← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:5544

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Assen Meervoudige kamer zaak-/rekestnummer: C/19/138115 / FA RK 21-2537 beschikking d.d. 16 februari 2022 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats 1], hierna ook te noemen de vrouw, advocaat mr. A.S.M. Kunst, kantoorhoudende te [woonplaats 3], tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats 1], hierna ook te noemen de man, advocaat mr. M. Schuring, kantoorhoudende te Groningen. 1Procesverloop 1.

  1. De vrouw heeft op 24 november 2021 een verzoekschrift ingediend waarin zij verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing van haar minderjarige dochter [minderjarige 1] van [woonplaats 1] naar [woonplaats 2] op de kortst mogelijke termijn. 1.
  2. De man heeft op 24 januari 2022 een verweerschrift ingediend. 1.
  3. Op 26 januari 2022 is ter griffie een F9-formulier met bijlage ontvangen van de zijde van de vrouw. 1.
  4. De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld ter zitting met gesloten deuren van 27 januari 2022 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten, de heer [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en de heer [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen (hierna: de GI). 1.
  5. De vrouw heeft op de mondelinge behandeling haar verzoek aangevuld met een verzoek haar vervangende toestemming te geven om [minderjarige 1] in te schrijven op de [school]. 2Vaststaande feiten 2.
  6. Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit het inmiddels ontbonden huwelijk zijn de volgende nog minderjarige kinderen geboren: [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2]; [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 3], en [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 20011 te [geboorteplaats 1]. 2.
  7. De twee oudste kinderen, [minderjarige 2] en [minderjarige 3], hebben hun hoofdverblijf bij de man. [minderjarige 1] heeft haar hoofdverblijf bij de vrouw. 2.
  8. Bij beschikking van 16 oktober 2019 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van de GI voor een periode van twaalf maanden. De ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd op 1 oktober 2021 tot 16 oktober
  9. 2.
  10. Uit een relatie van de vrouw met de heer [partner 1] is op [geboortedatum 4] 2013 [minderjarige 4] geboren. [minderjarige 4] heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw. 3De standpunten Waarom wil de vrouw verhuizen en [minderjarige 1] inschrijven op [school]? 3.
  11. De vrouw heeft haar verzoek als volgt onderbouwd. De vrouw woonde tot een aantal jaren geleden met alle drie de kinderen van partijen in [woonplaats 3]. Zij is met de kinderen naar [woonplaats 1] verhuisd, zodat de kinderen zowel bij haar als bij de man konden verblijven. In [woonplaats 1] woont ook de moeder van de vrouw, maar de vrouw leeft al jaren niet op goede voet met haar moeder. Door zowel de man als de familie van de vrouw wordt in aanwezigheid van [minderjarige 1] negatief over de vrouw gesproken. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat zij last heeft van de negatieve omgeving waarin zij woont. Daarbij wordt ze gepest op school. De vrouw heeft een relatie met de heer [partner 2] en zij willen gaan samenwonen in de woning van [partner 2] in [woonplaats 2]. In verband daarmee heeft de vrouw haar woning in [woonplaats 1] per half februari 2022 opgezegd. De vrouw geeft aan sowieso te gaan verhuizen. Het geeft de vrouw en [minderjarige 1] rust als zij niet langer in [woonplaats 1] wonen en in [woonplaats 2] een nieuwe start kunnen maken. [minderjarige 1] wil zelf ook heel graag naar [woonplaats 2] verhuizen. De situatie geeft haar zo veel buikpijn en stress dat zij vanaf 10 januari 2022 niet naar school gaat. Zij wil ook niet meer naar de oude school. De band tussen [minderjarige 1] en [partner 2] is goed. De band die [minderjarige 1] met de man heeft, is veel minder. Hoewel [minderjarige 1] weet wie haar vader is, ziet ze eigenlijk de vader van [minderjarige 4], [partner 1], meer als haar vader. Zij gaat ook altijd met [minderjarige 4] mee als hij naar zijn vader gaat. De omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 1] verloopt al een tijdje niet goed. Als [minderjarige 1] niet naar de man wil, gaat de vrouw haar niet dwingen. Een verhuizing naar [woonplaats 2] zal dan ook geen gevolgen hebben voor de omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 1]. De vrouw heeft geen rijbewijs, maar vertrouwt erop dat als er omgang komt, [partner 2] het vervoer voor zijn rekening zal nemen. Wat vindt de man van de verzoeken? 3.
