← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:5550

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 21/3462 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2022 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en de Raad voor Rechtsbijstand (de Raad) Inleiding Eiser heeft beroep ingesteld dat door de rechtbank is ingeboekt onder nummer 21/

  1. Op 19 juli 2022 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in deze zaak. In het kader van voornoemde zaak, heeft eiser bij verweerder een verzoek om schadevergoeding ingediend. De Raad heeft dat verzoek bij besluit van 4 augustus 2021 afgewezen. Eiser is op 6 augustus 2021 tegen dit besluit opgekomen bij de Raad. De Raad heeft bij brief van 12 oktober 2021 de brief van eiser van 6 augustus 2021 onder verwijzing naar artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank heeft de zaak op 30 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser is op de zitting verschenen. Verweerder is, zoals voorafgaand aan de zitting is aangekondigd, niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank
  2. De Raad heeft, zonder toelichting te geven, de aan hem gerichte brief van eiser van 6 augustus 2021 doorgezonden aan de rechtbank. Ter zitting heeft eiser ingestemd met het voorstel van de rechtbank om zijn verzoek om schadevergoeding aan te merken als een verzoek gebaseerd op de artikelen 8:88, eerste lid, onder a, en 8:91, eerste lid, van de Awb.
  3. Op grond van het bepaalde in artikel 8:88, eerste lid, onder a, van de Awb, kan de bestuursrechter een bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende leidt of zal leiden als gevolg van een onrechtmatig besluit. Dat betekent in dit geval dat een schadevergoeding kan worden toegekend als het bestreden besluit in de zaak met procedurenummer 21/3347 een onrechtmatig besluit is.
  4. In haar uitspraak van 19 juli 2022 heeft de rechtbank in de zaak met procedurenummer 21/3347 het beroep van eiser ongegrond verklaard, zodat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit. De rechtbank is dan ook niet bevoegd om de Raad te veroordelen tot het vergoeden van schade. Conclusie en gevolgen
  5. De rechtbank is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding. Eiser kan de civiele rechter benaderen om de door hem gestelde schade vergoed te krijgen.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. van Loo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 juli
  7. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een belanghebbende die het niet eens is met deze uitspraak, kan hiertegen hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.