dat [verdachte] maar gewoon die simcard moest halen. De roller hoefde niet meer. Op 3 oktober 2020 om 1.41 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 2] (+ [telefoonnummer] ). Het ging erover dat ze [naam 9] niet wakker kunnen krijgen en dat [medeverdachte 3] betere afspraken moet maken. Vervolgens belde om 1.59 uur [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 5] (+ [telefoonnummer] ). Volgens [medeverdachte 5] was er om 6 uur met hem afgesproken, maar volgens [verdachte] gaat ze dan rijden. Volgens [verdachte] is alles “ready” en of [medeverdachte 5] kan komen. [medeverdachte 5] gaf aan dat hij eraan zou komen. Hierop belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) om 2.00 uur weer met [medeverdachte 2] (+ [telefoonnummer] ). [verdachte] gaf aan dat hij hem wakker had en volgens [medeverdachte 2] was dat perfect. Ze spraken af naar de garage te gaan. Volgens [medeverdachte 2] heeft [verdachte] alles afgerond maar hij mag niet dicht want er ontbreekt nog iets. Hij moet alles erin doen maar niet sluiten.80 Uit de camerabeelden blijkt dat op 3 oktober 2020 om 3.49 uur een donkerkleurig voertuig uit de loods aan de [straatnaam] in Wolvega kwam rijden. Tegelijkertijd kwam van het pad naast het loodsencomplex een voertuig aanrijden. Beide voertuigen reden vervolgens uit beeld. 81 Op 3 oktober 2020 te 3.51 uur bleek uit een gesprek tussen [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 2] (+ [telefoonnummer] ) dat ze achter elkaar aanreden. Tijdens het gesprek verplaatsten ze zich. Op 3 oktober 2020 te 4.07 uur straalde de telefoon van [medeverdachte 2] een zendmastlocatie aan waarbinnen ook het gebied van supermarkt de Lidl in Balk is gelegen.82 Om 4.28 uur belde [medeverdachte 6] (+ [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) en zei dat ze wakker is en zo naar “de waggie” toe gaat. [medeverdachte 3] zei dat dat goed is en dat ze locaties geven. Net voor dit gesprek om 4.27 uur had [medeverdachte 6] contact met het telefoonnummer + [telefoonnummer] op naam van [medeverdachte 1] .83 Uit historische verkeersgegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] met het telefoonnummer + [telefoonnummer] blijkt dat op 3 oktober 2020 om 4:43 uur haar telefoon zich nog in Nederland bevond. Deze had toen nog contact via de zendmast die staat in Balk aan de Dubbelstraat.84 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij ’s nachts tussen 4 en 5 uur is gebeld. Er werd toen gezegd dat de auto klaarstond bij de Lidl.85 Gelet op de in het voorgaande opgegeven tijdlijn in samenhang met de locatiegegevens en de tapgesprekken stelt de rechtbank vast dat de inmiddels geprepareerde BMW door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] van Wolvega naar de Lidl in Balk is gereden. [medeverdachte 3] heeft vervolgens aan [medeverdachte 6] doorgegeven dat de auto voor de koerier klaar stond. Het reisgeld voor [medeverdachte 1] Volgens [medeverdachte 1] heeft zij € 600,-- aan reisgeld gekregen voor tanken, eten en tolwegen. Ze heeft dit cash gekregen van de man die met haar is meegegaan om de auto in Duitsland te huren en die gebruik maakte van het wickr-profiel Omerta.86 [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op 1 oktober 2020 met [verdachte] heeft afgesproken bij de voetbalvelden van FC Wolvega. Hij heeft toen € 600,-- ontvangen van [verdachte] . Dit geld was bestemd voor [medeverdachte 1] , voor de reis. Zij heeft dit geld op haar rekening gestort.87 Uit de gegevens van de bankrekening van [medeverdachte 1] blijkt dat op 1 oktober 2020 € 600,-- op haar rekening is gestort bij een geldautomaat aan de Van Harenstraat in Wolvega. Vervolgens zijn er op 3 oktober 2020 betalingen gedaan in Duitsland en Denemarken, op 5 oktober 2020 betalingen in Oslo, Noorwegen en op 6 oktober 2020 betalingen in Zweden, Duitsland en Nederland.88 Het transport met als koerier [medeverdachte 1] Op 3 oktober 2020 om 6.16 uur is er een ANPR-registratie van de BMW met kenteken [kenteken] bij Zwartemeer, voor de grens van Duitsland.89 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij met de BMW naar Oslo in Noorwegen is gereden. Zij kreeg onderweg steeds locaties door via een wickr-profiel met de naam [gebruikersnaam] . Steeds wanneer ze bijna op een locatie was kreeg zij een nieuwe locatie door. Ze is in een keer doorgereden en kwam ’s avonds rond 23.00 uur of 24.00 uur aan op de eindbestemming. Daar stond een zwarte auto en ze werd benaderd door een vrouw, genaamd [naam 10] , en haar vriend. Er was een hotelkamer op haar naam voor haar geboekt en daar werd zij met een taxi naar toegebracht. Op de kamer moest ze wachten tot ze weer weg mocht. Ze heeft via de app wickr gebeld met [gebruikersnaam] . Hij gaf aan dat ze nog niet weg mocht en moest wachten op een telefoontje. Op maandagavond om 21.00 uur werd haar telefonisch meegedeeld dat ze weg mocht en dat de auto voor het hotel stond. Ze is toen naar huis gereden en kwam dinsdag aan. Ze heeft toen ze thuis was een bericht naar [gebruikersnaam] gezonden. Ze heeft de auto bij de Lidl in Balk neergezet.90 [medeverdachte 6] heeft verklaard dat [medeverdachte 3] tijdens de reis contact had met [medeverdachte 1] en de reis regelde. [medeverdachte 3] deed dit door het sturen van locaties via de app wickr.91 Op 5 oktober 2020 heeft [medeverdachte 6] contact met [medeverdachte 3] gehad en [medeverdachte 3] vertelde dat ze de auto in Oslo niet open kregen, waardoor het langer duurde.92 Uit de ANPR registratie blijkt dat de BMW op 6 oktober 2020 om 11.07 uur weer in Nederland was.93 Mede gelet op de verklaring van [medeverdachte 6] dat [medeverdachte 3] de contacten met [medeverdachte 1] onderhield tijdens het transport en de verklaring van [medeverdachte 1] dat zij contact had met het wickr-account [gebruikersnaam] tijdens het transport, één van de wickr accounts van [medeverdachte 3] , stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 3] tijdens het transport de locaties heeft doorgegeven aan [medeverdachte 1] en haar in Oslo instructies heeft gegeven. De beloning van [medeverdachte 1] Nadien heeft [medeverdachte 6] met [medeverdachte 1] afgesproken bij de McDonalds in Lemmer en heeft haar toen geld gegeven. Hij heeft dit geld van [verdachte] ontvangen. Hij had van [medeverdachte 3] begrepen dat [medeverdachte 1] in Oslo al € 1.700,-- had ontvangen.94 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij bij de McDonalds in Lemmer € 1.950,-- in briefjes van € 50,-heeft ontvangen. Er was haar € 6.000,-- toegezegd. De rol van [verdachte] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] [medeverdachte 