RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden zaak-/rekestnummer: C/17/184970 / FA RK 22-1131 beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 20 januari 2023 inzake het verzoek van [verzoekster ] , wonende te [plaats] , hierna ook te noemen verzoekster, advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen van verzoekster, binnengekomen bij de griffie op 7 juli 2022; een brief van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), binnengekomen bij de griffie op 5 augustus 2022; een schriftelijke reactie van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag (hierna: ABS), binnengekomen bij de griffie op 18 augustus 2022; een brief van de RvdK, binnengekomen bij de griffie op 24 augustus 2022; een F9-formulier met bijlagen van de verzoekster, binnengekomen bij de griffie op 20 september 2022; het rapport van de RvdK, binnengekomen bij de griffie op 28 november 2022. 1.2. De rechtbank heeft de zaak pro forma behandeld. 2De feiten en omstandigheden 2.1. Verzoekster is de tante van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 [Namibië ] . [de minderjarige] is de dochter van de jongere zus van verzoekster. Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit. 2.2. The children's court for the district of Karibib (Namibië) heeft op 13 mei 2022 de binnenlandse adoptie van [de minderjarige] door verzoekster uitgesproken. De adoptiebeslissing is op 16 mei 2022 geregistreerd in de adoptieregisters van Namibië. Deze adoptiebeslissing en registratie is voorzien van een apostille. 2.3. In de geboorteakte van [de minderjarige] (full birth certificate met kenmerk: [-] ) is vermeld dat de geboorte van [de minderjarige] is geregistreerd onder nummer [-] en dat verzoekster de moeder is van [de minderjarige] en dat [voornaam man] [achternaam man] de vader is van [de minderjarige] . De ABS heeft bij brief van 17 augustus 2022 aangegeven dat de overgelegde geboorteakte van [de minderjarige] mogelijk een herregistratie betreft die is opgesteld na de adoptieprocedure in Namibië. Dit wordt bevestigd in de stukken die verzoekster op verzoek van de rechtbank nadien heeft overgelegd. De Ministry of home affairs, immigration, safety and security van Namibië heeft bij brief van 7 september 2022 (voorzien van apostille) hierover duidelijkheid gegeven. In voornoemde brief staat dat de geboorte van [de minderjarige] geregistreerd is onder nummer [-] en dat de vader van [de minderjarige] [voornaam man] [achternaam man] is en de moeder van [de minderjarige] [voornaam vrouw] [achternaam vrouw] en dat een toevoeging is gedaan na de wettelijke adoptieprocedure door verzoekster. Daarbij is het hiervoor genoemde kenmerk van de adoptiebeslissing vermeld. De brief bevestigt dat nadat verzoekster [de minderjarige] in Namibië heeft geadopteerd zij - volgens de in Namibië geldende protocollen - als moeder van [de minderjarige] op de geboorteakte is geregistreerd. 2.4. Uit de overgelegde Namibische overlijdensaktes, die beiden zijn voorzien van een apostille, blijkt dat de moeder van [de minderjarige] , [voornaam vrouw] [achternaam vrouw] op [datum] te [Namibië ] is overleden en de vader van [de minderjarige] , [voornaam man] [achternaam man] op [datum] te [Namibië ] is overleden. 2.5. [de minderjarige] heeft de Namibische nationaliteit. 2.6. [de minderjarige] is op 30 mei 2022 met een laissez-passer naar Nederland gekomen en verblijft sindsdien bij haar tante. 2.7. [de minderjarige] beschikt niet over een verblijfsvergunning en een burgerservicenummer. [de minderjarige] is om die reden ook niet ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens. 3De verzoeken 3.1. De rechtbank wordt verzocht om: primair: voor recht te verklaren dat wordt erkend de adoptiebeslissing van de children's court for the district of Karibib d.d. 13 mei 2022; subsidiair: uit te spreken de adoptie van de minderjarige naar Nederlands recht (artikel 1:227 jo 1:228 van het Burgerlijk Wetboek) vast te stellen dat de geslachtsnaam van de minderjarige zal komen te luiden: [achternaam vrouw]. Rechtsmacht 3.2. Door de omstandigheid dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft en de minderjarige de Namibische nationaliteit, draagt deze zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag dient te worden beantwoord of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. 