  12. De man is van mening dat de rechtbank geen toestemming voor een verhuizing en een inschrijving op een andere school moet geven. De vrouw is na het einde van hun relatie in 2011 zeven keer verhuisd, waarbij de kinderen vier keer betrokken waren. De vrouw heeft meerdere nieuwe partners gehad die binnen de kortste keren door [minderjarige 1] vader werden genoemd. De man is bang dat het ook nu weer mis gaat. Een verhuizing naar [woonplaats 2] en een inschrijving op een nieuwe school betekent voor [minderjarige 1] dat zij voor de 4e keer van school wisselt. [minderjarige 1] zit op dit moment in groep 7 en het is voor haar belangrijk dat zij haar huidige school in [woonplaats 1] afmaakt. De man betwist dat [minderjarige 1] ongelukkig is in [woonplaats 1]. De man heeft met school gesproken over de stelling van de vrouw dat [minderjarige 1] wordt gepest. Volgens de school valt dat wel mee en komt het ook voor dat [minderjarige 1] degene is die pest. Tot ongeveer oktober 2021 verliep de contactregeling tussen de man en [minderjarige 1] prima. Vanaf het moment dat de vrouw aangaf dat zij naar [woonplaats 2] wenste te verhuizen, verliep de contactregeling moeizaam. De man heeft [minderjarige 1] al een aantal maanden niet gezien en zou graag zien dat het contact hersteld wordt. De vrouw belast de kinderen met kwesties waarmee ze niets van doen zouden moeten hebben. Dit leidt tot een loyaliteitsconflict. Wat adviseert de Raad? 3.
  13. De Raad heeft naar voren gebracht dat er een haast onmogelijke situatie voor [minderjarige 1] is ontstaan. Er zijn haar allerlei beloftes gedaan en zij is blijkbaar ook al op de nieuwe school geweest om kennis te maken. Het is voor kinderen belangrijk dat zij een (school)periode goed afsluiten. Dat betekent dat het voor [minderjarige 1] belangrijk is dat zij haar school in [woonplaats 1] afmaakt. Dat kan anders zijn als deze school aangeeft dat een andere school beter voor haar is. Daarvan is vooralsnog niet gebleken. Door de vrouw is de noodzaak voor een verhuizing niet aangetoond. Ook is niet gebleken dat er overleg met de man en de GI geweest. De Raad adviseert de rechtbank om de verzochte toestemmingen niet te geven. De Raad maakt zich wel zorgen over de impact die een dergelijke beslissing zal hebben, nu de vrouw heeft aangegeven toch haar eigen pad te gaan volgen. Wat vindt de GI? 3.
  14. Er is sprake van 6 à 7 verhuizingen in een korte periode, waardoor de kinderen steeds moeten wennen aan een nieuwe plek en een nieuwe partner. Dat is een zorgelijke situatie. De kinderen hebben behoefte aan rust en voorspelbaarheid. Omdat de gezinsvoogden beiden zijn uitgevallen, is er op dit moment niemand bij het gezin betrokken. Het is ook niet duidelijk wat het standpunt van mevrouw De Vries, één van gezinsvoogden, met betrekking tot de verhuizing is. Daar is geen notitie over gemaakt. 4De beoordeling Wat vindt de rechtbank van de mondelinge aanvulling van het verzoek? 4.