6] heeft gevraagd om een koerier voor een volgend transport te regelen. Toen [medeverdachte 6] iemand had gevonden was [medeverdachte 6] de contactpersoon van de koerier. Via [verdachte] kreeg [medeverdachte 6] instructies en heeft hij ook het geld voor de huur van de auto en reisgeld voor de koerier gegeven. Nadat de auto was gehuurd, is aan [verdachte] doorgegeven waar de auto stond en heeft [verdachte] de auto zijn pand aan de [straatnaam] in Wolvega binnengereden. Toen de auto vervolgens in het pand aan de [straatnaam] in Wolvega was geplaatst, heeft [verdachte] contact met [medeverdachte 2] gehad over de werkzaamheden die uitgevoerd moesten worden en toen deze klaar waren heeft hij gezorgd dat [medeverdachte 5] naar zijn pand toe ging. Het persen heeft in het door [verdachte] gehuurde pand plaatsgevonden. Aan [verdachte] werd ook doorgegeven dat er nog “iets” bij moest en nog niet dicht mocht. Hieruit blijkt zeggenschap van [verdachte] over het dichtmaken van de ruimtes in de auto. Na het transport heeft hij geld voor de koerier aan [medeverdachte 6] gegeven. [verdachte] heeft hiermee een leidinggevende en belangrijke coördinerende rol gehad in de voorbereiding van het drugstransport. De rol van [medeverdachte 3] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 3] aanwezig was toen de gehuurde auto uit het pand aan de [straatnaam] in Wolvega werd gereden. Hij was aanwezig bij het persen. Hij heeft de afspraak met [medeverdachte 5] gemaakt. Toen de auto was geprepareerd heeft hij de auto samen met [medeverdachte 2] naar Balk gebracht en vervolgens aan [medeverdachte 6] doorgegeven dat de koerier naar de auto kon komen en dat de locaties doorgegeven zouden worden. Tijdens het transport heeft [medeverdachte 3] de instructies en locaties aan de koerier gegeven. Ook onderhield hij de contacten met de personen uit Noorwegen over het moment dat de auto weer gereed was voor vertrek naar Nederland. [medeverdachte 3] heeft hiermee een leidinggevende en belangrijke coördinerende rol gehad zowel bij de voorbereiding als tijdens het drugstransport. De rol van [medeverdachte 2] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 2] aanwezig was toen de gehuurde auto uit het pand aan de [straatnaam] in Wolvega werd gereden. Toen men aan het persen was heeft [medeverdachte 2] telefoongesprekken met [verdachte] gevoerd waaruit blijkt dat hij wist dat ze bezig waren met de voorbereiding van een transport. Hij wist blijkbaar ook dat de werkzaamheden waren afgerond, want uit de telefoongesprekken blijkt dat hij als eerste heeft geprobeerd om contact te krijgen met [medeverdachte 5] , omdat hij naar zijn pand moest, het pand waar de gehuurde auto op dat moment stond. Wanneer bekend is dat [medeverdachte 5] naar zijn pand gaat geeft [medeverdachte 2] aan [verdachte] door dat er nog niets moet worden afgesloten, omdat er nog iets bij moet. De rechtbank maakt hieruit op dat [medeverdachte 2] invloed had over het vervoer van de goederen of stoffen. Vervolgens heeft hij de geprepareerde auto samen met [medeverdachte 3] naar Balk gereden en klaar gezet voor de koerier. [medeverdachte 2] heeft hiermee een belangrijke coördinerende rol gehad bij de voorbereiding van het transport. De rol van [medeverdachte 1] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] is gevraagd om drugs naar het buitenland te vervoeren. Zij heeft hiermee ingestemd, heeft een auto hiervoor gehuurd en is -nadat de auto was geprepareerd- met de auto naar Oslo gereden. Zij heeft hiermee een uitvoerende rol gehad bij het buiten het grond gebied brengen van Nederland, het vervoeren en aanwezig hebben van de drugs. De rol van [medeverdachte 6] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 6] actief opzoek is geweest naar een koerier voor een drugtransport naar Oslo. Toen [medeverdachte 1] wel wilde heeft hij haar instructies gegeven, is met haar mee naar Duitsland geweest om een auto te huren, heeft haar geld voor de huur overhandigd en heeft haar reisgeld gegeven. Hij heeft haar ook aangegeven dat de auto gereed was en dat ze kon vertrekken. Tevens heeft hij haar uiteindelijk een deel van de beloning betaald. Kortgezegd was hij de contactpersoon van [medeverdachte 1] . Verdachte had derhalve een belangrijke coördinerende rol voorafgaande aan het drugstransport. De rollen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 15] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 15] de drugs heeft versneden en dat [medeverdachte 8] de drugs heeft geperst. De rol van [medeverdachte 5] wordt later in het vonnis op pagina 38 besproken. Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde Op 25 oktober 2020 om 9:08 uur werd een zwarte Ford Kuga, met Duits kenteken [kenteken] , gecontroleerd nabij de grenspassage bij Holtet in Noorwegen. De bestuurster van de auto was een vrouw, die zich met een Nederlands paspoort legitimeerde als [medeverdachte 12] . Er werd besloten om de auto mee te nemen voor een uitgebreide controle. Het aantreffen van de drugs in de Ford Kuga De auto werd vervolgens door een douanebeambte met de drugshond doorzocht. De douanebeambten zagen pakketjes verpakt in bolletjesplastic in de achterklep. Er werd een pakketje uit de achterklep gehaald voor onderzoek. Dit was een vierkant, langwerpig pakketje met een Chanellogo. Onder het bolletjesplastic zaten twee lagen met vacuümplastic, zwarte krimpfolie en twee lagen gewoon plastic voordat het pakketje met het logo tevoorschijn kwam. Op 27 oktober 2020 werd een nacontrole van bovengenoemde auto uitgevoerd. Er werden achttien pakketten aangetroffen met bruine tape, waarvan enkele pakketten waren voorzien van een Davidster aangebracht met een blauwe stift.95 De totale hoeveelheid, samen met hetgeen daaraan voorafgaand werd aangetroffen, is forensisch onderzocht en bedraagt in totaal: 6.626,5 gram cocaïne en 8.751,6 gram heroïne.96 Er is gebruik gemaakt van de aanwezige holle ruimtes/bergplaatsen in de auto. De GPS-tracker aangetroffen in de Ford Kuga Nabij het pakket onder de vloerbedekking voor de passagiersstoel werd een tracker aangetroffen.97 Deze tracker werd bemonsterd.98 Op de binnenkant van het deksel werd DNA-materiaal aangetroffen dat geschikt was om te vergelijken.99 Dit DNA-materiaal is vergeleken met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] en het komt overeen.100 In de tracker werd een simkaart van Lebara aangetroffen. Deze simkaart werd onderzocht en uit dit onderzoek blijkt dat het Nederlandse telefoonnummer + [telefoonnummer] was gekoppeld aan deze simkaart. Uit informatie van de opgevraagde historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer blijkt dat dit telefoonnummer ook in een telefoon met imeinummer ​ [imeinummer] heeft gezeten. Dit was in de periode van 5 september 2020 vanaf 19:56 uur tot en met 3 oktober 2020 om 02:59 uur. Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat er drie simkaartjes in dit toestel hebben gezeten. Namelijk de nummers + [telefoonnummer] , + [telefoonnummer] (nummer tracker) en het nummer +31686384600. Op 3 oktober 2020 ging het simkaartje met het telefoonnummer + [telefoonnummer] in de GPS-tracker met het imei-nummer [imeinummer] . Deze combinatie heeft op 3 oktober 2020 omstreeks 3:12 uur nog contact met het Nederlandse telefonienetwerk en daarna niet meer.101 Opvallend is dat op 2 oktober 2020 om 22.36 uur [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 2] (+ [telefoonnummer] ) belde en vroeg waar die GPS lag. Volgens [medeverdachte 2] was er naast de auto een witte kast en lag de GPS daar onderin.102 Op 6 oktober 2020 om 11:09 uur was er weer contact met het Nederlandse telefonienetwerk. Uit de historische telefoongegevens blijkt dat het toestel op 3 oktober 2020 omstreeks 3:12 uur een zendmast aanstraalde in Wolvega. Ook is te lezen dat het toestel op 6 oktober 2020 om 11:09 uur een telefoonmast aanstraalde in Nieuweschans. Uit historische verkeersgegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] (feit 3) met het telefoonnummer + [telefoonnummer] blijkt dat ze zich op 3 oktober 2020 om 4:43 uur nog in Nederland bevond. Haar telefoon had toen nog contact via de zendmast welke staat in Balk aan de Dubbelstraat. Hierna straalde haar telefoon geen masten meer aan in Nederland. Tot 6 oktober 2020 om 11:11 uur toen de telefoon een zendmast aanstraalde gelegen in Oudeschans. In de periode van 6 oktober 2020 om 11:09 uur en 24 oktober 2020 om 07:50 uur bevond het simkaartje met telefoonnummer + [telefoonnummer] zich nog steeds in een toestel (GPS-tracker) met het imei-nummer [imeinummer] . Het telefoonnummer + [telefoonnummer] had op 24 oktober 2020 om 7:50 nog contact heeft met het Nederlandse telefonienetwerk, namelijk met de zendmast in Nijetrijne. Daarna was er nog wel contact met het nummer maar niet meer met het Nederlandse netwerk. Het telefoonnummer + [telefoonnummer] kwam vervolgens niet meer in Nederland. Het telefoonnummer + [telefoonnummer] dat in gebruik is bij [medeverdachte 12] bevond zich op 24 oktober 2020 om 14:20 uur nog in Nederland. Hierna straalde de telefoon geen zendmasten meer aan in Nederland.103 Gelet op voornoemde stelt de rechtbank vast dat in de auto waarin [medeverdachte 12] reed een GPS-tracker is aangetroffen. Op de binnenkant van deze GPS-tracker is het DNA-materiaal van [medeverdachte 3] aangetroffen. De auto waarin [medeverdachte 12] reed kon via deze GPS-tracker op afstand (ook vanuit Nederland) worden gevolgd. In de periode dat [medeverdachte 1] naar Oslo en terug is gereisd straalde de GPS-tracker geen zendmasten aan in Nederland, terwijl hij bij terugkomst van [medeverdachte 1] in Nederland op bijna hetzelfde moment een zendmast bij de grens aanstraalt als de telefoon van [medeverdachte 1] . De rechtbank maakt hieruit op dat de GPS-tracker die in de auto waarin [medeverdachte 12] reed ook is gebruikt voor het transport van [medeverdachte 1] van 3 oktober 2020 tot en met 6 oktober 2020 naar Oslo. Tevens is opvallend dat zowel het nummer van de GPS-tracker + [telefoonnummer] als het telefoonnummer waarvan de rechtbank bij het hiervoor onder 4. ten laste gelegde, het transport in augustus 2020, heeft vastgesteld dat het in gebruik is bij [medeverdachte 3] , te weten + [telefoonnummer] beide in een telefoon hebben gezeten met het imei-nummer [imeinummer] . Het regelen van de koerier [medeverdachte 12] en het huren van de auto, de Ford Kuga [medeverdachte 6] heeft verklaard dat [verdachte] hem heeft gevraagd of hij een chauffeur wilde regelen. [medeverdachte 6] kende [medeverdachte 12] en heeft haar gevraagd. Ze konden hiermee beiden een paar duizend euro verdienen. [medeverdachte 12] wilde het wel doen. [verdachte] zei dat ze een auto in Duitsland bij [bedrijf 4] moesten huren. [medeverdachte 6] is met [medeverdachte 12] mee geweest naar Duitsland om een auto te huren. [medeverdachte 6] had hiervoor geld gekregen van [verdachte] . Dit geld moest [medeverdachte 12] op haar rekening storten, zodat ze de autohuur per pin kon betalen. Ze heeft een Opel Grandland gehuurd. Toen [medeverdachte 6] deze auto naar [verdachte] in Wolvega reed werd hij kort na de overdracht met zijn eigen auto staande gehouden door de politie. Er is toen gezegd dat de auto “heet” was en dat deze omgewisseld moest worden. [medeverdachte 12] heeft toen de Opel Grandland naar Duitsland teruggebracht en een andere auto gehuurd. Het geld voor deze tweede auto kwam ook van [verdachte] en is door [medeverdachte 6] aan haar gegeven. [medeverdachte 12] heeft de auto in de buurt van de woning van [medeverdachte 6] neergezet en de sleutel bij hem thuis afgeleverd.104 [medeverdachte 6] heeft de auto, dit was een Ford Kuga, naar een parkeerplaats in Wolvega gebracht en vervolgens [verdachte] gebeld met de mededeling dat de auto er stond en dat hij deze op kon halen. [medeverdachte 6] heeft [medeverdachte 12] ook driehonderd tot vierhonderd euro aan reisgeld meegegeven.105 De verklaring van [medeverdachte 12] komt overeen met de verklaring van [medeverdachte 6] . Ze heeft verklaard dat [medeverdachte 6] haar heeft gevraagd om met een auto met daarin cocaïne naar Oslo te rijden. Ze zou hiervoor € 6.000,-- ontvangen. Op 28 september 2020 heeft ze hiermee ingestemd. Ze heeft met [medeverdachte 6] in Düsseldorf bij een locatie van [bedrijf 4] een Opel Grandland gehuurd. Ze heeft de auto later omgeruild voor een Ford Kuga.106 Uit de gegevens van [bedrijf 4] blijkt dat [medeverdachte 12] op 23 oktober 2020 een Ford Kuga, met kenteken [kenteken] heeft gehuurd.107 Het persen van de drugs voor het transport van koerier [medeverdachte 12] Op het pand [straatnaam] te Wolvega was een camera gericht. Uit de omschrijving van deze camerabeelden blijkt het volgende. Op 23 oktober 2020 om 21:52 uur kwam [medeverdachte 15] als bijrijder uit een Mercedes. De bestuurder was [medeverdachte 3] . [medeverdachte 15] had in zijn hand een gele plastic tas. Zowel [medeverdachte 15] als [medeverdachte 3] liepen in de richting van de loods van [medeverdachte 8] . Om 22:19 uur kwam [medeverdachte 15] samen met [medeverdachte 2] uit het pand aan de [straatnaam] . Ze brachten spullen in de richting