3.3. De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht om te oordelen over het onderhavige verzoek, nu verzoekster haar gewone verblijfsplaats in Nederland heeft. Het primaire verzoek 3.4. De rechtbank gaat over tot het beoordelen van het primaire verzoek. Erkenning 3.5. Op grond van artikel 1:26, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een ieder die daarbij gerechtvaardigd belang heeft de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand. Heeft de adoptie naar Namibisch recht plaatsgevonden? 3.6. De rechtbank dient eerst te beoordelen of gelet op de overgelegde documenten de adoptie naar Namibisch recht heeft plaatsgevonden. Bij de beantwoording van deze vraag moet de rechtbank beoordelen of voormelde adoptie naar Namibisch recht is aan te merken als een beslissing van een bevoegde autoriteit waarbij familierechtelijke betrekkingen tussen een minderjarig kind en twee personen tezamen of een persoon alleen tot stand worden gebracht, een en ander zoals genoemd in artikel 10:104 BW. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. In de hierboven onder 2.2. genoemde uitspraak van The children's court for the district of Karibib (Namibië) van 13 mei 2022 is het verzoek van verzoekster om [de minderjarige] te adopteren, toegewezen. De adoptie is vervolgens op 16 mei 2022 geregistreerd in de adoptieregisters van Namibië. De rechtbank is van oordeel dat uit de hierboven weergegeven documenten blijkt dat door de beslissing van een bevoegde autoriteit een naar Namibisch recht rechtsgeldige adoptie van de minderjarige door verzoekster heeft plaatsgevonden. Wordt de adoptie van rechtswege erkend in Nederland? 3.7. De rechtbank stelt vast dat het Haags Verdrag inzake de bescherming van kinderen en samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie van 29 mei 1993 (HAV 1993) sinds 1 oktober 1998 in Nederland geldt en sinds 1 januari 2016 in Namibië. Dit betekent dat het HAV 1993 in de onderhavige zaak van toepassing is. De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de in Namibië uitgesproken adoptie op grond van het HAV 1993 van rechtswege in Nederland wordt erkend. 3.8. Uit artikel 23, eerste lid van het HAV 1993 volgt dat een adoptie die door de bevoegde autoriteit van de Staat waar de adoptie heeft plaatsgevonden, schriftelijk heeft verklaard dat zij in overeenstemming met het Verdrag tot stand is gekomen, in de andere Verdragsluitende Staat van rechtswege wordt erkend. Deze schriftelijke verklaring ontbreekt. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat verzoekster niet over de noodzakelijke beginseltoestemming beschikt. Het ontbreken van deze verklaring heeft tot gevolg dat de in Namibië uitgesproken adoptie niet van rechtswege in Nederland kan worden erkend nu niet is voldaan aan de vereisten van het HAV 1993 is voldaan. Het verzoek van verzoekster om voor recht te verklaren dat de adoptiebeslissing van de children's court for the district of Karibib d.d. 13 mei 2022 wordt erkend, zal daarom worden afgewezen. 3.9. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat zij, gezien het feit dat het HAV 1993 van toepassing is op onderhavige situatie, ook niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling om de in Namibië uitgesproken adoptie op grond van artikel 10:108 en 10:109 BW te erkennen. Het subsidiaire verzoek 3.10. Nu de rechtbank het primaire verzoek heeft afgewezen, komt zij toe aan een inhoudelijke beoordeling van het subsidiaire verzoek. 3.11. De rechtbank dient te beoordelen of voldaan is aan de gronden en voorwaarden zoals genoemd in artikel 1:227 en artikel 1:228 van het BW. Op grond van artikel 1:227, eerste lid geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Uit het derde lid van voornoemd artikel volgt dat het verzoek alleen kan worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.