  15. De vrouw heeft op de zitting haar verzoek mondeling aangevuld met een verzoek om vervangende toestemming om [minderjarige 1] op de [school] in [woonplaats 2] in te mogen schrijven. De rechtbank stelt voorop dat een wijziging of een aanvulling van een verzoek in beginsel schriftelijk dient te gebeuren. Zoals de rechtbank ter mondelinge behandeling reeds aan partijen heeft meegedeeld, hangt het verzoek tot inschrijving op de school zo sterk met het verzoek om te mogen verhuizen samen, dat de rechtbank de vrouw zal ontvangen in dit verzoek. De rechtbank laat daarbij ook meewegen dat de man ter zitting alle mogelijkheden heeft gehad om op dit verzoek te kunnen reageren, zodat van een strijd met de goede procesorde geen sprake is. Wat vindt de rechtbank inhoudelijk van de verzoeken? 4.
  16. Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a lid 1 BW kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. De gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen brengt mee dat de vrouw voor het wijzigen van de woonplaats van de minderjarigen in beginsel toestemming van de man behoeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden, zal de rechter hierover een beslissing nemen. De belangen van de minderjarigen moeten hierbij een eerste overweging te vormen. Conform vaste rechtspraak moet de rechter echter bij de beslissing in een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht nemen en alle betrokken belangen afwegen, waaronder de noodzaak om te verhuizen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren, de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg, de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving, de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg, de leeftijd van de minderjarige en de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing. 4.
  17. De rechtbank overweegt allereerst dat de vrouw het recht heeft om te verhuizen en met een nieuwe partner haar leven opnieuw in te richten. Uit hetgeen de vrouw naar voren heeft gebracht, blijkt dat de verhuizing voor de vrouw van groot belang is. Zij voelt zich in [woonplaats 1], met name door de negatieve benadering die zij daar ervaart, niet op haar gemak. De vrouw heeft sinds juli 2021 een nieuwe partner van wie zij veel steun ontvangt. De nieuwe partner brengt rust in het leven van de vrouw en zij wil met hem verder. De rechtbank onderkent het belang van de vrouw om een nieuwe start te maken in een andere omgeving, maar is van oordeel dat dit belang niet prevaleert boven de overige belangen die in het geding zijn. Daartoe wordt als volgt overwogen. 4.
  18. Naar het oordeel van de rechtbank is de noodzaak om te verhuizen naar [woonplaats 2] niet komen vast te staan. Dat de vrouw, zoals zij ter zitting heeft aangegeven, haar woning reeds heeft opgezegd, is daarvoor niet redengevend. De vrouw heeft deze situatie immers over zichzelf afgeroepen. De rechtbank benadrukt dat het uitgangspunt is dat toestemming aan de man gevraagd moet worden én worden verkregen, vóórdat onomkeerbare beslissingen als het opzeggen van een woning worden genomen. Dat de vrouw zich hiervan bewust moest en kon zijn, blijkt uit de mededeling van haar advocaat dat zij in eerdere instantie reeds aan de vrouw heeft aangegeven dat een verhuizing geen "gelopen race" was. 4.
  19. De rechtbank is er ook niet van overtuigd dat de verhuizing goed is doordacht. Het leven van de vrouw in de afgelopen jaren wordt gekenmerkt door vele wisselingen in partners en woonplaatsen. Het Leger des Heils schrijft in april 2021 in de eindevaluatie Kort & Krachtig dat de vrouw eerst handelt en daarna pas denkt. Volgens de hulpverlening reageert de vrouw vaak vanuit haar emoties, wat leidt tot impulsieve acties. Het impulsieve handelen van de vrouw blijkt ook uit de opvolgende partnerkeuzes en woonplaatsen van de vrouw. Het impulsieve handelen van de vrouw als het om deze verhuizing gaat, wordt verder bevestigd in de mail die de vrouw op 7 december 2021 heeft gestuurd. Hierin deelt de vrouw mee dat zij afziet van haar plan om te gaan verhuizen en dat [minderjarige 1] gewoon naar haar school in [woonplaats 1] zal blijven gaan. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw aangegeven een half uur later een nieuwe mail te hebben gestuurd met de mededeling dat ze toch zal gaan verhuizen. Vervolgens blijkt de vrouw inderdaad bij haar nieuwe partner in te trekken. Dat de vrouw de verhuizing kennelijk met de gezinsvoogd heeft besproken maakt nog niet dat het plan om te verhuizen goed doordacht is. 4.