van de loods van [medeverdachte 8] . [medeverdachte 15] droeg een voorwerp lijkend op de pers die het onderzoeksteam op 1 december 2021 in beslag heeft genomen in de loods van [medeverdachte 8] . Om 22:33 uur liep [medeverdachte 8] met een rood voorwerp in zijn hand het pand aan de [straatnaam] uit in de richting van zijn eigen loods. Het voorwerp kwam overeen met het voorwerp dat op 1 december 2021 in de loods van [medeverdachte 8] in beslag is genomen. Dit werd gebruikt bij het persen. Op 24 oktober 2020 werd [medeverdachte 11] gecontroleerd door de politie. [verdachte] was hierbij aanwezig. Toen de politie was vertrokken liepen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 15] uit de richting van de loods van [medeverdachte 8] naar de personen voor het pand [straatnaam] .108 [medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij van 23 oktober op 24 oktober 2020 drugs heeft geperst. Dit was van te voren in de loods aan de [straatnaam] besproken. Hierbij waren in ieder geval aanwezig [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . Het afwegen en persen moest in de loods van [medeverdachte 8] gebeuren, omdat ze bang waren dat de politie in de loods aan de [straatnaam] zou komen. De pers en de toebehoren zijn toen naar de loods van [medeverdachte 8] gebracht. Hij heeft twaalf blokken van 500 gram geperst. Dit was een vermenging van versnijdingsmiddelen en heroïne. De blokken gingen bij [medeverdachte 8] vandaan in boterhamzakjes, folie en bruine tape. Daarna hadden [verdachte] en [medeverdachte 2] het erover dat de blokken nog vacuüm verpakt moesten worden, maar dat het sealapparaat zoek was. Het was volgens [medeverdachte 8] de bedoeling dat de geperste blokken naar Scandinavië zouden worden gebracht.109 Het persen heeft [medeverdachte 8] samen met [medeverdachte 15] gedaan. [medeverdachte 15] zeefde de drugs en deed deze in de boterhamzakjes waarna [medeverdachte 8] een en ander perste. Een paar dagen later heeft [medeverdachte 8] € 200,-- voor zijn werkzaamheden van [medeverdachte 3] ontvangen.110 De verklaring van [medeverdachte 8] vindt naast voornoemde camerabeelden ook steun in de inhoud van volgende tapgesprekken. Op 23 oktober 2020 om 21:08 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) naar [medeverdachte 2] (+ [telefoonnummer] ) en spreekt over vacuümtassen. De telefoon van [medeverdachte 2] straalde op het moment van het gesprek een zendmast aan op Aan de [straatnaam] te Wolvega. Zowel het pand aan de [straatnaam] als het pand aan de [straatnaam] vallen in het antennegebied van deze zendmast. Op 24 oktober 2020 om 1:49 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) naar het nummer van [medeverdachte 8] (+ [telefoonnummer] ). [verdachte] vroeg hem wat er aan de hand was. [medeverdachte 8] zei dat er “wouten” voor de deur zijn en een auto over de kop wordt gehaald. Hij zei dat hij aan het persen is en beëindigde het gesprek.111 Prepareren van de auto, de Ford Kuga Op 24 oktober 2020 om 7.51 uur werd [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) gebeld door [medeverdachte 5] (+ [telefoonnummer] ). [verdachte] vroeg waar [medeverdachte 5] was. [medeverdachte 5] zei dat hij in de garage was. Volgens [verdachte] was dat “mooi” en komt hij eraan. Om 8.16 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) [medeverdachte 5] (+ [telefoonnummer] ) en vroeg hem of hij groene platen heeft. Om 8:26 uur belde [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) [medeverdachte 6] (+ [telefoonnummer] ). [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) zei dat hij over een uurtje bij hem zou zijn [medeverdachte 6] antwoordde dat dat goed is, maar dat hij al onderweg is. [verdachte] kan de auto bij zijn huis neerzetten. Om 9:34 uur belde [medeverdachte 6] (+ [telefoonnummer] ) [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) en vroeg hem of de “waggie” er al staat. Volgens [verdachte] duurde het nog een half uurtje. [medeverdachte 6] gaf aan dat die “chick” daar staat te wachten. Ze spraken af dat ze voor de zekerheid nog een uur nemen en dat de “chick” thuis moet wachten.112 Op het pand [straatnaam] te Wolvega was een camera gericht. Uit de omschrijving van deze camerabeelden blijkt het volgende. Op 24 oktober 2020 om 8:33 uur werd een zwart voertuig voorzien van een witte kentekenplaat het pand aan de [straatnaam] ingereden. De deur werd daarna meteen gesloten. Om 11.24 uur werd dit voertuig weer naar buiten gereden. Het voertuig was toen voorzien van handelaarskentekenplaten. Ondertussen zijn er diverse voertuigen bij het pand aan de [straatnaam] geweest.113 Op het pand [straatnaam] te Wolvega was een camera gericht. Uit de omschrijving van deze camerabeelden blijkt het volgende. Op 24 oktober 2020 om 11:22 uur kwam er een zwarte Ford Kuga voorzien van handelaarskentekenplaten het terrein op rijden. Het voertuig werd meteen de loods ingereden. Circa twee minuten later stapte [medeverdachte 11] uit de loods en [medeverdachte 4] verwijderde de handelaarskentekenplaten. Het originele kenteken van het voertuig was het Duitse kenteken [kenteken] . [verdachte] was hierbij ook aanwezig waarna hij wegging. De Ford Kuga bleef in de loods staan. Om 11.40 uur ging [medeverdachte 3] de loods in. Vijf minuten later kwam ook [verdachte] en ging de loods in. Even later kwamen ook [medeverdachte 4] en [medeverdachte 11] bij de loods. Om 11.56 uur kwam [medeverdachte 5] bij de loods. Hij liep de loods in. Om 12.38 uur kwamen [verdachte] en [medeverdachte 3] uit de loods. [verdachte] stapte in een auto en reed deze van het terrein. [medeverdachte 4] opende samen met [medeverdachte 3] de loodsdeur. De zwarte Ford Kuga werd de loods uitgereden en [medeverdachte 4] stapte bij [verdachte] in de auto. Zij reden weg en werden gevolgd door de Ford Kuga. [medeverdachte 3] reed weg en [medeverdachte 5] kwam met een tas van het terrein. Het is aannemelijk dat de bestuurder van de Ford Kuga [medeverdachte 11] is geweest, omdat deze later niet meer op de beelden te zien is.114 Tevens heeft [medeverdachte 11] verklaard dat hij in opdracht van [verdachte] de Ford Kuga uit de loods heeft gereden en de auto in Marknesse heeft geparkeerd.115 Op 24 oktober 2020 om 12.48 uur stuurde [medeverdachte 6] een chatbericht naar [medeverdachte 12] inhoudende: “Ga ff naar me huis krijg je van meddie sleutel”. Even later om 13:11 uur stuurde [medeverdachte 6] het volgende chatbericht naar [medeverdachte 12] : “Ligt nog 300 in waggie kun je tanken in Duitsland of eten kopen daarna moet je alles pinnen”. Uit de ANPR-registraties blijkt dat de Ford Kuga met kenteken [kenteken] op 24 oktober 2020 om 14:41 uur bij Emmen de grens overreed naar Duitsland.116 Contacten tijdens de reis van koerier [medeverdachte 12] [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 3] het wicker-account van [medeverdachte 12] heeft gegeven, zodat hij haar de coördinaten voor onderweg door kon geven. Toen [medeverdachte 12] onderweg was heeft [medeverdachte 6] haar een bericht gezonden en gevraagd hoe het ging. [medeverdachte 12] vertelde dat ze in een hotel was. Ze was toen in Götenborg. Op 25 oktober 2020 is [medeverdachte 6] gebeld door [medeverdachte 3] , omdat [medeverdachte 3] geen contact meer kon krijgen met [medeverdachte 12] . Nadat bekend was dat [medeverdachte 12] was aangehouden heeft [medeverdachte 3] [medeverdachte 6] gebeld en hem gezegd dat hij veel geld was misgelopen.117 [medeverdachte 12] heeft verklaard dat ze tijdens de reis via whatsapp contact had met [medeverdachte 6] . Tevens had zij tijdens de reis telefonisch contact met een persoon die volgens haar niet honderd procent Nederlander was. Hij sprak met een accent. Hij gaf haar de routebeschrijving via de wickr-app en ze hebben gebeld. Het eerste gesprek ging over de vraag waar ze ging slapen. Het tweede gesprek ging erover dat ze weer ging rijden en het derde gesprek was toen [medeverdachte 12] de Noorse grens passeerde. De persoon gaf aan dat ze Oslo moest invoeren als bestemming. [medeverdachte 12] heeft in een hotel in Götenborg overnacht. Het hotel was op haar naam gereserveerd. Ze heeft screenshots van de boekingen ontvangen via de wickr-app. Tijdens de reis heeft ze ook een screenshot ontvangen van het hotel [hotel 1] in Oslo. De screenshots werden verstuurd vanaf hetzelfde wickr-account dat haar ook de route gaf.118 Via de wickr-app kreeg [medeverdachte 12] aanwijzingen met betrekking tot de weg die ze moest nemen. Toen ze in Duitsland een verkeerde afslag had genomen, kreeg ze berichtjes van “Waar rijd je nu?” en “Je rijdt op de verkeerde weg”.119 De telefoon van [medeverdachte 12] is onderzocht en hieruit blijkt het volgende. Op 24 oktober 2020 om 21:38 uur heeft [medeverdachte 12] gebeld met een Zweeds telefoonnummer zijnde + [telefoonnummer] . Uit onderzoek blijkt dat dit nummer is gekoppeld aan het [hotel 2] in Göteborg, Sweden. Op de telefoon van [medeverdachte 3] is een screenshot aangetroffen van een hotelboeking in het [hotel 2] voor de nacht van 24 oktober 2020 op 25 oktober 2020. Op deze afbeelding staat hetzelfde nummer dat door [medeverdachte 12] werd gebeld. Op haar telefoon werd ook een afbeelding aangetroffen van een boeking bij [hotel 4] voor de nacht van 24 oktober 2020 op 25 oktober 2020. Het bevestigingsnummer was 2620663653. Op de telefoon van [medeverdachte 3] is eenzelfde afbeelding aangetroffen. Het bevestigingsnummer, de pincode, de locatie en de data komen overeen. In de periode van 24 tot en met 25 oktober 2020 had de telefoon van [medeverdachte 12] contact met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . De historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] zijn opgevraagd. Hieruit blijkt dat het nummer + [telefoonnummer] tussen 13 oktober 2020 en 26 oktober 2020 gekoppeld was aan het telefoontoestel met het imei-nummer [imeinummer] . Op 1 december 2020 werd tijdens een doorzoeking in perceel [straatnaam] te Heerenveen, de verblijflocatie van [medeverdachte 3] , een mobiele telefoon aangetroffen en inbeslaggenomen. Het betrof hier een mobiele telefoon van het merk Nokia, met imei-nummer [imeinummer] . De zendmastgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] zijn vergeleken met de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ). Hieruit blijkt dat de telefoonnummers op veel dezelfde momenten gebruikmaakten van dezelfde zendmastlocaties.120 Uit het onderzoek in Noorwegen blijkt dat er voor [medeverdachte 12] een reservering was gedaan bij het hotel [hotel 1] Blue in Oslo op 25 oktober 2020 om 9:30 uur via booking.com en geannuleerd op 25 oktober 2020 om 10:25 uur. Het hotel gaf aan dat een man had gebeld die zei dat hij de echtgenoot van [medeverdachte 12] was en had gevraagd of [medeverdachte 12] in het hotel verbleef. Uit de historische telefoongegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer] blijkt dat dit nummer een uitgaand gesprek van 9.22 minuten heeft gehad naar telefoonnummer + [telefoonnummer] . Het telefoonnummer + [telefoonnummer] is van het hotel [hotel 5] in Oslo.121 In Noorwegen is onderzoek gedaan naar het wickr-account op de telefoon van [medeverdachte 12] . Hieruit blijkt dat zij drie actieve gesprekken had met de gebruikersprofielen: [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] .122 Op grond van de voorgaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 3] de persoon is met wie [medeverdachte 12] tijdens het transport contact had via de wickr-app en die haar volgde via de GPS-tracker, haar de route doorgaf en haar haar hotelreserveringen doorgaf. Met gebruikmaking van het telefoonnummer + [telefoonnummer] heeft [medeverdachte 3] ook geïnformeerd bij het hotel [hotel 5] in Oslo of [medeverdachte 12] al was aangekomen. [medeverdachte 3] maakte gebruik van dezelfde GPStracker die hij ook gebruikte tijdens het transport van [medeverdachte 1] (feit 3). Volgens [medeverdachte 1] maakte hij toen gebruikt van het wickr-profiel “ [gebruikersnaam] ”. Ook [medeverdachte 12] had actieve gesprekken met ditzelfde wickr-profiel. De rol van [verdachte] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] [medeverdachte 6] heeft gevraagd om een koerier voor een volgend transport te regelen. Toen [medeverdachte 6] iemand had gevonden, heeft hij [medeverdachte 6] geld voor de huur van de auto voor de koerier gegeven. Nadat de auto was gehuurd, is deze naar [verdachte] gebracht. Toen was besloten dat de auto moest worden omgewisseld heeft [verdachte] geld voor de huur van de andere auto aan [medeverdachte 6] gegeven. [verdachte] was aanwezig toen werd besproken dat [medeverdachte 8] zou gaan persen. Hierna heeft hij met [medeverdachte 2] besproken dat de geperste pakketten nog vacuüm verpakt moesten worden. [verdachte] heeft contact gehad met [medeverdachte 5] waarna deze langskwam in het pand dat gehuurd werd door [verdachte] en waar op dat moment ook de gehuurde auto stond. [verdachte] heeft aan [medeverdachte 6] doorgegeven wanneer de auto voor de koerier klaar zou zijn. Toen de auto geprepareerd was heeft hij opdracht aan [medeverdachte 11] gegeven de auto naar Marknesse te rijden, de plek waar de koerier de auto zou ophalen. [verdachte] heeft