  20. De rechtbank constateert verder dat de vrouw zich weliswaar realiseert dat een verhuizing naar [woonplaats 2] gevolgen heeft voor de omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 1], maar zij komt niet met een andere oplossing dan het uitspreken van de overtuiging dat haar nieuwe partner wel het halen en brengen voor zijn rekening zal nemen. Van een daadwerkelijke toezegging door haar partner blijkt echter niet. Ook ligt er geen doordacht plan hoe de zorgregeling mogelijk anders georganiseerd zou kunnen worden. Uit de toelichting ter zitting blijkt dat [minderjarige 1] op dit moment geen omgang wil met de man en dat de vrouw haar, in strijd met haar plicht het contact tussen [minderjarige 1] en de man te bevorderen, hier ook niet in stimuleert. In tegendeel zelfs. De vrouw heeft juist aangegeven dat zij [minderjarige 1] niet gaat dwingen om het contact te hervatten. Wat hier ook van zij, op het moment dat partijen allebei in [woonplaats 1] wonen, heeft [minderjarige 1] de mogelijkheid om op eigen gelegenheid naar de man te gaan. Op het moment dat [minderjarige 1] in [woonplaats 2] woont, is dat niet meer mogelijk. Zij zal voor contact met de man en haar zussen altijd afhankelijk zijn van de wil en mogelijkheid van de nieuwe partner van de vrouw om haar naar [woonplaats 1] te brengen. 4.
  21. Het resultaat van de belangenafweging is dat het verzoek van de vrouw om haar toestemming te verlenen voor de verhuizing van [minderjarige 1] van [woonplaats 1] naar [woonplaats 2] zal worden afgewezen. 4.
  22. In het verlengde van de afwijzing van de verhuizing zal ook het verzoek om [minderjarige 1] op de [school] in te mogen schrijven, worden afgewezen. [minderjarige 1] heeft in de afgelopen jaren al op vier verschillende basisscholen gezeten. Zij zit op dit moment in groep 7 van de basisschool. Overleg met de man over een overgang naar een nieuwe school heeft niet plaatsgevonden. De rechtbank is met de man en de Raad van oordeel dat het voor [minderjarige 1] belangrijk is om haar oude school af te maken en daarmee haar lagere schooltijd goed af te sluiten. De stelling van de vrouw dat [minderjarige 1] op haar huidige school wordt gepest, is door de man betwist en door vrouw niet nader onderbouwd. Voor deze stelling is ook geen steun te vinden in het verslag van het Leger des Heils, die ook met de juf van [minderjarige 1] heeft gesproken. 4.
  23. De rechtbank overweegt tenslotte dat er al langere tijd sprake is van een zorgelijke situatie. Deze situatie is nog verergerd nu de vrouw daadwerkelijk al met [minderjarige 1] naar [woonplaats 2] is vertrokken. De rechtbank acht het van groot belang dat de GI op de kortst mogelijk termijn, liever vandaag dan morgen, een (nieuwe) gezinsvoogd toewijst en weer de regie gaat voeren. De rechtbank maakt zich, mede gelet op de mededeling van de vrouw dat zij wat er ook wordt beslist toch in [woonplaats 2] blijft, ernstig zorgen over de schoolgang van [minderjarige 1]. Deze zorg wordt nog vergroot door de stelligheid van de vrouw dat zij niet van plan is [minderjarige 1] naar een school te brengen waar [minderjarige 1] niet naar toe wil. 5Beslissing De rechtbank: 5.
  24. wijst de verzoeken af. Deze beschikking is gegeven door mrs. F.V. Marquenie (voorzitter), F.P. Dresselhuys-Doeleman en M.C. van den Woudenberg en in het openbaar uitgesproken door eerstgenoemde op 16 februari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat. worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden fn: mmv/615

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.