hiermee een leidinggevende en belangrijke coördinerende rol gehad bij de voorbereiding van het transport. De rol van [medeverdachte 3] was aanwezig toen werd besproken dat [medeverdachte 8] zou gaan persen en hij heeft hem hiervoor ook betaald. [medeverdachte 3] was in de door [verdachte] gehuurde loods toen de huurauto die loods werd ingereden en ook toen deze er weer uit werd gereden. Gelet op de omstandigheid dat er DNA-materiaal van [medeverdachte 3] op de GPS-tracker is aangetroffen en hij, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] heeft gevraagd waar deze lag is het aannemelijk dat hij deze in de huurauto heeft geplaatst dan wel heeft laten plaatsen. Via deze GPS-tracker heeft [medeverdachte 3] het transport gevolgd. Hij gaf [medeverdachte 12] tijdens het transport de route door en heeft haar de hotels, die voor haar waren gereserveerd, doorgegeven. [medeverdachte 3] heeft hiermee een leidinggevende en belangrijke coördinerende rol gehad bij de voorbereiding en ook tijdens het transport. De rol van [medeverdachte 12] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 12] is gevraagd om drugs naar het buitenland te vervoeren. Zij heeft hiermee ingestemd, heeft tot tweemaal toe een auto hiervoor gehuurd en is nadat de auto was geprepareerd met de auto naar Noorwegen gereden. Zij heeft hiermee een uitvoerende rol gehad bij het buiten het grond gebied brengen van Nederland, het vervoeren en aanwezig hebben van de cocaïne. De rol van [medeverdachte 6] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 6] op zoek is geweest naar een koerier voor een drugtransport naar Oslo. Hij heeft hiervoor [medeverdachte 12] benaderd die daarmee akkoord ging. Hij was vervolgens de contactpersoon van de koerier. Hij heeft haar instructies gegeven, is met haar mee naar Duitsland geweest om de eerste auto te huren en heeft haar geld voor de autohuur gegeven. Ook heeft hij haar instructies gegeven om de auto om te wisselen voor een andere huurauto. Beide keren heeft hij de huurauto naar [verdachte] gebracht. Toen de auto was geprepareerd heeft hij [medeverdachte 12] laten weten dat de auto klaar was en dat ze kon vertrekken. Ook heeft hij aan haar doorgegeven dat er geld voor tanken en eten in de auto lag. Hij heeft het wickr-profiel van [medeverdachte 12] aan [medeverdachte 3] gegeven. [medeverdachte 6] had derhalve een belangrijke coördinerende rol bij de voorbereiding van het transport. De rollen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 15] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 15] de drugs heeft versneden en dat [medeverdachte 8] de drugs heeft geperst. Deze handelingen vonden plaats in het pand van [medeverdachte 8] . De rol van [medeverdachte 5] wordt later in het vonnis op pagina 38 besproken. Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde Regelen van de koerier [medeverdachte 1] en het huren van een auto, de Volkswagen Golf [medeverdachte 1] kreeg op een gegeven moment via de wickr-app van het profiel “ [gebruikersnaam] ” een bericht. [gebruikersnaam] had haar eerder een bericht gestuurd dat zowel het profiel [gebruikersnaam] als [gebruikersnaam] van hem waren. [medeverdachte 1] had al via de telefoon de stem gehoord dat het om een en dezelfde persoon ging. [gebruikersnaam] vroeg in het bericht of ze nog een transport wilde doen en wanneer ze zou kunnen. [medeverdachte 1] wist dat dit ging over het vervoeren van drugs naar het buitenland. Via de wickr-app werd heen en weer gecommuniceerd totdat ze een afspraak hadden. [medeverdachte 1] had ondertussen contact met [naam 15] en de datum met [naam 15] afgestemd, want ze wilde samen met [naam 15] dit transport doen. Ze heeft aan [gebruikersnaam] de datum doorgegeven waarop zowel zij als [naam 15] kon. Dit speelde zich af in de periode van 23 tot 27 november 2020. De afspraak was dat [gebruikersnaam] een auto zou reserveren bij [bedrijf 4] . [medeverdachte 1] had hiervoor haar e-mailadres aan [gebruikersnaam] gegeven. Op 27 november 2020 zouden ze vertrekken, maar [gebruikersnaam] liet weten dat dit werd uitgesteld en dat ze 28 november 2020 de auto moesten ophalen. Hij zou een nieuwe reservering maken en ook vertelde hij dat er iemand langs zou komen om geld te brengen. [medeverdachte 1] kreeg via haar e-mail een bericht van [bedrijf 4] dat de reservering was geannuleerd. Op 27 november 2020 was [medeverdachte 1] samen met [naam 15] in haar woning aan de [straatnaam] in Leeuwarden. Een jongen belde anoniem dat hij buiten stond. Ze zijn toen naar buiten gegaan. De jongen heeft hun toen € 650,-- in biljetten van € 50,– gegeven. Dit geld moest ze op haar rekening storten voor de huur van de auto. Via haar e-mail kreeg [medeverdachte 1] een bericht dat er een reservering voor een huurauto in Hamburg was gemaakt. Op 28 november 2020 heeft de jongen, die eerder het geld had gebracht, hen opgehaald in Leeuwarden. Hij reed in een rood busje. Hij is eerst met ze naar de Rabobank aan het Zaailand in Leeuwarden gereden, zodat [medeverdachte 1] het geld konden storten. Daarna is hij met hen naar de luchthaven in Hamburg gereden. [medeverdachte 1] en [naam 15] zijn toen naar binnengegaan om de auto te huren. De gereserveerde auto was niet meer beschikbaar, omdat ze te laat waren. [medeverdachte 1] heeft toen via de wickr-app [gebruikersnaam] gebeld. Hij heeft haar gezegd dat ze de Golf moest huren. [medeverdachte 1] heeft vervolgens de huur voor de Golf betaald en de auto opgehaald. Hierna heeft ze via de wickr-app weer contact opgenomen met [gebruikersnaam] . Hij zei dat ze naar huis konden rijden met de auto. [medeverdachte 1] heeft [naam 15] thuis afgezet en [medeverdachte 1] heeft vervolgens de auto in Leeuwarden bij haar woning geparkeerd en de sleutel op de band aan de voorzijde van de auto gelegd. Dit was vooraf zo afgesproken met [gebruikersnaam] . [medeverdachte 1] en [naam 15] zouden bericht krijgen wanneer ze konden vertrekken. Het plan was om in de nacht van zaterdag op zondag te vertrekken. [gebruikersnaam] had gezegd dat ze de wekker om vijf uur moesten zetten. Om een uur of zeven of acht hadden ze nog niets gehoord. [medeverdachte 1] heeft toen aan [gebruikersnaam] doorgegeven dat het hen die dag niet meer lukte. Dinsdag stond de door haar gehuurde auto weer bij haar in de straat. De sleutel lag weer op de band.123 Uit de gegevens van [bedrijf 4] blijkt dat [medeverdachte 1] op 28 november 2020 een voertuig van het merk en type Volkswagen Golf, met kenteken [kenteken] heeft gehuurd bij [bedrijf 4] , locatie Hamburg.124 [medeverdachte 11] heeft verklaard dat hij in opdracht van [medeverdachte 3] in zijn rode busje een keer geld naar een meisje in Leeuwarden heeft gebracht. Dit geld moest gestort worden omdat je alleen via een bankrekening een huurauto kunt betalen. [medeverdachte 11] heeft [medeverdachte 1] en [naam 15] later ook naar Hamburg gereden, zodat ze daar een auto konden huren. Dit deed hij in opdracht van [medeverdachte 3] . Nadat hij de hen beiden in Hamburg had afgezet is hij naar Wolvega gereden en heeft daar € 100,-- betaald gekregen van [medeverdachte 3] voor de rit. [medeverdachte 11] wist dat in de vorige huurauto, de Ford Kuga, drugs waren verstopt.125 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 11] in opdracht van [medeverdachte 3] geld voor de huurauto naar [medeverdachte 1] heeft gebracht en dat hij haar en [naam 15] in opdracht van [medeverdachte 3] de volgende dag naar Hamburg heeft gebracht, zodat ze daar een auto konden huren voor een voorgenomen drugstransport. Het halen van een GPS-tracker Op 28 november 2020 om 15.54 uur belde [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) een onbekende man (+ [telefoonnummer] ). Hij gaf aan dat hij een tracker nodig had en of hij die bij de man kon komen ophalen. Deze zou in Amsterdam IJburg zijn. Dit was goed en ze spraken af. Om 23.36 uur belde [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) weer met de man (+ [telefoonnummer] ) en zei dat het niet meer lukte. Ze spraken af dat [medeverdachte 3] de volgende dag iemand langs zou sturen. Om 23.56 uur belde [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) [naam 16] (+ [telefoonnummer] ) en vroeg hem of hij een GPS uit Amsterdam wilde halen. Hij zou hem daarvoor geld geven. Op 29 november 2020 om 2.32 uur belde [medeverdachte 3] (+ [telefoonnummer] ) weer met de onbekende man (+ [telefoonnummer] ) en vroeg hem of hij hem al gezien had. Dat had hij en [medeverdachte 3] informeerde of is gevraagd hoe je hem moet installeren.126 Persen van de drugs voor het transport met de Volkswagen Golf [medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij 28 november 2020 heroïne heeft gezeefd, versneden, geperst en verpakt. Hij heeft dit gedaan in zijn loods aan de [straatnaam] te Wolvega. [medeverdachte 3] had hem gevraagd om dit te doen. Er bleef nog wat heroïne over en dat is achter gebleven in de teiltjes in zijn loods. De zes blokken die hij heeft gemaakt heeft hij naar de loods van [verdachte] gebracht en achter in de loods in een stelling neergelegd. Op zondagavond zei [medeverdachte 8] tegen [verdachte] dat de blokken achter in de loods lagen. In het kantoor van [verdachte] stond een gele tas van de Jumbo. [verdachte] zei tegen hem dat die er ook nog bij moesten. [medeverdachte 8] heeft toen het tasje met de geperste blokken op de tas van de Jumbo, die bij [verdachte] in het kantoor stond, gelegd. [medeverdachte 8] heeft in eerste instantie de tas niet meegenomen naar zijn loods, omdat hij “het spul” liever niet in zijn loods had liggen. Later die avond heeft [verdachte] hem gebeld en gezegd dat de tas er nog lag. [medeverdachte 8] is toen naar de loods van [verdachte] gegaan en heeft de tas opgehaald en bij de voordeur van zijn eigen loods gezet.127 Uit de tapverslagen blijkt dat [verdachte] (+ [telefoonnummer] ) op 29 november 2020 om 22.52 uur [medeverdachte 8] (+ [telefoonnummer] ) heeft gebeld en heeft gezegd dat hij de tas was vergeten.128 Aangetroffen drugs in de loods van [medeverdachte 8] Op 1 december 2020 werden in het kantoor van het bedrijfspand gevestigd aan de [straatnaam] in Wolvega teiltjes met daarin bruin poeder, een boodschappentas van de Jumbo en een verpakte hoeveelheid bruin poeder aangetroffen. In het kantoor werden ook een drugspers, een weegschaal, een zeef, twee hydraulische krikjes en een mal aangetroffen. Aan de voorzijde van het pand werd een boodschappentas van de Jumbo aangetroffen met daarin diverse verpakkingen met bruin poeder en zeven dichtgeknoopte plastic zakken met in elke zak beige blokken en poeder. Het nettogewicht van de beige blokken en het poeder was 7.012,6 gram met een indicatie voor een mengsel van coffeïne en paracetamol.129 De verpakkingen betroffen in totaal zes rechthoekige blokken omwikkeld met bruine plastic tape met daaronder kleurloze cellofaan en twee kleurloze plastic zakjes met daarin in ieder blok een lichtbruine substantie. Het nettogewicht van deze blokken was 2.829,35 gram130 en het hieruit genomen monster is getest. Uit de test bleek dat het monster een lage concentratie heroïne bevatte. Tevens bevatte het monster coffeïne en paracetamol. Dit is een bekend mengsel als versnijdingsmateriaal voor heroïne.131 De andere aangetroffen hoeveelheid bruin poeder bevond zich in een sealbag en had een nettogewicht van 249,94 gram132 en het hieruit genomen monster is ook getest en bevat heroïne.133 Een van de zes rechthoekige blokken is nader onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat het pakket exact paste in de inbeslaggenomen pers.134 Overwegingen met betrekking tot de drugs Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat er in de loods aan de [straatnaam] te Wolvega in totaal 3.079,29 gram poeder in beslag is genomen dat is getest en heroïne bevat. Van deze hoeveelheid was 2.829,35 gram door [medeverdachte 8] geperst voor een drugstransport en hiervan was 249,94 gram overgebleven. De rechtbank is van oordeel dat de gehele hoeveelheid van 3.079,29 gram van een materiaal bevattende heroïne voorhanden is geweest om het drugstransport voor te bereiden. De 7.012,6 gram bestaande uit coffeïne en paracetamol die ook in de boodschappentas van de Jumbo werden aangetroffen waren versnijdingsmiddelen en het is aannemelijk dat deze ook bestemd waren ter voorbereiding van het drugtransport, nu deze volgens [verdachte] bij de tas met de geperste blokken hoorde. In de loods aan de [straatnaam] te Wolvega is in de vriezer in de keuken ook een hoeveelheid amfetamine aangetroffen. Uit het dossier blijkt niet dat de amfetamine bedoeld was voor het drugstransport. Ook is niet gebleken dat er eerder door verdachte amfetamine naar het buitenland is vervoerd. De rechtbank zal daarom bij het onder 1. ten laste gelegde van de amfetamine vrijspreken. De rol van [verdachte] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 8] de door hem geperste pakketten bevattende heroïne in de loods, die wordt gehuurd door [verdachte] , heeft neergelegd. Hij heeft dit ook tegen [verdachte] gezegd. [verdachte] heeft hem toen gezegd dat er nog meer bij de pakketten moest en heeft [medeverdachte 8] een tas, bevattende versnijdingsmiddelen, aangewezen. Hij heeft [medeverdachte 8] ook gezegd dat hij deze in zijn eigen loods moest neerzetten. [verdachte] had hiermee een organiserende en leidinggevende rol bij de voorbereiding van het drugstransport. De rol van [medeverdachte 3] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] heeft gevraagd of zij opnieuw een drugstransport wilde uitvoeren. Toen zij hiermee had ingestemd heeft hij een huurauto voor haar gereserveerd en heeft hij [medeverdachte 11] opdracht gegeven de autohuur naar [medeverdachte 1] te brengen. Tevens heeft hij [medeverdachte 11] opdracht gegeven [medeverdachte 1] en [naam 15] naar Hamburg te rijden, zodat zij de auto konden huren. [medeverdachte 1] heeft vanuit Hamburg overleg met [medeverdachte 3] gehad over de vraag welke auto ze moest huren. [medeverdachte 3] heeft een GPS-tracker geregeld en deze laten ophalen. Ook heeft hij [medeverdachte 8] gevraagd heroïne te versnijden en te persen. [medeverdachte 3] had hiermee een belangrijke organiserende en leidinggevende rol bij de voorbereiding van het drugstransport. De rol van [medeverdachte 1] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] opnieuw is gevraagd om drugs naar het buitenland te vervoeren. Zij heeft hiermee ingestemd en heeft hiervoor het bedrag voor de autohuur in ontvangst genomen en heeft vervolgens een auto in Hamburg gehuurd. Deze auto heeft ze klaar gezet, zodat deze kon worden opgehaald en kon worden geprepareerd. Zij heeft derhalve de auto geregeld en voorhanden gehad waarmee het transport zou worden uitgevoerd. De rol van [medeverdachte 8] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 8] in zijn pand de drugs heeft gezeefd, versneden, geperst en verpakt. Vervolgens heeft hij de drugs in zijn pand bewaard. Ook heeft hij de versnijdingsmiddelen in zijn pand bewaard. De rol van [medeverdachte 11] Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 11] in opdracht van [medeverdachte 3] geld naar [medeverdachte 1] heeft gebracht dat bestemd was voor de huur van de auto. Vervolgens is hij met [medeverdachte 1] naar de bank geweest om het geld te storten, zodat ze de autohuur via de bank kon betalen. Hierna heeft hij [medeverdachte 1] naar Duitsland gereden om de auto te huren. Bewijsoverwegingen ten aanzien van de drugstransporten Vaststellen van de drugs De rechtbank is van oordeel dat uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd volgt dat bij de ten laste gelegde feiten 1., 2., 3. en 4. steeds sprake is van dezelfde modus operandi. De handelwijze komt iedere keer op essentiële punten overeen en het betreft drie transporten naar Oslo en een voorbereiding daarvan die alle binnen een tijdsbestek van drie maanden tijd zijn uitgevoerd. Wanneer er een koerier is gevonden wordt er telkens bij [bedrijf 4] in Duitsland een auto gehuurd. Het geld voor de huur wordt door de huurder contant ontvangen en moet telkens op de bankrekening van de huurder worden gestort, zodat de autohuur via de bank kan worden betaald. De persoon, die de auto heeft gehuurd, moet de auto ergens neerzetten waarna deze wordt opgehaald door iemand uit de kring van de broers [achternaam broers] . De gehuurde auto wordt vervolgens de loods ingereden van het pand aan de [straatnaam] te Wolvega. Dat is vaak het moment dat de drugs worden versneden en geperst. Hierna worden ze in pakketten verpakt. Vervolgens worden de drugs in de gehuurde auto’s ingebouwd in het pand aan de [straatnaam] te Wolvega of de [straatnaam] in Wolvega. Wanneer de auto is geprepareerd krijgt de koerier of de contactpersoon van de koerier bericht dat de auto gereed is en dat hij of zij kan vertrekken. Tijdens het transport wordt de koerier gevolgd middels een GPS-tracker en aan de hand hiervan worden via de wickr-app aanwijzingen voor de route en locaties aan de koerier doorgegeven. Ook worden via de wickr-app hotelreserveringen aan de koeriers doorgegeven. De bestemming van een transport is altijd Oslo. Daar wordt de koerier opgewacht en moet in een hotel verblijven tot hij of zij terug kan rijden naar Nederland. De rechtbank maakt uit het voorgaande op dat sprake was van dezelfde groep personen die onder andere het doel had het vervoeren van harddrugs van Nederland naar Oslo. Dat sprake was van dezelfde groep vindt ook steun in de omstandigheid dat bij het onder 2. en 3. ten laste gelegde gebruik is gemaakt van dezelfde GPS-tracker en dat dezelfde telefoonnummers zonder tenaamstelling betrokken zijn bij meerdere ten laste gelegde feiten. Het drugstransport ten laste gelegd onder 2. is niet bij de afnemers aangekomen, omdat de koerier in Noorwegen is aangehouden. De drugs werden inbeslaggenomen en onderzocht. Uit het rapport van de Eenheid voor drugsanalyse van de Noorse Landelijke Recherche blijkt dat het gaat om 6.626,5 gram cocaïne en 8.751,6 gram heroïne. Dit rapport volstaat voor het bewijs dat het gaat om cocaïne en heroïne. Het gaat namelijk om een drugsanalyse waarbij ook de zuiverheid van het onderzochte materiaal is gemeten door middel van gaschromatografische-massaspectrometisch onderzoek (de GS/MS-methode). Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hanteert de ISO-IEC-17025-norm. Bij deze ISO-norm staan drie aspecten centraal bij het inrichten en optimaliseren van de bedrijfsprocessen: kwaliteit van de organisatie, professionaliteit van de medewerkers en kwaliteit van het product. Die ISO-normen zijn Europese normen die gelden voor alle Europese lidstaten. Onderdeel van de kwaliteitseisen voor het onderzoek aan verdovende middelen is de GC-MS-methode. Het drugstransport ten laste gelegd onder 1. is enkel voorbereid en de politie heeft de voor dit drugstransport bestemde en reeds geperste pakketten met een nettogewicht van 2.829,35 gram inbeslaggenomen. Een monster van deze pakketten is door het NFI getest en uit de test bleek dat het monster een lage concentratie heroïne bevatte. De drugs van het onder 4. ten laste gelegde drugstransport zijn niet onderzocht. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat zowel [medeverdachte 9] als [medeverdachte 6] heeft verklaard dat het transport gemaakt moest worden om cocaïne, ongeveer zes kilo, naar Oslo te vervoeren. Nadien heeft [medeverdachte 6] van [medeverdachte 3] gehoord dat hij minder betaald kreeg, omdat de kwaliteit van “het spul” niet goed zou zijn. Desondanks is er in totaal € 9.000,-- aan [medeverdachte 9] en [medeverdachte 6] betaald voor dit transport. Bovendien beschouwt de rechtbank het voorgaande in onderling verband en samenhang met de drugs

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.